Zesentwintigste week. Donderdag
43. De oogst is groot
-Dringende behoefte aan nieuwe apostelen om de wereld te
herevangeliseren. -Liefde, grondslag van het apostolaat. -De blijdschap, die de
boodschap van Christus dient te vergezellen.
43.1 Te
midden van de menigten die Jezus volgden was een groot aantal leerlingen.1 Onder hen was er een groot aantal dat de Heer volgde
vanaf de tijd van het doopsel door Johannes, tot aan de Hemelvaart. De
'Handelingen van de apostelen' geven ons meer bijzonderheden over sommigen van
deze mensen, vooral Jozef die Barsabbas genoemd werd en Matthias.2 Christus verscheen aan twee van deze leerlingen,
Cleophas en zijn metgezel, op de weg naar Emmaus.3
Geen van deze leerlingen was geroepen om een van de oorspronkelijke twaalf
apostelen te zijn, maar zij waren toch een belangrijke en zeer toegewijde groep
van volgelingen.4 Zij vormden de kern van de
alleroudste Kerk na Pinksteren. Het evangelie van de Mis van vandaag verhaalt
over de tijd waarin Jezus tweeënzeventig van deze leerlingen aanwees om de
mensen voor te bereiden op zijn komst. De oogst is groot, zei Hij tot hen, maar arbeiders zijn er weinig.5
In onze tijd is het werkterrein voor het apostolaat enorm
-landen die traditioneel christelijk zijn, moeten opnieuw geëvangeliseerd
worden, naties, die jarenlang onder godsdienstvervolging hebben geleden, hele
bevolkingen die dorsten naar de leer... We hoeven alleen maar om ons heen te
kijken in onze omgeving -de plaats waar wij werken of studeren, de media- om
een idee te krijgen van de omvang van wat gedaan moet worden. De oogst is groot ...
«Gehele landen en naties waarin de godsdienst en het christelijk leven eens
zeer bloeiend waren en in staat waren levende en werkdadige
geloofsgemeenschappen te doen ontstaan, worden nu zwaar op de proef gesteld
door de voortdurende verspreiding van de onverschilligheid, het secularisme en
het atheïsme. Het gaat in het bijzonder om de landen en naties van de
zogenaamde 'eerste wereld', waarin de economische welvaart en het consumisme,
ook al gaan ze gepaard met ontstellende situaties van armoede en ellende, een
leven ingeven en in stand houden, dat geleid wordt 'alsof God niet bestaat'. De
godsdienstige onverschilligheid en het buitensluiten van God voor de problemen
van het leven, ook voor de ernstige, zijn niet minder zorgwekkend en
vernietigend dan het uitgesproken atheïsme. En ook het christelijk geloof
dreigt te verdwijnen uit de meest belangrijke ogenblikken van het leven, zoals
de geboorte, het lijden, de dood, ook al blijft het bestaan in enige van zijn
traditionele en vormelijke uitingen. Vandaar het opdringen van enorme vragen en
raadsels, die zonder antwoord blijven en de hedendaagse mens blootstellen aan
troosteloze ontgoocheling of aan de verleiding om het menselijke leven zelf dat
deze vragen stelt te elimineren.»6 Het is nu de
tijd om het goddelijke zaad te zaaien en het ook te oogsten. Er zijn plaatsen
waar het moeilijk is om het zaad te zaaien bij gebrek aan middelen. Er gaan ook
oogsten verloren door gebrek aan arbeiders. De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig.
Het vroege christendom werd groot in een wereld die erg op de onze lijkt. Deze
wereld beroemde zich op rijke materiële mogelijkheden, maar leed aan grote geestelijke
armoede. De vroege Kerk had de kracht die nodig is om zichzelf tegen de
heidense invloed te beschermen. Zij was ook vitaal genoeg om een wereldlijke
beschaving van binnenuit om te vormen. De wereld van vandaag lijkt niet
moeilijker om te evangeliseren. Op het eerste gezicht lijkt de huidige wereld
voor Christus gesloten, maar als wij vastberaden met de Heer verenigd blijven,
zoals de eerste christenen dat waren, kunnen wij er zeker van zijn, dat de
transformatie opnieuw zal plaatshebben. Hoe goed slagen wij in onze pogingen om
de mensen om ons heen te bekeren, de leden van ons gezin, onze vrienden, onze
collega's op het werk?
De wereld heeft van alles nodig. Maar er zijn in ieder geval
apostelen nodig, die heilig, opgewekt, loyaal tegenover de Kerk zijn en die
geestdrift hebben om de Heer bekend te maken. De Heer roept ons om op zijn
akker te werken: «Vraag derhalve de Heer van de oogst, dat Hij werklieden
stuurt naar zijn veld. Het gebed is het meest doeltreffende middel om apostelen
te winnen.»7 Onze apostolische ijver moet in de
eerste plaats duidelijk worden in een voortdurend smeekgebed om nieuwe
apostelen. Gebed komt op de eerste plaats.
«Het hart wordt door die -nog steeds actuele- klacht van de
Zoon van God verscheurd, die zich bekreunt, dat de oogst groot is maar het
aantal arbeiders klein. -Die kreet kwam uit de mond van Christus, opdat ook jij
deze zou horen: hoe heb jij tot nu toe geantwoord; bid jij tenminste dagelijks
voor deze intentie?»8
43.2 De oogst is groot ... De
heilige Gregorius de Grote merkt op: «Tegenover de overvloedige oogst staan
maar weinig arbeiders, iets wat we niet zonder grote droefheid kunnen zeggen.
