Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Achtste zondag door het jaar (B)

2. DE LIEFDE VAN GOD TOT DE MENSEN

-God houdt van ons met oneindige liefde, zonder enige verdienste van onze kant. -Ernst van de onverschilligheid tegenover de liefde die God voor ons heeft. -God bemint ons met een persoonlijke en individuele liefde, en heeft ons voorzien van weldaden. Liefde moet met Liefde beantwoord worden.

2.1 De Heilige Schrift vertelt ons op duizend verschillende manieren over de oneindige liefde van God voor iedere mens. In de eerste lezing van de mis van vandaag1 schildert de profeet Hosea ons in wonderschone beelden de mateloze grootsheid van de goddelijke liefde voor de mensen, van wie Hij vraagt dat zij eraan beantwoorden: Dit zegt de Heer: Ik zorg dat uw moeder Israël naar de woestijn gaat en Ik spreek tot haar hart. Daar wordt zij weer gewillig, zoals in de dagen van haar jeugd, toen zij optrok uit Egypte. Ik neem u als mijn bruid, voor altijd, als mijn bruid, in recht en gerechtigheid, in goedheid en erbarming. Ondanks de ononderbroken trouweloosheid van het uitverkoren volk, waarin ónze zwakheden en zonden gesymboliseerd zijn, wendt de Heer zich een en andermaal tot zijn volk om het te 'heroveren' met zijn Liefde en barmhartigheid, zoals Hij dag in dag uit ieder van ons opnieuw zoekt -ook nu, in dit moment van gebed.

Op een andere plaats verzekert Hij ons dat, ook al zou een moeder het kind van haar schoot vergeten, Hij ons nooit zal vergeten, want Hij heeft ons geschreven in de palm van zijn hand, om ons altijd voor ogen te hebben2; en wie ons enig kwaad berokkent, raakt zijn oogappels.3 En heus: «De God van ons geloof is geen ver verwijderd wezen dat onbewogen het lot van de mensen beziet, hun verlangens, hun strijd, hun angsten. Hij is een Vader die houdt van zijn kinderen.»4 Hij houdt van ons met een liefde duidelijk onderscheiden van de onze die, ook al is ze ontdaan van alle onzuiverheid, «altijd door de werkelijke of schijnbare goedheid van de dingen wordt aangetrokken... De goddelijke liefde daarentegen is een liefde die de goedheid in de schepsels schept en instort»5, en wel volstrekt belangeloos. Hij houdt werkelijk van ons.

De liefde van God is gratis, om niet, want de geschapen dingen kunnen Hem niets geven wat Hij niet al in overgrote mate bezit. De oorzaak van zijn liefde is zijn oneindige goedheid, en het verlangen om deze te verbreiden. Hij heeft ons niet alleen geschapen: zijn liefde gaat zover, dat Hij ons verheft tot de bovennatuurlijke orde, tot deelneming aan zijn eigen leven en geluk, dat Hij zodoende alle eisen van de geschapen natuur overschrijdt, en dat zonder enige verdienste van onze kant. Hierin bestaat de liefde: niet wij hebben God liefgehad, maar Hij heeft ons eerst liefgehad.6 En Jezus Christus openbaarde ons de liefde van God voor de mensen in al haar diepte.

Rekening houdend met deze liefde zet de Heilige Geest ons ertoe aan, ons vertrouwen op God te stellen met een absolute overgave. Leg uw leven de Heer in de hand, bouw op Hem: Hij zal het volvoeren.7 En op een andere plaats: Werp wat u bezwaart op de Heer, Hij zelf zal zorg voor u dragen.8 De heilige Petrus spoort ons aan: Schuift al uw zorgen op Hem af, want Hij heeft zorg voor u.9 Van de Heer hoorde de heilige Catharina van Siena de aanbeveling: 'Dochter, vergeet jezelf en denk aan mij, zoals Ik voortdurend aan jou denk'. Is ons vertrouwen in de liefde die God voor ons heeft, ook zodanig?

