Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Negenentwintigste zondag door het jaar (C)

3. De kracht van gebed

-Vertrouwvol en volhardend bidden. -Volharding in het gebed. De parabel van de onrechtvaardige rechter. -Gebed als direct gevolg van geloof.

3.1 Heer, ik roep U aan, want bij U vind ik verhoring. Luister naar mij, hoor wat ik zeg. Waak over mijn leven, het licht van mijn ogen; wees mijn toevlucht en mijn beschermer.1 Dit is de introïtus voor de Mis van vandaag.

De teksten van de liturgie van vandaag richten onze aandacht op de kracht van vertrouwvol en volhardend ge­bed om het hart van God te bereiken. Op deze plaats in het evangelie voorziet de heilige Lucas de parabel van een uitleg om de bedoeling van Christus duidelijk te maken: Hij leerde hun in een gelijkenis dat zij steeds moesten bidden en daarin niet versagen.2 In het bovennatuurlijk leven zijn er handelingen die voor eens en altijd worden verricht, zoals de doop en de priesterwijding. Andere han­delingen kunnen vele malen worden herhaald en andere moeten voortdurend in praktijk gebracht worden. Hieronder vallen de geest van gebed, die een teken is van een levend geloof in God de Vader. De heilige Augustinus merkte bij deze passage uit de bijbel nadrukkelijk op, dat er een nauw verband is tussen geloof en vertrouwvol gebed: «Als het geloof van iemand zwakker wordt, kwijnt het gebed... Het geloof is de bron van het gebed... Een rivier kan niet stromen als zijn bron verdroogd is.»3 Wij dienen voortdurend en vol vertrouwen te bidden, zoals Jezus, ons voorbeeld, deed: Vader, Ik dank U dat Gij Mij verhoord hebt. Ik wist wel dat Gij Mij altijd verhoort.4 God luistert altijd naar onze gebeden.

De eerste lezing uit het boek Exodus stelt ons de scène voor van het uitverkoren volk dat in strijd gewikkeld is met de Amalekieten te Refidim.5 Mozes besluit om tot God te bidden op de top van een heuvel terwijl Jozua en zijn manschappen strijd leveren tegen de vijand. En zolang Mozes zijn armen opgeheven hield, waren de Israëlieten aan de winnende hand. Maar liet hij zijn armen zakken dan won Amalek. Om Mozes aan het bidden te houden ondersteunden Aäron en Chur zijn armen, ieder aan een kant. Zo konden zij Mozes laten bidden tot zonsondergang. En Jozua versloeg Amalek en zijn leger met het zwaard.

Wij kunnen het bidden niet moe worden. Als we er ooit genoeg van zouden krijgen, laten we dan onze vrienden vragen om ons te ondersteunen. De Heer schenkt ons veel genade in tijden van beproeving. Deze genadegaven zijn noodzakelijker en belangrijker dan de gaven waarom wij vragen. De heilige Alfonsus van Liguori leert: «De Heer wil ons zijn genade schenken, maar Hij wil ook, dat wij erom vragen. Op zekere dag zei Hij tot zijn leerlingen: Tot nu toe hebt gij niets gevraagd in mijn Naam; vraagt en gij zult verkrijgen, opdat uw vreugde volkomen zij. Het was alsof Hij wilde zeggen: Beklaag je niet bij Mij als je niet vervuld wordt van zegeningen. Beklaag je bij jezelf, omdat je niet bij Mij geprobeerd hebt te verkrijgen wat je nodig hebt. Vraag Mij van nu af en je gebeden zullen worden verhoord.»6 De heilige Bernardus heeft opgemerkt, dat veel mensen zich zo beklagen en zeggen dat de Heer hen in de steek laat. Jezus zelf echter klaagt, dat dezelfde klagers niet echt om zijn hulp hebben gevraagd.7 Laten wij besluiten te bidden zoals Mozes dat deed: met een volharding die door niets aan het wankelen kon worden gebracht, en soms met hulp van zijn vrienden als dat nodig was. Er hangt erg veel af van onze toewijding.

