Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

20 december

25. DE ROEPING VAN MARIA. ONZE ROEPING

-De heilige Maagd, van eeuwigheid af uitverkoren. -Onze roeping. Ons antwoord. -De heilige maagd Maria navolgen in haar geest van dienstbaarheid aan de anderen.

25.1 Het is nu bijna kerstmis. Nu zal de profetie van Jesaja in vervulling gaan: Zie de maagd zal ontvangen en een zoon baren; zij zal hem noemen Immanuël, God-met-ons.1 

Het Joodse volk was vertrouwd met de profetieën die het nageslacht van Jakob, middels David, aanwezen als drager van de messiaanse beloften. De Joden konden zich echter niet voorstellen, dat de Messias de mensgeworden God zelf zou zijn. Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw.2 En die vrouw, de uitverkorene en voorbestemde van alle eeuwigheid af om Moeder van de Zaligmaker te worden, had haar maagdelijkheid aan God toegewijd en zo afstand gedaan van de eer de Messias onder haar rechtstreekse nageslacht te mogen rekenen. Van eeuwigheid ben ik gevormd -zegt het boek Spreuken als een voorafbeelding van Onze Lieve Vrouw- vanaf het begin, voordat de aarde bestond.3 

Talrijk zijn de vruchten die we in deze dagen kunnen verkrijgen in onze omgang met Maria. Zij zegt ons zelf: Als een wijnstok kreeg ik mooie loten en mijn bloesems worden luisterrijke, volle vruchten. Ik ben de moeder van de schone liefde, van de godsvrucht, de kennis en de heilige hoop. Komt tot mij, gij die naar mij verlangt, en verzadigt u met mijn vruchten, want het denken aan mij is zoeter dan honing en mij bezitten is zoeter dan honingraat.4 Maria verschijnt als de maagdelijke Moeder van de Messias, die heel haar liefde aan Jezus zal geven, met ongedeeld hart, als prototype van de overgave die de Heer van velen zal vragen.

Toen de volheid van de tijden gekomen was, zond God de aartsengel Gabriël naar Nazareth, waar de maagd Maria woonde. Naar vrome overlevering wordt Maria gewoonlijk in gebed verzonken afgebeeld. Zo hoort zij, vol aandacht, het plan dat God met haar heeft, haar roeping: Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u5, zegt de engel, zoals we lezen in het evangelie uit de Mis van vandaag.

En Maria geeft haar volle instemming met de wil van God: Mij geschiede naar uw woord.6 Vanaf dat moment aan­vaardde zij haar roeping en begon zij deze te verwerkelijken. Haar roeping bestond erin Moeder van God te zijn en Moe­der van de mensen. Het middelpunt van de mensheid be­vond zich, zonder dat men dat wist, in het stadje Nazareth. Daar was de vrouw die door God het meest bemind werd, zij die ook de meest geliefde voor alle mensen is, die door alle tijden heen het meest is aangeroepen. Laten we haar in de intimiteit van ons hart, nu, in ons persoonlijk gebed zeggen: Moeder, gij zijt de gezegende onder de vrouwen.

Ten behoeve van haar Moederschap werd zij omgeven met alle genaden en voorrechten die haar tot een waardig verblijf voor de Allerhoogste maakten. Christus heeft zijn Moeder uitverkoren en in haar al zijn Liefde en Macht ge­legd. Hij liet niet toe, dat zij ook maar in het minste geraakt zou worden door de zonde: noch door de erfzonde, noch door persoonlijke zonden. Zij werd Onbevlekt ontvangen, zonder enige smet. En Hij heeft haar «uit de schat van zijn goddelijke voorraad met alle hemelse genadegunsten der­wijze wonderbaar begiftigd, dat zij vrij van alle zondesmet, en in geheel haar wezen schoon en volmaakt, een volledige onschuld en heiligheid ronddroeg, zoals behalve in God er geen is, en behalve door God geen gedacht kan worden.»7 Haar waardigheid is als het ware oneindig.

Haar werden alle genaden en alle voorrechten gegeven om haar roeping te volvoeren. Haar roeping werd, zoals in elke mens, het centrale ogenblik van haar leven: zij werd geboren om moeder van God te worden, uitverkoren door de Allerheiligste Drieëenheid van eeuwigheid af.

Zij is ook onze Moeder. Dat zullen wij in deze dagen niet vergeten. Met een oud gebed, dat we tot het onze maken, kunnen we het zo onder woorden brengen: «Vergeet niet, heilige Maagd en moeder van God, als gij in aanwezigheid van de Heer zijt, Hem goede dingen over mij te zeggen.»

25.2 Ook in ieder van ons is de roeping het middelpunt van ons leven. De spil waar al het andere om draait. Alles, of zo goed als alles draait om het kennen en vervullen van wat God van ons vraagt.

De eigen roeping volgen en beminnen is het belangrijkste en meest vreugdevolle in het leven. Hoewel de roeping de sleutel is die de deuren tot het ware geluk opent, zijn er echter toch mensen die hun roeping niet willen kennen. Zij geven er de voorkeur aan hun eigen wil te doen in plaats van de wil van God. Zij verkeren liever in schuldige onwetendheid dan dat zij in alle oprechtheid zoeken naar de weg waarop zij gelukkig zouden zijn, waarlangs zij met zekerheid in de hemel zouden komen en heel veel anderen gelukkig zouden maken.

