Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vijfentwintigste week. Vrijdag

35. De tijd en het ogenblik

-Leven in het heden. -Met volle aandacht afmaken wat wij onder handen hebben. -Onnodige zorgen vermijden.

35.1 Wij hebben heel wat te doen als wij voor God de Vader willen verschijnen met onze handen vol vruchten. De Heilige Schrift leert ons in een van de lezingen voor de Mis van vandaag dat voor alle dingen een vaste tijd is.

Mensen worden dikwijls geheel in beslag genomen door zaken die weinig te maken hebben met de verantwoorde­lijkheden waarvoor zij staan. Bijvoorbeeld: een vader kan ver van zijn kinderen verwijderd zijn, ondanks hun fysieke nabijheid, terwijl zij zijn aandacht nodig hebben. Een student kan zijn fantasie de vrije loop laten en afdwalen van het onderwerp dat voor hem ligt. Daardoor verspilt hij een tijd die hij later te kort zal komen... «Tijd is heel kostbaar, tijd is vluchtig. Het is een proloog van onze eeuwige bestemming. Ons lot hangt voor een groot deel af van onze trouw aan onze plichten gedurende ons leven.

»Tijd is een geschenk van God. Hij nodigt ons uit onze liefde voor Hem op een vrije en vastbesloten wijze te bewijzen. Daarom moeten wij uiterst zuinig zijn in ons gebruik van tijd. Wij moeten de tijd goed gebruiken door liefdevol en intensief te werken. Moge er nooit ledigheid of verveling zijn voor de christen. Het is goed dat wij rusten als dat nodig is (Vgl. Mc 6,31), maar wij moeten altijd onze ogen gericht houden op onze laatste rustplaats in de hemel.»1

Een van de lezingen van de Mis van vandaag spoort ons aan om de tijd in de tegenwoordigheid van God te beleven. Alles heeft zijn vaste tijd: een tijd om te baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om wat geplant is te oogsten. Een tijd om te doden en een tijd om te genezen, een tijd om af te breken en een tijd om te bouwen. Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen... een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken...2 Wij kunnen onze tijd verspillen door te doen wat wij willen in plaats van wat God wil. Bijvoorbeeld, wij zouden onnodig op ons werk kunnen blijven, terwijl wij thuis nodig zijn. Omgekeerd kunnen wij de voorkeur geven aan het lezen van de krant, wanneer wij aan de slag moeten. Het leven van iedere man en vrouw bestaat in het 'nu'. Dit zijn de enige momenten die wij werkelijk kunnen heiligen. Het verleden en de toekomst bestaan alleen in onze verbeelding. De herinnering aan ons verleden kan ons inspireren tot boetvaardigheid of dankzegging, toch hebben ook deze gebeden plaats in de werkelijkheid van het heden.

Wij moeten ons niet laten overweldigen door toekomstige gebeurtenissen, omdat zij misschien niet eens zullen plaatshebben. Wij zullen in ieder geval de genade van God krijgen als wij deze nodig hebben. «Het 'nu' voluit beleven: dit is het geheim om de stad Gods steen voor steen binnen in ons te bouwen.»3 Dit is de enige tijd die God ons geeft om te heiligen. Vandaag, nu. Wij moeten het 'nu' leven met liefde, met volledige concentratie. Wat een prachtige offergave zal dit voor de Heer zijn. Laten wij deze kans niet missen!

35.2 Als het werk waarmee men op een bepaald moment bezig is, niet behoorlijk wordt afgemaakt, als men zaken uitstelt tot morgen, is het resultaat vaak niets. De heilige Paulus spoorde de eerste christenen aan hun tijd zo goed mogelijk te gebruiken.4 Ook wij moeten enige regelmaat brengen in onze dag. Wij moeten een schema of een plan maken en ons daaraan zo goed mogelijk houden. Door luiheid regelmatig te overwinnen, kunnen wij anderen helpen en «daardoor de gehele samenleving en zelfs de schepping verheffen tot een betere bestaanswijze.»5 Luiheid kan dan wel belichaamd worden door iemand die absoluut niets doet, maar evenzeer door iemand die druk bezig is van alles te doen, behalve dat wat juist zijn plicht is. Zo iemand bezwijkt voor iedere afleiding. Hij houdt ervan nieuwe dingen aan te pakken maar heeft weinig ervaring met doorzetten. «Wie ijverig is, maakt goed gebruik van zijn tijd, want tijd is niet alleen geld, maar ook eer, eer aan God. Hij doet wat hij moet doen en is met zijn hoofd bij wat hij doet. Niet uit routine, niet om de uren door te komen, maar als vrucht van aandachtig en rijp overleg.»6

Hodie et nunc, vandaag en nu leven zal ons meer aandacht geven voor wat we doen: we zullen beseffen, dat ons werk een offer aan God is dat we niet oppervlakkig mogen verrichten. Deze houding brengt ons ertoe ons werk goed af te maken, ook als het onbeduidend lijkt: de Heer zal er iets groots van maken.

