De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Achtste zondag door het jaar (C)

3. DE OVERWINNING OP DE DOOD

-De dood, een gevolg van de zonde. Van dit leven houden wij alleen de verdiensten van de goede werken en de straf voor de zonden over. -Christelijke betekenis van de dood. -Vruchten van het overwegen van de uitersten.

3.1 De heilige Paulus leert ons in de tweede lezing van de mis1, dat wanneer het verrezen en verheerlijkte lichaam bekleed wordt met onsterfelijkheid, de dood definitief overwonnen zal zijn. Dan zullen wij kunnen vragen: Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw angel? De angel van de dood is de zonde... De zonde heeft de dood in de wereld gebracht. Toen God de mens schiep, met alle bovennatuurlijke gaven van de genade, verleende Hij hem ook andere gaven die zijn natuur in haar eigen orde vervolmaakten. Een daarvan was de lichamelijke onsterfelijkheid, die onze stamouders samen met het leven aan hun nakomelingschap hadden moeten doorgeven. De erfzonde bracht met zich mee het verlies van de vriendschap met God en van deze gave van onsterfelijkheid. De dood, het loon van de zonde2, kwam in een wereld die ontworpen was voor het leven. De Openbaring leert ons: God heeft de dood niet gemaakt en Hij vindt geen vreugde in de ondergang van hen die leven.3

Met de zonde echter kwam de dood over allen. «De rechtvaardige sterft net zo goed als de goddeloze, de goede evenals de slechte, de zuivere en de onreine, wie offers brengt en wie het niet doet. Hetzelfde lot treft de goede mens en de zondaar. Hij die zweert, hetzelfde als wie de eed vreest. Mensen en dieren worden op gelijke wijze weer stof en as.»4 Al het stoffelijke komt tot een einde: alles heeft zijn uur. De lichamelijke wereld en alles wat daarin bestaat, komt ooit tot een einde. Ook wij.

Bij de dood verliest de mens alles wat hij tijdens zijn leven bezat. Zoals tot de rijke uit de parabel, zal de Heer tot degene die alleen aan zichzelf, aan zijn welzijn en aan zijn gemak dacht, zeggen: Dwaas! ... al die voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie zijn die dan? 5 Iedereen neemt alleen maar met zich mee de verdiensten van zijn goede werken en de straf voor zijn zonden. Zalig de doden die in de Heer sterven, van nu af. Ja waarlijk, zegt de Geest, laat hen uitrusten van hun moeiten, want hun daden vergezellen hen.6 Met de dood eindigt de mogelijkheid verdiensten te verwerven voor het eeuwig leven, zoals de Heer ons vermaant: Er komt een nacht en dan kan niemand werken.7 Met de dood hecht de wil zich aan goed of aan kwaad, voor immer. Zij zal voor eeuwig in vriendschap met God blijven, of zijn barmhartigheid afwijzen.

Het overwegen van ons einde in deze wereld zet ons aan te reageren tegen lauwheid, tegenzin als het de zaken van God betreft, gehechtheid aan dingen van hier beneden die we weldra zullen moeten achterlaten. Deze overweging helpt ons het werk te heiligen en in te zien, dat dit leven een korte periode is om verdiensten te verwerven.

Laten wij er vandaag aan denken, dat wij stof zijn die vergaat, maar ook dat wij geschapen zijn voor de eeuwigheid, dat de ziel nooit sterft, en dat ons eigen lichaam ooit verheerlijkt zal verrijzen om zich met de ziel te herenigen. Dat vervult ons met blijdschap en vrede, en motiveert ons te leven als kinderen van God in de wereld.

