De Boog
... voor eenheid in geloof en leven

ZOEK   EEN BOEK  
 
e-mailadres: 
Klant:   
Registreer Klantnummer vergeten?
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escriva
Spreken met God
Over Jozefmaria Escriva
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie Atrium
Theologie andere boeken
DVD
Navarre bible NT
Navarre bible OT
Gezin
Medische Ethiek

Herinneringen van Zuster Lucia
De nieuw bewerkte uitgave van herinneringen van Zuster Lucia van Fatima, met slot van Kardinaal Ratzinger. Meer ...

Home >  De kracht van het geloof

Achttiende week. Zaterdag

36. De kracht van het Geloof

-Geloof is in staat bergen te verzetten. De grootste wonderen gebeuren dagelijks in de Kerk. -Hoe groter de hindernissen, hoe groter de genade. -Geloof met daden.

36.1 Uit de grote menigte die Jezus' aankomst opwachtte, kwam een man naar voren die zich voor Hem op zijn knieën wierp en sprak: Heer, ontferm U over mijn zoon...1 De houding en woorden van deze vader tonen aan dat zijn gebed nederig is. Hij doet geen beroep op de macht van Jezus, maar op zijn medelijden. Hij brengt zijn eigen verdiensten niet in het geding noch biedt hij iets van waarde. Hij kijkt naar Jezus' barmhartigheid.

Vragen naar het barmhartige hart van Christus betekent altijd gehoord worden: de man zijn zoon zou worden genezen hoewel toch de apostelen eerder niet in staat waren hem te genezen. Later, alleen, vroegen de leerlingen de Heer waarom zij de bezeten jongen niet konden genezen. Hij sprak tot hen: Om uw gebrek aan geloof. Voorwaar, Ik zeg u: wanneer gij een geloof bezit, ook al is dit klein als een mosterdzaadje, dan kunt ge tot deze berg zeggen: Verplaats u van hier naar daar, en hij zal zich verplaatsen. Niets zal u onmogelijk zijn.

Als wij echt leven uit geloof, nemen wij deel aan Gods almacht. Aldus zou de Heer op een andere keer zeggen: Wie in Mij gelooft, zal ook de werken doen die Ik doe. Ja, grotere dan die zal hij doen, omdat Ik naar de Vader ga. En wat gij ook zult vragen in mijn Naam, Ik zal het doen, opdat de Vader moge verheerlijkt worden in de Zoon. Als gij Mij iets zult vragen in mijn Naam, zal Ik het doen.2 En de heilige Augustinus merkt op: «Hij die in mij gelooft is niet groter dan ik; maar ik zal dan grotere dingen doen dan die ik nu doe. Ik zal meer doen door hem die in mij gelooft, dan wat ik nu op mijzelf doe.»3

De Heer vertelde de apostelen in deze passage van het evangelie van vandaag dat zij in staat zouden zijn 'bergen te verzetten', een uitdrukking die spreekwoordelijk is geworden. Dit -en meer- wordt elke dag in de Kerk vervuld. Sommige Kerkvaders wijzen erop dat 'bergen worden verzet' als iemand -met behulp van genade- bereikt wat menselijke kracht alleen niet kan bereiken. Dat is het geval met het werk van onze persoonlijke heiliging dat de Heilige Geest in onze ziel en in het apostolaat verricht. Hoewel het onopgemerkt plaatsheeft, is dit werk veel prachtiger dan het verplaatsen van bergen, en wordt het dagelijks in de levens van veel heilige zielen verricht.

De apostelen en andere heiligen hebben door de eeuwen heen ook prachtige wonderen verricht op lichamelijk vlak; maar de grootste en belangrijkste wonderen zijn geweest, zijn en zullen zijn die van zielen die ondergedompeld waren in de dood van de zonde, in onwetendheid of geestelijke middelmatigheid. Zij zijn herboren en groeien op in het nieuwe leven van de zonen van God.4 «Si habueritis fidem, sicut granum sinapis! Als je een geloof had zo groot als een mosterdzaadje! Hoeveel beloften houdt de uitroep van de Meester niet in!»5, beloften voor ons innerlijk leven, voor het apostolaat, voor alles wat wij nodig hebben...

