Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Eenentwintigste week. Vrijdag

62. De olie van de naastenliefde

-Innigheid met Jezus is de olie die het licht van de naastenliefde brandend houdt. -De schittering van goede werken. -Een licht zijn voor anderen.

62.1 In het evangelie van vandaag1 lezen we over een joodse gewoonte die de Heer gebruikt om ons te laten zien hoe waakzaam wij moeten zijn, persoonlijk en met betrekking tot onze plichten jegens onze naaste. Jezus vertelt ons: Met het Rijk der hemelen zal het zijn als met tien meisjes die met hun lampen uittrokken, de bruidegom tegemoet. Het was gebruik dat de bruidsmeisjes in het huis van de bruid wachtten tot de bruidegom arriveerde. De Heer probeert ons te leren wat voor soort houding wij moeten aannemen voor zijn komst. Hij komt tot ons, en wij op onze beurt moeten op Hem wachten met een geest van waakzaamheid, onze liefde wakker, want, zoals de heilige Gregorius de Grote het zegt in een commentaar op deze parabel, «slapen is sterven».2

De parabel vertelt ons dat vijf van de meisjes dom waren: ze hadden niet genoeg olie meegebracht voor het geval dat de bruidegom laat zou komen. De overige vijf hadden vooruitgekeken -waren verstandig- en namen met hun lampen tevens kruiken olie mee. Vanwege de lange vertraging vielen ze allemaal in slaap. Tegen middernacht werden ze wakker door de kreet: Daar is de bruidegom!, maar de enige bruidsmeisjes die gereed waren en toegelaten werden tot de bruiloft, waren degenen die eraan gedacht hadden olie mee te nemen. De anderen moesten, ondanks hun inspanningen, buiten blijven.

De Heilige Geest leert ons dat het niet voldoende is alleen maar begónnen te zijn op de weg die naar Christus voert; we moeten erop blíjven, voortdurend alert, want het is de natuurlijke neiging van elke man en vrouw om het niveau van overgave dat de christelijke roeping vereist, te verlagen. Beetje bij beetje, bijna zonder het te beseffen, geeft de ziel toe aan de neiging om Christus' roeping aan te passen aan een gemakkelijk bestaan. We moeten steeds op onze hoede zijn voor de druk van een omgeving, die zich laat leiden door de onverzadigbare zucht naar comfort en die de gemakkelijkste weg altijd zoekt. Zo niet, dan zal het met ons aflopen als met die meisjes: eerst zijn ze vol goede wil, maar dan worden ze snel moe en kunnen ze niet op weg gaan om de bruidegom te ontmoeten, voor wie ze zich de hele dag voorbereid hebben. Als we niet alert zijn, zal de Heer ons vinden zonder de schittering van goede werken, slapend, met onze lamp gedoofd. Wat jammer als een christen, na jaren van strijd, aan het einde van zijn dagen zou moeten ontdekken dat zijn daden beroofd waren van goddelijke waarde, omdat ze te weinig olie van liefde en naastenliefde hadden! Laten we niet vergeten dat het licht van de naastenliefde moet doordringen in heel onze familie en onze sociale relaties, onze omgang met onze vrienden, onze klanten en zelfs met de mensen die we slechts af en toe ontmoeten.

De theologische deugd van de naastenliefde moet al onze handelingen verlichten, overal en op elk moment: als we ons goed voelen en wanneer we ziek zijn, als we moe zijn, in momenten van tegenspoed; als we bij mensen zijn met wie we een goede verhouding hebben en ook met hen die we irritanter of moeilijker vinden; op het werk en thuis; kortom, altijd. «De goed gestemde ziel heeft altijd een levendige, sterke en besliste vastberadenheid om te vergeven, om te verdragen, om te helpen, en een houding die haar er altijd toe beweegt daden van naastenliefde te verrichten. Als dit verlangen om te beminnen, en om belangeloos te beminnen, wortel geschoten heeft in de ziel, zal dat het meest overtuigende bewijs zijn dat haar communies, biechten, meditaties en haar hele gebedsleven goed en oprecht en vruchtbaar zijn.»3

