Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Drieëndertigste week. Zaterdag

45. De kuisheid liefhebben

-Zonder zuiverheid is liefde onmogelijk. -Huwelijkse kuisheid en maagdelijkheid. -Apostolaat met betrekking tot deze deugd. Middelen om haar te bewaren.

45.1 De Sadduceeën, die de verrijzenis van de doden loochenden, kwamen Jezus een kwestie voorleggen die vol­gens hen zou aantonen hoe absurd de waarheid was die algemeen door de rest van het joodse volk werd aangenomen.1 Volgens de joodse wet2 had, indien een man zonder kinderen kwam te overlijden, diens broer de plicht met de weduwe te huwen om aldus nakomelingen voor zijn overleden broer te verwekken. De gevolgen van deze wet boden een ogenschijnlijk krachtig argument tegen de verrijzenis van de lichamen. Want als zeven broers achtereenvolgens gestorven waren zonder afstammelingen na te laten, van wie van hen is zij dan bij de verrijzenis de vrouw?

De Heer antwoordde met citaten uit de Heilige Schrift en bevestigde andermaal de verrijzenis van de doden. Door te onderrichten welke hoedanigheid de verrezen lichamen zouden bezitten, ontzenuwde Hij het argument van de Sadduceeën. Hun tegenwerping toonde op zichzelf aan hoe groot hun onwetendheid was inzake Gods macht om de lichamen van man en vrouw te verheerlijken tot een toestand gelijk aan die der engelen, die zich vanwege hun onsterfelijkheid niet behoeven voort te planten.3 De voortplantingsdaad beperkt zich tot enige jaren binnen deze aardse etappe van de mens om de opdracht tot verbreiding van de soort te vervullen, maar vooral om het aantal uitverkorenen voor de hemel te vermeerderen. Dit leven is slechts een doortocht naar de hemel.

Door middel van de deugd van de kuisheid of zuiverheid wordt het voortplantingsvermogen geleid door de rede en gericht op de procreatie en de vereniging van de echtelieden binnen het huwelijk. De seksuele drang wordt zodoende binnen de orde geplaatst die God in de schepping heeft gewild, ofschoon soms -vanwege de diepe wanorde die in de menselijke natuur is binnengeslopen door toedoen van de erfzonde en de persoonlijke zonde- een ascetische strijd nodig is om deze ordening te handhaven.

De deugd van de kuisheid leidt eveneens tot het beleven van zuiverheid van geest en hart: tot het vermijden van die gedachten, hartstochten en verlangens die van de liefde van God verwijderen, overeenkomstig de eigen roeping.4 Zonder kuisheid is de menselijke liefde en ook de liefde tot God onmogelijk. Als iemand zich niet meer inzet om deze reinheid van lichaam en ziel te bewaren, levert hij zich over aan de dwingelandij van de zintuigen en verlaagt hij zich tot een beneden-menselijk niveau: «het lijkt wel of je 'geest' verminderd is, kleiner geworden, tot er nog maar een puntje over is. En je lichaam wordt groter, reuzegroot, tot het allesoverheersend is.»5 Dan is de mens niet meer bij machte de vriendschap met de Heer te verstaan. In de vroegste tijden te midden van een hedonistische heidense omgeving, waarschuwde de Kerk de christenen met kracht voor «de genoegens van het vlees, die als wrede tirannen eerst de ziel tot onzuiverheid verlagen en haar vervolgens machteloos maken voor de heilige werken van de deugd».6 Zuiverheid stelt de ziel in staat om de goddelijke liefde te ontvangen, om apostolaat te verrichten.

45.2 Kuisheid is niet alleen maar het afzien van de zonde. Het is niet iets negatiefs: «niet kijken», «niet doen», «niet willen». Kuisheid is de overgave van het hart aan God, fijnzinnigheid en tederheid jegens de Heer, een «blijde bevestiging.»7 Het is een deugd voor iedereen, die men volgens de eigen status moet beleven. In het huwelijk leert de kuisheid de echtelieden om elkaar wederkerig te eerbiedigen en elkaar steeds meer, verfijnder en duurzamer te beminnen. «De liefde bewerkt dat de betrekkingen van de echtgenoten weliswaar vleselijk blijven, maar zich ook, om het zo uit te drukken, bekleden met de adel van de geest en de hoogte van de waardigheid van de mens bereiken. De gedachte dat de seksuele vereniging bestemd is tot het verwekken van nieuw leven, heeft een grote betekenis, maar de lichamelijke vereniging wordt pas werkelijk veredeld als zij voortkomt uit de liefde en de uitdrukking van de liefde is [...]. Wanneer het seksuele volledig losgemaakt wordt van de liefde en omwille van zichzelf wordt gezocht, dan verliest de mens zijn waardig­heid en ontheiligt hij ook de waardigheid van de ander.

