Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

3 januari

41. DE PROFETIE VAN SIMEON

-De heilige Familie in de tempel. De ontmoeting met Simeon. Onze ontmoeting met Jezus. -Maria, Medeverlosseres met Christus. De betekenis van het lijden. -De heilige Maagd onderricht ons tot medeverlossen. Lijden en tegenslagen offeren. Eerherstel. Apostolaat onder de mensen om ons heen.

41.1 Toen de tijd van haar zuivering voor Maria was aangebroken, ging de heilige Familie opnieuw naar Jeruzalem om twee voorschriften van de Wet van Mozes na te komen: de zuivering van de moeder en de opdracht en vrijkoping van de eerstgeborene.1 

Strikt genomen waren deze wetten niet op Maria en Jezus van toepassing. Het Kind immers had de maagdelijke schoot niet geopend. Bovendien is Hij God. Maria echter wilde de wet vervullen. In die zin gedroeg zij zich als elke brave joodse vrouw uit haar tijd. «Maria -zegt de heilige Thomas- werd gezuiverd om een voorbeeld van gehoorzaamheid en nederigheid te geven.»2 

De heilige Maagd vervoegde zich, met Jozef aan haar zijde en Jezus in haar armen dragend, bij de tempel, in niets onderscheiden van de andere vrouwen. Jezus werd aan zijn Vader geofferd in de handen van Maria. Nooit was er een dergelijk offer in die tempel gebracht en het zou er ook nimmer meer opgedragen worden. Het volgende offer voltrok Christus zelf, buiten de stad, op Golgotha. En nu, vele malen per dag, wordt Jezus in de heilige Mis geofferd aan de Allerheiligste Drieëenheid als een offer van onschatbare waarde.

Maria en Jozef offeren het Kind aan God en kopen het terug, waardoor zij Het opnieuw ontvangen. De ouders be­talen voor het offer als armen. Zij konden zich alleen maar het laagste tarief veroorloven: een koppel tortels. De heilige Maagd onderging de zuiveringsriten. Toen zij bij de ingang van de tempel kwamen, voegde zich een grijsaard bij hen, Simeon, een wetsgetrouw en vroom man, die Israëls vertroosting verwachtte, en de heilige Geest rustte op hem.3 Door de Geest gedreven was hij naar de tempel gekomen.4 Hij nam het kind in zijn armen en verkondigde Gods lof met de woorden: Uw dienaar laat gij, Heer, nu naar uw woord in vrede gaan: mijn ogen hebben thans uw Heil aanschouwd, dat Gij voor alle volken hebt bereid; een licht dat voor de heidenen straalt, een glorie voor uw volk Israël.5 

Maria en Jozef waren verbaasd over de dingen die over Jezus gezegd werden. Deze oude man was de gunst verleend de komst van de Messias te herkennen, toen die nog voor de wereld verborgen was. Heel zijn bestaan was niets anders geweest dan een vurige verwachting van Jezus. Nu achtte hij de vervulling van zijn leven gekomen: Nunc dimittis servum tuum, Domine... Laat nu, Heer, uw dienaar gaan in vrede... Simeon meent, dat er nu niets meer aan zijn leven toegevoegd zou kunnen worden: hij heeft de komst van de Messias, de Redder van de wereld, aanschouwd. Deze ontmoeting was het enige, dat echt telde in zijn leven. Hij had geleefd voor dit ogenblik. Voor hem telde niet het zien van alleen maar een klein kind dat door een paar jonge ouders naar de tempel gebracht werd om aan het voorschrift van de Wet te voldoen, zoals tientallen andere gezinnen. Hij wist, dat dit Kind de Zaligmaker was: mijn ogen hebben uw Heiland aanschouwd. Meer hoeft niet, nu kan hij in vrede sterven. De grijsaard zal deze gebeurtenis wel niet veel dagen overleefd hebben.

