27 december
H. Johannes, apostel en evangelist
33. DE LEERLING DIE DOOR JEZUS BEMIND WERD
-De
roeping van de apostel. Zijn trouw. -Bijzondere details van de uitverkiezing
door de Heer. De opdracht te zorgen voor Maria. Onze devotie tot de heilige
Maagd. -De visvangst na de Verrijzenis. Het geloof en de liefde doen hem
Christus al van verre onderscheiden.
33.1 De
apostel Johannes was geboortig uit Betsaïda, een stad in Galilea aan de
noordelijke oever van het Meer van Tiberias. Zijn ouders waren Zebedeüs en
Salóme, Jakobus de Meerdere zijn broer. Zij vormden een welgesteld vissersgezin.
Toen zij de Heer leerden kennen, aarzelden zij niet zich volledig tot zijn
beschikking te stellen. Johannes en Jakobus lieten, nadat Jezus hen
riep, hun vader Zebedeüs met de dagloners in de boot achter en volgden Hem.1 Salóme, hun moeder, volgde de Heer ook. Zij diende
Hem met haar bezittingen in Galilea en Jeruzalem. Zij vergezelde Hem naar de
Calvarieberg.2
Johannes was leerling van
Johannes de Doper, toen deze bij de Jordaan preekte, totdat op een dag Jezus
dicht langs kwam en de Voorloper Hem aanwees: Zie het Lam Gods. De twee
leerlingen hoorden hem dat zeggen en gingen Jezus achterna.3Deze ontmoeting
heeft Johannes nooit vergeten. Hij wil ons niets zeggen van wat er die dag
tussen hem en de Meester gezegd is. Wij weten alleen, dat hij vanaf dat moment
nooit meer van Hem zal scheiden. Als hij al heel oud is schrijft hij zijn
evangelie. Hij vergeet niet het tijdstip te vermelden waarop de ontmoeting
plaatshad: Het was ongeveer het tiende uur4, vier uur in de middag.
Hij ging weer naar huis in
Betsaïda, aan de visvangst. Korte tijd later, toen de Heer hem door die eerste
ontmoeting voorbereid had, riep Hij hem definitief om deel uit te maken van de
Twaalf. Johannes scheelde veel in leeftijd met de anderen, hij was de jongste.
Hij was nog geen twintig toen hij aan de roep van de Heer gehoor gaf 5, en hij deed het
met zijn hele hart, met een ongedeelde, al het andere uitsluitende liefde.
Bij de heilige Johannes,
en bij allen, geeft de roeping zelfs aan het allerkleinste zin. Het hele leven
wordt beïnvloed door de plannen van de Heer met ieder van ons. «Het
belangrijkste moment in ieders leven is de ontdekking van zijn roeping. Het
verandert alles zonder iets te veranderen, net zoals een landschap zonder te
veranderen na zonsondergang anders is dan ervoor, in het licht van de maan of
gehuld in duisternis. Iedere ontdekking geeft een nieuwe schoonheid aan de dingen en een nieuw licht schept
nieuwe schaduwen. De ene ontdekking is het voorspel van andere ontdekkingen,
van nieuwe lichten en andere schoonheid.»6
Het middelpunt van het
hele leven van Johannes was zijn Heer, zijn Meester. In zijn trouw aan Jezus
vond hij de zin van zijn bestaan. Hij vertoonde geen enkel verweer tegen de
roeping. Hij wilde erbij zijn op Calvarië, toen alle anderen verdwenen waren.
Zo dient ook ons leven te zijn, want, ook al roept de Heer sommigen op
bijzondere wijze, zijn hele prediking heeft iets dat een roeping bevat, een
uitnodiging Hem in een nieuw leven te volgen, waarvan Hij het geheim bezit: Wie
mijn volgeling wil zijn...7
De Heer heeft ons allen
uitverkoren8 -sommigen
met een speciale roeping- om Hem te volgen, het werk van zijn Verlossing in de
wereld voort te zetten. Hij verwacht van allen een blijde en sterke trouw,
zoals die van de apostel Johannes. Ook als het moeilijk is.
