Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vierde week. Zaterdag

32. DE LEER VAN CHRISTUS BEKENDMAKEN

-Het onderricht van Jezus. Iedere christen moet van zijn leer getuigenis afleggen. -De Heer navolgen. Voorbeeld zijn. Niet een gelegenheid ongebruikt voorbij laten gaan. -Verscheidenheid aan mogelijkheden de lessen van Jezus te laten kennen. Rekening houden met moeilijke situaties.

32.1 Dit is inderdaad de profeet... Nooit heeft iemand zo gesproken.1 De Heer spreekt met de grootste eenvoud over zeer diepzinnige kwesties en Hij doet het op een aantrekkelijke en leerzame manier. Zijn woorden werden begrepen zowel door een schriftgeleerde als door de vissers uit Galilea.

Het woord van Jezus is aangenaam en op zijn plaats. Hij benadrukt vaak dezelfde leer, maar zoekt de vergelijkingen die het best passen bij zijn toehoorders: de tarwekorrel die moet sterven om vrucht te dragen, de blijdschap bij het aantreffen van een paar verloren munten, het vinden van een verborgen schat... En met beelden en gelijkenissen heeft Hij op een onovertroffen wijze de soevereiniteit van God geschetst en tegelijkertijd Diens Vaderschap, de wijze waarop Hij liefdevol met ieder van zijn kinderen omgaat. Niemand heeft zoals Hij de grondwaarheid van de mens, zijn vrijheid en bovennatuurlijke waardigheid, dank zij het goddelijk kindzijn, verkondigd.

De menigten zochten Hem op om naar Hem te luisteren. Vaak was het noodzakelijk hen weg te sturen, anders bleven ze bij Hem. Christus heeft woorden van eeuwig leven.2 Ons heeft Hij gelast deze door te geven aan alle generaties tot aan het einde der tijden.

Ook vandaag dorsten mensen naar de woorden van Jezus, de enige die vrede brengen in de ziel, de enige die de weg naar de hemel onderrichten. En alle katholieken delen deze missie aan Christus bekendheid te geven. «Alle gelovigen, vanaf de Paus tot aan de laatste gedoopte, zijn deelhebbers in dezelfde roeping, hetzelfde geloof, dezelfde Geest, dezelfde genade... Allen nemen op actieve en verantwoordelijke wijze -binnen de noodzakelijke veelheid van ambten en dienstbaarheden- deel aan de unieke missie van Christus en van de Kerk.»3 

Het is van het allergrootste belang snel bekendheid te geven aan de leer van Christus, want onwetendheid is in de wereld een machtige vijand van God en is «de bron en de wortel van alle onheil, dat individuen, volken en naties als het ware vergiftigt.»4 Deze urgentie is des te groter in de westerse landen, zoals paus Johannes Paulus ii bij herhaling heeft aangegeven: «Wij worden geconfronteerd met een Europa waar de verleiding van atheïsme en scepticisme telkens heftiger de kop opsteekt. Een Europa waarin een pijnlijke onzekerheid op zedelijk gebied wortel schiet met als gevolg een uiteenvallen van familie en gezin en verval van zeden en gewoonten. Een Europa, dat beheerst wordt door een gevaarlijke strijd van ideeën en bewegingen.» 5

Elke christen moet een getuigenis zijn van de juiste leer en -niet alleen met zijn voorbeeld, maar ook met het woord- getuigen van de boodschap van het evangelie. Laat het zo zijn, dat we elke gelegenheid die zich voordoet, benutten: bij familieleden, vrienden, collega's, buren en ook, met verstand, die gelegenheden creëren. Er doen zich ook gelegenheden voor, ook al zijn ze misschien kort, met mensen die we ontmoeten, op reis, bij een congres, bij het boodschappen doen, bij zaken...

