Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Palmzondag

40. DE TRIOMFTOCHT IN JERUZALEM

-Plechtige en tegelijk eenvoudige intocht in Jeruzalem. -De Heer weent over de stad. De genade beantwoorden.-Blijdschap en smart op deze dag: Christus consequent volgen, tot aan het kruis.

40.1 «Kom, en terwijl we optrekken naar de Olijfberg, haasten we ons naar de ontmoeting met Christus die vandaag terugkomt uit Betanië en zich, uit eigen wil, haast naar zijn eerbiedwaardig en fortuinlijk lijden, om het geheim van de verlossing der mensen te voleinden.»1 

Jezus verlaat Betanië in de vroege morgen. Sinds de vorige avond hebben zich daar veel vurige leerlingen van Hem verzameld. Sommigen waren uit Galilea op pelgrimstocht naar Jeruzalem om het paasfeest te vieren. Anderen waren bewoners van Jeruzalem die afgekomen waren op de wonderbare recente opstanding van Lazarus. Omringd door dit talrijke gezelschap, samen met anderen die zich onderweg bij Hem voegen, neemt Jezus nogmaals de oude weg van Jericho naar Jeruzalem in de richting van de lage heuvel van de Olijfberg.

De omstandigheden lenen zich voor een grootse ontvangst, want het was gewoonte dat de mensen de stad uittrokken om de grotere groepen pelgrims met zang en vreugdebetoon te begroeten bij hun binnenkomst in de stad. De Heer laat geen enkel verzet blijken tegen de voorbereidingen van deze jubeltocht. Hij kiest zelf het rijdier: een simpele ezel die Hij laat halen uit Betfage dat vlakbij Jeruzalem ligt. De ezel werd in Palestina al sinds de tijd van Bileam beschouwd als het rijdier voor aanzienlijke personen.2 

De stoet werd spontaan gevormd. Sommigen spreidden hun mantel over de rug van het dier en hielpen Jezus met opstijgen. Anderen kwamen aansnellen om hun mantels op de grond uit te spreiden zodat het ezeltje daarover kon gaan als over een tapijt. En weer veel anderen renden met de stoet mee langs de kant van de weg en zij legden groene takken langs de hele weg en zwaaiden met palm- en olijftakken die zij plukten van de bomen die vlak langs de weg stonden. En bij het naderen van de stad begon heel de menigte van zijn leerlingen, reeds op de helling van de Olijfberg, opgetogen en met luider stem God te prijzen wegens alle wonderen die zij gezien hadden, en zij riepen: Gezegend de Koning, die komt in de Naam des Heren! Vrede in de hemel en eer in den hoge!3 Jezus maakt zijn intocht als Messias in Jeruzalem op een ezeltje, precies zoals het eeuwen tevoren voorspeld was.4 En de zang van het volk is echte Messiaanse zang. Dit gewone volk kende -en de farizeeën nog meer- die profetieën goed, en het was dol van vreugde. Jezus aanvaardt de eerbetuiging. Hij zegt tegen de farizeeën die deze blijken van geloof en blijdschap de kop in willen drukken: Ik zeg u: als zij zwijgen, zullen de stenen roepen.5 

Alles bij elkaar is de triomf van Jezus een eenvoudige triomf: «Zie, hoe Jezus zich tevreden stelt met een arm dier als troon. Ik weet niet hoe  het met u gesteld is, maar mij vernedert het niet, dat ik mij moet beschouwen als een ezel in de ogen van de Heer. Toen was ik een redeloos dier in uw bijzijn; en toch, was ik niet altijd bij U? Gij hield mijn rechterhand vast (Ps 73,22-23). Gij leidt mij bij de halster.»6 

Jezus wil ook vandaag in triomf binnentreden in het leven van de mensen op een nederig rijdier. Hij wil dat wij van Hem getuigenis afleggen in de eenvoud van ons werk, dat wij goed verrichten: met onze blijdschap, met onze rustige kalmte, met onze oprechte belangstelling voor anderen. Hij wil zich in ons aanwezig doen zijn door de omstandigheden van het menselijk leven. Ook wij kunnen Hem vandaag zeggen: Ut iumentum factus sum apud te... «Als een ezeltje sta ik voor U. En Gij bent altijd met mij. Gij hebt mij bij de teugel genomen en mij uw wil doen vervullen. Et cum gloria suscepisti me, en daarna hebt Gij mij krachtig in uw armen gesloten.»7 Ut iumentum... ik ben voor U als een ezeltje, Heer... als een lastezel, en ik blijf altijd bij U. Dat kan een schietgebed voor ons zijn vandaag.

