Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Eerste week. Maandag

1. DE ROEPING VAN DE EERSTE LEERLINGEN

-De Heer roept hen temidden van hun dagelijkse bezigheden. Hij roept ook ons, zodat we onze bezigheden kunnen heiligen en Hem door ons werk bekend kunnen maken. -De heiliging van ons werk. Het voorbeeld van Christus. -Werken en gebed.

1.1 Na zijn doop, waarmee Hij zijn openbare leven begint, zoekt Jezus naar de mensen die Hij deelgenoot zal maken van zijn verlossingswerk. Hij vindt hen bij hun dagelijks werk. Het zijn doorzetters, gewend aan hard werken en aan een eenvoudig leven. In het evangelie van vandaag lezen we: Toen Hij eens langs het meer van Galilea liep, zag Hij Simon en de broer van Simon, Andreas, terwijl zij bezig waren het net uit te werpen in het meer; zij waren namelijk vissers. Jezus sprak tot hen: Komt, volgt Mij; Ik zal maken, dat gij vissers van mensen wordt.1

De apostelen beantwoordden de oproep van God edel­moedig. Deze vier apostelen, Petrus, Andreas, Johannes en Jakobus, kenden de Heer reeds.2 Maar dit is juist het moment waarop zij, in overeenstemming met de wil van God die hen riep, besloten hun lot volledig met Hem te delen. Zonder voorwaarden vooraf, zonder berekening of welke andere reserves dan ook. Ook in onze tijd volgen velen Hem na op dezelfde manier, midden in de wereld, in totale toewijding en in apostolisch celibaat. Vanaf dit moment zal Christus het centrale punt in hun leven zijn. Hij zal een onbeschrijfelijke, steeds sterkere aantrekkingskracht op hun zielen uitoefenen. Jezus Christus zoekt hen midden tussen de beslommeringen van het dagelijkse werk. Op eenzelfde manier als Hij deed bij de Wijzen uit het Oosten (zoals wij nog niet zo lang geleden overwogen hebben): door middel van iets waarmee ze heel vertrouwd waren, nl. het oplichten van een bijzonder heldere ster. Hetzelfde gebeurde, toen de engelen de herders naar Bethlehem riepen, terwijl zij hun plicht deden door de schapen te hoeden. Hij liet hen op weg gaan om het goddelijk Kind te aanbidden en die nacht bij Maria en Jozef te zijn.

Het is temidden van onze dagelijkse bezigheden dat Jezus ons uitnodigt Hem te volgen, Hem tot het middelpunt van ons bestaan te maken en zo met Hem mee te werken aan de evangelisatie van de wereld. «God haalt ons uit de duisternis van onze onwetendheid. Hij maakt een einde aan ons weifelend rondtasten, door duizenden toevalligheden in ons leven. Hij roept ons met krachtige stem, zoals Hij dat eens met Petrus en Andreas deed: Venite post me, et faciam vos fieri piscatores hominum (Mt 4,19), -Komt, volgt Mij, Ik zal u vissers van mensen maken, ongeacht de plaats die wij in de wereld innemen.»3 Hij kiest ons uit, maar Hij laat ons als leken, zoals de meeste christenen zijn, blijven op de plaats waar wij waren: in ons gezin, op ons werk, bij de cultuur- of sportvereniging waarvan we lid zijn... In die concrete omstandigheden kunnen wij Hem liefhebben en Hem bekend maken.

Vanaf het moment, dat we beslissen om Christus tot middelpunt van ons leven te maken, wordt al ons handelen erdoor beïnvloed. We moeten ons afvragen of we onze bezigheden als hulpmiddel gebruiken om onze menselijke en bovennatuurlijke deugden te ontplooien en daardoor te groeien naar een steeds diepere vriendschap met Jezus.

