De Boog
... voor eenheid in geloof en leven

ZOEK   EEN BOEK  
 
e-mailadres: 
Klant:   
Registreer Klantnummer vergeten?
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escriva
Spreken met God
Over Jozefmaria Escriva
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie Atrium
Theologie andere boeken
DVD
Navarre bible NT
Navarre bible OT
Gezin
Medische Ethiek

Herinneringen van Zuster Lucia
De nieuw bewerkte uitgave van herinneringen van Zuster Lucia van Fatima, met slot van Kardinaal Ratzinger. Meer ...

Home >  De naam van God en zijn koninkrijk

Zevenentwintigste week. Donderdag

52. De naam van God en zijn koninkrijk

-Manieren om de naam van God te heiligen. De eerste smeekbede van het Onze Vader. -Het koninkrijk van God. -De verbreiding van het Rijk der hemelen.

52.1 «Zodra wij ons bewust geworden zijn van onze waardigheid als kinderen van God, zullen wij de tederheid ervaren voor Onze Vader die door alle echte kinderen wordt gevoeld. Wij zullen niet langer nadenken over onze eigen belangen. Wij zullen vurig en enthousiast worden voor de eer van Onze Vader. Wij zeggen Hem: Uw naam worde geheiligd. Door deze uitdrukking bevestigen wij dat heel ons verlangen afhankelijk is van zijn eer.»1

In deze eerste van de zeven smeekbeden van het Onze Vader vragen wij «dat God gekend, bemind, geëerd en gediend mag zijn door de hele wereld, vooral door onszelf.2 Jezus leert ons de juiste volgorde van prioriteiten in onze gebeden. Het allereerste waarvoor wij behoren te bidden, is de eer van God. Dit is echt het allerbelangrijkste voor ons schepselen die maar al te vaak door wereldse zaken geheel in beslag genomen worden. Jezus zei tot de heilige Catharina van Siëna: «Wees bezorgd om Mij, dan zal Ik bezorgd zijn om u.» De Heer zal ons niet onverzorgd achterlaten.

Uw naam worde geheiligd. In de Heilige Schrift hebben namen een grote betekenis. De naam staat in verband met de diepste identiteit van de persoon. Daarom vatte Jezus aan het eind van zijn aardse bestaan zijn leer in deze woorden samen: Ik heb uw Naam geopenbaard aan de mensen die Gij mij uit de wereld gegeven hebt.3 Hij openbaarde aan de mensheid het mysterie van God. In het Onze Vader bidden wij dat God gekend en vereerd mag worden door alle mensen. Wij drukken ook ons verdriet uit voor al de keren waarbij Gods naam geschonden, verzwegen of oneerbiedig werd gebruikt. «Wanneer wij zeggen, uw naam worde geheiligd bevestigen wij ons verlangen dat de heilige naam van de Heer onder de mensen zal worden hooggehouden en vereerd. Wij bidden, dat zijn naam nooit zal worden misbruikt.»4

Het lijkt alsof men in bepaalde kringen de naam van God niet in de mond wil nemen. Men spreekt niet over de Schepper, maar over de «wijze natuur», men bestempelt de Voorzienigheid als «het lot», en zo meer. In bepaalde gevallen is het een wijze van spreken, maar in andere gaat het om een opzettelijk doodzwijgen van de naam van God. In die gevallen zouden wij, evenzeer met opzet, onze Vader God met voorbijgaan aan menselijk opzicht moeten eren. Wij zouden ons met eenvoud en natuurlijkheid kunnen voegen naar de christelijke zegswijzen die een uitwendige uitdrukking zijn van ons geloof. De gebruikelijke bewoordingen uit veel landen, zoals «God zij dank» of «Deo volente» en zo meer, kunnen in bepaalde omstandigheden een hulpmiddel zijn om de Heer zijn plaats te geven in het gesprek. Anderzijds hoeven we God ook niet te pas en te onpas overal bij te halen. Het tweede van de Tien Geboden gebiedt ons de naam van de Heer onze God niet ijdel te gebruiken.

