De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

22 december

27. DE NEDERIGHEID VAN MARIA

-Nederigheid van de heilige Maria. Wat is nederigheid? -Funda­ment van de liefde. Vruchten van nederigheid. -Wegen om die deugd te verwerven.

27.1 Poorten, heft uw kroonlijsten op; gaat open, aloude deuren: de Koning der glorie moet binnengaan.1 

Waar zij ook ging, bracht de heilige Maagd vreugde: zodra de klank van uw groet mijn oor bereikte, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot2, zei Elisabeth haar, waarbij zij verwees naar Johannes de Doper die in haar schoot groeide. Na de lofprijzing van haar nicht antwoordt de Maagd met een wondermooie jubelzang. Mijn ziel prijst hoog de Heer, mijn geest jubelt van vreugde in God, mijn Redder. Het Magnificat bevat de diepe reden voor alle ne­derigheid. Maria overweegt, dat God zijn oog heeft laten vallen op de geringheid van zijn dienstmaagd. Dat zegt zij omdat aan haar de Almachtige grote dingen gedaan heeft. Dat is de toonzetting van het leven van Maria: grootsheid en nederigheid. «Wat een nederigheid, die van mijn Moeder Maria! -Jullie zullen haar niet zien bij de intocht in Jeru­zalem, noch op het moment van de grote wonderen, -uit­gezonderd bij het eerste te Kana. -Maar de smaad van Golgotha ontvlucht zij niet, daar staat zij, -iuxta crucem Jesu- de Moeder naast het kruis van Jezus.»3 

De deugd van nederigheid -die het hele leven van Maria doorschijnt- is de waarheid4, werkelijk erkennen wat wij zijn en waard zijn voor God en voor de anderen. Het is ook ons van onszelf ontledigen en toelaten dat God met zijn genade in ons werkt. «Het is het verwerpen van uiterlijk­heid en oppervlakkigheid; het is de uitdrukking van de diepgang van de menselijke geest; het is zijn groots­heid.»5 Nederigheid steunt op de kennis van de plaats die we innemen in de ogen van God en in de ogen van de men­sen en in wijze matiging van onze altijd teugelloze verlan­gens naar roem. Deze deugd heeft niets van doen met verlegenheid, kleinzieligheid of middelmatigheid.

Er is niets tegen dat we ons bewust zijn van de talenten die we gekregen hebben, noch om die met het hart op de juiste plaats volledig te benutten. Nederigheid verkleint het hart niet, zij vergroot het. Nederigheid laat zien, dat al het goede dat wij in ons hebben, zowel in de natuurlijke orde als in de orde van de genade, aan God toebehoort. In Christus zijt gij immers in ieder opzicht rijk begiftigd.6 De Heer is heel onze grootheid. Wij kunnen ons slechts beroe­men op te kort schieten en zwak zijn. Tegenover God ont­dekken wij, dat wij schuldenaren zijn die niet weten hoe te betalen.7 Daarom wenden we ons tot de Middelares van alle genaden, tot Maria, Moeder van barmhartigheid en tederheid, tot wie niemand ooit tevergeefs zijn toevlucht nam. «Zoek vol vertrouwen beschutting in haar moederschoot. Vraag haar, dat de deugd die haar zo dierbaar was, ook de jouwe mag worden. Wees niet bang onopgemerkt te blijven. Maria zal die deugd voor jou vragen aan die God die nederigen verheft en hoogmoedigen verstrooit. En aangezien Maria bij haar Zoon almachtig is, zal zij met stelligheid verhoord worden.»8

27.2 Nederigheid is de grondslag voor alle deugden. Zonder nederigheid zou geen enkele deugd tot ontwikkeling kunnen komen. Alle andere deugden zijn zonder haar «als een enorme berg stro die we opgericht hebben, maar die bij de eerste windstoot omver geblazen en verspreid wordt. De duivel is in het geheel niet bang van die devoties die niet gegrondvest zijn in nederigheid, want hij weet heel goed dat hij die zo kwijt kan raken, als het hem van pas komt.»9 Heiligheid is onbestaanbaar zonder een op winnen gerichte strijd om die deugd te verwerven. Zonder die deugd zal er geen sprake kunnen zijn van een authentiek menselijke persoon. Wie nederig is, neigt bovendien bijzonder makkelijk tot vriendschap, ook bij mensen met een heel andere smaak, leeftijd enzovoort. Daarmee opent hij de poort naar persoonlijk apostolaat.

Nederigheid is met name het fundament van de liefde. Zij verschaft de liefde consistentie en maakt haar mogelijk: «de verblijfplaats van de liefde is de nederigheid»10, zei de heilige Augustinus. In de mate waarin de mens zichzelf vergeet, kan hij zich bezighouden met en vrijhouden voor de anderen. Vaak is het gebrek aan liefde veroorzaakt door voorafgaande zonden van ijdelheid, trots, zelfzucht, het verlangen uit te blinken enzovoort. Die twee deugden, nederigheid en liefde, «zijn de moederdeugden; zij worden gevolgd door de andere, zoals de kloek door de kuikens.»11 

Wie nederig is, voelt er niets voor te laten zien hoe goed hij is. Hij weet dat de functie die hij bekleedt, niet de plaats is om in het oog te vallen en complimenten te ver­garen, maar de plaats om te dienen, om een opdracht uit te voeren. Ga dan niet aanliggen op de voornaamste plaats [...] Maar ga, wanneer ge ergens genodigd wordt, op de minste plaats aanliggen.12 Als de gelovige zich op een van de voornaamste plaatsen bevindt, waar hij een uitstekende positie inneemt, weet hij dat «datgene waarin hij uitblinkt, hem door God gegeven is, opdat het de anderen ten goede zou komen. In dat opzicht is de mens verplicht het getuigenis van anderen over zijn voortreffelijkheid te aanvaarden, in zoverre daarin voor hem de weg ligt tot dat wat de anderen ten voordeel strekt.»13 