De Heer is Jeruzalem in triomf binnengetrokken. Een paar dagen later zal Hij aan de rand van die stad aan het kruis genageld worden.

40.2 De triomfstoet van Jezus heeft de top van de Olijfberg bereikt en daalt aan de westzijde ervan af naar de Tempel die de stad daar beheerst. Van daaraf kan Jezus de hele stad zien liggen. Bij dit uitzicht weent Jezus.8 

Tussen zoveel kreten van blijdschap en een zo plechtige intocht moeten deze tranen wel voor een complete verrassing gezorgd hebben. De leerlingen stonden daar ontmoedigd bij het zien van Jezus. Al hun vreugde was met één klap de grond in geboord.

Jezus ziet hoe Jeruzalem ondergedompeld is in zonde, in onwetendheid, in blindheid: Mocht ook gij op deze dag inzien wat u tot vrede strekt. Maar nu is dat voor uw ogen verborgen.9 De Heer ziet hoe er andere dagen over haar op zullen gaan, niet langer dagen van blijdschap en heil zoals deze, maar dagen van onheil en verwoesting. Jaren later zal de stad met de grond gelijk gemaakt worden. Jezus beweent het gebrek aan rouwmoedigheid van Jeruzalem. De tranen van Christus zijn welsprekender dan woorden: in groot leed toont Hij zijn mededogen met de stad die Hem verstoot.

Niets heeft geholpen: wonderen, daden, noch woorden, soms op scherpe toon gesproken, andere vergevensgezind... Jezus heeft alles met iedereen geprobeerd: in de stad, op het land, met eenvoudige mensen, met wijze geleerden, in Galilea, in Judea... Ook nu en in elk tijdperk deelt Jezus de rijkdom van zijn genade uit aan elke mens. Zijn wil is altijd gericht op ons heil.

Ook in ons leven heeft Hij geen middel onbeproefd gelaten. Zo vaak heeft Hij die kleine ontmoetingen met ons gezocht. Zoveel gewone en buitengewone genade heeft Hij over ons uitgestort. «Hij heeft zich immers, als Zoon van God, door zijn menswording in zekere zin met iedere mens verenigd. Met menselijke handen heeft Hij werk verricht, met een menselijke geest heeft Hij gedacht, met een menselijke wil heeft Hij gehandeld, met een menselijk hart heeft Hij liefgehad. Geboren uit de maagd Maria, is Hij werkelijk één van de onzen geworden, in alles aan ons gelijk, behalve in de zonde. Als een onschuldig lam heeft Hij vrijwillig zijn bloed gestort en daarmee voor ons het leven verdiend; in Hem heeft God ons met zichzelf en met elkaar verzoend en ons van de dienstbaarheid aan duivel en zonde bevrijd, zodat ieder van ons met de apostel kan zeggen: de Zoon van God heeft mij liefgehad en zichzelf voor mij overgeleverd (Gal 2,20).»10 

De geschiedenis van iedere mens afzonderlijk is de geschiedenis van de ononderbroken bezorgdheid van God om die mens. Elke mens is het voorwerp van de uitverkiezing van God. Jezus probeert alles met Jeruzalem. De stad laat haar poorten gesloten voor die barmhartigheid. Het is het grote geheim van de vrijheid van de mens, waarin ook de trieste mogelijkheid besloten ligt de genade van God te verwerpen. «Vrije mens, onderwerp je om vrijwillig te dienen, zodat Jezus van jou niet hoeft te zeggen wat Hij van anderen aan de heilige Theresia van Avila gezegd zou hebben: 'Theresia, Ik wilde wel... Maar de mensen wilden niet'.»11 

Hoe staat het met ons beantwoorden van de telkens weer door de Heilige Geest gestelde vraag heilig te zijn middenin onze werkzaamheden, in onze omgeving? Hoe vaak zeggen we, zonder een dag over te slaan, 'ja' tot God en 'nee' op het egoïsme, op de traagheid, op alles, al is het nog zo gering, wat liefdeloosheid is?