Als wij God werkelijk liefhebben dan zullen wij ook zijn heilige naam oprecht liefhebben. Wij zullen deze nooit op oneerbiedige wijze gebruiken als wij ongeduldig of verrast zijn. Deze liefde voor de naam van God strekt zich ook uit tot de naam van Maria, zijn moeder, tot de namen van de heiligen en tot alle voorwerpen die tot zijn dienst gewijd zijn. Telkens wanneer wij een oefening van eerherstel bidden, eren wij God in ons hart. Wij dienen dit gebed te bidden wanneer wij geconfronteerd worden met gebrek aan respect voor Gods naam, wanneer iemand heiligschennis heeft begaan en wanneer wij horen van gebeurtenissen die onze hemelse Vader beledigen. Wij mogen in ons gebed de aanroepingen van het eucharistische lof gebruiken: gezegend zij God, gezegend zij zijn heilige naam... Wij kunnen deze gebeden altijd zeggen in de loop van de dag. Door onze eerbied voor de heilige naam van God zullen wij met meer liefde de lofgebeden, het Gloria en Sanctus, in de heilige Mis bidden. We kunnen al deze gebeden ook bidden altijd dat we aan God eerherstel willen geven

De heilige Teresia van Ávila schreef: «Zorg ervoor, dat je deze geweldige kans niet mist. Bid het Onze Vader langzaam en zonder haast. Hij luistert naar je van heel dichtbij. Dit is de beste manier om zijn naam te loven en te eren.»6

Er zijn schietgebeden die ons gedurende de dag kunnen helpen om in de tegenwoordigheid van God te blijven: «Vader, uw naam worde geheiligd; gezegend zij God; geze­gend zij zijn heilige naam; gezegend zij de naam van Jezus; gezegend zij de naam van Maria, maagd en moeder...»

52.2 Uw rijk kome. De heilige Johannes Chrysostomus merkt op, dat de Heer «wil dat wij datgene verlangen wat onze gang naar de hemel versnelt. Terwijl wij hier nog op aarde leven, wil Hij dat wij al vormgeven aan het hemelse leven.»7

De uitdrukking koninkrijk Gods heeft een driedubbele betekenis. Het verwijst naar het koninkrijk Gods dat aan­wezig is in onze ziel, als wij in staat van genade zijn; het koninkrijk Gods dat de Kerk is; en ook naar het Koninkrijk Gods in de hemel. Wij vragen God om te heersen in ons hart zoals een koning in zijn hof. Wij vragen zijn hulp om met Hem verenigd te blijven door de deugden van geloof, hoop en liefde. Wij bidden dat deze deugden in onze geest, in ons hart en onze wil mogen heersen.8 Wanneer wij dagelijks bidden voor het komen van het rijk Gods, bidden wij ook om zijn hulp om de bekoring te overwinnen. Het rijk van God in onze ziel zal zo lang duren, als wij beantwoorden aan de genade die Hij ons biedt.

De parabels van het koninkrijk komen in ons hart tot vervulling. Het koninkrijk Gods begint zijn werking zoals de graankorrel die verborgen ligt in de aarde. Hij groeit om een halm te worden met een volle aar, rijp voor de oogst. Het koninkrijk is ook als een zuurdesem dat het hele hart omvormt, totdat het één wordt met God. Het koninkrijk lijkt eveneens op een mosterdzaadje dat heel klein begint, maar uitgroeit tot een grote omvang. In onze ziel is het koninkrijk Gods aanwezig door genade, in afwachting van de blijvende ontmoeting met God onmiddellijk na het sterven. Het koninkrijk Gods is hier, heel dichtbij, zei Jezus. Want het rijk Gods is midden onder u.9 Wij kunnen zijn aanwezigheid in onze ziel bespeuren door de werking van de Heilige Geest.

Wanneer wij zeggen uw rijk kome, vragen wij dat God vollediger in ons wil komen, dat wij volledig van Hem zullen zijn. Wij vragen, dat Hij ons zal helpen de moeilijkheden te boven te komen die de goddelijke genade tegenhouden. «Vroeger waren wij slaven, maar vandaag zijn wij gemachtigd om te heersen onder de bescherming van Christus.»10

Als ons gebed vol vertrouwen, standvastig en oprecht is, zullen wij zeker gehoord worden. Wij lezen immers in het evangelie van vandaag: Want al wie vraagt, verkrijgt; wie zoekt, vindt; voor wie klopt, wordt opengedaan. Is er soms onder u een vader die aan zijn zoon een steen zal geven, als deze hem om brood vraagt? Of als hij om vis vraagt, zal hij hem toch in plaats van vis geen slang geven?11 Hoeveel vertrouwen kunnen wij putten uit deze woorden van Jezus.