Op de plaats waar we zijn -in besprekingen, in het gezin enzovoort- moeten we bezig zijn voor Gods aangezicht en vermijden dat de eerzucht ons verblindt. Nog veel minder moeten wij, gedreven door ijdelheid, het leven laten ontaarden in een wedstrijd om telkens hogere banen. Dan kunnen we misschien op een plaats terechtkomen die voor ons niet geschikt is. Later zouden wij dan de vernedering moeten ondergaan het ongenoegen te ervaren van een baan die ons niet past, die niet overeenkomt met onze begaafdheden. Dat is niet in tegenspraak met de oproep van de Heer onze talenten tot het uiterste uit te buiten, met veel offers in de juiste besteding van de tijd. Het is integendeel een gebrek aan oprechtheid in de bedoelingen, een evident symptoom van hoogmoed. Een nederig mens blijft 'bij zijn leest'. Hij voelt zich op zijn plaats en is tevreden met wat hij doet. Bovendien is hij altijd een hulp. Hij kent zijn beperkingen en mogelijkheden. Hij laat zich niet makkelijk door zijn eerzucht meeslepen. Zijn kwaliteiten komen hem meer of minder van pas, maar zitten hem nooit in de weg. Hij speelt zijn rol binnen het geheel.

Een ander blijk van nederigheid is het zich onthouden van een negatief oordeel over anderen. Het kennen van onze eigen zwakte zal ons behoeden voor «een enkele slechte gedachte over iemand, ook al geven woorden of daden van de betrokkene aanleiding om redelijkerwijs zo te oordelen.»14 Laten we de anderen met respect en begrip bekijken en hen, als het nodig is, broederlijk vermanen.

27.3 Onder de wegen die leiden tot het verwerven van de nederigheid is er op de eerste plaats het vurig verlangen naar deze deugd, haar op waarde schatten en de Heer erom vragen; het doen groeien van volgzaamheid tegenover de in de geestelijke leiding ontvangen adviezen, de inspanning deze ten uitvoer te leggen; het met toenemende blijdschap ontvangen van een fijngevoelige broederlijke terechtwijzing; het uit liefde tot God in stilte ondergaan van vernederingen; prompt en van harte gehoorzamen. En wij zullen nederigheid vooral verwerven door middel van de liefde, het blij dienen van de anderen in kleine dingen. Jezus is het voorbeeld bij uitstek van nederigheid. Niemand bezat ooit een waardigheid die met de zijne vergelijk­baar was. Niemand diende ooit met zoveel ijver de mensen als Hij het deed: Ik ben onder u als degene die bedient.15 Door de Heer na te volgen zullen we de anderen nemen zoals zij zijn en voorbijgaan aan een heleboel kleinigheden die misschien wel niet goed zijn, maar bijna altijd volstrekt onbelangrijk. Nederigheid vergroot onze geneigdheid tot geduld en helpt ons geduld te hebben met de gebreken van de mensen om ons heen. En ook met onze eigen gebreken. Wij zullen de mensen met wie wij dagelijks verkeren, kleine diensten bewijzen zonder er overdreven belang aan te hechten en zonder er ooit iets voor terug te vragen. Wij zullen van Jezus en Maria leren ons leven te delen met allen, de anderen weten te begrijpen, met inbegrip van hun gebreken. Als wij ervoor zorgen de anderen te zien zoals de Heer hen ziet, zal het ons makkelijker vallen hen op te nemen, zoals Hij hen opneemt.

Bij het overwegen van de passages in het evangelie waar­in de onvolmaaktheden van de apostelen naar buiten treden, zullen wij leren met onze eigen onvolmaaktheden geduld te oefenen. De Heer houdt overal rekening mee, met de deug­den en met dat bepaalde aspect van ons karakter. Laten we ons gebed van vandaag besluiten met het beschouwen van onze heilige Moeder Maria die van haar Zoon deze deugd, die we zo nodig hebben, voor ons zal verkrijgen.

«Kijk naar Maria. Nooit heeft een schepsel zich met zoveel nederigheid verlaten op de plannen van de Heer. De nederigheid van de ancilla Domini16, van de dienstmaagd des Heren, is er de oorzaak van dat wij haar aanroepen als causa nostrae laetitiae, oorzaak van onze blijdschap. - Maria belijdt, dat zij de dienstmaagd van de Heer is. En zíj wordt de Moeder van het Woord van God en is vervuld van vreugde. Moge de blijdschap van Maria, onze goede Moeder, zich aan ons allen meedelen. Laten we de heilige Maria in alles navolgen en daardoor meer op Christus gaan lijken.»17

-1. Introïtus uit de Mis van vandaag, Ps 23,7. -2. Lc 1,44. -3. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 507. -4. Vgl. H. Theresia van Avila, Innerlijke burcht, vi, 10. -5. Johannes Paulus ii, Angelus, 4 maart 1979. -6. 1 Kor 1,5-6. -7. Vgl. Mt 18,23-35. -8. G. Pecci (Leo xiii), De praktijk van de nederigheid, 56. -9. H. Jean-Baptiste Marie Vianney, Preek over de nederigheid. -10. H. Augustinus, De sancta virginitate, 51. -11. H. Franciscus van Sales, Epistolarium, fragment 17, deel 2, bl. 651. -12. Lc 14,7 e.v. -13. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II, q131, a1, c. -14. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 442. -15. Lc 22,27. -16. Lc 1,38. -17. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 109.



Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 5
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Priester zijn
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 50 vragen over Jezus
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009