1.2 God roept ons en zendt ons naar onze eigen omgeving en naar ons beroepsleven. Maar Hij wil dat ons werk nu een diepere betekenis krijgt: «Je schrijft me terwijl je in de keuken zit, bij het fornuis. Het wordt avond. Het is koud. Naast je zit je jongere zus aardappelen te schillen. Als laatste van jullie heeft ook zij de 'goddelijke dwaasheid' ontdekt om haar christelijke roeping op totale wijze te beleven. Ogenschijnlijk -denk je- is haar werk hetzelfde als vroeger. En toch is er zo'n groot verschil! Dat is waar: vroeger deed ze niets anders dan aardappels schillen; nu heiligt ze zich door aardappels te schillen...»4

Om naar heiligheid te streven terwijl wij met ons eigen werk bezig zijn -in de huishouding, op kantoor, of rijdend op een tractor...- moeten wij aan het voorbeeld van Jezus denken. We hebben onlangs de jaren van zijn verborgen leven in de werkplaats van Jozef kunnen overwegen. En in het evangelie van vandaag zien we hoe de apostelen aan het vissen zijn. We moeten onze aandacht richten op de mensgeworden Zoon van God, terwijl Hij aan het werk is, en ons vaak afvragen: Wat zou Jezus in mijn plaats doen? Hoe zou Hij mijn werk doen? Het evangelie leert ons: Hij heeft alles wèl gedaan5, menselijk gezien volmaakt, met de grootste zorgvuldigheid. Dit betekent: werken in een geest van dienstbaarheid aan onze naasten, gedisciplineerd, rustig en met een diepe concentratie. Hij zou zijn opdrachten op tijd af hebben gehad. Met liefde zou Hij de laatste hand eraan leggen, denkend aan de vreugde van zijn klanten als dezen zijn eenvoudige, maar perfect gemaakte produkt in ontvangst nemen. Hij zou moe geweest zijn... Jezus deed zijn werk tevens op een volledig bovennatuurlijke, doeltreffende manier, in de zin dat Hij door zijn werk de verlossing van de mensheid verwezenlijkte, door en uit liefde met zijn Vader verenigd en ook verenigd met de mensen door zijn liefde voor hen.6 En wat men uit liefde doet, schept verplichtingen.

Geen christen mag ooit denken, dat het geringe belang of sociale aanzien van de eigen taken een excuus zijn om die niet zo goed mogelijk te verrichten. Ook als sommigen in hun oppervlakkigheid een bepaald beroep niet voldoende zouden waarderen -of zelfs minachten-, blijft het waar dat God ons werk ziet en de waarde ervan kent. En het kan zò belangrijk worden, dat wij er ons geen voorstelling van kunnen maken. «Je hebt me gevraagd wat je de Heer kunt aanbieden. Ik hoef niet lang over mijn antwoord na te denken: hetzelfde als altijd, alleen beter uitgevoerd en met een afwerking vol liefde, die je meer aan Hem en minder aan jezelf laat denken.»7

1.3 Voor elke christen die veel aan God denkt, wordt arbeid tot gebed. Het zou erg jammer zijn als we ons beperken tot 'aardappelen schillen', in plaats van ons te heiligen door ze 'goed te schillen'. Het werk is een manier om gedurende de dag bij God te zijn en een grote gelegenheid om de deugden te beoefenen. Zonder deze deugden kan de christen de heiligheid waartoe Hij ons opgeroepen heeft nooit bereiken. Tegelijkertijd is het een goede mogelijkheid om op een effectieve manier apostolaat te beoefenen.

Bidden is spreken met God: ons hart en onze ziel voor Hem openen met het doel Hem te prijzen, Hem te danken, Hem eerherstel te geven en Hem om meer hulp te vragen. Dit kan gebeuren door middel van gedachten, woorden en gevoelens. Bidden kan zowel mèt als zònder woorden. Maar men kan ook bidden door middel van activiteiten die een communicatie met God tot stand brengen, die Hem laten zien hoeveel we van Hem houden en hoezeer we Hem nodig hebben. Zo wordt «elk werk dat goed wordt afgemaakt en gedaan is met bovennatuurlijke visie»8 een gebed, doordat wij dan op een gewetensvolle manier met God meewerken in het vervolmaken van de dingen die Hij heeft geschapen. Laten we proberen ze met de liefde van God vruchtbaar te maken, zodat ze bijdragen aan de voltooiing van zijn verlossingswerk. Dit vond niet alleen op Calvarië plaats, maar ook in de jaren van arbeid in Nazareth.

