Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vierde zondag door het jaar (B)

26. De slavernij van de zonde

-Christus is ons komen bevrijden van de duivel en van de zonde. -De kwaadaardigheid van zonde. -Het bevrijdende karakter van de biecht. De strijd om dagelijkse zonden te vermijden.

26.1 In het evangelie van de mis van deze zondag1 wordt het verhaal verteld van de genezing van een man die bezeten is door de duivel. De overwinning op de onreine geest -want dat is de betekenis van de naam Belial of Beëlzebub, waarmee in de Schrift de duivel wordt aangeduid2- is een van de tekenen van de aanwezigheid van de Messias, die de mens is komen bevrijden van de meest geduchte slavernij: die van de duivel en de zonde.

Deze gekwelde man uit Kafarnaüm schreeuwde het uit: Jezus van Nazaret, wat hebt Gij met ons te maken? Ge zijt gekomen om ons in het verderf te storten. Ik weet wie Gij zijt: de heilige Gods. En Jezus voegde hem dreigend toe: Zwijg stil en ga uit hem weg. En allen stonden verbaasd.

Paus Johannes Paulus ii leert ons dat het niet uit te sluiten is, dat in bepaalde gevallen de boze geest erin slaagt zijn invloed niet alleen uit te oefenen op materiële zaken, maar ook op het lichaam van de mens; we spreken dan van «bezetenheid door de duivel.»3 Het is niet altijd gemakkelijk te onderscheiden wat er aan buitennatuurlijks in zulke gevallen is. De Kerk is hierin terughoudend en zal niet gemakkelijk de tendens bevorderen om veel gebeurtenissen toe te schrijven aan rechtstreeks ingrijpen van de duivel. Maar in principe kan men niet ontkennen dat de satan in zijn streven ons schade toe te brengen en naar het kwade te voeren, tot deze extreme uitdrukking van zijn superioriteit kan komen.4

De bezetenheid in de evangelies wordt meestal begeleid door pathologische uitingen: epilepsie, stomheid, doofheid... De bezetene verliest vaak de beheersing over zichzelf, over zijn handelingen en woorden; in sommige gevallen is hij een instrument van de duivel. Daarom tonen deze wonderen die de Heer verricht, de komst van het koninkrijk van God en de verdrijving van de duivel uit dit rijk aan: Nu zal de vorst dezer wereld worden buitengeworpen.5 Als de tweeënzeventig leerlingen terugkomen, vervuld van vreugde over de resultaten van hun apostolische zending, zeggen ze tot Jezus: Heer, zelfs de duivels onderwerpen zich aan ons door uw Naam! En de Meester antwoordt hun: Ik zag de satan als een bliksemstraal uit de hemel vallen.6

Vanaf Christus' komst moet de duivel achterhoedegevechten voeren, ook al heeft hij grote macht en «wordt zijn aanwezigheid sterker naarmate mens en samenleving zich van God verwijderen.»7 Door de doodzonde worden veel mensen onderworpen aan de slavernij van de duivel.8 Ze verwijderen zich van het koninkrijk Gods en treden aldus binnen in het rijk van de duisternis, van het kwaad. In meerdere of mindere mate worden ze instrumenten van het kwaad in de wereld, en worden ze onderworpen aan de ergste slavernij die er is. Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: alwie zonde doet, is slaaf van de zonde.9 De heerschappij van de duivel kan zich ook openbaren op andere, meer normale, minder opvallende manieren.

We moeten waakzaam blijven, om de listen van de verleider te herkennen en af te wijzen. Hij zal ons onophoudelijk kwaad proberen te doen, want wij zijn als gevolg van de erfzonde onderhevig aan onze hartstochten, en blootgesteld aan de aanvallen van de begeerte en van de duivel: wij zijn verkocht als slaven aan de zonde.10 «Het hele individuele en collectieve leven van de mens vertoont zich als een echt dramatische worsteling tussen goed en kwaad, tussen licht en duisternis. Ja, de mens doet de bevinding op, dat hij niet in staat is uit eigen kracht het offensief van het kwaad effectief te bestrijden; en zo voelt iedereen zich als het ware geketend.»11 We moeten daarom de volle betekenis geven aan de laatste bede die Christus ons heeft geleerd in het Onze Vader: verlos ons van het kwaad. We moeten de begeerlijkheid in toom houden en met Gods hulp strijden tegen de invloed van de duivel, die altijd op de loer ligt, en ons tot zondigen aanzet.