«Jezus, mijn Heer: maak, dat ik uw genade zozeer voel en volg, dat mijn hart zich ontledigt..., opdat Gij het vult, mijn Vriend, mijn Broer, mijn Koning, mijn God, mijn Liefde.»10

2.2 De tederheid van God jegens de mensen stijgt ver uit boven elke voorstelling die wij ons daarvan kunnen maken. Hij heeft ons gemaakt tot zijn kinderen, met een echt, waarachtig kindschap, zoals de apostel Johannes ons leert: Hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft! Wij worden kinderen van God genoemd, en we zijn het ook.11 Dat is het grootste liefdeblijk van God jegens de mensen. Hij heeft voor ons de onzelfzuchtigheid en tederheid van een vader, en Hijzelf vergelijkt zich met een moeder die haar kind nooit kan vergeten.12 Elke man, elke vrouw is dit zo geliefde kind. Om ons te redden heeft Hij, toen wij door de zonde verloren waren, zijn Zoon gezonden, opdat Hij ons, door zijn leven te geven, zou verlossen uit de staat waartoe wij vervallen waren: Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben.13 Deze zelfde liefde brengt Hem ertoe zich geheel aan ons te geven door te verblijven in de zielen die in staat van genade zijn14, en met ons te verkeren in het intiemste van ons hart.15

Tegenover zoveel liefde steekt de onverschilligheid met betrekking tot de zaken van God wel heel tragisch af, en vooral de inspanningen die erop gericht zijn een klimaat te bevorderen waarin de mens het middelpunt van alles is. Men verminkt de volgende passage uit de Heilige Schrift: als hij zijn broeder, die hij ziet, niet liefheeft, kan hij God niet liefhebben die hij nooit heeft gezien.16 Men gaat zo ver, te zeggen dat alleen de mens het verdient bemind te worden. God zou ver weg en ontoegankelijk zijn. Het is een nieuw blasfemisch humanisme, dat zich meestal vertoont onder het mom van een verdediging van de waardigheid van de menselijke persoon, maar dat erop uit is de Schepper te vervangen door het schepsel. Zo vernietigen zij zelfs de mogelijkheid God en de mensen werkelijk lief te hebben, want door het eindige en beperkte schepsel -zichzelf- een absolute waarde toe te kennen, is al het andere slechts van secundair belang, in zoverre het nuttig kan zijn... Het buitensluiten van God -het enige in zichzelf en om zichzelf beminnelijke wezen- loopt nooit uit op een grotere liefde voor iets of voor iemand. Zoals sommige trieste gevolgen aantonen, kan het alleen maar uitlopen op haat, wat eigen is aan de hel. Zonder God verdort of verwordt de liefde tot de schepselen.

De tussenzang van de mis17 geeft het echte antwoord van de mens op de liefde van God, die altijd meevoelend en barmhartig is: Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, zijn heilige naam uit het diepst van uw wezen! Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, vergeet zijn weldaden niet!

Als wij aan deze diepe liefde niet beantwoorden, beklaagt de Heer zich met recht: O, niet dat de vijand mij hoont -dat wist ik wellicht te verduren- niet dat mij mijn hater kleineert -hem wist ik wel te vermijden- maar gij, een mens mij zo na, mijn boezemvriend, mijn vertrouweling18, zegt Hij ons, wanneer wij niet trouw zijn.

De heilige Johannes van Ávila schrijft: «Het vuur van de liefde voor U, waarvan Gij wilt, dat het in ons brandt tot wij erdoor verzengd, verteerd worden, tot het wegbrandt wat wij zijn en ons omvormt naar U, blaast Gij aan met de verdiensten die Gij tijdens uw leven voor ons verkreeg, en Gij doet het branden met de dood die Gij voor ons onderging».19 Laten wij ons in de intimiteit van het gebed afvragen: Brandt mijn liefde voor God zo? Blijkt dat uit een grootmoedig antwoord op wat God van mij vraagt, op mijn roeping? Is mijn hele leven in overeenstemming met het liefdesverbond dat mij kluistert aan de Heer. «Het is zo, mijn kind, dat God het recht heeft ons te vragen: Denk jij aan Mij? Verblijf jij in mijn aanwezigheid? Zoek jij Mij, als jouw steun? Zoek jij Mij als het Licht van je leven, als harnas..., als alles?»20

2.3 In zijn oneindige wijsheid heeft God besloten ons deelgenoten te maken van zijn liefde en zijn waarheid, want hoewel wij van nature in staat waren Hem uit eigen kracht lief te hebben, kunnen wij ons pas, nadat Hij ons zijn eigen Liefde gegeven heeft, intiem met Hem verenigen. Door de menswording van zijn Eniggeborene, door de vereniging van het goddelijke met het menselijke, herstelde Hij de vernielde orde, verhief Hij ons tot de waardigheid van kinderen Gods en openbaarde Hij ons de volheid van de goddelijke liefde. Ten slotte, om aan te tonen dat wij zijn kinderen zijn, heeft Hij de Geest van zijn Zoon in ons hart gezonden,21 de Helper, de grootste gave die God ons kon schenken.

