Vierde week. Donderdag
30.
DE MIS EN onze OVERGAVE
-Het offer van Christus op Calvarië. Hij offert zichzelf
voor alle mensen. Onze zelfovergave. -De heilige Mis, hernieuwing van het
kruisoffer. -De onschatbare waarde van de heilige Mis. De heilige Mis,
middelpunt van het leven van de Kerk en van iedere christen.
30.1 De eerste lezing
van de Mis verhaalt de tussenkomst van Mozes bij Jahwe om te voorkomen dat Hij
de ontrouw van zijn volk zou straffen. Mozes voert ontroerende argumenten aan:
de goede naam van de Heer tegenover de heidenen, zijn trouw aan het Verbond met
Abraham en diens nageslacht... Ondanks de ontrouw en de ontsporingen van het
uitverkoren Volk vergeeft de Heer nogmaals. Meer nog, de liefde van God voor
zijn Volk, en door dit volk voor het hele mensengeslacht, zal zich tot in het
uiterste tonen: Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn
eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal
hebben.1
De volledige overgave van Christus voor ons die haar
hoogtepunt vindt op Calvarië, vormt de meest geëigende oproep ons volledig te
voegen naar zijn grote liefde voor ieder van ons. Aan het kruis voltrekt Jezus
de volledige overgave aan de wil van de Vader en de liefde voor alle mensen,
voor iedere mens apart: Hij houdt van mij en heeft zich voor mij
overgeleverd.2 Voor
dit onpeilbare liefdesmysterie zou ik me af moeten vragen: Wat doe ik voor Hem?
Hoe beantwoord ik zijn liefde? Op Calvarië offert de Heer, priester en
slachtoffer, zich aan zijn hemelse Vader door zijn bloed te vergieten dat van
zijn Lichaam gescheiden wordt. Zo volbrengt Hij, tot het uiterste, de wil van
zijn Vader.
De Vader wilde dat de verlossing op deze wijze voltrokken zou worden; Jezus heeft het met liefde aanvaard
en zich ten volle onderworpen. Dit innerlijk aanbieden van zichzelf is
het wezen van zijn offer. Het is de liefdevolle, onbegrensde overgave van
zichzelf aan de wil van de Vader.
In elk werkelijk offer zijn vier wezenlijke elementen
aanwezig en die vinden we alle vier terug in het kruisoffer: priester,
slachtoffer, innerlijk aanbieden en uitwendig teken van het offer. Het
uitwendig teken moet een uitdrukking zijn van
de innerlijke houding. Jezus sterft aan het kruis en laat zo uitwendig
-in woord en daad- zijn liefdevolle innerlijke overgave zien. Vader, in uw
handen beveel ik mijn geest3: de zending waarmee Ge Mij belast hebt, is volbracht, uw
wil is geschied. Hij is, toen en nu, Priester en Slachtoffer: Nu wij een
verheven hogepriester hebben, een die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon
van God, moeten wij vasthouden aan onze belijdenis. Want wij hebben een
hogepriester die in staat is mee te voelen met onze zwakheden; Hij werd zelf op
allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de
zonde.4 Dit
innerlijk aanbieden van Jezus geeft de volle betekenis aan alle uitwendige
elementen van zijn vrijwillig offer: de kruisiging, de ontroving van zijn
klederen, de hoon...
Het offer van het kruis kent zijn gelijke niet. Priester en
slachtoffer zijn één enkele en dezelfde goddelijke Persoon: de vlees geworden
Zoon van God. Jezus werd niet door Pilatus of Kajafas aan de Vader geofferd en
ook niet door de aan zijn voeten opdringende menigte. Hij heeft zichzelf
overgeleverd. Elk moment van zijn leven op aarde leefde Hij in volmaakte
overeenstemming met de wil van de Vader, maar op Calvarië vindt de overgave van
de Zoon haar opperste uitdrukking.
Wij, die Jezus willen navolgen, die enkel verlangen dat ons
leven een weerspiegeling zal zijn van het zijne, moeten ons in ons gebed van vandaag
afvragen of wij ons weten te verenigen met het offer van Jezus aan de Vader,
met de aanvaarding van de wil van de Vader, elk moment, in vreugde en verdriet,
op de allermoeilijkste ogenblikken, in plotselinge ellende, pijn, ziekte; en in
de makkelijke ogenblikken, als onze ziel vervuld is van vreugde.