De Heer doet bijzondere oproepen; ook tegenwoordig. Hij heeft ons nodig. Bovendien trekt Hij aan ons met een heilige roeping: een uitnodiging Hem te volgen in een nieuw leven waarvan Hij het geheim bezit: wie mijn volge­ling wil zijn...8 Alle gedoopten hebben door dat sacrament de roeping ontvangen God in volle liefde te zoeken. «Want het alledaagse gewone leven onder onze medemensen is niet afgestompt en plat. Juist hier is 't de plaats, waar volgens de wil van de Heer de meesten van zijn kinderen zich moeten heiligen.

»Men moet steeds weer onderstrepen dat Jezus zich niet wendde tot enige bevoorrechten. Hij kwam op de eerste plaats om de allesomvattende liefde Gods te openbaren. Alle mensen worden door God bemind. Van allen verwacht Hij liefde. Van allen, welke persoonlijke eigenschappen, welke maatschappelijke rang, welk beroep of welk ambt ieder ook heeft. Het gewone, alledaagse leven is geen onbeduidende zaak. Alle wegen op aarde kunnen aanleiding zijn tot een ontmoeting met Christus, die ons oproept om één te worden met Hem, om zijn goddelijke opdracht te vervullen, waar wij ons ook bevinden.

»God roept ons door alles wat er in 't dagelijks leven ge­beurt, door de vreugde en het leed van onze medemensen, door de aardse zorgen van onze vrienden en kennissen, door de vele kleine dingen van het gezinsleven. En God roept ons ook door de grote problemen, conflicten en taken die een stempel zetten op de geschiedenis, die de hoop en de inspanning van een groot deel van de mensheid gevangen houden.»9

De roep van de Heer zweept ons op, onder andere, tot een grotere overgave, want de oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig.10 Dagelijks zijn er oogsten die verloren gaan omdat er geen mensen zijn om de oogst binnen te halen.

Mij geschiede naar uw woord, zegt de heilige Maagd.11 En wij beschouwen haar zoals zij schittert van vreugde. Tijdens ons gebed zouden wij ons kunnen afvragen: Zoek ik God in mijn werk, in mijn studie, in mijn gezin, op straat... in alles? Ben ik moedig in het apostolaat? Zoek ik God meer dan mijzelf?

25.3 Tegenover de wil van God heeft de heilige Maria maar één antwoord: zij omhelst die. Zij roept zichzelf uit tot de dienstmaagd des Heren, zij aanvaardt zijn plannen zonder enig voorbehoud. In de Oudheid, toen slavernij nog in volle hevigheid van kracht was, werd deze uitdrukking van Maria -een dienstmaagd was een slavin- volledig op de juiste waarde en intensiteit geschat. Een slaaf had, zou men kunnen zeggen, geen eigen wil, hij kende geen ander streven dan dat van zijn meester. Het was Maria's opperste blijdschap geen ander verlangen te kennen dan dat van haar Meester en Heer. Zij gaf zich over aan de Heer zonder enige restrictie, zonder voorwaarden.

Door Maria na te volgen willen wij geen andere wil en andere vooruitzichten hebben dan die van God. Dat geldt voor zaken die voor ons belangrijk zijn, in onze eigen roeping en in de kleine gewone dingen in ons werk, gezin, kennissenkring.

Een van de geheimen van de advent is datgene wat wij als tweede blijde geheim van de rozenkrans overwegen: Maria bezoekt haar nicht Elisabeth. Laten we nu vooral kijken naar een concreet aspect van de dienstbaarheid aan anderen die een onderdeel is van onze roeping: de opdracht tot naastenliefde.

Dit bezoek van onze Moeder aan haar nicht Elisabeth is een perfect voorbeeld van naastenliefde. Wij moeten iedere mens liefhebben, want iedere mens is een kind van God, of kan het worden. Maar wel, op de eerste plaats, hen liefhebben die ons het meest nabij zijn, met wie we bijzondere banden hebben: onze familie. Onze naastenliefde moet zich ook uiten in daden en niet slechts in gevoelens van verbondenheid en genegenheid blijven steken. Laten we daarbij denken aan de omgang met onze familie, aan de duizend gelegenheden die ons worden geboden om op een heel natuurlijke manier de naastenliefde, de geest van dienstvaardigheid te beoefenen.

Laten we trachten deze adventsdagen door te brengen met dezelfde geest van dienstvaardigheid als Maria. Laten we, naar haar voorbeeld van nederige zelfverloochening, als goede kinderen haar vragen ons te willen helpen zodat, als de Heer komt, onze harten gereed mogen zijn in volledige overgave zijn wil te volbrengen en zijn influis­teringen en goede raad zonder mankeren op te volgen.

«Laten wij vandaag de heilige Maria vragen ons tot contemplatieve mensen te maken en ons steeds meer bewust te maken van het voortdurend kloppen van de Heer op de deur van ons hart. Zo moeten wij bidden: Onze Moeder, gij hebt ons Jezus op deze aarde gebracht, Hem, die ons de liefde van God onze Vader openbaart. Help ons Hem te ontdekken in onze dagelijkse bezigheden. Leer ons verstand en onze wil te luisteren naar de stem van God. Leer ons de impuls van zijn genade volgen.»12

-1. Eerste lezing uit de Mis, Jes 7,14. -2. Gal 4,4. -3. Spr 8,23. -4. Sir 24,17-20. -5. Lc 1,26-38. -6. Lc 1,38. -7. Pius ix, Dogma­tische bul Ineffabilis Deus, 8 december 1854. -8. Mt 16,24. -9. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 110. -10. Mt 9,37. -11. Lc 1,38. -12. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 174.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012