Laten wij vandaag de kwaliteit van ons gebed onderzoeken. Is het volhardend, vol vertrouwen, aandringend en onvermoeibaar? «Wees volhardend in het gebed, zoals de Meester aanraadt. Dit uitgangspunt zal de oorsprong zijn van je vrede, van je kalmte, en daardoor van je bovennatuurlijke en menselijke energie.»8 Er is niets dat zo krachtig en doeltreffend is als standvastig gebed.

3.2 Wij bidden in de tussenzang: Omhoog naar de bergen richt ik mijn ogen: vanwaar kan ik hulp verwachten? Mijn hulp zal komen van God de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft.9

De parabel in het evangelie van vandaag confronteert ons met duidelijk verschillende persoonlijkheden. Aan de ene kant is er de onrechtvaardige rechter, die zich om God noch gebod bekommerde. Hij beoefent niet de twee wezenlijke elementen van de deugd van rechtvaardigheid. De profeet Jesaja had al over zulke mensen gesproken in het Oude Testament: Aan wezen schaffen zij geen recht en de zaak van weduwen krijgt bij hen geen gehoor10 ... die voor een geschenk de schuldige in het gelijk stellen en de rechtvaardige van zijn recht beroven.11 Jeremia verwijst ook naar dergelijke mensen: Zij zijn door en door verdorven. Ze verkrachten het recht; ze komen niet op voor de wezen; de zaak van de armen behartigen zij niet.12

De Heer stelt de onrechtvaardige rechter tegenover de weduwe, het oude symbool voor de persoon die niet voor zichzelf kan opkomen. Of nog duidelijker: de onvermoeibare volharding van de weduwe staat tegenover de vastberaden weerstand van de onrechtvaardige rechter. De onverwachte afloop van de parabel is het resultaat van het onophoudelijk vragen van de arme weduwe. Na vele weigeringen om haar zaak te aanhoren, geeft de rechter uiteindelijk toe. En op deze wijze heeft de zwakste partij gewonnen. De reden voor haar overwinning is niet, dat de rechter zich ook maar enigszins bekeerd heeft. De weduwe heeft gewoon de weerstand van de rechter uitgeput, door niet op te houden met vragen, totdat hij toegaf. De Heer besluit de parabel met deze woorden: Zou God dan geen recht verschaffen aan zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen en naar wie Hij genadig luistert? Ik zeg u: Hij zal hun spoedig recht verschaffen. Jezus wil dat wij de voornaamste boodschap van de parabel opmerken: God, die vol van barmhartigheid is, wacht op ons standvastig gebed.

Tot aan het einde der tijden zal de Kerk een voortdurend smeekgebed tot God de Vader richten door Jezus Christus in eenheid met de Heilige Geest. De Kerk bidt voor alle noden van haar kinderen. Dat is de eerste verantwoordelijkheid van de Kerk, de voornaamste plicht van de priesters. Dat is het belangrijkste wat wij, de gelovigen, tot stand kunnen brengen omdat ook wij ons niet zelf kunnen verdedigen, zoals de weduwe uit de parabel.

Aan het slot van de parabel voegt Jezus de volgende woorden toe: Maar: zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden? Zal de Heer geloof vinden dat even onwankelbaar is als dat van de weduwe? Dat is het geloof van de kinderen van God in de goedheid en macht van hun hemelse Vader. De mens kan ertoe komen God uit zijn leven te bannen. Hij kan het gevoel hebben, dat hij God niet nodig heeft. Hij kan proberen de oorzaken en oplossingen te zoeken voor die levensproblemen waarvoor alleen God de bevredigende antwoorden kan verschaffen. Deze mensen zullen nooit de goederen vinden waar zij het meest behoefte aan hebben. Zoals de Maagd Maria in het Magnificat verkondigde: Die hongeren overlaadt Hij met gaven en rijken zendt Hij heen met lege handen.13 Wij moeten als behoeftige kinderen naar Hem toe gaan. Natuurlijk moeten wij ook gebruik maken van alle menselijke middelen die nodig zijn in de gegeven omstandigheden. Maar voor vele zaken zullen wij ontdekken dat alleen de goddelijke barmhartigheid echt werkt. De heilige pastoor van Ars vertelde dikwijls het verhaal van de stichter van een weeshuis die erover dacht om advertenties te gebruiken om schenkingen te krijgen. De heilige raadde de stichter het volgende aan: «Waarom houdt u geen verhaal voor het tabernakel in plaats van er ruchtbaarheid aan te geven in de kranten?» De Heer wil, dat wij onze zorgen precies dáár voor Hem neerleggen. Natuurlijk is er niets op tegen, dat wij ook adverteren in de kranten, als dat kan helpen.

