Vijfentwintigste week. Vrijdag
35. De tijd en het ogenblik
-Leven in het heden. -Met volle aandacht afmaken wat wij
onder handen hebben. -Onnodige zorgen vermijden.
35.1 Wij
hebben heel wat te doen als wij voor God de Vader willen verschijnen met onze
handen vol vruchten. De Heilige Schrift leert ons in een van de lezingen voor
de Mis van vandaag dat voor alle
dingen een vaste tijd is.
Mensen worden dikwijls
geheel in beslag genomen door zaken die weinig te maken hebben met de
verantwoordelijkheden waarvoor zij staan. Bijvoorbeeld: een vader kan ver van zijn kinderen verwijderd zijn, ondanks hun
fysieke nabijheid, terwijl zij zijn aandacht nodig hebben. Een student
kan zijn fantasie de vrije loop laten en afdwalen van het onderwerp dat voor
hem ligt. Daardoor verspilt hij een tijd die hij later te kort zal komen... «Tijd
is heel kostbaar, tijd is vluchtig. Het is een proloog van onze eeuwige
bestemming. Ons lot hangt voor een groot deel af van onze trouw aan onze
plichten gedurende ons leven.
»Tijd is een geschenk van God. Hij nodigt ons uit onze liefde
voor Hem op een vrije en vastbesloten wijze te bewijzen. Daarom moeten wij
uiterst zuinig zijn in ons gebruik van tijd. Wij moeten de tijd goed gebruiken
door liefdevol en intensief te werken. Moge er nooit ledigheid of verveling
zijn voor de christen. Het is goed dat wij rusten als dat nodig is (Vgl. Mc
6,31), maar wij moeten altijd onze ogen gericht houden op onze laatste rustplaats
in de hemel.»1
Een van de lezingen van de Mis van vandaag spoort ons aan om
de tijd in de tegenwoordigheid van God te beleven. Alles heeft zijn vaste tijd:
een tijd om te baren en een tijd
om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om wat geplant is te oogsten.
Een tijd om te doden en een tijd om te genezen, een tijd om af te breken en een
tijd om te bouwen. Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, een tijd om
te rouwen en een tijd om te dansen... een tijd om te zwijgen en een tijd om te
spreken...2 Wij kunnen onze tijd
verspillen door te doen wat wij willen in plaats van wat God wil. Bijvoorbeeld,
wij zouden onnodig op ons werk kunnen blijven, terwijl wij thuis nodig zijn.
Omgekeerd kunnen wij de voorkeur geven aan het lezen van de krant, wanneer wij
aan de slag moeten. Het leven van iedere man en vrouw bestaat in het 'nu'. Dit
zijn de enige momenten die wij werkelijk kunnen heiligen. Het verleden en de
toekomst bestaan alleen in onze verbeelding. De herinnering aan ons verleden
kan ons inspireren tot boetvaardigheid of dankzegging, toch hebben ook deze gebeden
plaats in de werkelijkheid van het heden.
Wij moeten ons niet laten overweldigen door toekomstige
gebeurtenissen, omdat zij misschien niet eens zullen plaatshebben. Wij zullen
in ieder geval de genade van God krijgen als wij deze nodig hebben. «Het 'nu'
voluit beleven: dit is het geheim om de stad Gods steen voor steen binnen in
ons te bouwen.»3 Dit is de enige tijd die God
ons geeft om te heiligen. Vandaag, nu. Wij moeten het 'nu' leven met liefde,
met volledige concentratie. Wat een prachtige offergave zal dit voor de Heer
zijn. Laten wij deze kans niet missen!
35.2 Als
het werk waarmee men op een bepaald moment bezig is, niet behoorlijk wordt
afgemaakt, als men zaken uitstelt tot morgen, is het resultaat vaak niets. De
heilige Paulus spoorde de eerste christenen aan hun tijd zo goed mogelijk te
gebruiken.4 Ook wij moeten enige regelmaat
brengen in onze dag. Wij moeten een schema of een plan maken en ons daaraan zo
goed mogelijk houden. Door luiheid regelmatig te overwinnen, kunnen wij anderen
helpen en «daardoor de gehele samenleving en zelfs de schepping verheffen tot
een betere bestaanswijze.»5 Luiheid kan dan wel
belichaamd worden door iemand die absoluut niets doet, maar evenzeer door
iemand die druk bezig is van alles te doen, behalve dat wat juist zijn plicht
is. Zo iemand bezwijkt voor iedere afleiding. Hij houdt ervan nieuwe dingen aan
te pakken maar heeft weinig ervaring met doorzetten. «Wie ijverig is, maakt
goed gebruik van zijn tijd, want tijd is niet alleen geld, maar ook eer, eer aan
God. Hij doet wat hij moet doen en is met zijn hoofd bij wat hij doet. Niet uit
routine, niet om de uren door te komen, maar als vrucht van aandachtig en rijp
overleg.»6
Hodie et nunc,
vandaag en nu leven zal ons meer aandacht geven voor wat we doen: we zullen
beseffen, dat ons werk een offer aan God is dat we niet oppervlakkig mogen
verrichten. Deze houding brengt ons ertoe ons werk goed af te maken, ook als
het onbeduidend lijkt: de Heer zal er iets groots van maken.
