Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Eerste week. Vrijdag

5. de MENSELIJKE DEUGDEN IN HET APOSTOLAAT

-De genezing van de lamme van Kafarnaüm. Geloof zonder menselijke opzicht. Optimisme. -Voorzichtigheid en 'valse voorzichtigheid'.-Andere deugden. Goede instrumenten van de genade zijn.

5.1 Het evangelie van de mis van vandaag1 laat ons Jezus zien, terwijl Hij de menigte onderricht die uit vele steden en dorpen in Judea en Galilea naar Kafarnaüm is gekomen. De mensen stroomden in zulk een aantal samen, dat zelfs de ruimte voor de deur geen plaats meer bood, toen Hij hun zijn leer verkondigde. Men kwam een lamme brengen die door vier mannen gedragen werd. Ondanks hun verwoede inspanningen lukte het hun niet bij Jezus te komen. Maar zij gaven hun pogingen niet op om met hun vriend, die op een draagbaar lag, de Meester te benaderen. Terwijl anderen het opgegeven zouden hebben, gezien de moeilijkheden die hun de doorgang belemmerden, waren deze mensen onverschrokken en klommen ze op het dak, namen stukken van het dak weg boven de plaats waar onze Heer zich bevond, en nadat ze er een opening in gemaakt hadden, lieten ze het bed met de lamme naar beneden zakken. Jezus was verbaasd over het geloof en de vermetelheid van deze mannen. En omwille van hen en de nederigheid van de lamme die zich liet helpen, geschiedde een groot wonder: de vergeving van de zonden van de zieke en de genezing van zijn verlamdheid.

In zekere zin beeldt de lamme iedereen uit, die door zonden of onwetendheid gehinderd wordt God te bereiken. In zijn commentaar op deze Schriftpassage roept de heilige Ambrosius uit: «Hoe groot is de Heer, die omwille van de verdiensten van enkelen, vergeving schenkt aan anderen.»2 De vrienden die de invalide man bij de Heer brengen, vormen een levend voorbeeld van apostolaat. Als christenen zijn wij instrumenten van God, opdat Hij echte wonderen kan bewerkstelligen in onze vrienden die om zoveel redenen uit zichzelf als het ware gehandicapt zijn om tot Christus te komen, die op hen wacht.

Ons apostolisch handelen moet gedreven worden door de ijver om de mensen te helpen Jezus te ontmoeten. Daarvoor is onder andere een reeks van 'bovennatuurlijke deugden' nodig, zoals we zien in de handelwijze van de vrienden van die zieke man van Kafarnaüm. Het zijn mensen met een groot geloof in de Meester, die ze reeds bij andere gelegenheden ontmoet hadden. Misschien is het wel Jezus zelf geweest die hun gezegd had de zieke man naar Hem toe te brengen. En het is een geloof dat zich in daden uit, want ze wenden de gewone en buitengewone middelen aan die in dit geval nodig zijn. Het zijn mensen vol hoop en optimisme, die ervan overtuigd zijn dat Jezus Christus het enige is wat hun vriend echt nodig heeft.

Het evangelieverhaal toont ons ook vele 'natuurlijke of menselijke deugden', die noodzakelijk zijn in elk apostolaatswerk. Vooreerst zijn het mannen die elk menselijke opzicht overboord hebben gegooid: ze trekken zich niets aan van wat anderen denken -en er waren veel mensen!- van hun handeling, die gemakkelijk beoordeeld kon worden als overdreven, ongelegen, volledig afwijkend van wat de anderen deden die gekomen waren om naar de Meester te luisteren. Slechts één ding was voor hen belangrijk: ten koste van alles met hun vriend bij Jezus komen. Dit is alleen mogelijk met een volkomen zuivere bedoeling, als alleen Gods oordeel telt en niet, of heel weinig, het oordeel van de mensen. Handelen wij ook zo? Zijn we soms meer bezorgd over wat 'men zal zeggen' dan over wat God ervan denkt? Generen we ons soms om ons te onderscheiden van anderen, terwijl datgene wat de Heer, en ook de mensen die ons bezig zien, van ons verwachten juist is dat we ons onderscheiden, door te doen wat we moeten doen? Weten we, indien nodig in het openbaar, ons geloof en onze liefde voor God te bewaren?