Door de eeuwen heen zijn christenen ertoe aangezet hun vragen tot God te brengen door hun Moeder Maria. De heilige Bernardus leert dat «onze voorspreekster in de hemel werd opgenomen, zodat zij de moeder van de Rechter werd en de moeder van de Barmhartigheid. Daar zal zij werken aan onze redding.»14 Laten wij iedere dag naar haar gaan met onze noden.

3.3 Gebed is het directe gevolg van een levend geloof. Tegelijkertijd vinden wij in het gebed een grotere zekerheid in ons geloof.15 Beide hebben hetzelfde doel. Daarom kan alles waarom wij vragen, ons helpen om betere mensen te worden. Als dit niet zo was, zouden wij niet vromer worden maar hebzuchtig en eerzuchtig.16 Wanneer wij tot God bidden om een nieuw huis of voor hulp bij een belangrijk examen, kunnen wij overwegen of dit verzoek in overeenstemming is met Gods wil, of niet. Wij kunnen bidden om bepaalde goederen, voor de gezondheid van een vriend of om uit een lastige situatie te komen... Maar toch, als wij uit ons geloof leven, als wij een leven uit één stuk hebben, dan zullen wij een dieper begrip hebben voor het betrekkelijke belang van materiële goederen en menselijke wensen. Wat wij werkelijk wensen is tenslotte God zelf. Hij is het uiteindelijke doel van onze gebeden. Wanneer wij bidden om aardse zaken, zouden wij alleen moeten wensen wat ons dichter bij Hem brengt.

God is heel blij met onze gebeden om geestelijke hulp, zowel voor onszelf als voor onze familie, onze vrienden en bekenden. Wij kunnen bidden voor onze naasten, dat zij dichter bij God komen. Hoeveel zijn wij onze familie en vrienden verschuldigd! «Ik heb ooit de hand van een vriend bezeerd. Toen ik zag, dat zijn blik zo verdrietig en verwijtend was, vreesde ik, dat U niet in zijn hart was. En ik voelde mij verbijsterd alsof ik voor een leeg tabernakel stond.

»O mijn God, als U niet in hem zou zijn, dan zouden mijn vriend en ik zo ver van elkaar verwijderd zijn. Zijn hand in de mijne zou niets meer zijn dan het aanraken van vlees, zijn hart slechts het hart van een mens.

»Ik verlang er sterk naar, dat uw leven in hem en in mij moge zijn. Dit wil ik zo graag omdat ik ernaar verlang, dat mijn vriend ook mijn broeder is, dankzij U.»17

Laten wij gebruik maken van deze rozenkransmaand en tot Onze Lieve Vrouw bidden voor al onze noden en voor de noden van onze vrienden en bekenden.

-1. Introïtus, Ps 17,6-8 . -2. Lc 18,1-8. -3. Vgl. H. Augustinus, Preek 115,1. -4. Joh 11,41-42. -5. Ex 17,8-13. -6. H. Alfonsus van Liguori, Preek 46 voor de tiende zondag na Pinksteren. -7. Vgl. H. Bernardus, Preek 17 over verschillende onderwerpen. -8. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 536. -9. Tussenzang, Ps 121,1-2. -10. Js 1,23. -11. Js 5,23. -12. Jr 5,28. -13. Lc 1,53. -14. H. Ber­nardus, Preek I over Maria Tenhemelopneming, I. -15. H. Augusti­nus, Stad Gods, 1,8,1. -16. Ibidem. -17. Vgl. M. Quoist, Prières.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012