36.2 Heer, waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven? Waarom konden wij geen goed doen in uw naam? De heilige Marcus6 en vele geschriften die deze tekst optekenen, voegen deze woorden van de Heer eraan toe: Dit soort kan door niets anders uitgedreven worden als door bidden en vasten.

De apostelen konden deze bezeten jongeman niet bevrijden omdat zij het vereiste geloof misten, een geloof dat in gebed en versterving had moeten worden getoond. Ook wij kunnen mensen tegenkomen voor wie deze middelen nodig zijn om hen wakker te schudden uit de machteloosheid van de zonde of godsdienstige onwetendheid... Iets dergelijks gebeurt met verschillende metalen: zij smelten bij verschillende temperaturen. Het verharde innerlijk van sommige zielen -misschien meer verstokt in slechte gewoonten- vereist krachtiger bovennatuurlijke middelen. Laten wij deze zielen niet verloren laten gaan in hun lusteloosheid door gebrek aan gebed en vasten.

De Heer leert ons dat geloof zo klein als een mosterdzaadje in staat is bergen te verzetten. Laten wij tijdens deze dag en deze tijd van gebed om dat geloof vragen dat ons in staat stelt de bovennatuurlijke en menselijke middelen edelmoedig te gebruiken. Dit is het wapen dat de wereld overwint: ons geloof.7 «Met dit geloof zullen de bergen -de meest schrikbarende hindernissen die wij op onze weg tegen kunnen komen- voor ons ineenzakken, omdat God geen veldslagen verliest. Wandel dan 'in nomine Domini', met vreugde en zekerheid in de naam van onze Heer. Zonder pessimisme! Als er moeilijkheden komen, zal Gods genade overvloedig zijn. Als er meer moeilijkheden komen, zal uit de hemel zelfs meer genade van God op ons neerdalen. Als er veel moeilijkheden zijn, kunnen we rekenen op een des te grotere toevloed van genade. Goddelijke bijstand is evenredig aan de hindernissen die de wereld en de duivel tegen het apostolische werk oprichten. Daarom durf ik te bevestigen dat moeilijkheden goed zijn, omdat daar waar zij bestaan wij meer bijstand van God zullen hebben: Waar de zonden heeft gewoekerd, werd de genade mateloos (Rom 5,20).»8

De grootste hindernissen voor de wonderen die de Heer zelfs vandaag -met onze hulp- in de zielen wenst te doen, komen vooral van onszelf. Met een menselijke visie kunnen wij de vergezichten versmallen die de Heer voortdurend opent in de levens van onze vrienden en bekenden, verwanten en collega's.

Wij mogen in het apostolaat nooit denken dat iemand 'een hopeloos geval' is. Zoals de heiligen hebben aangetoond, bestaat het woord 'onmogelijk' niet in het woordenboek van iemand die echt leeft uit het geloof. «God is altijd dezelfde. Mannen van geloof zijn nodig: dan zullen opnieuw de wonderdaden gebeuren waarover we in de heilige Schrift lezen. Ecce non est abbreviata manus Domini. De arm van God, Zijn macht, is niet verkort!»9 Zelfs vandaag doet Hij dezelfde wonderen als Hij toen deed.

36.3 «Christus stelt als voorwaarde, dat we uit het geloof leven: dan zullen we bergen kunnen verzetten. Er moet nog zoveel verzet worden... in deze wereld en allereerst in ons hart. Zoveel hinderpalen voor de genade! Geloof dus; geloof en daden, geloof en offervaardigheid, geloof en nederigheid. Want door het geloof worden we schepselen die alles kunnen. En al wat gij in vertrouwvol gebed zult vragen, zult gij verkrijgen (Mt 21,22).»10

Geloof moet dagelijks in praktijk gebracht worden. Estote factores verbi et non auditores tantum -Weest doeners van het Woord en niet alleen toehoorders.11 Voer in je leven het woord van God uit; beperk je er niet toe er alleen maar naar te luisteren of het te erkennen, roept de apostel Jakobus op. Dit is niet genoeg. Het is noodzakelijk die waarheden te leven, ze te vervullen. Geloof behoort een leven van geloof voort te brengen dat een getuigenis is van vriendschap met Jezus Christus. Wij moeten God naderen met ons leven, ons werk, ons verdriet en vreugde... met alles!12