5.2 In hun actie beoefenden deze vier vrienden de deugd van voorzichtigheid, die hen de beste weg doet zoeken om het doel te bereiken. Ze zetten die 'valse voorzichtigheid' overboord, die sint Paulus het streven van het vlees3 noemt, dat zo gemakkelijk overgaat in lafheid, en uitsluitend doet zoeken naar wat nuttig is voor het lichamelijk welzijn, alsof dit het voornaamste of het enige doel van het leven is. 'Valse voorzichtigheid' is hetzelfde als zelfbedrog, huichelachtigheid, sluwheid en berekenende zelfzucht, die vooral het stoffelijk belang beoogt... Als deze mensen zich hadden laten leiden door de 'voorzich­tigheid van het vlees', zou hun vriend Jezus nooit hebben bereikt en zouden zij de onmetelijke vreugde in Jezus' ogen, toen Hij de zieke genas, niet hebben kunnen zien. Ze zouden niet verder zijn gekomen dan de deur van het huis vol mensen, en van daaraf zouden zij zelfs niet in staat zijn geweest om ook maar één van Jezus' woorden op te vangen...

Deze mensen beleefden volkomen de deugd van de voorzichtigheid, die ons bij elk probleem leert 'wat we moeten doen' zelfs als dat moeilijk is, of wat we juist niet moeten doen. Zij leert ons de middelen aan te wenden die naar het gewenste doel leiden, zij geeft ons aan 'wanneer en hoe' we moeten handelen. Deze vrienden wisten precies wat hun doel was -de Heer te bereiken- en ze zochten naar de middelen om dat te verwezenlijken: op het dak van het huis klimmen, er een gat in maken dat groot genoeg is, en de lamme op zijn bed naar beneden laten zakken, tot hij aan de voeten van Jezus ligt. Zij lieten zich niets gelegen liggen aan de valselijk «wijze» woorden van anderen, die hun de raad gaven een andere gelegenheid af te wachten.

Deze mannen van Kafarnaüm waren echte vrienden van hem, die uit zichzelf de Meester niet kon bereiken, want «het is eigen aan een vriend, zijn vrienden goed te doen, vooral hen die in grootste nood verkeren.»4 En er is geen grotere nood dan de behoefte aan God. Daarom is het eerste teken van vriendschap, onze vrienden dichter bij Christus te brengen, de bron van alle goedheid. We mogen ons niet tevreden ermee stellen, dat ze geen kwaad begaan en zich niet slecht gedragen. We moeten zien te bereiken, dat zij streven naar de heiligheid waartoe zij -allen- geroepen zijn, en waarvoor God hun de nodige genade zal geven. Er bestaat geen grotere gunst dan hen te helpen op hun weg naar God toe. Een groter goed zullen we hun niet kunnen geven. Om die reden dienen we ernaar te streven veel vrienden te hebben en echte vriendschap te bevorderen.

«De ware vriend kan niet twee gezichten hebben voor zijn vriend. Loyale en oprechte vriendschap vraagt om opoffering, eerlijkheid, om het uitwisselen van gunsten, van grootmoedige en oprechte dienstbaarheid. Een vriend is sterk en oprecht in de mate waarin hij, volgens de bovennatuurlijke voorzichtigheid, edelmoedig en met persoonlijke offers aan de anderen denkt. Van een vriend wordt verwacht dat hij beantwoordt aan het vertrouwens­klimaat, dat door ware vriendschap wordt gevestigd. We verwachten dat we geaccepteerd worden zoals we zijn, en zo nodig dat onze vriend ons helder en openlijk verdedigt.»5