Naast de concrete historische gebeurtenis waarover het evangelie verhaalt, kunnen we, in het licht van het geloof, in die bezetene elke zondaar zien die zich tot God wil bekeren, door zich van de satan en de zonde te bevrijden. Jezus is immers niet gekomen om ons te bevrijden «van overheersende volkeren, maar van de duivel; niet van de gevangenschap van ons lichaam, maar van de boosheid van de ziel.»12

«Bevrijd ons, Heer, van het kwaad, van de boze; leid ons niet in bekoring. Geef in uw oneindige barmhartigheid, dat wij niet toegeven aan de ontrouw waartoe degene die vanaf het begin ontrouw is geweest, ons wil verleiden.»13

26.2 De ervaring van het beledigen van God is een reëel gegeven. De christen kan dit diepe spoor van het kwaad gemakkelijk ontdekken, en hij ziet een wereld die door de zonde is geknecht.14 De Kerk leert ons, dat er zonden zijn die, van nature, 'doodzonden' zijn: deze veroorzaken de geestelijke dood, het verlies van het bovennatuurlijke leven. Daarnaast zijn er 'dagelijkse zonden', die zich weliswaar niet volledig tegen God keren, maar niettemin een hindernis vormen om de bovennatuurlijke deugden te beoefenen, en de ziel makkelijker tot het begaan van zware zonden brengen.

De heilige Paulus herinnert ons eraan, dat we zijn vrijgekocht tegen een zeer hoge prijs.15 Hij spoort ons krachtig aan niet opnieuw in de slavernij te vervallen: we moeten oprecht zijn tegenover onszelf, om het terugvallen in de zonde te vermijden, en tegelijkertijd in onze ziel het streven naar heiligheid aan te wakkeren. «Het eerste vereiste om het kwaad [...] uit te roeien is zorgen bij onszelf een duidelijke, tot gewoonte geworden, blijvende aversie tegen de zonde aan te kweken. Stevig en oprecht, met hart en hoofd moeten we de doodzonde verafschuwen. Maar ook moet onze houding getuigen van een diep ingewortelde weerzin tegen de vrijwillig bedreven dagelijkse zonde, een afkeer van die misstappen die ons niet beroven van de goddelijke genade, maar wel een bedreiging vormen voor de kanalen waarlangs die genade ons toestroomt.»16

De doodzonde is de ergste ramp die een christen kan overkomen. Als hij zich door de liefde laat leiden, dan dient alles tot glorie van God en dienstbaarheid aan zijn broeders, de mensen; de aardse werkelijkheden worden dan geheiligd: gezin, beroep, sport, politiek... Wanneer hij zich daarentegen door de duivel laat verleiden, introduceert zijn zonde in de wereld een begin van radicale wanorde, die hem scheidt van zijn Schepper en de diepe oorzaak is van alle gruwelen die er in de wereld zijn. Laten we God bidden om die zuiverheid van geweten die ons ertoe zal brengen dat we elke belediging van God verafschuwen, zonder ze ook te vergoelijken of eraan te wennen; we moeten het klaaglied van de profeet Jeremia -met zo'n sterke zin voor eerherstel- tot het onze maken: Hemel, sta hierover ontsteld, huiver en sidder -godsspraak van Jahwe- want mijn volk heeft dubbel misdreven: Mij hebben ze verlaten, de bron van levend water, en ze hebben regenbakken gehouwen, vol barsten en die geen water houden.17 Hierin schuilt de kwaadaardigheid van de zonde: dat de mensen, ofschoon zij God kenden, God niet de Hem toekomende eer en dank hebben gebracht. Al hun denken is op niets uitgelopen en hun geest die het inzicht verwierp werd verduisterd [...] Zij hebben [...] in plaats van de Schepper, de schepping geëerd en aanbeden.18

De zonde, één enkele zonde, heeft op een soms verborgen, soms zicht- en tastbare manier, een mysterieuze en verderfelijke invloed op het gezin, de vrienden, de Kerk en op de gehele mensheid. Als een rank ziek wordt, zal dat invloed hebben op de hele plant; als een rank onvruchtbaar wordt, zal de wijnstok niet meer de vruchten voortbrengen die ervan verwacht werden; erger nog, andere ranken kunnen dan ook ziek worden.

