Eerste week. Donderdag
4. DE SACRAMENTELE COMMUNIE
-Jezus wacht elke
dag op ons. -Werkelijke tegenwoordigheid van Christus in het tabernakel.
Consequent gedrag. -De Heer geneest en zuivert ons in de heilige communie en
geeft ons de genade die we nodig hebben.
4.1 Er kwam eens een melaatse bij Jezus; hij viel op zijn knieën en
smeekte Hem: Als Gij wilt, kunt Gij
mij reinigen. En de Heer, die altijd ons heil wil,
werd door medelijden bewogen, raakte hem aan en sprak tot hem: Ik wil, word rein. Terstond verdween de melaatsheid
en was hij gereinigd.1 «Die man knielde
neer en wierp zich op de grond -een uiting van nederigheid-, opdat eenieder
zich zou schamen over de smetten van zijn leven. Maar schaamte mag een
bekentenis niet verhinderen: de melaatse toonde zijn zweren en vroeg om
genezing. Bovendien is zijn gebed vervuld van godsvrucht, dat wil zeggen, hij
erkende dat de macht om hem te genezen in handen van de Heer lag.»2 In zijn handen
ligt ook nu nog altijd het geneesmiddel dat wij zozeer nodig hebben.
Dezelfde Christus wacht elke dag op ons in de
heilige eucharistie. Daar is Hij, waarachtig, werkelijk en wezenlijk
tegenwoordig, met zijn Lichaam en Bloed, zijn Ziel en zijn Godheid. Daar
bevindt Hij zich met heel de glans van zijn glorie, omdat Christus, eenmaal uit de doden verrezen, niet meer
sterft.3 Lichaam en ziel blijven voor altijd onafscheidelijk
verenigd in de Persoon van het Woord. Heel het mysterie van de menswording van
Gods Zoon is vervat in de heilige Hostie, samen met de diepe rijkdom van zijn
allerheiligste Mensheid en de oneindige grootheid van zijn Godheid, beide
versluierd en verborgen. In de heilige eucharistie vinden we dezelfde Heer die
tegen de melaatse zei: Ik wil, word
rein. Dezelfde Heer, die door de engelen en
heiligen aanschouwd en in alle eeuwigheid geprezen wordt.
Wanneer wij tot een tabernakel naderen, vinden we
Hem daar. Misschien hebben we, voor zijn aanschijn, vaak de hymne herhaald,
waarin de heilige Thomas van Aquino het geloof en de godsvrucht van de Kerk
heeft uitgedrukt en die door zoveel christenen tot persoonlijk gebed is
gemaakt:
Ik aanbid U, Godheid in
verborgen staat,
die in broodsgedaante
waarlijk schuil hier gaat.
Heel mijn hart deemoedig U
zijn hulde reikt,
daar het U beschouwend
t'enemaal bezwijkt.
Smaak, gezicht en tastzin,
't wordt hier al misleid,
door het gehoor alleen maar
heb ik zekerheid.
Ik geloof wat ons Gods Zoon
heeft gezegd,
't Woord der waarheid zelf
is boven alles echt.
Aan het kruis verborgt Gij
slechts uw godlijkheid,
hier verbergt Gij tevens
uwe menselijkheid.
Beide toch gelovend, hetend
beide waar,
vraag ik wat eens vroeg de
goede moordenaar.
'k Zie niet zoals Thomas
uwe wonden wijd,
maar dat Gij mijn God zijt,
met hem ik belijd.
Doe m'in U geloven immer
meer en meer,
op U vurig hopen, U
beminnen, Heer.4
Deze wonderbaarlijke tegenwoordigheid van Jezus
onder ons zou ons leven elke dag moeten hernieuwen. Als we Hem ontvangen, als
we Hem bezoeken, kunnen we in strikte zin zeggen: Vandaag was ik bij God. Wij worden gelijk
aan de apostelen en de leerlingen, aan die heilige vrouwen die de Heer
vergezelden op zijn tocht door Judea en Galilea. «Non alius sed aliter», Hij is dezelfde,
maar Hij is er op een andere wijze, zoals de theologen plegen te zeggen. Hij is
hier bij ons, in elke stad, in elk dorp. Met hoeveel geloof brengen we Hem een
bezoek? Met hoeveel liefde ontvangen we Hem? Hoe bereiden we ons lichamelijk en
geestelijk voor op het ontvangen van de heilige communie?