3.2 Met de Verrijzenis van Christus is de dood overwonnen. De dood houdt de mens niet langer in slavernij. Hij is heer en meester over de dood.8 En die soevereiniteit bereiken wij in de mate waarin wij verenigd zijn met Hem die de sleutels van de dood 9 bezit. De echte dood is gelegen in de zonde die een afschuwwekkende scheiding is -de scheiding van de ziel van God-; in vergelijking hiermee die andere scheiding, de scheiding van de ziel van het lichaam, minder belangrijk, en bovendien tijdelijk. Wie in Mij gelooft -zegt de Heer- zal leven, ook al is hij gestorven, en ieder die leeft in geloof aan Mij, zal in eeuwigheid niet sterven.10 «In Christus heeft de dood haar macht verloren, is haar angel uitgerukt, de dood is verslagen. Die waarheid van ons geloof kan paradoxaal lijken, wanneer wij in onze omgeving nog steeds zien dat mensen getroffen worden door de zekerheid van de dood, door folterende pijn. Zeker, pijn en dood brengen de menselijke geest in verwarring en zij blijven een raadsel voor hen die niet in God geloven, maar door het geloof weten wij, dat zij overwonnen zullen worden, dat de overwinning al behaald is door dood en verrijzenis van Jezus Christus, onze Verlosser.»11

Het materialisme tracht, in al haar verschijningsvormen in de loop der tijden, door het ontkennen van het voortbestaan van de ziel na de dood, het eeuwigheidsverlangen te sussen dat God in het mensenhart heeft ingestort. Het heeft de gewetens zoet gehouden met de troost van een voortbestaan in de werken die men nalaat, en in de herinnering en genegenheid van hen die nog in deze wereld leven. Het is goed dat de mensen die na ons komen, zich ons herinneren, maar de Heer leert ons meer: Weest niet bevreesd voor hen die wel het lichaam kunnen doden maar niet de ziel; vreest veeleer Hem die en ziel en lichaam in het verderf kan storten in de hel.12 Dat is het heilige ontzag voor God dat ons bij gelegenheid zo veel kan helpen ons verre te houden van de zonde.

Voor elk schepsel is de dood een hachelijke overgang, maar na de verlossing die door Christus bewerkstelligd is, heeft het moment van de dood een volledig andere betekenis. Het is niet alleen de zware schatting die iedere mens moet betalen voor de zonde, als terechte straf voor de schuld: het is vooral het toppunt van onze overgave in de handen van onze Verlosser, de overgang van deze wereld naar de Vader13; de doortocht naar een nieuw leven van eeuwig geluk. Als wij aan Christus trouw zijn, zullen wij met de psalmist kunnen zeggen: Moest ik gaan door het dal van de schaduw des doods, kwaad zou ik niet vrezen. Want naast mij gaat Gij.14 Deze hemelse rust en dit optimisme tegenover het laatste ogenblik komen voort uit de stellige hoop op Jezus Christus; Hij wilde immers de menselijke natuur volledig aannemen met alle zwakheden van dien, met uitzondering van de zonde15, om door zijn dood de vorst van de dood, de duivel, te onttronen, en hen te bevrijden die door de vrees voor de dood heel hun leven aan onvrijheid onderworpen waren.16 Daarom onderricht de heilige Augustinus, dat «onze erfenis bestaat in de dood van Christus».17 Door deze dood kunnen wij het Leven verwerven.

De onzekerheid van ons einde moet ons ertoe aanzetten te vertrouwen op Gods barmhartigheid en heel trouw te zijn aan de ontvangen roeping, door ons leven te besteden in dienst aan God en aan de Kerk op de plaats waar wij zijn. Wij moeten altijd, en in het bijzonder wanneer het laatste ogenblik komt, voor ogen houden dat de Heer een goede Vader is, vol tederheid voor zijn kinderen. Onze Vader God zal ons welkom heten. Christus zegt ons dan ook: kom, gezegende van mijn Vader...

De vriendschap met Jezus Christus, de christelijke betekenis van het leven, het besef dat wij kinderen van God zijn, dit alles zal ons in staat stellen de dood in alle rust tegemoet te zien en te aanvaarden: het zal de ontmoeting zijn van een kind met zijn Vader, die hij zijn hele leven heeft trachten te dienen. Moest ik gaan door het dal van de schaduw des doods, kwaad zou ik niet vrezen. Want naast mij gaat Gij.

3.3 De Kerk beveelt het mediteren over de uitersten aan, in de overweging ervan kunnen wij immers veel vruchten oogsten. Het denken over de kortheid van het leven moet ons niet afhouden van de dingen die God ons in handen heeft gegeven: gezin, familie, werk, liefhebberijen... Het helpt ons onthecht te zijn van de stoffelijke goederen, deze de plaats te geven waar ze thuishoren, en de aardse werkelijkheid, waarmee wij de hemel moeten verdienen, te heiligen. Als een vriend, een familielid, een geliefd persoon sterft, kan dat, onder meer, een geschikt moment zijn om deze onvermijdelijke waarheden in ogenschouw te nemen.