40.3 Toen de Heer de heilige stad binnentrok, kondigden de kinderen der Hebreeën de verrijzenis van het leven aan. Zij riepen uit, met palmtakken in de hand: Hosanna in den hoge!12 

Wij weten nu, dat deze triomftocht, voor velen, al snel in het niets oploste. Het geestdriftige hosanna zal in vijf dagen omslaan in de hysterische woede van het kruisigt Hem! Hoe kan dat, die plotselinge ommezwaai, die onstand­vastigheid? Om dat te begrijpen hoeven we misschien niets anders te doen dan in ons eigen hart te kijken.

«Hoe anders klinken die stemmen -is het commentaar van de heilige Bernardus- weg met Hem, weg met Hem, kruisigt Hem en hosanna, gezegend Hij die komt in de naam des Heren, hosanna in den hoge. Wat een verschil tussen de stemmen die Hem Koning van Israël noemen en die een paar dagen later zeggen wij hebben geen andere koning dan de keizer. Wat een verschil tussen de groene palmen en het kruishout, tussen bloemen en doornen. Eerst doen ze hun eigen mantels uit en spreiden die als een tapijt voor Hem, niet veel later ontdoen ze Hem van zijn kleren en werpen er het lot over.»13 

De triomfantelijke intocht van Jezus in Jeruzalem vraagt van ieder van ons consequent en volhardend te zijn, onze trouw te vergroten opdat onze voornemens geen lichten zijn die een moment helder oplichten en weer onmiddellijk uitdoven. In het diepst van ons hart bevinden zich vreemde tegenstellingen: wij zijn in staat tot het beste en tot het slechtste. Als wij het goddelijk leven willen behouden, als wij met Christus willen zegevieren, wordt van ons standvastigheid gevraagd, wordt ons gevraagd alles wat ons scheidt van de Heer en ons verhindert met de Heer op te trekken naar het kruis, te laten afsterven door boetedoening.

«De liturgie van Palmzondag legt de katholieken dit gezang in de mond: Verheft dan, poorten, uw hoofd, verhoogt u, deuren aloud, hier komt de Koning der Eer (Ps 24,7) gezongen tijdens de palmprocessie). Wie opgesloten zit in de burcht van zijn eigen egoïsme zal niet afdalen naar het slagveld. Als hij echter de poorten van zijn sterkte opent en de Koning der vrede laat binnentreden, zal hij met Hem ten strijde trekken tegen alle misère die de blik verduistert en het geweten afstompt.»14 

Maria is ook in Jeruzalem, bij haar Zoon, voor het Paasfeest. Het laatste Joodse Pasen, het eerste Pasen waarin haar Zoon Priester en Offer is. Laten we niet van haar weggaan. Onze Lieve Vrouw leert ons standvastig te zijn, te strijden in het kleine, zonder ophouden te geloven in de liefde van Christus. Laten we het lijden en sterven van haar Zoon overwegen aan haar zijde. Geen plaats is meer bevoorrecht.

-1. H. Andreas van Kreta, Sermo 9 in Dominica in palmis. -2. Vgl. Num 22,21 e.v. -3. Lc 19,37-38. -4. Vgl. Zach 9,9. -5. Lc 19,40. -6. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 181. -7. Idem, geciteerd door A. Vázquez de Prada, El fundador del Opus Dei, bl. 124. -8. Vgl. Lc 19,41. -9. Lc 19,41. -10. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, n. 22. -11. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 761. -12. Liturgie van Palmzondag, responsorie bij de binnenkomst van de palmprocessie. -13. H. Bernardus van Clairvaux, Sermo in Dominica in Palmis, 2,4. -14. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 82.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012