De olie die de naastenliefde brandend houdt is gebed dat aandachtig is en vol liefde: innigheid met Jezus. Het is niet moeilijk te zien dat naastenliefde vaak niet verricht wordt, zelfs niet door veel mensen die zichzelf christenen noemen. «Als u echter de dingen zou beschouwen met een bovennatuurlijke visie, zou u ook de wortel van die steriliteit ontdekken: het ontbreken van een intense en voortdurende omgang, van persoon tot Persoon, met de Heer Jezus Christus; en de onbekendheid met het werk van de Heilige Geest in de ziel, waarvan de naastenliefde nu juist de eerste vrucht is.»4

62.2 De beslissing om Christus te volgen wordt geboren uit de Liefde, en in de Liefde vindt ze haar voeding. De bereidheid om gemakkelijk toe te geven is een teken dat het edele ideaal van de Meester volgen zijn aantrekkingskracht verloren heeft. We moeten heel oprecht zijn jegens God en jegens onszelf als we altijd open willen staan voor zijn verzoeken en bereid willen zijn om egoïsme te bestrijden. De ziel die gehecht is aan een gemakkelijke bestaansvorm en die offer en zelfverloochening vermijdt, of die alleen door persoonlijke bevrediging gemotiveerd wordt, zal niet de kracht vinden die noodzakelijk is om zich met heel zijn hart aan God en de naaste te geven.

«Er zijn ook anderen die hun lichamen kwellen met onthouding, maar juist door deze onthouding van hen zoeken ze materiële compensatie. Ze onderwijzen anderen, ze geven vele zaken aan de behoeftigen, maar in werkelijkheid zijn het 'dwaze maagden', want ze zoeken alleen de beloning van vergankelijke lof.»5 Dit zijn de mensen die te kort schieten in oprechtheid van bedoeling; hun werken blijven leeg.

De Heer vraagt ons om volharding in liefde. Liefde moet voortdurend groeien, terwijl ze op ieder moment en in iedere situatie de vreugde van Christus volgen ervaart. Weest sterk, onverslagen van hart: gij allen die hoopvol de Heer wacht6, zegt de Heilige Geest ons; zonder ontmoedigd te raken, volhardend in onze dagelijkse inspanning, opdat de Liefde ons wachtend zal vinden wanneer Zij komt. «Zijn de verstandige maagden -zegt de heilige Augustinus- niet zij die volharden tot het einde? Door geen enkele andere oorzaak, om geen enkele andere reden zouden ze naar binnen hebben mogen gaan, dan omdat ze volhard hebben tot het einde [...] En omdat hun lampen helder branden tot het laatste moment, worden de deuren wijd voor hen geopend en mogen ze binnengaan»7: ze hebben ontdekt wat in hun leven het belangrijkst is.

Als de ziel haar houding van waakzaamheid verliest, als ze toegeeft aan dagelijkse zonde en haar vriendschap met de Heer laat bekoelen, blijft ze in duisternis, zonder licht voor zichzelf of voor hen die recht hadden op de invloed van haar goede voorbeeld. Als de geest van versterving verlaten wordt en het gebed veronachtzaamd, wordt het licht zwakker en gaat het misschien uit, «en na zoveel werken, na zoveel activiteiten, na al die moedige inspanning en de met moeite behaalde overwinningen op de kwade invloeden van de natuur, moesten de domme maagden zich beschaamd terugtrekken, hun lampen gedoofd en hun hoofden omlaag.»8 Liefde tot God bestaat niet in begonnen zijn -zelfs niet met veel inspanning- maar in volharden, in steeds maar weer opnieuw beginnen.

Wat betreft de domme maagden, «zij hebben heus niet werkeloos toegezien. Zij hebben echt geprobeerd iets te ondernemen... Maar zij krijgen een stem te horen die hun bars antwoordt: Ik ken u niet. Zij hebben niet geweten hoe ze zich met genoeg ijver moesten voorbereiden of hebben het niet gewild. Zij vergaten de verstandige voorzorgsmaatregel te nemen tijdig olie te kopen. Het ontbrak hun aan edelmoedigheid om de kleine taak die hun was opgedragen tot het einde toe ten uitvoer te brengen. Zij hadden er ruimschoots de tijd voor, maar ze hebben die verspild.