»Een krachtige liefde, vol tederheid, is derhalve een van de beste waarborgen en vooral een van de diepste oorzaken van de zuiverheid in het huwelijk.

»Maar er is nog een hogere reden. De kuisheid is, zo zegt ons de heilige Paulus, een 'vrucht van de Geest' (vgl. Gal 5,23), dat wil zeggen, een gevolg van de goddelijke liefde. Om de zuiverheid in het huwelijk te bewaren is niet alleen een tedere liefde nodig, vol eerbied voor de ander, maar vooral een grote liefde tot God. De christen die Jezus Christus wil leren kennen en liefhebben, vindt in die liefde een krachtige prikkel voor zijn kuisheid. Hij weet dat de zuiverheid hem op een bijzondere wijze nader tot Jezus Christus brengt, en dat de nabijheid van God, zoals die is beloofd aan hen die het hart zuiver bewaren (vgl. Mt 5,8), de voornaamste waarborg is voor diezelfde zuiverheid.»8

Kuisheid is niet de eerste of belangrijkste deugd, en men kan het christelijk leven niet terugbrengen tot kuisheid. Maar zonder kuisheid is er geen liefde, en liefde is wel de eerste deugd, die bovendien haar volheid verleent aan al de andere. Zonder kuisheid gaat zelfs de menselijke liefde te gronde. Zij die de roeping hebben ontvangen God te dienen in het huwelijk, worden juist geheiligd door belangeloos en trouw als echtgenoten te leven; de echtelijke vereniging is voor hen de zekere weg naar vereniging met God.

Degenen die de roeping tot het apostolisch celibaat hebben gekregen, vinden in de volledige overgave aan de Heer en aan de ander omwille van God, indiviso corde9, zonder tussenkomst van de echtelijke liefde, de genade om gelukkig te leven en een intieme en diepe vriendschap met God te bereiken.

Op deze dag van de week, de zaterdag, houden vele gelovigen Onze Lieve Vrouw heel bijzonder voor ogen. Wanneer wij dan vandaag naar haar opzien, bemerken we hoe in haar op verheven wijze tegelijkertijd die twee mogelijkheden vervuld zijn, wat bij alle andere vrouwen uitgesloten is: moederschap en maagdelijkheid. In onze streken noemen we haar vaak eenvoudigweg «de Maagd», de maagd Maria. En we gaan met haar om als Moeder! Het was Gods wil, dat zijn Moeder tegelijkertijd ook Maagd is. Maagdelijkheid moet in Gods ogen dus wel van bijzonder hoge waarde zijn; zij sluit ook een belangrijke boodschap in voor de mensen aller tijden: de bevrediging van het seksuele behoort niet tot de volmaaktheid van de mens. De woorden van Jezus, dat zij bij de verrijzenis uit de doden niet huwen en niet ten huwelijk worden gegeven duiden aan, dat «er een levensstatus is, zonder huwelijk, waarin de mens, man of vrouw, zowel de volheid van de persoonlijke gave vindt alsook de gemeenschap onder de mensen, dank zij de verheerlijking van heel hun wezen in de eeuwige vereniging met God. Wanneer de oproep tot onthouding omwille van het rijk der hemelen weerklank vindt in de menselijke ziel [...], valt daar niet moeilijk een bijzondere gevoeligheid van de menselijke geest waar te nemen, die reeds in de aardse omstandigheden lijkt vooruit te lopen op datgene waarvan de mens bij de toekomstige verrijzenis deelgenoot zal zijn.»10 Maagdelijkheid en apostolisch celibaat zijn hier op aarde een voorbode van de hemel.

Tegelijkertijd heeft de christelijke leer altijd bevestigd dat «het geslachtelijke geen beschamende werkelijkheid is, maar een goddelijke gave die zuiver past bij het leven, de liefde, de vruchtbaarheid. Dat is de context, de achtergrond, waarin en waartegen de christelijke leer over de seksualiteit wordt geplaatst. Ons geloof is niet onbekend met al het schone, edelmoedige, waarlijk menselijke, dat hier beneden is.»11

Wie uit liefde heel zijn wezen aan God overgeeft, zonder daar een menselijke liefde in het huwelijk tussen te plaatsen, doet dat niet «vanuit een veronderstelde negatieve waardering van het huwelijk, maar met het oog op de bijzondere waarde die aan deze keuze is gekoppeld en die men persoonlijk als eigen roeping moet ontdekken en aanvaarden. Daarom zegt Christus: Wie bij machte is dit te begrijpen, hij begrijpe het (Mt 19,12).»12 De Heer heeft ieder van ons een opdracht hier in dit leven gegeven; ons geluk is gelegen in het volbrengen daarvan, op volmaakte wijze, met opoffering en vreugde.