Als wij ertoe besluiten ons zo te concentreren op het huidige
ogenblik, zullen wij bevrijd worden van vele zorgen over zaken die nog niet
zijn gebeurd en die misschien nooit zullen gebeuren. «Met een beetje
bovennatuurlijke visie zouden wij die zorgen uit de weg ruimen: omdat deze
gevaren onwerkelijk zijn, daarom heb je duidelijk niet de genade van God die je
nodig hebt om ze te overwinnen, om ze te aanvaarden. Als je angsten bewaarheid
werden, als de zaken zouden gaan zoals je vreest, dan zou je goddelijke genade
krijgen en met die genade en je antwoord daarop zou je erdoorheen komen en
vrede hebben.
»Het is heel natuurlijk dat je nu Gods genade om deze
moeilijkheden te overwinnen en de kruisen te aanvaarden die slechts in je
verbeelding bestaan, niet hebt. Wat je nu moet doen is: je geestelijk leven
baseren op een helder objectief realisme.»7 Door
te leven in het besef van ons goddelijk kindschap zullen wij bevrijd worden van
alle soorten vrees en in staat zijn onze tijd goed te besteden. Denk je alle
afschuwelijke zaken eens in die wij ooit gevreesd hebben en die nooit hebben
plaatsgehad. God, onze Vader zorgt heel goed voor zijn kinderen, veel beter dan
wij ooit konden verwachten.
35.3 Goed
gebruik maken van onze tijd betekent, dat wij de vaste wil hebben in het
huidige ogenblik te leven. Wij willen ons
niet terugtrekken in het verleden dat voor altijd voorbij is. Ook willen wij niet ontsnappen naar de
toekomst die misschien nooit werkelijkheid wordt, behalve in onze
verbeelding. Het huidige ogenblik kunnen wij de Heer aanbieden, geen ander. Dit
is de context waarin wij ons geestelijk leven kunnen verrijken -geloof, hoop en
liefde- en vooruitgang boeken in de menselijke deugden: ijver, orde, optimisme,
welwillendheid, dienstbaarheid... «Nu is het de tijd voor medeleven; daarna zal
er slechts tijd voor gerechtigheid zijn. Daarom moeten wij leven in het nu en
het omvormen tot het ogenblik van God.»8
De Heer zelf nodigt ons uit om iedere dag te beleven in
waardigheid en diepe concentratie. Hij waarschuwt ons om niet te bezwijken voor
nodeloze zorgen over het verleden of de toekomst. Maakt u dus niet bezorgd voor de dag van morgen, want de dag
van morgen zorgt voor zichzelf. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed.9 De woorden van de Heer zijn een combinatie van
advies en troost. Laten wij een vast besluit nemen het huidige moment te
beleven en onze feitelijke omstandigheden te heiligen. Wij moeten het dragen
van alle onnodige en drukkende lasten vermijden. Dit is het juiste gedrag voor
Gods kinderen, mannen en vrouwen, die weten dat zij in zijn liefhebbende handen
zijn. Deze benadering wordt ook door het gezonde verstand bevestigd. Zoals de
geïnspireerde schrijver van het boek Prediker ons zegt: Wie alsmaar let op de wind, komt aan zaaien niet toe, en wie
naar de wolken blijft kijken, komt niet tot oogsten.10
Wat echt belangrijk is en
wat wij zelf in de hand hebben, is dat wij met geloof leven, dat wij ons
gewone werk heiligen. «Gedraag je 'nu' goed, zonder terug te denken aan
'gisteren', dat voorbij is, en zonder je zorgen te maken voor 'morgen', dat
misschien nooit voor jou zal komen.»11 Ons
verlangen naar de hemel en onze overweging van de hemel,, de hel en het
vagevuur, de z. g. 'uitersten', mogen onze werklust niet verminderderen. Wij
moeten hier op aarde werken alsof we een heel lang leven voor ons hebben. Tegelijkertijd moeten wij werken alsof wij
vanmiddag al zouden sterven. Wij moeten altijd in gedachten houden, dat
juist het uitvoeren van het werk van het huidige moment ons naar de hemel zal
voeren. Het is nu de tijd om te bouwen. Laten we onszelf niet voor de gek
houden door te denken, dat het ook nog in de
nabije toekomst kan.
-1. Paulus vi,
toespraak, 1 januari
1976. -2. Eerste lezing,
even jaren. Pred
3,1-11. -3. Ch. Lubich, Meditaties. -4. Vgl. Gal 6,10. -5. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 41. -6. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 81. -7. S. Canals, Ascética meditada, Madrid 1980, bl. 134. -8.H. Thomas van Aquino, Over de geloofsbelijdenis,
7. -9. Mt 6,34. -10.
Pred 11,4. -11. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 253.
|