4.2 De melaatse werd lichamelijk gereinigd, toen hij de hand van Christus
voelde. Wij kunnen vergoddelijkt worden door de ontmoeting met Jezus in de
heilige communie. Zelfs de engelen zijn verbaasd over zo'n groot mysterie. De
Geest van Christus is aanwezig in de heilige Hostie, en al zijn menselijke
krachten behouden hierin dezelfde eigenschappen als in de hemel. Niets ontsnapt
aan de liefdevolle en beminnelijke blik van Christus: noch de materiële
schepping, noch de glorie van de zaligen in de hemel, noch het handelen van de
engelen. Hij kent verleden, heden en toekomst. «Zijn eucharistisch leven is een
leven van liefde. Uit het hart van Christus stijgt onophoudelijk de warmte van
een oneindige liefde op. Heel het innerlijke leven van de priesterlijke ziel
van het vleesgeworden Woord -aanbidding, smeking, dankzegging, eerherstel-
wordt geïnspireerd door deze grenzeloze liefde.»5 De Heilige Drieëenheid wordt oneindig
verheerlijkt door Jezus Christus, aanwezig in het tabernakel.
De heilige Thomas van Aquino6 leert ons, dat
het Lichaam van Christus in de heilige eucharistie tegenwoordig, zoals het in
zichzelf is, evenals de ziel van Christus met haar verstand en wil. Uitgesloten
zijn alleen de relaties tot de kwantiteit, want Christus is in de heilige
Hostie niet aanwezig op de wijze van een kwantiteit die in de ruimte
gelokaliseerd kan worden.7 Hij is met zijn verheerlijkt Lichaam op mysterieuze en
onuitsprekelijke wijze tegenwoordig.
De tweede Persoon van de Allerheiligste
Drieëenheid is aanwezig in het tabernakel, dat we elke dag kunnen bezoeken,
misschien wel heel dicht bij onze woning of het kantoor waar we werken,
misschien in de kapel van de school, van het ziekenhuis of het vliegveld. Hij
is er aanwezig met de soevereine macht van zijn niet-geschapen godheid. Hij, de
eniggeboren Zoon van God, voor wie de machten en krachten beven, door wie alles
gemaakt werd; in macht, wijsheid en barmhartigheid gelijk aan de andere
Personen van de Allerheiligste Drieëenheid, Hij blijft altijd bij ons als een
van ons, maar tegelijkertijd blijft Hij altijd God. Inderdaad, onder u staat Hij die gij niet kent.8 Opgeslokt door onze zaken, het werk, onze dagelijkse zorgen, denken
wij er wel dikwijls aan, dat daar, zo dicht bij, naast ons huis, waarlijk de
barmhartige en almachtige God woont? Ons grootste falen, de grootste fout van
ons leven zou zijn, dat men van ons op een bepaald moment hetzelfde zou kunnen
zeggen als hetgeen sint Jan onder inspiratie van de Heilige Geest schreef: Hij kwam in het zijne, maar de zijnen aanvaardden
Hem niet9, omdat ze -zo kunnen we eraan toevoegen- het te druk hadden met hun
eigen dingen en hun eigen werk, allemaal zaken die zonder Hem volslagen
onbelangrijk zijn. Vandaag maken wij echter het vaste voornemen liefdevol en
waakzaam te blijven: door ons ten zeerste te verheugen als we een kerk zien,
door in de loop van de dag vaak geestelijke communies en akten van liefde en
geloof te zeggen. We willen Hem eerherstel geven voor hen die in
onverschilligheid aan Hem voorbijgaan.
4.3 Pelikaan vol goedheid, Jezus
onze Heer, reinig mij, onreine, door uw zuiver Bloed, waarvan één druppel
zelfs verlossen kan heel het wereldrond van al zijn zondigheid.10
De Heer geeft ons, ieder afzonderlijk, in de
heilige eucharistie hetzelfde genadeleven dat Hij door zijn menswording in de
wereld bracht.11 Als we meer geloof hadden, zouden dezelfde wonderen zich in ons
voltrekken, telkens als we zijn heilige Mensheid ontmoeten. Bij elke communie
zou Hij ons tot in het diepste van de ziel zuiveren van onze zwakheden en
onvolmaaktheid Doe m'in U geloven immer meer en meer, zo nodigt de eucharistische hymne ons uit te smeken en innerlijk uit
te roepen. Als we Hem in geloof naderen, zullen we dezelfde woorden horen die
Hij tot de melaatse sprak: Ik wil,
word rein. Bij andere gelegenheden zullen we zien
hoe Hij opstaat en zich tegen de golven keert, zoals op het meer van Tiberias,
om de storm te bedaren. En ook in onze ziel zal grote rust heersen, zij zal van
vrede vervuld worden.
