Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Eenentwintigste zondag door het jaar (A)

55. De paus, fundament van de eenheid

-Jezus belooft dat Petrus de rots zal zijn waarop Hij de Kerk zal bouwen. -Liefde voor de paus. -Waar Petrus is, daar is de Kerk, daar is God. Luisteren naar het onderricht van de paus en het bekendmaken.

55.1 Het evangelie van vandaag1 toont ons Jezus en zijn leerlingen in de buurt van Caesarea van Filippus. Ze waren daar aangekomen nadat ze Betsaïda verlaten hadden en de noordelijke weg genomen hadden langs de oever van het meer.2 Onderweg vraagt Jezus aan de apostelen: Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon? Dan, nadat ze de diverse meningen die de mensen hebben, opgesomd hebben, vraagt Jezus hun rechtstreeks: Maar gij, [...] wie zegt gij dat Ik ben? «We kennen allemaal dit moment -zegt Johannes Paulus ii- dat we bij het spreken over Jezus niet meer kunnen volstaan met herhalen wat anderen gezegd hebben. Je moet zeggen wat je denkt, en geen mening citeren. Je moet getuigenis afleggen, je gebonden voelen door het getuigenis dat je afgelegd hebt en deze verbintenis dragen tot haar uiterste consequenties. De beste vrienden, volgelingen en apostelen van Christus zijn altijd diegenen geweest die op een dag in zich de definitieve, onontkoombare vraag gehoord hebben, bij welke alle andere secundair en ondergeschikt worden: 'Wie ben Ik voor jóu?'»3 Het leven van een persoon, zijn hele toekomst «hangt af van het duidelijke, oprechte en ondubbelzinnige antwoord, zonder retoriek of uitvlucht, dat hij geeft op deze vraag.»4

Deze vraag die Jezus stelt aan al zijn volgelingen vindt een speciale weerklank in het hart van Petrus die, bewogen door een bijzondere genade, antwoordt: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God. Jezus noemt Petrus zalig vanwege zijn waarachtige antwoord, waarmee hij openlijk de goddelijkheid belijdt van Hem in wiens gezelschap hij al een paar maanden heeft doorgebracht. Dit is het moment dat door Christus gekozen is om Petrus te zeggen dat op hem het primaat van de hele Kerk zal rusten. Op mijn beurt zeg Ik u: Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen en wat gij zult binden op aarde, zal ook in de hemel gebonden zijn en wat gij zult ontbinden op aarde, zal ook in de hemel ontbonden zijn. Hij zal de steenrots zijn, de vaste fundering waarop Christus zijn Kerk zal bouwen, op zodanige wijze dat geen macht haar zal kunnen overweldigen. En de Heer zelf heeft gewild dat Petrus zich iedere dag gesteund en beschermd voelt door de verering, de liefde en het gebed van alle gelovigen. Hoe bidden we elke dag voor de paus en zijn intenties? Hij heeft een ontzaglijke verantwoordelijkheid en we kunnen hem niet alleen laten. Als we echt verenigd willen zijn met Christus, moeten we op de eerste plaats verenigd zijn met de persoon die zijn plaats inneemt hier op aarde. «Moge het dagelijks overwegen van de zware last die drukt op de paus en de bisschoppen je aanzetten hen te eren, hen met echte genegenheid te beminnen en hen te helpen met je gebed.»5

55.2 Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen en wat gij zult binden op aarde, zal ook in de hemel gebonden zijn.

De sleutels beduiden macht: De sleutels van Davids huis leg ik hem op de schouders, lezen we in de eerste lezing van vandaag6, en het heeft betrekking op Eljakim, de dienaar van het koninklijk paleis. De macht die aan Petrus beloofd is, die aan hem verleend zal worden na de verrijzenis7, is geweldig veel groter dan deze. Hem worden niet de sleutels van een aards koninkrijk gegeven, maar van het koninkrijk der hemelen, het koninkrijk dat niet van deze wereld is maar dat hier gevoed wordt en voor altijd zal duren. Petrus heeft de macht om te binden en te ontbinden, dat wil zeggen om te vergeven of te veroordelen, om bijeen te brengen of uit te sluiten. Deze macht is zo groot dat wat hij beslist op aarde, in de hemel bekrachtigd zal worden. Om ze uit te oefenen rekent hij op de bijzondere hulp van de Heilige Geest.

