Negentiende week.
Woensdag
42. DE MACHT OM ZONDEN TE VERGEVEN
-De belofte van het sacrament van boetvaardigheid en de
instelling ervan. Dankzegging voor dit sacrament. -Redenen voor onze
dankbaarheid. -Alleen een priester kan zonden vergeven. De biecht, een oordeel
van barmhartigheid.
42.1 Jezus is zich bewust van onze zwakheden en tekortkomingen. Daarom heeft
Hij het sacrament van boetvaardigheid ingesteld. Hij wilde ons in staat stellen
onze wegen te effenen telkens wanneer het nodig is. Christus had de macht om
zonden te vergeven en Hij wendde deze aan bij een aantal gelegenheden: met de
overspelige vrouw1, met de goede moordenaar aan
het kruis2, met de lamme van Kafarnaüm...3 Hij kwam om de verdwaalden te vinden en te redden,
de Mensenzoon is immers gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was4, juist zoals Hij het nu in onze dagen doet.
De profeten hadden de weg gebaand en dit herstel van alle
dingen in Christus en de verzoening van de mens met God voorspeld. Dit is
weerspiegeld in de woorden van Jesaja: Komt laat ons de zaak afhandelen, zegt Jahwe. Zouden uw
zonden die als scharlaken zijn, wit kunnen worden als sneeuw? Zouden zij, rood
als purper, kunnen worden als wol?5
Dit was ook de zending van Johannes de Doper, die kwam om een doopsel van bekering tot vergiffenis van zonden
te preken.6 Hoe komt het dan dat
mensen huiveren als de Kerk preekt over de noodzaak van de biecht?
Jezus toont zijn barmhartigheid boven alles in zijn benadering
van zondaars. Ik ken de
plannen die Ik met u heb: Ze hebben uw heil op het oog, niet uw onheil.
«Dit was Gods belofte door de mond van Jeremia. De liturgie past deze woorden
toe op Jezus, want door hem openbaart God zijn oneindige liefde voor ons. Hij
kwam niet om ons te oordelen, ons te herinneren aan onze bekrompenheid en
gebrek aan deugdzaamheid. Hij kwam om ons te redden, ons te vergeven, ons te
verontschuldigen, ons vrede en vreugde te brengen.»7
Hij streefde ernaar die mannen en vrouwen te vergeven die Hij op de wegen en in
de dorpen in Palestina tegenkwam. Hij wil iedereen die op aarde leeft vergeven
tot het einde der tijden. Het is om die reden dat Hij de apostelen en hun
opvolgers door de eeuwen heen de macht gaf zonden te vergeven. «Hij beloofde
plechtig aan Petrus de macht om zonden te vergeven toen deze Hem als Messias
erkende.»8 Korte tijd later, zo lezen wij in het
evangelie van vandaag, gaf Hij deze macht eveneens aan de overige apostelen: Voorwaar, Ik zeg u, wat gij
bindt op aarde, zal ook in de hemel gebonden zijn en wat gij ontbindt op aarde,
zal ook in de hemel ontbonden zijn.9
Deze belofte werd vervuld op de dag van de Verrijzenis. Ontvangt de Heilige Geest, zei de verrezen Heer;
wiens zonden gij vergeeft zijn ze vergeven, wie ge ze niet vergeeft zijn ze
niet vergeven.10 Dit was de eerste
gave van Christus aan zijn Kerk.
Het sacrament van boetvaardigheid is een wonderbaarlijk teken
van de liefde en barmhartigheid waarmee God op de mensen neerziet. «Want
ofschoon wij God beledigd hebben, toch is Hij nog onze Vader, en zelfs als Hij
werd getergd tot gramschap, blijft Hij van zijn kinderen houden. Hij streeft
slechts een ding na en dat is geen vergelding voor onze beledigingen, maar
veeleer echt berouw en de bekering van ons hart.»11
In het gebed van vandaag danken wij de Heer voor zijn grote gave van
vergiffenis. Nu we voor Hem in gebed zijn, zou ieder zich de vraag moeten
stellen: zijn mijn biechtgesprekken oprecht en goed voorbereid?