33.2 Johannes
heeft bij het Laatste Avondmaal mogen rusten aan de borst van de Heer. Wij
prijzen hem gelukkig omdat hem hemelse geheimen werden geopenbaard. Door hem
werd het woord ten leven over heel de aarde verbreid.9
Evenals Petrus ontving ook
Johannes bijzondere blijken van vriendschap en vertrouwen van de Heer. De
evangelist verwijst discreet naar zichzelf als de leerling die door Jezus
bemind werd.10 Dat
is voor ons een aanwijzing, dat Jezus een bijzondere genegenheid voor hem
voelde. Dat blijkt ook in het plechtige moment van het Laatste Avondmaal, als
Jezus aankondigt dat een van hen Hem zal verraden, en Johannes, rustend aan
zijn borst, meteen vraagt, wie de verrader zou zijn.11 Het grootste blijk van vertrouwen
in de beminde leerling zien we, als de Heer hem vanaf het kruis de
grootste liefde die Hij hier op aarde had, toevertrouwt: zijn heilige Moeder.
Het meest ingrijpende moment in het leven van Johannes was het ogenblik, toen
Jezus hem riep Hem te volgen en alles achter te laten, maar hier, op Calvarië
krijgt hij de subtielste en dierbaarste taak opgedragen: zorgen voor de moeder
van God.
Toen Jezus zijn moeder
zag en naast haar de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot zijn moeder: Vrouw,
ziedaar uw zoon. Vervolgens zei Hij tot de leerling: Ziedaar uw moeder. En van
dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich in huis.12 Met
Johannes, als met geen ander, heeft Maria kunnen spreken over alles wat zij in
haar hart bewaard had.13
Laten wij vandaag, op zijn
feestdag, met een heilige naijver opzien naar de leerling die door Jezus bemind
werd om het onmetelijke geschenk dat de Heer hem toevertrouwde. En laten wij
hem tegelijkertijd bedanken voor de goede zorgen waarmee hij haar tot aan het
eind van haar dagen hier op aarde heeft omringd. De heilige Johannes stond daar
als vertegenwoordiger van alle christenen; zij zijn allemaal kinderen van
Maria. Laten we van Johannes leren vol vertrouwen met haar om te gaan. Hij,
«de geliefde leerling van Jezus nam Maria bij zich in huis, in zijn leven.
Geestelijke schrijvers hebben in deze woorden, die wij kennen uit het
evangelie, een uitnodiging aan alle gelovigen gezien Maria ook een plaats in
hun leven te geven. In zekere zin is deze verduidelijking overbodig. Maria wil
zeker, dat wij haar aanroepen, dat wij vol vertrouwen naar haar toegaan, dat
wij een beroep doen op haar moederschap door haar te vragen zich onze moeder
te betonen.»14
Wij kunnen ons ook een
beeld vormen van de enorme invloed die de heilige Maagd uitgeoefend moet hebben
op de ziel van de jonge apostel. En dat beeld is duidelijker als wij
terugdenken aan de episoden in ons leven waarin wij onze toevlucht tot haar
genomen hebben en op bijzondere wijze omgingen met de moeder van God.
33.3 Een
paar dagen na de Verrijzenis van de Heer troffen een paar van zijn leerlingen
elkaar bij het Meer van Tiberias, in Galilea. Zo deden zij waar Christus hen
toe aangespoord had.15 Zij
hadden hun beroep als visser weer opgenomen. Onder hen bevonden zich Johannes en Petrus.
De Heer gaat de zijnen
bezoeken. Het verslag toont ons een aantrekkelijk tafereel: Jezus met diegenen
die Hem, ondanks alles, zijn trouw gebleven. «Hij ging langs zijn apostelen,
langs die zielen die zich aan Hem gegeven hadden: en ze waren zich er niet van
bewust. Hoe vaak is Christus niet alleen vlak bij ons, maar zelfs in ons. En
het leven dat we leiden is zo menselijk! [...] Nu begrijpen ze het. Wat ze bij
zoveel gelegenheden uit de mond van de Meester gehoord hebben, speelt de
leerlingen weer door de geest: mensenvissers, apostelen. En ze begrijpen, dat
alles mogelijk is omdat Hij aan de visvangst leiding geeft.