Vanaf de eerste dag dat hij Jezus ontmoet had, zal hij voor altijd bekend zijn als Kefas, Petrus, de rots. Op mijn beurt zeg Ik u: Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen.8 Door zijn naam te veranderen wilde de Heer de nieuwe missie die Hij zijn apostel Simon gegeven had, onderstrepen: de vaste fundering te zijn van het nieuwe bouwwerk van de Kerk. De heilige Leo de Grote schrijft: «Het is alsof de Heer tegen hem gezegd had: Ik ben de onbreekbare steen, Ik ben de hoeksteen, [...] de fundering zonder welke niemand kan bouwen. Maar jij bent ook de 'rots', omdat je door mijn macht zo'n vastheid verkregen hebt dat jij, door deelname, met Mij de macht deelt die Ik rechtens heb.»9

Vanaf het allereerste begin van het christendom hebben de christenen de paus vereerd. De prins van de apostelen wordt overal genoemd vóór de anderen10 en hij maakt regelmatig gebruik van zijn bijzondere primaat en gezag over de overigen: hij stelt de verkiezing van een nieuwe apostel voor om de plaats van Judas in te nemen11; hij spreekt met Pinksteren tot de massa en doet de eerste bekeringen12; hij antwoordt aan het Sanhedrin namens allen13; hij straft Ananias en Safira met volledig gezag14; hij laat Cornelius, de eerste niet-jood, toe in de Kerk15; en hij zit het Concilie van Jeruzalem voor en verwerpt de pogingen van de joodse christenen om de besnijdenis op te leggen aan de bekeerden uit het heidendom, door vast te leggen dat redding alleen verkregen kan worden door geloof in Christus.16

Deze grote geestelijke macht is Petrus gegeven voor het welzijn van de Kerk, en daar de Kerk tot aan het einde der tijden moet duren, is deze macht in de geschiedenis doorgegeven aan hen die de plaats van Petrus innamen. Het leergezag van de Kerk heeft dit punt altijd onderstreept. In de dogmatische constitutie over de Kerk van het Tweede Vaticaans Concilie lezen we: «Deze heilige kerkvergadering, in de voetstappen tredend van het Eerste Vaticaans Concilie en zich daarbij aansluitend, leert en verklaart dat Jezus Christus, de eeuwige Herder [...], de heilige Petrus aan het hoofd van de andere apostelen gesteld heeft en in hem het blijvend en zichtbaar beginsel en fundament van de eenheid in geloof en gemeenschap heeft vastgelegd. Deze leer nu over de instelling, de eeuwige duur, de macht en de aard van het gewijde primaat van de paus van Rome en over zijn onfeilbaar leergezag, houdt de heilige kerkvergadering nogmaals als vast te geloven aan alle gelovigen voor.»17 De bisschop van Rome, de paus, is de opvolger van Petrus; verenigd met hem zijn we verenigd met Christus. Hij is zijn plaatsbekleder hier op aarde, degene die zijn plaats vervangt.

Onze liefde voor de paus is niet slechts een natuurlijke genegenheid, gefundeerd op zijn heiligheid, zijn innemendheid enz. Als wij op reis gaan om de paus te zien, om te luisteren naar wat hij te zeggen heeft, doen we dat om Petrus te zien, aan te raken en te horen, de plaatsvervanger van Christus. Hij is, wie het ook mag zijn, , in de woorden van de heilige Catharina van Siëna. «Bovendien dient je grootste liefde, je grootste achting, je diepste verering, je meest toegewijde gehoorzaamheid, je grootste genegenheid uit te gaan naar de Vice-Christus op aarde, naar de paus. -Wij katholieken moeten bedenken, dat de heilige Vader in de hiërarchie van de liefde en het gezag na God en onze Moeder de allerheiligste Maagd komt.»18