42.2 Er zijn veel redenen waarom dit sacrament zo'n ongelooflijk geschenk
is. Deze redenen moeten ons bewegen om de Heer dankbaar te zijn en dit
sacrament, iedere keer dat we het ontvangen, meer te waarderen. Overweging van
deze redenen tijdens het gebed moet ons helpen trouw te zijn aan een voornemen
om regelmatig te biechten.
Allereerst moeten we inzien dat biechten niet louter een
geestelijk middel is waarmee de priester een zieke ziel kan genezen of een ziel
die dood is voor het leven van genade tot leven kan brengen. Dat is heel wat,
maar voor God de Vader lijkt het erg klein. Denk eens aan de parabel van de
verloren zoon, hoe de vader zijn zoon niet vergaf door een gezant te sturen.
Nee, hij ging zelf op hem af om hem persoonlijk te vergeven. Zo is het ook met
Jezus. Hij zoekt de zondaar op. Hij maakt zich kenbaar in de persoon van de
biechtvader. Het is Jezus die ons ontslaat van de zonden omdat ieder sacrament
een handeling van Christus is.
In de biecht komen we Jezus12
tegen op dezelfde manier als de goede moordenaar Hem ontmoette, zoals de
overspelige vrouw, de Samaritaanse vrouw en zo vele anderen... We ontmoeten
Jezus zoals Petrus deed na zijn verloocheningen. Aangezien de kwijtschelding
van zonden een handeling van Christus is, is het tezelfder tijd een handeling
van zijn Mystiek Lichaam, de Kerk.
We moeten dus ook dankzeggen voor de veelzijdigheid van deze
macht die aan de Kerk is verleend in de persoon van de apostelen en hun
opvolgers. De Heer is bereid alles aan iedereen te vergeven, altijd, op voorwaarde
dat Hij de juiste gesteltenis aantreft. «Gods almacht laat zich vooral zien in
het geven en hebben van barmhartigheid, omdat hierin duidelijk wordt dat God de
opperste macht heeft, dat Hij gaarne zonden vergeeft.»13
Jezus zegt ons: Ik ben gekomen opdat zij leven zouden bezitten en wel in
overvloed.14 In de biecht geeft
Hij ons de gelegenheid alle gebondenheid van de ziel aan de wereld te ledigen,
om een volledige reiniging te bereiken. «Veronderstel dat God je wil doen
overvloeien van honing, maar je zit vol met azijn. Waar moet God de honing laten?»
-vraagt de heilige Augustinus. «Eerst moet je het vat leegmaken en reinigen...
Dan moet je het schoonmaken, zelfs al kost het enorme inspanning om het ding
uit te schuren. Dat moet gebeuren om deze mysterieuze werkelijkheid te
ontvangen.»15 De Heilige Geest wil de
gevoeligheid van onze ziel doen toenemen als wij die kleine moeite nemen om
onze zonden vaak te biechten, ons geweten naarstig te onderzoeken en goede
voornemens te maken. We zullen een innerlijke zuivering van de ziel verkrijgen
die gekenmerkt wordt door een afschuw van doodzonde. We zullen de gelegenheid
tot doodzonde ontvluchten terwijl we groeien in onze afkeer van dagelijkse
zonden. Op deze wijze vervult de biecht ons met vertrouwen in de strijd. Zij
die dit beoefend hebben noemen het «het sacrament van vreugde».16 Hoe kunnen wij dan nalaten om de Heer te danken
voor dit bewijs van zijn barmhartigheid? Moeten we dit sacrament niet steeds
meer waarderen telkens als we het ontvangen? Moeten wij anderen niet in kennis
brengen van de onmetelijke waarde ervan?
Door zijn onophoudelijke werking in het sacrament van de
boetvaardigheid leert de Heilige Geest ons wat de zonde betekent. De Heilige
Geest leert ons meer spijt te hebben over zonden en om met meer ernst te
begrijpen hoe erg het is om God te beledigen. Dan zullen wij vervuld worden met
een kinderlijk verlangen om onze fouten goed te maken. Onze geest van
boetvaardigheid zal blijken uit een stipte, berouwvolle en goed voorbereide
biecht. We danken de Heilige Geest dat Hij de kerkelijke herders heeft
geïnspireerd de veelvuldige biecht aan te moedigen.17
Met deze hulp kunnen wij groeien in nederigheid. Met kracht bestrijden wij
onchristelijke gewoonten. Wij bieden het hoofd aan lauwheid. Wij versterken
onze wil en doen de sacramentele genade in ons groeien door de deugd van het
sacrament van boetvaardigheid.18 Hoeveel
weldaden ontvangen we van de Heer door dit wonderbaarlijk sacrament!