Pelikaan vol goedheid,
Jezus onze Heer... In de heilige communie geeft de
Heer ons niet alleen geestelijk voedsel, maar Hij geeft zichzelf als voedsel
aan ons. Vroeger meende men dat een pelikaan, als zijn kuikens dood gingen,
zijn borst opende en zijn dode jongen met zijn bloed voedde en hen zo weer tot
leven bracht... Christus geeft ons het eeuwig leven. Als we de heilige communie
in de juiste gesteldheid ontvangen, zal deze in onze ziel vurige daden van
liefde opwekken, ons veranderen en ons vereenzelvigen met Christus. De Meester
komt naar elk van zijn leerlingen toe met zijn persoonlijke, daadkrachtige,
scheppende en verlossende liefde. Hij toont zich aan ons als de Heiland van ons
leven, en biedt ons zijn vriendschap aan. Dit sacrament is het onvervangbare
voedsel van alle intieme omgang met Jezus.
Door deze ontmoeting met Christus wordt onze
geest gezuiverd en vinden we de kracht die we nodig hebben om liefde te kunnen
betonen in de duizend kleine gebeurtenissen die elke dag plaats vinden, om onze
eigen plichten voorbeeldig te vervullen, om de heilige zuiverheid te beleven,
om dapper en met offerbereidheid het apostolaat te beoefenen dat Hij zelf ons
heeft toevertrouwd... In de heilige eucharistie vinden we het geneesmiddel voor
de dagelijkse fouten, het middel om vorderingen te maken in het vermijden van
die kleine nalatigheden en gebrek aan beantwoording, die de ziel weliswaar niet
doden, maar haar verzwakken en uiteindelijk tot lauwheid brengen. De intens
beleefde communie stuwt ons daadkrachtig naar God toe, over onze eigen zwakheid
en lafheid heen. Daar vinden we elke dag de kracht die we nodig hebben, het
onontbeerlijke voedsel voor de ziel. Het menselijk bestaan vindt in Christus
zijn verwezenlijking, zijn onderpand van eeuwig leven... «Christus is het brood des levens.
Zoals gewoon brood in verhouding staat tot de aardse honger, zo is Christus het
buitengewone brood dat in verhouding staat tot de buitengewone, onmetelijke honger
van de mens, in staat, nee, ernaar hunkerend om zich te openen voor oneindige
verlangens... Christus is het brood des
levens. Iedereen heeft Christus nodig, elke
gemeenschap.»12 Zonder Hem zouden wij niet kunnen leven.
Jezus wacht op ons in de heilige eucharistie om
ons weer nieuwe kracht te geven: Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder
lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken.13 En wij raken vooral uitgeput en gaan
gebukt onder die ziekten, waarvoor geen geneesmiddel bestaat behalve Christus. Komt allen: Jezus sluit niemand uit: Wie tot Mij komt zal
Ik niet buitenwerpen.14 Zolang de tijd van de strijdende Kerk duurt, zal Jezus bij ons
blijven, als de bron van alle genade die we nodig hebben.
Samen met de heilige Thomas van Aquino zeggen
we tot Jezus, tegenwoordig in de heilige eucharistie, als we Hem gaan
ontvangen: «Ik kom als een zieke tot de geneesheer van het leven, als een
onreine tot de bron van barmhartigheid, als een blinde tot het licht van de
eeuwige klaarheid, als een arme en behoeftige tot de Heer van hemel en aarde.
Ik smeek dan ook de overvloed van uw oneindige goedheid af: wil mijn zwakheid
genezen, was al mijn smetten van mij af, verlicht mijn blindheid, bevrijd mij
van mijn armoede en bekleed mijn naaktheid. Laat mij dan zó naderen om het
brood van de engelen, de Koning der koningen en de Heer der heersers, te
ontvangen met alle eerbied en ootmoed, met alle berouw en godsvrucht, met zulk
een zuiver en gelovig hart en met zulke oprechte bedoelingen, als passend is
voor het heil van mijn ziel.»15
Onze Moeder, de heilige Maagd, moedigt ons
altijd aan met Jezus in het heilig Sacrament om te gaan. «Kom dichter bij de
Heer!... steeds meer! -Tot Hij je vriend wordt, je vertrouwensman en je gids.»16
-1. Mc 1,40-42. -2. H. Beda, Commentaar over het Marcusevangelie. -3. Rom 6,9. -4. H. Thomas van
Aquino, Hymne Adoro te devote.-5. Vgl. Ibidem. -6. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III,
q76, a5 ad 5. -7. Vgl. Ibidem, III, q81, a4. -8. Joh 1,26. -9. Joh 1,11. -10. H. Thomas van
Aquino, Hymne Adoro te devote. -11. Vgl. Idem, Summa Theologiae, I, q3, a79. -12. Paulus vi, Homilie, 8 augustus 1976. -13. Mt 11,28. -14. Joh 6,37. -15. Altaarmissaal voor de Nederlanse Kerkprovincie, bl. 1361-1362. -16. H. Jozefmaria
Escrivá, De Voor, 680.
|