De christen die door de genade verenigd is met Christus, zet zijn werkzaamheden om in gebed. Daarom is 's-morgens de devotie van het opdragen van het dagelijks werk zo belangrijk. Elke morgen als we opstaan, vertellen we de Heer in enkele woorden dat onze hele dag voor Hem is. Het is heel belangrijk voor ons innerlijk leven dat we dit verschillende keren in de loop van de dag herhalen, vooral tijdens de heilige mis. Maar de waarde van dit gebed dat het werk van de christen is, zal afhangen van de liefde die we erin leggen, van de eerlijkheid van onze intenties, van de beoefening van de naastenliefde, van de inspanning om het met vakbekwaamheid te voltooien. Hoe meer we ons bewust zijn van onze intentie om ons werk tot een instrument van de verlossing te maken, des te beter zullen we het verrichten. En des te groter is de hulp die we aan geheel de Kerk zullen geven. De aard van ons werk vraagt soms een grote mate van concentratie en maakt het moeilijk onze gedachten vaak op God te richten. Maar als we de gewoonte hebben om met Hem te spreken en we ons inspannen om Hem te vinden, zal Hij als het ware 'een achtergrondmuziek' zijn bij alles wat we doen. Als we op deze manier te werk gaan, zullen arbeid en innerlijk leven elkaar niet onderbreken, «precies zoals onze hartslag onze aandacht voor al onze bezigheden niet onderbreekt.»9 Integendeel, werk en gebed vullen elkaar aan, precies zoals stemmen en instrumenten zich in de muziek tot een harmonieus geheel vermengen. Werk verstoort het gebedsleven niet, maar wordt tot voertuig daarvan. Dan zal werkelijkheid worden wat we in dit prachtige gebed10 vragen: Actiones nostras, quaesumus, Domine, aspirando praeveni et adiuvando prosequere: ut cuncta nostra oratio et operatio a te semper incipiat, et per te coepta finiatur: Mogen onze handelingen, zo smeken wij Heer, door uw ingevingen worden voorafgegaan en door uw bijstand vergezeld worden, opdat al onze gebeden en werken steeds bij U beginnen en -bij U begonnen- tot een goed einde gebracht worden.11

Als Jezus, die we tot middelpunt van ons bestaan gemaakt hebben, achter alles staat wat we doen, zal het meer en meer vanzelfsprekend worden om de rustpauzes, die tijdens alle arbeid voorkomen, te gebruiken om die 'achtergrondmuziek' tot een echte lofzang te maken. Als we iets anders gaan doen, in de auto voor een rood stoplicht wachten, een studie-onderdeel afronden, als we op een telefoontje zitten te wachten of het gereedschap op zijn plaats terugzetten..., dan zal dat schietgebedje bij ons opkomen, die blik op een beeltenis van Onze Lieve Vrouw of op een kruisbeeld, een gebed zonder woorden tot onze engelbewaarder, die ons van binnen sterken en ons helpen met onze taak verder te gaan.

Omdat de liefde altijd de juiste middelen weet te vinden, omdat zij vindingrijk is, zullen we enkele «mense­lijke hulpmiddelen» weten aan te wenden, geheugensteuntjes, die ons helpen niet te vergeten dat we via alles wat menselijk is, tot God dienen te komen. «Zorg voor een afbeelding van Onze Lieve Vrouw op je werktafel, in je kamer, in je agenda... en kijk ernaar aan het begin van je werk, tijdens je werk en aan het einde van je werk. Zij zal voor jou -ik verzeker het je- de kracht verkrijgen om van je werk een liefdevol gesprek met God te maken.»12

-1. Mc 1,16-17. -2. Joh 1,35-42. -3. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 45. -4. Idem, De Voor, 498. -5. Vgl. Mc 7,37. -6. Vgl. J.L. Illanes, On the Theology of Work. -7. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 495. -8. R. Gómez Pérez, Faith and Life. -9. H. Jozefmaria Escrivá, Brief, 15 september 1948. -10. Enchiridion Indulgentiarum, 1. -11. Vgl. S. Canals, Jesus as friend. -12. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 531.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012