»Laten we de moed hebben ons leven kritisch te beschouwen. Waarom vinden we soms niet die paar minuten om het werk dat ons is opgedragen en dat een middel tot onze heiliging is, liefdevol af te maken? Waarom verwaarlozen wij onze plichten jegens ons gezin? Waarom zijn we gehaast zodra we gaan bidden of het heilig Misoffer bijwonen? Waarom ontbreekt het ons aan rust en kalmte wanneer het erom gaat onze plichten van staat te vervullen, terwijl we geen greintje haast hebben als het om onze eigen invallen gaat? Wat een kleinigheden, zult u zeggen. Ja, dat is zo; maar die kleinigheden zijn nu juist de olie, onze olie, die het vuur laat opvlammen en het licht doet branden.»9

Het verlangen om Christus steeds maar meer lief te hebben, de bereidheid om te vechten tegen onze fouten en zwakheden, steeds weer opnieuw beginnen, is wat de vlam brandend houdt. Dit is de olie die het licht van de liefdadigheid niet laat uitgaan. De Heer wacht op ons op ons werk, thuis, waar we onze vrije tijd doorbrengen. Wij zijn helemaal van Hem, in welke situatie we ons ook bevinden. Het licht van de naastenliefde moet altijd schijnen.

62.3 De mensen die ons het meest nabij zijn, zijn degenen die het meest zouden moeten profiteren van de houding van waakzaamheid waarvan de Heer wil dat wij die in ons hart hebben. Soms kunnen mensen erg beïnvloed worden door een zuiver materialistische visie op het leven of door het slechte voorbeeld van mensen die anderen zouden moeten leiden. We ervaren soms heel sterk het gewicht van onze hartstochten dat ons omlaag trekt, maar dat kan altijd overwonnen worden door de kracht van een brandende naastenliefde. Frater qui adiuvatur a fratre quasi civitas firma - de broeder die door zijn broeder geholpen wordt 10, is zo sterk als een ommuurde stad die geen vijand kan bestormen. Goed is altijd sterker dan kwaad. Ons leven is van groot belang, omdat wij moeten zijn als brandende lampen die de weg verlichten voor vele mensen.

De Heer wil dat wij door onze broederlijke zorg beschutting en bescherming zijn voor de mensen die ons nabij zijn door banden van bloed of vriendschap, en voor de hele mensheid: door hen dagelijks te helpen met ons gebed, door hen op het juiste moment te waarschuwen met een broederlijke terechtwijzing als we hen zien vervallen in gewoonten of gebruiken die niet in overeenstemming zijn met hun christelijke staat, door ze nuttige raad te geven om hun gezinsleven of werk te verbeteren, door snel erbij te zijn met een woord van opbeuring als ze terneergeslagen zijn, door begrip te hebben voor hun tekortkomingen en fouten en hen te helpen ze te overwinnen. We kunnen zelfs mensen veel helpen door de manier waarop we hen groeten, want, zoals de heilige Thomas van Aquino zegt, «onze groet is een soort gebed»11: in een groet wensen we mensen vrede in de ziel, dat God hen mag zegenen enz.

De broeder die door zijn broeder geholpen wordt, is zo sterk als een ommuurde stad. Als we onszelf laten helpen en we geven ons echt aan de mensen om ons heen, kunnen we verwachten dat Christus zal komen en dat Hij ons naar het bruiloftsfeest brengt, naar de mateloze en eindeloze Liefde.

-1. Mt 25,1-13. -2. H. Gregorius de Grote, Preken op de evangeliën, 12,2. -3. B. Baur, Still mit Gott. -4. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 236. -5. H. Gregorius de Grote, Preken op de evangeliën, 12,1. -6. Ps 31,25. -7. H. Augustinus, Sermo 93,6. -8. H. Johannes Chrysostomus, Preken op de evangeliën, 78,2. -9. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 41. -10. Spr 18,19. -11. H. Thomas van Aquino, Catena Aurea, I, bl. 334.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012