Voor wie de weg naar de heiligheid wil volgen, kan het leven nooit een laan der verloren kansen zijn. De Heer wil immers, dat onze woorden een echo van zijn onderricht zijn om de harten te roeren. «Het staat vast, dat God de vrijheid van de mens respecteert, en dat er personen kunnen zijn die hun ogen 'niet willen' richten op het licht van de Heer. Maar veel sterker, en overvloediger, en edelmoediger is de genade die Jezus Christus over de aarde wil uitstorten, door zich -nu, zoals vroeger en zoals altijd- te bedienen van de medewerking van apostelen die Hijzelf heeft uitgekozen om zijn licht overal te verspreiden.»6 

32.2 Als we deze herevangelisatie in werking willen stellen, dit leerstellig apostolaat, is het nodig dezelfde ideeën heel vaak te benadrukken en het onderricht van de Heer met al ons kunnen zo aantrekkelijk mogelijk -niets is aantrekkelijker dan dat- aan te bieden. De Heer wacht op de menigten die vandaag de dag ronddolen als schapen zonder herder7, zonder gids, zonder richting, verward door zoveel vluchtige ideologieën. Geen enkele katholiek mag passief afwachten -buiten spel blijven- bij deze opdracht, de enige die in de wereld werkelijk telt. Hier gelden geen excuses, geen: aan mij heb je niets, ik dien nergens toe, ik heb geen tijd... De roeping van de christen is de roeping tot apostolaat. God geeft genade om daaraan te beantwoorden.

Zijn wij werkelijk een straaltje licht in de duisternis, of worden we gekweld door luiheid en menselijk opzicht? Als we in aanwezigheid van God bedenken dat de mensen die ons levenspad kruisen, er recht op hebben dat wij hen helpen Jezus beter te kennen, dan zal ons dat helpen meer apostolisch werkzaam te zijn en de hindernissen te overwinnen. Hebben we deze christenplicht vervuld? Ze zouden ons toch -in dit leven of het andere- niet moeten kunnen verwijten, dat wij hun die hulp onthouden zouden hebben: hominem non habeo8, er was niemand die me een beetje licht wilde verschaffen bij zoveel duisternis.

Het woord van God is levend en krachtig. Het is scherper dan een tweesnijdend zwaard.9 Het reikt tot in het diepst van de ziel, aan de bron van het leven en de gewoonten der mensen.

Op zekere dag -vertelt het evangelie van de Mis van vandaag- zonden de Joden de tempelwachters om Jezus gevangen te nemen. Toen ze terugkwamen, vroegen hun meerderen: Waarom hebt gij Hem niet meegebracht? Daarop moesten zij antwoorden: nooit heeft iemand zo gesproken.10 We mogen veronderstellen dat die eenvoudige dienaren een tijdje tussen het volk verkeerden om op het geschikte moment te wachten om de Heer op te pakken en verwonderd waren over de leer van Jezus. Hoeveel mensen zouden hun houding veranderen, als wij erin zouden slagen de figuur van Christus, het werkelijke beeld van onze Moeder de heilige Kerk, bekend te maken. Wat een enorm gebrek aan kennis, na twintig eeuwen, in onze wereld, ook bij katholieken.

De heilige Lucas zegt dat onze Heer begon te doen en te onderrichten.11 Het Tweede Vaticaans Concilie leert, dat de Openbaring tot ons kwam gestis verbisque, door onlosmakelijk verbonden daden en woorden.12 De daden van Christus zijn in de ware zin van het woord daden van God. En eenvoudige mensen hebben daar maar één antwoord op: wij zijn vandaag van ongehoorde dingen getuigen geweest.13 

Als christenen moeten wij, met de hulp van de genade, laten zien wat het betekent Jezus werkelijk te volgen. «Wie de opdracht heeft grote dingen te zeggen -en alle christenen hebben de zoete plicht over het volgen van Christus te spreken- is evenzeer verplicht dit in daden om te zetten», zegt de heilige Gregorius de Grote.14 Onze vrienden, gelijken, collega's en bekenden moeten zien dat wij trouw, oprecht, blij, optimistisch, goed in ons werk, recht door zee, vriendelijk, waardevol... zijn. Oprecht en natuurlijk tegelijkertijd tonen wij ons geloof in Christus. «We hebben -zegt Johannes Paulus ii- helden van het evangelie nodig, experts in menselijkheid, die het hart van de mens van vandaag tot in de grond kennen, deelhebben in hun vreugden en verwachtingen, in hun vrees en droefheid en bovendien contemplatief zijn, verliefd op God. Dat vereist nieuwe heiligen. De grote evangeliepredikers van Europa zijn heiligen geweest. Laten we de Heer vragen de geest van heiligheid in de Kerk te vergroten en ons nieuwe heiligen te zenden om de wereld van vandaag te evangeliseren.»15