Laten we vandaag het vaste voornemen hernieuwen, ons verre te houden van alles (shows, ongeschikte boeken, plaatsen waar een man of vrouw die Christus wil volgen, niet hoort te komen...) wat aanleiding kan geven tot belediging van God. Laten we echt houden van het sacrament van boete en verzoening, en anderen leren het evenzo te beminnen door een diepgaand onderricht over dit sacrament. Laten we vaak het lijdensverhaal van de Heer overwegen, om het slechte van de zonde beter te kunnen begrijpen. Laten we God bidden, dat het zo betekenisrijke volksgezegde: 'liever doodgaan dan zonde doen' werkelijkheid in ons leven moge zijn.

26.3 We kunnen nooit ver genoeg doordringen in de realiteit van het mysterium iniquitatis, de zonde. Maar als we de kwaadaardigheid van elke belediging van God beseffen, dan zullen we ons nooit tevreden stellen met te strijden in het grensgebied tussen de doodzonde en de dagelijkse zonde. De grootste zonde bestaat juist hierin, «de dagelijkse schermutselingen te minimaliseren, die langzamerhand hun sporen in de ziel achterlaten en haar ten slotte slap en broos maken, onverschillig en onontvankelijk voor de stem van God.»19 Dagelijkse zonden hebben deze verderfelijke invloed op zielen die niet krachtig strijden om ze te vermijden, en ze vormen een voortreffelijke bondgenoot van de duivel, die altijd erop uit is schade toe te brengen. Hoewel het genadeleven er niet door vernietigd wordt, verzwakken zij dit wel. Zij bemoeilijken de beoefening van de deugden, en de ingevingen van de Heilige Geest worden nauwelijks nog gehoord. Als we niet krachtig reageren, zullen ze ons onvermijdelijk brengen tot zware fouten en zonden. «Hoe bedroevend vind ik het, dat je geen verdriet hebt over je dagelijkse zonden! -Want zolang je dat niet hebt, zul je geen waarachtig innerlijk leven kunnen beginnen.»20 Laten we God bidden om zijn licht, zijn liefde en zijn vuur om ons te zuiveren, opdat wij nooit de grootsheid van onze roeping verminderen, opdat we nooit verstrikt raken in de geestelijke middelmatigheid, waartoe een halfslachtige, slappe strijd tegen de dagelijkse zonden leidt.

Om tegen de dagelijkse zonden te strijden moet de christen het juiste belang eraan geven: ze zijn de oorzaak van geestelijke middelmatigheid en lauwheid, en ze maken de weg van het innerlijk leven wérkelijk moeilijk. De heiligen hebben altijd de biecht aanbevolen, die -veelvuldig, oprecht en berouwvol beleefd- een effectief middel is tegen deze fouten en zonden, en een zekere weg om vooruitgang te maken. De heilige Franciscus van Sales gaf het volgende advies: «Zorg altijd voor een echt berouw over de zonden die je biecht, hoe onbeduidend ze ook mogen zijn, en maak het krachtige voornemen ze in de toekomst te vermijden. Velen verliezen grote weldaden en veel geestelijk heil, omdat zij hun dagelijkse zonden uit gewoonte en als het ware uit routine biechten, zonder te bedenken dat zij hun leven moeten beteren, en er aldus de rest van hun leven onder gebukt blijven gaan.»21

Luistert heden dan naar zijn stem: Weest niet halsstarrig,22 zo spoort de tussenzang in de heilige mis ons aan. Laten we de Heilige Geest bidden, ons te helpen een hart te krijgen dat steeds zuiverder en sterker is, in staat om elke knellende band af te werpen en zich te openen voor God, zoals Hij van elke christen verwacht.

-1. Mc 1,21-28. -2. Vgl. Johannes Paulus ii, Algemene audiëntie, 13 augustus 1986. -3. Vgl. Mc 5,2-9. -4. Vgl. Ibidem. -5. Joh 12,31. -6. Lc 10,17-18. -7. Johannes Paulus ii, o.c. -8. Vgl. Concilie van Trente, XIV Sessie, 1. -9. Joh 8,34. -10. Vgl. Rom 7,14. -11. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 13. -12. H. Augustinus, Preek 48. -13. Johannes. Paulus ii, Algemene audiëntie, 13 augustus 1986. -14. Vgl. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 2. -15. Vgl. 1 Kor 7,23. -16. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 243. -17. Jer 2,12-13. -18. Rom 1,21-25. -19. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 77. -20. Idem, De Weg, 330. -21. H. Franciscus van Sales, Inleiding tot het devote leven, II, 19. -22. Tussenzang, Ps 95,7-8.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012