Als wij ertoe besluiten ons zo te concentreren op het huidige ogenblik, zullen wij bevrijd worden van vele zorgen over zaken die nog niet zijn gebeurd en die misschien nooit zullen gebeuren. «Met een beetje bovennatuurlijke visie zouden wij die zorgen uit de weg ruimen: omdat deze gevaren onwerkelijk zijn, daarom heb je duidelijk niet de genade van God die je nodig hebt om ze te overwinnen, om ze te aanvaarden. Als je angsten bewaarheid werden, als de zaken zouden gaan zoals je vreest, dan zou je goddelijke genade krijgen en met die genade en je antwoord daarop zou je erdoorheen komen en vrede hebben.

»Het is heel natuurlijk dat je nu Gods genade om deze moeilijkheden te overwinnen en de kruisen te aanvaarden die slechts in je verbeelding bestaan, niet hebt. Wat je nu moet doen is: je geestelijk leven baseren op een helder objectief realisme.»7 Door te leven in het besef van ons goddelijk kindschap zullen wij bevrijd worden van alle soorten vrees en in staat zijn onze tijd goed te besteden. Denk je alle afschuwelijke zaken eens in die wij ooit gevreesd hebben en die nooit hebben plaatsgehad. God, onze Vader zorgt heel goed voor zijn kinderen, veel beter dan wij ooit konden verwachten.

35.3 Goed gebruik maken van onze tijd betekent, dat wij de vaste wil hebben in het huidige ogenblik te leven. Wij willen ons niet terugtrekken in het verleden dat voor altijd voorbij is. Ook willen wij niet ontsnappen naar de toekomst die misschien nooit werkelijkheid wordt, behalve in onze verbeelding. Het huidige ogenblik kunnen wij de Heer aanbieden, geen ander. Dit is de context waarin wij ons geestelijk leven kunnen verrijken -geloof, hoop en liefde- en vooruitgang boeken in de menselijke deugden: ijver, orde, optimisme, welwillendheid, dienstbaarheid... «Nu is het de tijd voor medeleven; daarna zal er slechts tijd voor gerechtigheid zijn. Daarom moeten wij leven in het nu en het omvormen tot het ogenblik van God.»8

De Heer zelf nodigt ons uit om iedere dag te beleven in waardigheid en diepe concentratie. Hij waarschuwt ons om niet te bezwijken voor nodeloze zorgen over het verleden of de toekomst. Maakt u dus niet bezorgd voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt voor zichzelf. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed.9 De woorden van de Heer zijn een combinatie van advies en troost. Laten wij een vast besluit nemen het huidige moment te beleven en onze feitelijke omstandigheden te heiligen. Wij moeten het dragen van alle onnodige en drukkende lasten vermijden. Dit is het juiste gedrag voor Gods kinderen, mannen en vrouwen, die weten dat zij in zijn liefhebbende handen zijn. Deze benadering wordt ook door het gezonde verstand bevestigd. Zoals de geïnspireerde schrijver van het boek Prediker ons zegt: Wie alsmaar let op de wind, komt aan zaaien niet toe, en wie naar de wolken blijft kijken, komt niet tot oogsten.10

Wat echt belangrijk is en wat wij zelf in de hand hebben, is dat wij met geloof leven, dat wij ons gewone werk heiligen. «Gedraag je 'nu' goed, zonder terug te denken aan 'gisteren', dat voorbij is, en zonder je zorgen te maken voor 'morgen', dat misschien nooit voor jou zal komen.»11 Ons verlangen naar de hemel en onze overweging van de hemel,, de hel en het vagevuur, de z. g. 'uitersten', mogen onze werklust niet verminderderen. Wij moeten hier op aarde werken alsof we een heel lang leven voor ons hebben. Tegelijkertijd moeten wij werken alsof wij vanmiddag al zouden sterven. Wij moeten altijd in gedachten houden, dat juist het uitvoeren van het werk van het huidige moment ons naar de hemel zal voeren. Het is nu de tijd om te bouwen. Laten we onszelf niet voor de gek houden door te denken, dat het ook nog in de nabije toekomst kan.

-1. Paulus vi, toespraak, 1 januari 1976. -2. Eerste lezing, even jaren. Pred 3,1-11. -3. Ch. Lubich, Meditaties. -4. Vgl. Gal 6,10. -5. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 41. -6. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 81. -7. S. Canals, Ascética meditada, Madrid 1980, bl. 134. -8.H. Thomas van Aquino, Over de geloofsbelijdenis, 7. -9. Mt 6,34. -10. Pred 11,4. -11. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 253.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012