Wij kunnen onmogelijk vergeten, dat wij met deze zelfde Heiland, het licht dat voor de heidenen straalt en een glorie voor Israël, niet slechts één keer, maar heel vaak een ontmoeting hebben. Wij hebben Hem misschien in de loop van ons leven wel duizenden keren ontvangen in de heilige communie. Intiemer en intenser ontmoetingen dan die van Simeon. Wij betreuren nu de keren waarbij wij met minder devotie communiceerden. Laten wij het voornemen maken dat de volgende ontmoeting met Christus in de communie minstens als die van Simeon zal zijn: vol geloof, hoop en liefde. Na elke communie, die uniek en onherhaalbaar is, kunnen ook wij zeggen: mijn ogen hebben de Heiland aanschouwd.

41.2 Gedreven door de Heilige Geest wendt de oude Simeon zich, na de jonge echtelieden gezegend te hebben, tot Maria en beschrijft haar het lijden dat haar Kind ooit zal moeten ondergaan en het zwaard der smarten dat haar eigen ziel zal doorboren. Hij wijst naar Jezus en zegt: zie, dit kind is bestemd tot val of opstanding van velen in Israël, tot een teken dat weersproken wordt, opdat de gezindheid van vele harten openbaar moge worden; en uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord.6 

«De tijd zal komen -zegt de heilige Bernardus- dat Hij niet wordt opgeofferd in de tempel, niet tussen de ar­men van Simeon, maar buiten de stad, tussen de armen van een kruis. De tijd zal komen, dat Hij niet met iets anders wordt teruggekocht, maar dat Hij met zijn eigen bloed anderen zal terugkopen, want God de Vader zond Hem aan zijn volk om het te verlossen.»7 

Het lijden van Maria -het zwaard dat haar ziel zal doorboren- zal als enige beweegreden de smarten van haar Zoon hebben, zijn vervolging en dood, de onzekerheid over het moment waarop het zou gebeuren en de weerstand tegen de genade van de Verlossing die de ondergang van velen zou bewerkstelligen. De bestemming van Maria was parallel aan die van Jezus, ten dienste daarvan en zonder andere bestaansgrond.

De vreugde van de verlossing en het lijden van het kruis zijn in de levens van Jezus en Maria onlosmakelijk. Het lijkt wel of God door middel van de schepselen, die Hij in de wereld het meest bemind heeft, ons wil laten zien, dat het geluk zich niet ver van het kruis bevindt. Van meet af aan zijn de levens van de Heer en van zijn Moeder gemarkeerd door het teken van het kruis. Bij de blijdschap van de Geboorte voegen zich meteen ontbering en zorgen. Maria kent al vanaf het allereerste moment het lijden dat haar wacht. Als 'zijn uur' gekomen is, zal zij het Lijden en Sterven van haar Zoon aanschouwen, zonder verwijt, zonder klacht. Zij zal lijden als geen andere moeder lijden kan. Maria zal de smarten met hemelse kalmte aanvaarden, omdat zij de verlossende betekenis ervan kent. «Zo is ook de heilige Maagd Maria op de pelgrimstocht van het geloof voortgegaan en de vereniging met haar Zoon heeft zij standvastig volgehouden tot onder het kruis. Daar stond zij niet zonder Gods beschikking (vgl. Joh 19,25), daar heeft zij smartelijk met haar Eniggeborene meegeleden en zich met haar moederhart bij zijn offer aangesloten, liefdevol toestemmend in de slachting van het offerlam dat uit haar was geboren.»8 

Het lijden van Maria is bijzonder en karakteristiek en staat in rechtstreeks verband met de zonde van de mensen. Het is een medeverlossend lijden. De Kerk verleent Maria de titel 'Medeverlosseres'. Wij leren de waarde en de betekenis van het lijden en van de tegenslagen die ons hier op aarde elke dag overkomen, door aan Maria te denken. Met haar leren wij het lijden te heiligen door dit te verenigen met het lijden van haar Zoon en dit lijden aan de Vader te offeren. De heilige Mis is het meest toepasselijke ogenblik alles wat ons in het leven moeite kost te offeren. En daar treffen wij Onze Lieve Vrouw.