Er is immers geen tekort aan mensen die de goede berichten horen, maar een
tekort aan hen die deze verbreiden.»9 De Heer
wil dat wij ons nu bij zijn leerlingen voegen in het werk van de evangelisatie.
Voordat Hij zijn leerlingen uitzond in de wereld, heeft de
Meester hun zijn Vader geopenbaard en zijn grote liefde voor hen. Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo
heb ook Ik u liefgehad. Blijf in mijn liefde.10 Ik
noem u geen dienaren meer, want de dienaar weet niet wat zijn heer doet, maar u
heb Ik vrienden genoemd... Ik heb u gekozen en heb u de taak gegeven op tocht te
gaan en vruchten voort te brengen.11
Met deze duidelijke visie dienen wij naar alle uithoeken van de wereld te gaan
«om de liefde van God aan alle mensen en volkeren te openbaren en mee te
delen.»12
De christen zal een verkondiger zijn in zoverre hij of zij
een vriend van God is. Deze vriendschap met God is noodzakelijkerwijze een zaak
van iedere dag. Deze houding is duidelijk tegengesteld aan de alom verspreide
argwaan en de agressiviteit van onze omgeving. Wanneer de mensen om ons heen
zien, dat wij te vertrouwen zijn, dat wij hulpvaardig zijn, dat wij geen wrok
koesteren, dat wij van niemand kwaad spreken... Zij zullen tot de conclusie
komen, dat wij christenen anders zijn, omdat wij Christus volgen. Wij hebben
misschien verschillende meningen, maar wij vallen anderen niet persoonlijk aan.
Wanneer niemand is uitgesloten van ons apostolaat en onze hulp, geven wij een
waarachtig getuigenis van Christus.
43.3 Naast
onze liefde moeten wij de wereld ook onze blijdschap laten zien. De blijdschap
die de Heer ons bij het Laatste Avondmaal beloofde,13
die voortkomt uit ons streven om persoonlijke zorgen opzij te zetten en
vriendschap met God te sluiten. Blijdschap is een wezenlijk onderdeel van de
evangelisatie. Wie wordt er nu toch aangetrokken door een treurige negatieve
criticus of een zwaarmoedige klager? De apostolische vruchtbaarheid van de eerste
christenen was grotendeels het resultaat van hun blijdschap herauten te zijn
van de Blijde Boodschap. Zij waren de boodschappers van de Ene die voor de
wereld redding had gebracht. Zij straalden als een gelukkige gemeenschap te
midden van een wereld vol leed. Hun geluk verbreidde hun geloof in Christus
over de grenzen. Het was een speciale gave die zij met hun families en hun
vrienden deelden... elk moment, omdat dit hun bestaansreden was.
Christelijke blijdschap heeft een stevig fundament, het
bewustzijn van het goddelijk kindschap, weten in alle omstandigheden kind van
God te zijn. «Zoals Chesterton suggereert is het blijdschap, niet omdat wij op
de goede plaats, maar omdat we op de verkeerde plaats zijn. Wij waren
verdwaald, maar Iemand heeft ons gevonden en leidt ons naar huis. Het is
blijdschap, niet omdat alles met ons in orde is -dat is niet zo- maar omdat
Iemand voor ons alles in orde kan maken. Christelijke blijdschap komt doordat
men het enige werkelijk droevige feit van het leven, de zonde, onder ogen durft
te zien; en men het kan verslaan met het vreugdevolle feit dat nog echter en
sterker is dan de zonde: Gods liefde en erbarmen.»14
Laten wij bij onszelf nagaan of wij christelijke blijdschap
uitstralen in het dagelijkse leven. Wij hebben zoveel redenen om gelukkig te
zijn: het wonder van het kindschap Gods, de troost van de goddelijke
ontferming, het weten dat wij op weg zijn naar de hemel..., de blijdschap dat wij
zo dikwijls te communie kunnen gaan. «De eerste stap om anderen dichter bij de
wegen van Christus te brengen is, dat zij zien dat jij tevreden, gelukkig,
zeker bent in jouw gaan naar God.»15
En samen met de blijdschap
en liefde van Christus dienen wij uit te dragen, dat wij de enige
waarheid bezitten die de mensen kan verlossen en gelukkig maken. «Alleen
overtuigde christenen maken een kans anderen te overtuigen. Half-overtuigde
christenen kunnen zelfs niemand half overtuigen. Zij zullen helemaal niet
overtuigen.»16
-1. Vgl. Mc
2,15. -2. Vgl. Hnd
1,21-26. -3. Vgl. Lc
24,13-35. -4. Vgl. P.R. Bernard, El misterio de Jesús,
Barcelona 1965, deel I, bl. 88 e.v. -5. Lc 10,1-12. -6. Johannes
Paulus ii, Apost. exhort. Christifideles
laici, 30 december 1988, 34. -7.
H.
Jozefmaria Escrivá, De Weg, 800. -8. idem, De Smidse,
906. -9. H. Gregorius de Grote, Preken over de Evangeliën,
17,3. -10. Joh 15,9.
-11. Joh 15,16. -12. Vaticanum ii, Decr. Ad gentes, 10. -13. Vgl. Joh 16,22. -14. C. Burke, Authority and Freedom in the Church, bl. 143.
-15. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 858. -16. C. Burke, o.c. bl. 141.
|