«Moeder en Vrouwe mijn, leer mij een ja uit te
spreken, dat, evenals het uwe, zich volledig vereenzelvigt met de roep van
Jezus tot zijn Vader: Non mea voluntas... (Lc 22,42):
Niet mijn wil geschiede, maar die van God.»5
30.2 Door vandaag de
eenheid te overwegen die bestaat tussen het Kruisoffer en de heilige Mis,
hechten we onze aandacht aan de innerlijke offerande waarin Christus zichzelf
wegschonk, met een volledige overgave en liefdevolle onderwerping aan zijn
Vader. De heilige Mis en het Kruisoffer zijn hetzelfde en unieke offer, ook al
is er een scheiding in tijd; het wordt voltrokken, niet om de smartelijke en
gruwelijke omstandigheden van Calvarië, maar om de volledige liefdevolle
onderwerping van onze Heer aan de wil van de Vader. Dit innerlijk aanbieden van
zichzelf is precies hetzelfde op Calvarië als tijdens de Mis: het is de offerande
van Christus. Dezelfde priester, hetzelfde slachtoffer, dezelfde offerande
en onderwerping aan de wil van de Vader. Alleen de uiterlijke verschijningsvorm
van dezelfde overgave verschilt: Calvarië laat het Lijden en Sterven van
Christus zien; de Mis toont ons de, niet gruwelijke, sacramentele scheiding van
het Lichaam en Bloed van Christus door de transsubstantiatie van brood en wijn.
De priester in de Mis is louter het werktuig van Christus, de
Enige en Eeuwige Priester. Christus zelf offert zich in elke heilige Mis, op
dezelfde wijze als Hij het deed op Calvarië, ook al doet Hij het nu door middel
van een priester die handelt in persona Christi. Daarom is «iedere Mis,
ook al wordt ze privé door de priester gecelebreerd, toch geen privé-zaak, maar
een akt van Christus en de Kerk. De Kerk immers heeft geleerd om in het Offer,
dat zij opdraagt, zichzelf als een universeel offer op te dragen, en zij past
daarin de unieke en oneindige verlossingskracht van het Kruisoffer toe op de
gehele wereld.»6 In
elke Mis offert zich dezelfde Christus en toont zo zijn liefdevolle overgave
aan de hemelse Vader die nu uitgedrukt wordt door de consecratie van brood en
daarvan onderscheiden door de consecratie van wijn. Dat is het hoogtepunt -het
wezen, de kern- van de heilige Mis.
Ons gebed van vandaag is een goed moment om te onderzoeken
hoe we de Mis bijwonen en aan het Misoffer deelnemen. «Wees daar bij de Mis
tegenwoordig in dezelfde gesteldheid waarmee Onze Lieve Vrouw op Calvarië was.
Het gaat om de aanwezigheid van een en dezelfde God en de voltrekking van
hetzelfde offer.»7 Liefde,
een volstrekte vereenzelviging met de wil van God, het offeren van zichzelf,
het verlangen medeverlosser te zijn.
30.3 Het Misoffer
heeft, wezenlijk hetzelfde zijnde als het Kruisoffer, oneindige waarde. In elke
Mis wordt God de Vader aanbeden, wordt Hem een akt van dankzegging en onmetelijke genoegdoening geofferd, welke niet
afhankelijk is van de feitelijke gesteldheid van de aanwezigen of de
celebrant, want Christus is de voornaamste Offeraar en het slachtoffer dat
opgedragen wordt. Als gevolg daarvan bestaat er, hoe dan ook, geen volmaakter
wijze God te aanbidden dan het heilig Misoffer: daarin wordt zijn Zoon
Jezus Christus geofferd als Offerlam waarbij Christus zelf optreedt als
Hogepriester.
Er is evenmin een volmaakter wijze God dank te brengen
voor alles wat Hij is en voor zijn ononderbroken barmhartigheid jegens ons.