Vanaf het begin is «vriendschap» de natuurlijke bedding geweest, waardoor velen tot het geloof in Jezus Christus zijn gekomen en ook de eigen roeping tot een vollediger overgave hebben gevonden. Het is een natuurlijke en eenvoudige weg, die veel hindernissen en moeilijkheden wegneemt. De Heer maakt vaak van dit middel gebruik om zichzelf bekend te maken. De eerste leerlingen die de Heer ontmoetten, gingen de Blijde Boodschap meedelen aan hen die zij liefhadden, vóórdat ze die aan anderen vertelden. Andreas bracht zijn broer Petrus naar Hem toe, Filippus zijn vriend Natanaël en Johannes heeft zonder twijfel zijn broer Jakobus de weg naar de Heer gewezen.6 Doen wij dit ook? Willen wij zo snel mogelijk het hoogste goed dat we gevonden hebben, meedelen aan hen die we het meest achten? Spreken we over God met onze familieleden, vrienden, studiegenoten en collega's? Dient onze vriendschap tot bedding om anderen te helpen dichter bij Christus te komen?

5.3 Bij zijn apostolische taak moet de christen nog andere menselijke deugden beoefenen, als hij een goed instrument van God voor de herevangelisatie van de wereld wil zijn: 'sterkte' om de hindernissen te overwinnen, die zich op een of andere wijze bij iedere apostolische activiteit zullen voordoen; 'standvastigheid en geduld', want zoals een zaadje, heeft de ziel tijd nodig om vruchten voort te brengen, en wat in Gods voorzienigheid misschien maanden of zelfs jaren zal gaan duren, kunnen wij niet in enkele dagen tot stand brengen; 'stoutmoedigheid' om in onze gesprekken diepgaande onderwerpen aan te snijden, die niet zullen opkomen, tenzij ze op het juiste moment worden uitgelokt, en eveneens om op hogere idealen te wijzen die onze vrienden uit zichzelf niet zien; 'waarachtigheid en waarheidsgetrouwheid', zonder welke geen daadwerkelijke vriendschap kan bestaan...

Onze wereld heeft mannen en vrouwen uit één stuk nodig, die een voorbeeld zijn bij het vervullen van hun taken. Mannen en vrouwen zonder complexen, die sober zijn, sereen, diep menselijk, vastberaden, vol begrip maar tevens onverzettelijk in de leer van Christus, vriendelijk, rechtvaardig, loyaal, blijmoedig, optimistisch, edelmoedig, arbeidzaam, eenvoudig, dapper... Op deze manier zijn zij goede medewerkers van Gods genade, want «de Heilige Geest gebruikt mensen als instrument.»7 Dan krijgt hun werk een goddelijke doeltreffendheid, zoals een stuk gereedschap, dat uit zichzelf niet in staat is iets te produceren, maar in handen van een goede vakman meesterstukken tot stand kan brengen.

Wat een vreugde voor die mensen uit het evangelie, als zij met hun vriend die naar lichaam en ziel genezen is, naar huis terugkeren. Hun ontmoeting met Christus heeft hun vriendschap nog meer versterkt; zo gebeurt het in elk echt apostolaat. Bedenken we, dat er geen ziekte is die Christus niet kan genezen en dat we mensen met wie we elke dag omgaan -medestudenten, collega's, familieleden, buren...- nooit voor ongeneeslijk zieken mogen houden. Vele van hen zijn als het ware gehandicapt om dichter bij Jezus Christus te komen. Het is aan ons om hen, met de hulp van de genade, tot Hem te leiden. Een grote liefde voor Christus zal ons aanzetten tot een werkzaam geloof, zonder menselijk opzicht, zonder stil te staan bij de moeilijkheden die wij logischerwijs zullen ondervinden. Als we vandaag dicht bij het tabernakel komen, moeten we zeker met de Meester over deze vrienden spreken die we naar Hem toe willen brengen, opdat Hij hen zal genezen.

-1. Mc 2,1-12. -2. H. Ambrosius, Commentaar op het evangelie volgens Lucas. -3. Vgl. Rom 8,6-8. -4. H. Thomas van Aquino, Ethica aan Nikomachus, 9,13. -5. H. Jozefmaria Escrivá, Brief, 11 maart 1940. -6. Vgl. Joh 1,41-46. -7. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II, q177, a1.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012