32.3 «Sommigen weten niets van God, want er is met hen nog nooit in begrijpelijke woorden over Hem gesproken.»16 Er zijn veel manieren om de figuur en de leer van Christus en de Kerk vriendelijk bekend te maken: een gesprek thuis, deelnemen aan een cursus catechese, in een gesprek het katholieke dogma helder, liefdevol en stevig staande houden, een mooi boek of een goed artikel aanprijzen... In sommige gevallen met ons zwijgen dat anderen op prijs stellen; of door een eenvoudige bedankbrief te schrijven aan de massamedia voor een goed stuk werk... Er vaart altijd iemand wel bij, misschien op een wijze die wij niet kunnen vermoeden. Op de een of andere manier moeten we ons allemaal in dit ogenblik van gebed afvragen: «Hoe zou ik een werkzamer en beter werktuig kunnen zijn? Hoe belemmer ik de werking van de genade? Welk milieu, welke mensen zou ik kunnen bereiken, als ik minder gemakzuchtig -meer verliefd op God- was en meer tot opofferen bereid was?»17 

We moeten er rekening mee houden dat we vaak tegen de stroom in moeten gaan zoals zoveel gelovigen in de loop der eeuwen gedaan hebben. Met de hulp van de Heer zullen we de kracht hebben ons niet te laten meeslepen door modieuze dwalingen of al te vrije gewoonten die in strijd zijn met de natuurlijke en christelijke zedenleer. En dan zullen we ook over God spreken met onze broeders en zusters, de mensen, zonder een kans voorbij te laten gaan: «Alle voorvallen in het leven -zowel die in ons persoonlijk bestaan als die, welke zich op de een of andere wijze afspelen op beslissende momenten van de geschiedenis- doen zich bij mij voor als oproepen die God tot de mensen richt, opdat ze positie kiezen m.b.t. de waarheid. Tevens zijn het voor ons, christenen, gelegenheden om door woorden en werken, met de hulp van de genade, te verkondigen door welke Geest we bezield worden (Vgl. Lc 9,55). Iedere generatie van christenen moet haar eigen tijd verlossen en heiligen. Om dat te bereiken, moeten ze de zorgen van hun medemensen begrijpen en delen, opdat ze hen met de gave der vertolking van talen kunnen doen verstaan hoe ze kunnen beantwoorden aan de werking van de Heilige Geest en aan de steeds overvloedige rijkdom van het goddelijk Hart. Wij christenen hebben in onze tijd de taak aan de wereld, waarin wij ons bewegen en zijn, die oude en toch steeds nieuwe boodschap van het evangelie te verkondigen.»18 

De Heilige Geest zal ons altijd en met name in moeilijke omstandigheden verlichten en wij zullen niet naar woorden hoeven te zoeken, wij zullen niet met onze houding geen raad weten.

-1. Joh 7,40 en 47. -2. Joh 6,68. -3. A. del Portillo, Fieles y laicos en la Iglesia (1981). -4. Johannes xxiii, Enc. Ad Petri cathedram, 29 juni 1959, n. 4. -5. Johannes Paulus ii, Toespraak, 6 september 1981. -6. A. del Portillo, Pastorale brief, 25 december 1985, n 7. -7. Mc 6,34. -8. Joh 5,7. -9. Heb 4,12. -10. Joh 7,45-46. -11. Hnd 1,1. -12. Vaticanum ii, Dogm. const. Dei Verbum, 2. -13. Lc 5,26. -14. H. Gregorius de Grote, Regula pastoralis, 2, 3. -15. Johannes Paulus ii, Toespraak tot de Europese bisschoppen, 11 oktober 1985. -16. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 941. -17. A. del Portillo, Pastorale brief, 25 december 1985, 9. -18. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 132.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012