55.3 Een oude formule somt in een paar woorden heel de leer op over de paus van Rome: «Ubi Petrus, ibi Ecclesia, ibi Deus»19. Waar Petrus is, daar is de Kerk, daar is God. «De paus van Rome -zegt het Tweede Vaticaans Concilie- als opvolger van Petrus, is het blijvend en zichtbaar beginsel en fundament van de eenheid zowel van de bisschoppen als van de menigte der gelovigen.»20 «En wat zou er worden van deze eenheid als er niet een hoofd over de hele Kerk was, om haar te zegenen en voor haar te zorgen en om al haar leden te verenigen in het belijden van één geloof en hen samen te brengen in de band van naastenliefde en eenheid?»21 De eenheid zou in duizend stukjes verbrijzelen en we zouden ronddolen als verstrooide schapen, zonder een zeker geloof waarin we konden geloven, zonder een duidelijk pad dat we konden volgen.

Wij willen bij Petrus zijn, omdat we met hem de Kerk hebben. Met hem hebben we Christus; en zonder hem zullen we God niet vinden. En omdat we van Christus houden, houden we van de paus -met dezelfde liefde. En aangezien we attent zijn op Jezus, op zijn wensen, op zijn handelingen, op zijn hele leven, zijn we op dezelfde wijze verenigd met de paus, zelfs in de kleinste dingen: we beminnen hem boven alles omdat hij de Ene vertegenwoordigt, van wie hij het instrument is. «Bemin en eer de paus, bid en doe verstervingen -elke dag met meer verknochtheid- voor de Romeinse Opperherder, grondsteen van de Kerk die onder alle mensen, in de loop der eeuwen en tot aan het eind der tijden het heiligingswerk en de leiding voortzet welke Jezus aan Petrus toevertrouwde.»22

In de Handelingen van de Apostelen vinden we een duidelijk bewijs van de liefde en de toewijding die de eerste christenen voor Petrus hadden: Men bracht zelfs de zieken op straat en legde ze neer op bedden en draagbaren in de hoop dat, als Petrus voorbijging, ten minste zijn schaduw op een van hen zou vallen.23 Ze waren gelukkig als ze het moesten stellen met de schaduw van Petrus. Ze wisten goed dat Christus heel dicht bij hem was! Zijn woord schenkt ons de helderheid van de dag midden in de verwarde chaos van meningen die, vandaag als in vroeger tijden, door zoveel valse profeten en valse leraren verkondigd worden. Laten we honger hebben naar het onderricht van de paus en het in onze omgeving bekend maken. Dat is het licht dat het geweten van de mens verlicht. Laten we het voornemen maken om zijn woord met innerlijke volgzaamheid en gehoorzaamheid, met liefde te ontvangen.24

-1. Mt 16,13-20. -2. Vgl. Mc 8,27; Lc 9,18. -3. Johannes Paulus ii, Homilie te Belo Horizonte, 1 juli 1980. -4. Ibidem. -5. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 136. -6. Jes 22,19-23. -7. Vgl. Joh 21,15-18. -8. Mt 16,18; vgl. Joh 1,42. - 9. H. Leo de Grote, Sermo 4. -10. Mt 10,2 e.v.; Hnd 1,13. -11. Hnd 1,15-22. -12. Hnd 2,14-36. -13. Hnd 4,8 e.v. -14. Hnd 5,1 e.v. -15. Hnd 10,1 e.v. -16. Hnd 15,7-10. -17. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen Gentium, 18. -18. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 135. -19. H. Ambrosius, Commentaar op Psalm 12, 40,30. -20. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen Gentium, 23. -21. Gregorius XVI, Commissum divinitus, 15 juni 1835. -22. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 134. -23. Hnd 5,15. -24. Vgl. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen Gentium, 25.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012