Niets op aarde stemt God dankbaarder dan het Offer van het altaar. Als gevolg
van de oneindige waardigheid van Priester en Slachtoffer wordt, elke keer dat
de heilige Mis wordt opgedragen, voor alle zonden der wereld voldoening
gegeven. Het gaat om de enige adequate en volmaakte voldoening, waar we
onze akten van voldoening bij moeten voegen. Dat is het enige aangepaste offer
dat mensen kunnen brengen, en door dit samenvoegen kunnen onze dagelijkse bezigheden,
ons verdriet en onze vreugde een onmetelijke waarde krijgen. De heilige Mis «is
werkelijk het hart en het middelpunt van de christelijke wereld».8 In dit heilig
Offer «is gegrift wat het diepst is in het leven van elke mens: vader, moeder,
kind, oud of jong, jongen of meisje, leraar of leerling, hoog- of eenvoudig
opgeleid, religieus of priester. In het leven van iedereen, zonder
uitzondering. Hier wordt het leven van de mens, door de eucharistie,
binnengevoerd in het geheim van de levende God.»9 De vruchten van elke Mis zijn oneindig,
maar in ons worden ze mede bepaald door onze eigen persoonlijke gesteldheid en
zijn daarom eindig.
Onze Moeder de heilige Kerk nodigt ons uit op bewuste wijze,
actief en vroom, deel te nemen aan de meest verheven handeling die er elke dag verricht wordt.10 Wij moeten op bijzondere wijze zorgen aandachtig en
ingetogen te zijn op het ogenblik van de consecratie. In die momenten moeten we
trachten door te dringen in de ziel van Hem die tegelijk is Priester en
Slachtoffer, in zijn liefdevolle offerande aan de Vader, God, zoals op
Calvarië. Dat offer zal dan het middelpunt van ons dagelijks leven worden,
zoals het dat is van heel de liturgie en het leven van de Kerk. Onze vereniging
met Christus op het moment van de consecratie zal vollediger zijn naarmate onze
overgave groter is. In vereniging met de Zoon dragen wij de heilige Mis aan de
Vader op en tegelijkertijd offeren we onszelf door Hem en met Hem en in Hem.
Deze akt van eenheid moet zo diep en oprecht zijn dat deze op beslissende wijze
ons werk, onze verhouding met anderen, onze vreugden en tegenslagen, alles
doordrenkt.
Op het moment van de communie ontmoet Christus ons met zijn
liefdevolle overgave aan de wil van de Vader. Wat zou Hij anders willen doen
dan in ons de Heilige Geest uitstorten en diens gaven en genaden? We krijgen
veel steun om de heilige Mis goed bij te wonen. Onder andere die van de engelen
die «altijd in groten getale aanwezig zijn om dit heilige geheim te eren.
Voegen we ons bij hen en met dezelfde bedoeling, zo zullen we op krachtige
wijze de vele gunstige invloeden van dat gezelschap ontvangen. De koren van de
strijdende Kerk verenigen zich en voegen zich, in die goddelijke handeling, bij
de Heer om in Hem en met Hem en door Hem het hart van God de Vader te koesteren
en om zijn barmhartigheid eeuwig te doen voortduren.»11 Laten we tot hen onze toevlucht
nemen, om elke afleiding te vermijden en zetten we ons ertoe deze tijdsspanne
waarin we deelnemen aan het Kruisoffer met meer liefde te beleven.
-1. Joh 3,16. -2. Gal
2,20. -3. Lc 23,46. -4. Heb 4,14-15. -5. H. Jozefmaria Escrivá, De Kruisweg, IV st., 1. -6. Paulus vi, Enc. Mysterium
fidei, 32. -7. H. Jean-Baptiste
Marie Vianney, Preek over de zonde. -8. Johannes Paulus ii, Preek, 21 mei 1983. -9. Idem, Bij de sluiting van het 20ste nationaal
Eucharistisch Congres van Italië, 22 mei 1983. -10. Vgl. Vaticanum ii, Const.
Sacrosanctum Concilium, 48 en 11. -11. H.
Franciscus van Sales, Inleiding tot het devote leven.
|