45.3 De kuisheid zoals die in de eigen levensstaat wordt beleefd, in de bijzondere roeping die men van God heeft ontvangen, is een van de grootste rijkdommen van de Kerk tegenover de wereld; zij ontstaat uit liefde en maakt zich aan de liefde ondergeschikt. Zij is een teken van God op aarde. Onthouding omwille van het rijk der hemelen «brengt bovenal het afgietsel mee van de gelijkenis op Christus die in zijn verlossingswerk zelf deze keuze heeft gemaakt omwille van het rijk der hemelen13 De apostelen hebben, door afstand te nemen van de traditie van het Oude Verbond, waar vruchtbaarheid in de voortplanting als een zegen werd beschouwd, het voorbeeld van Christus nagevolgd; zij waren ervan overtuigd, dat zij Hem aldus meer van nabij volgden en beter beschikbaar waren om de apostolische zending die ze gekregen hadden te volbrengen. Langzamerhand gingen zij begrijpen -houdt Johannes Paulus II ons voor- hoe deze onthouding de oorsprong is van een bijzondere «geestelijke en bovennatuurlijke vruchtbaarheid van de mens, voortkomend uit de Heilige Geest».14

Wellicht komt velen kuisheid heden ten dage onbegrijpelijk voor, en meer nog het apostolisch celibaat en de maagdelijkheid, te midden van de wereld beleefd. Ook de eerste christenen moesten het hoofd bieden aan een omgeving die vijandig tegenover deze deugd stond. Daarom is een belangrijk deel van het apostolaat dat we moeten vervullen, het naar waarde doen schatten van de kuisheid en de stoet van deugden die haar vergezellen: haar aantrekkelijk doen zijn door een voorbeeldig gedrag, en de leer uitdragen die de Kerk altijd over deze aangelegenheid heeft verkondigd en die de deur opent voor de vriendschap met God. We moeten bijvoorbeeld zorg dragen voor details inzake schaamtegevoel, fatsoenlijke kleding, hygiëne, sport; de scherpe afwijzing deel te nemen aan gesprekken die niet bij een christen passen; het verwerpen van onzedige schouwspelen...; en met name dienen we het vreugdevolle voorbeeld van ons eigen leven te geven. Door onze manier van spreken dienen we, zo nodig onbeschaamd, de schoonheid van deze deugd duidelijk te maken, evenals de ontelbare vruchten die uit haar voortkomen: groter vermogen tot liefhebben, edelmoedigheid, vreugde, verfijndheid van ziel... We moeten naar alle vier de windrichtingen verkondigen, dat deze deugd altijd mogelijk is, als we de middelen aanwenden die onze Moeder de Kerk eeuwenlang heeft aanbevolen: beheersing van de zintuigen, attente voorzichtigheid om de boze gelegenheid te vermijden, het bewaren van het schaamtegevoel, matiging in het vermaak, ingetogenheid, veelvuldig gebed, het ontvangen van de sacramenten en de boetedoening, het dikwijls ontvangen van de heilige eucharistie, oprechtheid... en vooral een grote liefde tot de allerheiligste Maagd.15 We zullen nooit boven onze krachten beproefd worden.16

Aan het einde van ons gebed keren wij ons tot de heilige Maria, Mater pulchrae dilectionis, Moeder der schone liefde; zij zal ons altijd helpen om zelfs uit de ergste bekoringen een nog krachtiger liefde te putten.

-1. Lc 20,27-40. -2. Vgl. Dt 25,5 e.v. -3. H. Thomas van Aquino, Commentaar op het evangelie van Matteüs, 22,30. -4. Vgl. Romeinse Katechismus, III,7,6. -5. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 841. -6. H. Ambrosius, Tractaat over de maagden, 1,3. -7. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 5. -8. J. Martínez Doral, La santidad de la vida conyugal, in Scripta Theologica, Pamplona 1989, vol. XXI, fasc. 3, bl. 880-881. -9. Vgl. 1 Kor 7,33. -10. Johannes Paulus ii, Algemene audiëntie 10 maart 1982. -11. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 24. -12. Johannes Paulus ii, loc.cit. -13. Idem, Algemene audiëntie 24 maart 1982. -14. Ibidem. -15. Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Verklaring over enige kwesties inzake de seksuele ethiek, 29 december 1975, 12. -16. Vgl. 1 Kor 10,13.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012