Het gebeurt al te vaak dat moeilijkheden ontstaan of overdreven worden door gebrek aan geloof. Door een onzuivere bedoeling kunnen wij te veel letten op bijkomstigheden of overdreven voorzichtig zijn. «Er is niets -hoe eenvoudig ook- dat onze lauwheid ons voorspiegelt als moeilijk en prijzig. Daarentegen, er is niets -hoe moeilijk en kostbaar ook- dat onze vurigheid en vastberadenheid niet aan ons zal presenteren als aangenaam en plezierig.»13

Een leven van geloof zal ons leiden tot een gezond 'meerwaardigheidscomplex', geboren uit een diepe persoonlijke nederigheid omdat, zoals de heilige Augustinus zegt: «geloof behoort aan de nederigen, niet aan de trotsen.»14 Geloof is het gevolg van de diepe overtuiging dat je doeltreffendheid geheel van God komt, niet van jezelf. Dit vertrouwen brengt de christen ertoe de hindernissen die hij in zijn ziel of in zijn apostolaat kan tegenkomen, tegemoet te treden met een 'wil om te winnen', zelfs als de vruchten van zijn inspanningen misschien lang op zich laten wachten. Met gebed en versterving, met vriendschap en vreugde, zullen we die grote wonderen in de zielen tot stand kunnen brengen. We zullen in staat zijn bergen te verzetten, barrières neer te halen, vrienden tot verzoening met God in de biecht brengen, mensen helpen de weg terug te winnen die naar God leidt. Het geloof dat ons bergen doet verzetten, wordt gevoed in een innige relatie met Jezus, in gebed en in de sacramenten.

Onze Moeder Maria zal ons laten zien hoe wij met geloof, liefde en durf vervuld zullen worden op de weg die de Heer voor ons in de wereld heeft uitgestippeld. Zij is dat «goede instrument, volledig één met de ontvangen zending. Zodra zij Gods plannen verneemt, maakt ze die zich eigen. Haar plannen zijn niet iets toegevoegds. In de precieze vervulling van deze plannen maakt zij volledig gebruik van haar verstand en wil, en al haar krachten. Zij is nooit een willoze marionet: noch wanneer zij met vreugde door de bergen van Judea op weg gaat om haar nicht Elizabeth te bezoeken; noch wanneer zij, uit echt moederlijk plichtsbesef, het Kind Jezus zoekt en in de tempel van Jeruzalem vindt; noch wanneer zij het eerste wonder van de Heer inleidt; noch wanneer zij verschijnt -zonder te worden geroepen- aan de voet van het Kruis waarop haar Zoon sterft... Door te zeggen: 'Mij geschiede naar uw woord' stelt zij vrijwillig haar hele persoon ter beschikking voor de vervulling van haar roeping. Deze roeping komt haar niet vreemd voor: Gods belangen zijn haar eigen belangen. Zij loopt niet het risico dat haar plannen een hindernis zouden kunnen vormen voor de plannen van God; haar plannen zijn volmaakt met de Zijne vereenzelvigd.»15

-1. Mt 17,14-20. -2. Joh 14,12-14. -3. H. Augustinus, Commentaar op het evangelie van Johannes, 72,1. -4. The Navarre Bible, in loc. -5. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 585. -6. Mc 9,29. -7. 1 Joh 5,4. -8. A. del Portillo, Brief, 31 mei 1987, 22. -9. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 586. -10. Idem, Vrienden van God, 203. -11. Jak 1,22. -12. P. Rodríguez, Fe y vida de fe. -13. H. Johannes Chrysostomus, De compunctione, 1,5. -14. H. Augustinus, Catena aurea, vol VI, bl. 297. -16. J.M. Pero-Sanz, La hora sexta, Madrid, 1978.





Nieuwsbrief & e-Book

naam:
e-mail adres:
Meer info ...

Betaal Informatie

iDeal

Klanten service

Bestellen
Per e-mail
Tel. (035) 694 63 50

Adres

Bezoek- en verkoopadres:
Stichting Leesgoed, Keizersgracht 218-B, Amsterdam
Dinsdag t/m donderdag van 10:30 tot 13:15 uur.
Zondag van 12:15 tot 13:15 uur