52.3 Wanneer wij bidden uw rijk kome vragen wij, dat de Kerk over de hele wereld mag groeien voor het heil van de mensen. Wij bidden voor haar zending die zij op aarde vervult. Wij stellen ons beschikbaar om alles te doen wat wij kunnen, om het koninkrijk Gods te verbreiden. «Het is niet genoeg om voor het rijk Gods te bidden, als wij onze gebeden niet vergezeld doen gaan van daden.»12 Deze daden zijn de apostolische initiatieven die wij ten uitvoer brengen, hoe klein ze ook mogen lijken.

Wij mogen niet ontmoedigd raken, omdat de wereld weer lijkt te vervallen tot heidendom. Het Tweede Vaticaanse Concilie daagt ons uit: «Op alle christenen rust dus de verheven taak om er zonder ophouden voor te werken, dat de goddelijke heilsboodschap wordt gekend en aanvaard door alle mensen over de hele aarde.»13

Onze eerste plicht betreft degenen die God als naasten bij ons heeft geplaatst, met wie wij regelmatig contact hebben. Wij kunnen onszelf niet vrijstellen van dit apostolaat. Op het spel staat de eeuwige verlossing van onze naasten. Wij behoren ook de wereld te richten op Christus: de waardigheid van de mens, het recht van het geweten, de waardering voor de arbeid en voor de betaling van een rechtvaardig loon, het oprechte verlangen naar vrede onder de volken -dit zijn allemaal passende redenen tot zorg voor christenen die midden in de wereld leven. Zij mogen zich verenigen met alle mensen van goede wil om deze idealen te verwerkelijken.

Uw rijk kome. «Jezus Christus herinnert ons er allen aan: en wanneer Ik van de aarde zal zijn omhoog geheven, zal Ik allen tot Mij trekken (Joh 12,32). Als u Mij in het hart van alle menselijke activiteiten plaatst, zegt Hij, door uw plicht van ieder ogenblik te vervullen, door mijn getuigen te zijn in wat groot en in wat klein schijnt, dan zal Ik alles tot Mij trekken. Mijn koninkrijk zal onder u een werkelijkheid gaan worden!...

Daartoe zijn wij, christenen, geroepen, dat is onze apostolische taak, dat is het vuur dat onze ziel moet verteren: het Koninkrijk van Christus te verwezenlijken, haat en wreedheid te doen verdwijnen, over de aarde de sterke en vredebrengende balsem van de liefde te verspreiden. Laten wij vandaag onze Koning smeken, dat Hij ons de nederige en vastbesloten wil moge verlenen mee te werken aan dit goddelijke plan: samen te voegen wat verbroken is, te redden wat verloren ging, te ordenen wat de mens verward heeft, wat verdwaalde naar de rechte weg terug te voeren, kortom: de eendracht in heel de schepping te herstellen.»14 Laten wij beginnen, zoals altijd, met de kleine dagelijkse dingen die binnen ons bereik liggen.

-1. Johannes Cassianus, Meditaties, 9,18. -2. Catechismus van Pius X, 290. -3. Joh 17,6. -4. H. Augustinus, Brief 130, aan Proba. -5. Jak 4,15. -6. H. Theresia van Ávila, De weg van volmaaktheid, 31,13. -7. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 19,5. -8. Vgl. Catechismus van Pius X, 294-295. -9. Lc 17,21. -10. H. Cyprianus, Verhandeling over het Onze Vader, 13. -11. Lc 11,10-11. -12. Romeinse catechismus, IV, 10,2. -13. Vaticanum ii, Decr. Apostolicam actuositatem, 3. -14. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 183.






Nieuwsbrief & e-Book

naam:
e-mail adres:
Meer info ...

Betaal Informatie

iDeal

Klanten service

Bestellen
Per e-mail
Tel. (035) 694 63 50

Adres

Bezoek- en verkoopadres:
Stichting Leesgoed, Keizersgracht 218-B, Amsterdam
Dinsdag t/m donderdag van 10:30 tot 13:15 uur.
Zondag van 12:15 tot 13:15 uur