41.3 Simeon voerde, door de wil van God, Maria vanaf het allereerste begin binnen in het diepe mysterie van de verlossing. Hij deelde haar mee, dat de Heer haar een bijzondere plaats had toebedeeld in het lijden en sterven van haar Zoon. Met de profetie van de grijsaard komt er een nieuw element in het leven van Maria en bleef daar, tot zij aan de voet van het kruis van Jezus stond.

Ondanks talrijke verklaringen en onderrichtingen van de Heer slaagden de apostelen er tot aan de Verrijzenis niet in, uit dat alles te begrijpen, dat het nodig was, dat Hij daar veel zou moeten lijden van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden.9 Maria wist vanaf het begin, dat haar een groot lijden wachtte en dat dit lijden samenhing met de verlossing van de wereld. Zij, die alles in haar hart bewaarde en overwoog10, moet vaak aan deze geheimzinnige woorden van Simeon gedacht hebben. In een proces dat wij totaal niet kunnen begrijpen, maakte zij haar hart gelijkvormig aan dat van haar Zoon. «Het medeverlossend martelaarschap van de Maagd [...] wordt aangeduid in de voorspelling van Simeon en in de geschiedenis van de Passie van de Heer. Deze is gesteld -zegt de heilige grijsaard- tot een teken van tegenspraak en ook door uw eigen ziel -hij sprak namelijk tot Maria- zal een zwaard klieven. [...] En zelfs nadat uw Jezus -ieders Jezus is Hij, maar in het bijzonder de uwe- reeds de geest gegeven had, heeft de wrede lans, die de ziel niet meer raken kon, toch de gestorvene, nu Hij niet meer te deren was, nog de zijde geopend en haar steek is ongetwijfeld door uw hart gegaan. Zijn ziel was daar niet meer aanwezig, doch de uwe kon vandaar niet worden verwijderd. De kracht der pijn doorkliefde dus uw ziel.»11 

God heeft gewild, dat wij ons met alle christenen aaneensluiten om met Hem samen te werken in de verlossing van allen. Wij brengen deze opdracht ten uitvoer door oprecht onze kleinste verplichtingen na te komen en dit op te dragen voor het heil van de zielen, door met kalmte en geduld lijden, ziekte en tegenslagen te verduren en door een werkzaam apostolaat in onze omgeving te verrichten. Gewoonlijk vraagt de Heer ons te beginnen bij hen die ons het meest nabij zijn door familiebanden, vriendschap, werk, nabuurschap, studie enzovoort. Zo ging Jezus te werk, en ook zijn apostelen.

Laten wij vandaag op bijzondere wijze onze Moeder Maria vragen, dat zij ons leert te lijden en tegenslagen te heiligen, dat wij die zullen weten te verenigen met het kruis, dat wij frequent eerherstel brengen voor de zonden van de wereld en dat wij elke dag de vruchten van de ver­lossing in ons doen toenemen. «O Moeder van godsvrucht en barmhartigheid, die uw beminnelijke Zoon begeleidde toen Hij het altaar van de verlossing der mensheid besteeg, als onze medeverlosseres verenigd met zijn smarten... Bewaar en vermeerder in ons de vruchten van de Verlossing en van uw medelijden.»12

-1. Vgl. Lev 12,2-8; Ex 13,2.12-13. -2. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III, q37, a4. -3. Lc 2,25. -4. Lc 2,27. -5. Lc 2,29-32. -6. Lc 2,34-35. -7. H. Bernardus, Mariapreeken, (Bussum 1946) bl. 123.-8. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 58. -9. Mt 16,21. -10. Vgl. Lc 2,19. -11. H. Bernardus, Mariapreeken, Preek op de zondag in het octaaf van 15 augustus, n.14, bl. 233-234 (Bussum 1946). -12. Pius xi, Gebed bij de sluiting van het Heilig Jaar, 1933.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012