De Heer zal zich misschien aandienen, wanneer wij daar het minst op bedacht zijn: Hij zal komen als een dief in de nacht18, en moet ons bereid, waakzaam, los van het aardse aantreffen. Zich vastklampen aan de zaken hier beneden, wanneer we die al weer zo snel moeten achterlaten, zou een blunder van de eerste orde zijn. Wij moeten met beide benen op de grond staan; wij bevinden ons midden in de wereld, en onze roeping als christen leidt ons daarheen, maar zonder te vergeten, dat wij reizigers zijn, op weg naar Christus en zijn rijk, dat het uiteindelijke rijk zal zijn. Wij moeten alle dagen leven in het bewustzijn dat wij pelgrims zijn die -in allerijl- onderweg zijn naar hun ontmoeting met God. Elke morgen doen wij weer een stap nader tot Hem, elke avond treft ons dichterbij aan. Daarom moeten wij leven, alsof de Heer ons het volgend ogenblik zou kunnen roepen. De onzekerheid omtrent het eind van ons aardse leven, waarin de Heer ons laat verkeren, helpt ons elke dag te leven alsof het de laatste was, altijd paraat en bereid om te verhuizen.19 Hoe dan ook, die dag «kan niet ver meer zijn»20, elke dag kan de laatste zijn. Vandaag sterven er duizenden in de meest verschillende omstandigheden. Velen zullen zich mogelijkerwijs nooit voorgesteld hebben, dat zij nu al geen tijd meer zouden hebben om verdiensten te verwerven.

Al onze dagen zijn een blanco vel waarop wij wonderen kunnen schrijven, of dat wij kunnen vullen met vergissingen en vlekken. En wij weten niet hoeveel bladzijden er nog resten om het boek af te maken, dat de Heer eens zal inzien.

De vriendschap met Jezus Christus, de liefde tot onze moeder Maria, de christelijke zin die we aan al ons doen en laten hebben gegeven, zullen ons in staat stellen onze uiteindelijke ontmoeting met God met een gerust hart tegemoet te zien. De heilige Jozef, patroon van de zalige dood, die aan zijn zijde het zoete gezelschap van Jezus en Maria had in het uur van zijn overgang uit deze wereld, zal ons leren dag na dag ons voor te bereiden op deze onzegbare ontmoeting met God onze Vader.

De heilige Paulus neemt afscheid van de eerste christenen van Korinte met die troostrijke woorden waarmee de tweede lezing van de mis van vandaag besluit. Wij kunnen ze beschouwen, alsof ze tot ieder van ons in het bijzonder gericht zijn: Daarom, geliefde broeders, weest standvastig en onwankelbaar, en gaat altijd voort met het werk des Heren; gij weet toch dat uw inspanning, dank zij Hem, niet vergeefs is. Onze Moeder -bij het einde van ons gebed nemen wij onze toevlucht tot de allerheiligste Maagd- zal voor ons van haar Zoon de genade verkrijgen altijd en in alles het doel van de hemel voor ogen te hebben: te werken met inspanning, met de blik gericht op de eeuwigheid: Heilige Maria, Moeder van God, bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.

-1. 1 Kor 15,54-58. -2. Rom 6,23. -3. Wijsh 1,13. -4. H. Hiëronymus, Brief 39,3. -5. Lc 12,20. -6. Apok 14,13. -7. Joh 9,4. -8. Vgl. Gal 4,7 -9. Apok 1,18. -10. Joh 11,25-26. -11. Johannes Paulus ii, Homilie, 16 februari 1981. -12. Mt 10,28. -13. Vgl. Joh 13,1. -14. Ps 23,5. -15. Vgl. Heb 4,15. -16. Heb 2,14-15. -17. H. Augustinus, Brief 4, 94. -18. 1 Tes 5,2. -19. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 744. -20. H. Hiëronymus, Brief 60, 14.




Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 5
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Priester zijn
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 50 vragen over Jezus
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009