»Daarop zei de leerling
van wie Jezus veel hield tot Petrus: Het is de Heer! Liefde, liefde ziet
van verre. De liefde begrijpt zo snel als mogelijk is die fijne trekjes. Die
jonge Apostel: met de diepe genegenheid die hij voor Jezus voelt omdat hij
Christus met de zuiverheid en tederheid van een onschuldig hart liefheeft,
roept hij het uit, het is de Heer! Toen Simon Petrus hoorde dat het de Heer
was, trok hij zijn bovenkleed aan -want hij droeg slechts een onderkleed- en
sprong in het meer. Petrus, wat een geloof. Hij springt in het meer,
vervuld van een wonderlijke moed. Met de liefde van Johannes en het geloof van
Petrus kunnen we toch zeker alles bereiken?»16
Het is de Heer! Die
kreet moet ook uit ons hart opklinken, midden onder ons werk, als we ziek zijn,
in onze omgang met degenen die deel uitmaken van ons leven. We zouden de
heilige Johannes moeten vragen ons te leren het gelaat van Christus te
onderscheiden te midden van die werkelijkheden waarin wij ons bewegen, want Hij
is heel dicht bij ons. En Hij is de enige die zin kan geven aan wat wij doen.
Naast zijn door God
geïnspireerde geschriften kennen wij door de overlevering details die een
bevestiging zijn van de toewijding van de heilige Johannes voor het behoud van
de zuiverheid van het geloof en van de trouw aan het gebod van de
broederliefde.17 De
heilige Hiëronymus vertelt dat hij tot zijn leerlingen die, toen hij al heel
oud was, bij hem bijeen kwamen, keer op keer herhaalde: 'Kindertjes, bemint
elkander'. Zij vroegen hem waarom hij dat elke keer weer met nadruk herhaalde.
Johannes antwoordde: «Dat is het gebod van de Heer en, als dat onderhouden
wordt, is het voldoende.»18
De heilige Johannes kunnen
we vandaag een heleboel vragen: in het bijzonder dat de jeugd Christus zoekt,
Hem ontmoet en de grootheid van harte heeft zijn roep te volgen. Wij kunnen
ook zijn voorspraak inroepen, opdat wij de Heer trouw zijn, zoals hij het was;
dat we de opvolger van Petrus de eerbied zullen betuigen die hij de eerste
Plaatsbekleder van Christus op aarde betoond heeft; dat hij ons leert in onze
omgang met Maria, moeder van God en onze Moeder, innemender en vertrouwvoller
te zijn. Laten we hem vragen dat de mensen in onze omgeving zullen kunnen weten
dat wij katholieke leerlingen van Jezus zijn door de manier waarop wij ons
gedragen.
God, Gij hebt door de
heilige apostel Johannes de geheimen van uw Woord voor ons ontsloten. Wij
bidden U: maak ons ontvankelijk om het mysterie te verstaan waarvan hij de
verkondiger bij uitstek is geweest.19
-1. Mc 1,20.
-2. Mc 15,40-41. -3. Joh 1,36-37. -4. Joh 1,39. -5. Vgl. Santos
Evangelios, Pamplona 1983, bl. 1094. -6. F.
Suárez, Maria van Nazareth, Oegstgeest z.j., bl. 63. -7. Mt
16,24. -8. Rom 1,7; 2 Kor 1,1. -9. Introïtus. -10. Vgl. Joh
13,23; 19,26; enz. -11. Joh 13,23. -12 Joh 19,26-27. -13. Vgl. Lc
2,51. -14. H. Jozefmaria Escrivá,
Als Christus nu langs komt, 140. -15. Vgl. Mt 28,7. -16. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van
God, 265 en 266. -17. Santos Evangelios, Pamplona 1983, bl. 1101.
-18. H. Hiëronymus, Commentaar
op de Brief aan de Galaten, 3,6. -19. Gebed uit de Mis.
|