42.3 De macht om zonden te vergeven was gegeven aan de Apostelen en hun
opvolgers.19 De enigen die het vermogen hebben
om zonden te vergeven zijn zij die de priesterwijding ontvangen hebben. De
heilige Basilius vergeleek de biecht met de zorg voor de zieken. Hij merkte op
dat, zoals velen de ziekten van het lichaam niet begrijpen, velen de ziekten
van de ziel niet kennen. Zij kunnen niet zomaar door iemand genezen worden.20 De priester krijgt zijn macht rechtstreeks en
overvloedig van God, anders dan de geneesheer, wiens macht voortkomt uit zijn
kennis, zijn beroepseer of zijn faam in de maatschappij.
Bij goddelijk besluit handelt de biechtvader in de plaats van
Christus door te oordelen over de aard van de zondaar, zijn oordeel is
gebaseerd op het berouw van de boeteling en zijn verlangen naar persoonlijke
verbetering. Dit oordeel gaat vooraf aan de absolutie dat leidt naar een meer
volledige gemeenschap met de Kerk. Bijgevolg is het sacrament van
boetvaardigheid wezenlijk een oordeel dat de zondaar vrijwillig ondergaat.21 Maar het oordeel is zo beschikt dat de schuldigen
vergeven worden. «Beschouw hoe barmhartig Gods gerechtigheid is. -Wie schuld
bekent, wordt door het aards gerecht bestraft, door het goddelijk gerecht wordt
hem vergeven. Geprezen zij het sacrament van de boete.»22
De priester kan niemand vergeven die geen spijt heeft van
zijn zonden. Noch kan hij iemand vergeven die niet terug wil geven wat hij
gestolen heeft. Hij kan niet iemand vergeven die de naaste gelegenheid tot
zonde niet wil opgeven, nog minder een ieder die zich niet serieus erop toelegt
de zonde te vermijden en zijn leven te beteren. Zulke mensen sluiten zichzelf
af voor de bron van genade.
Het oordeel in het sacrament van de biecht is een
voorafspiegeling van en een voorbereiding op het oordeel dat na onze dood zal
plaatshebben. Wij moeten trachten de diepe betekenis te zien van de genade en
barmhartigheid die aanwezig zijn wanneer onze zonden worden vergeven. Wanneer
we dit begrijpen zal onze dankbaarheid grenzeloos zijn. Dit zal zich uiten in
onze poging God eeuwig te prijzen om zijn wonderbaarlijk mededogen. Toch wil de
Heer dat deze dankbaarheid ook in dit leven duidelijk wordt. Wij danken God en
vragen dat zijn Kerk nooit een tekort aan heilige priesters die dit sacrament
met liefde en toewijding willen toedienen, zal hebben.
-1. Joh 8,11. -2. Lc 23,43. -3. Mc 2,1-12. -4. Lc 19,10. -5. Jes 1,18. -6. Mc 1,4. -7. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 165. -8. Mt 16,17-19. -9. Mt 18,18. -10. Joh
20,23. -11. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs,
22,5. -12. Vgl. Vaticanum ii, Sacrosanctum Concilium,7.
-13. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, I, q25,
a3 ad3. -14. Joh
10,10. -15. H. Augustinus, Commentaar op de eerste brief
van Johannes, 4. -16. Vgl. Paulus
vi, Algemene
Audiëntie, 23 maart 1977. -17. Vgl. Pius
xii, Enc. Mystici
Corporis, 29 juni 1943, 39. -18. Ibidem. -19. Vgl. Ordo Poenitentiae, 9. -20. H. Basilius, Korte Regel, 288.
-21. Vgl. Concilie van Trente, Dz 899.
-22. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 309.
|