God houdt met een persoonlijke en individuele liefde van ieder van ons in het bijzonder. En Hij heeft ons overladen met goede gaven. Vaak heeft Hij gesproken tot ons hart en heeft Hij ons wellicht op duidelijke wijze gezegd: meus es tu, gij zijt van Mij.22 Nooit hield Hij op ons lief te hebben, ons te helpen en beschermen, zich tot ons te richten; ook niet in de momenten van de grootste ondankbaarheid van onze kant, of op de ogenblikken waarop wij de zwaarste zonden begingen. Misschien hebben wij juist in die droevige omstandigheden meer gunsten van God ontvangen, zoals men kan lezen in de eerste lezing van de mis.

Laten wij nu overwegen hoe wij deze liefde moeten beantwoorden: in het vervullen van onze plichten, waar Hij op ons wacht; in het liefdevol vervullen van uw normen van vroomheid; in het apostolaat van vriendschap met onze collega's; in de edelmoedige overgave tot in details die onze roeping tot heiligheid met zich mee brengt... Laten wij nagaan of we toestaan, dat de lauwheid als kwelwater door de verzwakte dijken stroomt van een onvoldoende diepgaand gewetensonderzoek, dat volstaat met te zien of wij onze verplichtingen uiterlijk nakomen.

Laten wij voor ogen houden, dat het regelmatig en vaak overwegen hoe God van ons houdt, heel veel goeds in de ziel bewerkstelligt. De heilige Theresia gaf al de raad «ons te herinneren aan de Liefde waarmee [de Heer] ons overlaadt met zoveel gunsten, aan die zo grote liefde die God ons betoont: de liefde die liefde voortbrengt. Laten wij zorgen dit van nu af immer te bezien en onze liefde wakker te houden.»23 En wij moeten inderdaad overtuigd zijn van deze geestelijke werkelijkheid: het overwegen van de liefde van God brengt onze liefde voort en wekt ons op meer lief te hebben. Sprekend over de liefde van Christus zet Johannes Paulus ii ons aan, daaraan te beantwoorden; hij gebruikt de woorden van een bekende uitdrukking: liefde wordt betaald met liefde.24

Het overwegen van de liefde die God voor ons heeft, zal ons er verder toe brengen Hem meer liefde te vragen, zoals de mysticus Johannes van het Kruis stoutmoedig schrijft: «Ontsluier mij uw bijzijn; / mijn dood zij het U te aanschouwen in uw schoonheid. / Bedenk toch, dat de kwelling / der liefde nooit een eind neemt, / dan door het beminde bijzijn en zijn aanblik.»25

-1. Hos 2,16b.17b. 21-22. -2. Vgl. Jes 49,15-17. -3. Vgl. Zach 2,12. -4. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 84. -5. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, I, q20, a2. -6. 1 Joh 4,10. -7. Ps 37,5. -8. Ps 55,23. -9. 1 Pe 5,7. -10. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 913. -11. 1 Joh 3,1. -12. Vgl. Jes 49,15. -13. Joh 3,16. -14. Vgl. Joh 14,23. -15. Vgl. Joh 14,26. -16. 1 Joh 4,20. -17. Ps 103,1-4,8, 10,12-13. -18. Ps 55,13-14. -19. H. Johannes van Ávila, Audi filia, 69. -20. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 506. -21. Gal 4,6. -22. Jes 43,1. -23. H. Theresia van Ávila, Het boek van haar leven, 22,14. -24. Johannes Paulus ii, Toespraak bij het Eucharistisch lof, Madrid 31 oktober 1982. -25. H. Johannes van het Kruis, Geestelijk Hooglied, 11.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012