Drieëndertigste week. Dinsdag
41. De trouw van Eleazar
-Voorbeeldigheid van de oude Eleazar. -Hindernissen
voor de trouw. -Loyaliteit aan het gegeven woord en aan de verplichtingen die
men is aangegaan.
41.1 Ten tijde van koning Antiochus brak er een hevige vervolging tegen
Israël uit. De tempel werd ontheiligd en er werd de eredienst voor de Griekse
goden in plaats van tot Jahwe ingevoerd. Het werd verboden de sabbat te vieren
en iedere maand werden de joden verplicht de geboortedag van de koning te
vieren, waarbij zij moesten deelnemen aan offers die ter ere daarvan werden opgedragen
en waarbij zij niet-koosjer vlees moesten eten.
Eleazar, een eerbiedwaardige oude man van
negentig jaar, bleef trouw aan het geloof
van zijn vaderen en verkoos de dood boven deelname aan die offers. Oude
vrienden stelden hem voor voedsel te halen dat wel koosjer was en ten overstaan
van de anderen te doen alsof hij van het offervlees at, overeenkomstig het
gebod van de koning. Als hij dat zou doen -zo zeiden ze hem- kon hij aan de
dood ontkomen. Maar Eleazar bleef trouw aan het voorbeeldige leven dat hij
sinds zijn kinderjaren had geleid en hij vond het zijn ouderdom onwaardig om te
veinzen, opdat de jongeren later niet zouden kunnen zeggen dat hij met zijn
negentig jaren samen met de vreemdelingen tot heidendom was vervallen. Mijn huichelarij, waardoor ik mijn leven een heel
klein beetje kan verlengen, zou hen op een dwaalspoor brengen, en daar ik voor
die dwaling verantwoordelijk zou zijn, zou ik schande en smaad brengen over
mijn oude dag. En ook al ontkom ik voor het ogenblik aan een bestraffing door
de mensen, nooit, het zij levend of dood, ontkom ik aan de hand van de
Almachtige.
Eleazar werd naar de folterplaats gevoerd en op
het punt te sterven riep hij uit: De
Heer weet in zijn heilige wijsheid, dat ik aan de dood kon ontkomen; en al lijd
ik in mijn lichaam door de geseling gruwelijke pijnen, in mijn ziel voel ik
vreugde dit alles uit eerbied voor Hem te ondergaan. De gewijde schrijver neemt het verhaal van zijn voorbeeldige dood op,
niet alleen voor de jongeren maar voor geheel het volk. Dit relaas1 herinnert ook ons aan de onkreukbare trouw aan de
verplichtingen die we door ons geloof zijn aangegaan om trouw te zijn aan de
Heer, ook wanneer het gemakkelijker zou zijn te wijken voor de druk van een
vijandige heidense omgeving of voor moeilijke omstandigheden die we moeten doormaken.
De heilige Johannes Chrysostomus noemt Eleazar
«proto-martelaar van het Oude Testament».2 Zijn
vreugdevolle houding tijdens de marteling is als het ware een voorspel van de
vreugde die Jezus zal verkondigen over hen die in zijn naam vervolgd zouden
worden.3 Deze vreugde laat de Heer ons ervaren,
wanneer wij uit trouw aan het geloof en de eigen roeping een tegenslag van
welke aard dan ook moeten lijden.
41.2 De eerste christenen worden vaak
aangeduid met de bijnaam getrouwen.4 Deze
benaming ontstaat ten tijde van moeilijkheden van
buitenaf, vervolgingen, laster en druk van een heidense omgeving die haar denk-
en leefwijze trachtte op te leggen, welke volkomen tegengesteld was aan de leer
van de Meester. Getrouw zijn was zich krachtig staande houden tegenover deze hindernissen van buitenaf. In de Apokalyps lezen we: Wees getrouw tot de
dood, en Ik zal u de kroon des
levens geven.5 Dit
wordt van de christenen aller tijden gevraagd: Wees getrouw tot de dood. Tevoren waarschuwt
de apostel: Vrees niet het lijden dat
u wacht. De duivel zal sommigen van u in de gevangenis werpen om u te
beproeven, en gij zult hevig lijden, tien dagen
lang, een korte
tijd. Dat is het leven: tien dagen, een korte tijd. En zouden wij niet
trouw blijven, als we een tegenslag, vaak heel gering, moeten lijden, een vorm
van discriminatie omdat we christenen zijn die ons daarvoor echter niet
schamen? Schamen we ons voor ons geloof, dat praktische gevolgen heeft in onze
handelwijze waarmee velen het misschien niet eens zijn? Paus Johannes Paulus II
wees er op, dat «het gemakkelijk is een dag of enkele dagen trouw te zijn.
Moeilijk, maar belangrijk is het om heel het leven trouw te zijn. Het is
makkelijk trouw te zijn op momenten van jubel, moeilijk in ogenblikken van
tegenslag. Maar men kan trouw alleen als trouw betitelen, als die heel het
leven duurt.»6
Soms komen de hindernissen niet van buitenaf
maar van binnenuit. Hoogmoed is de voornaamste hinderpaal voor trouw, en
gepaard daaraan lauwheid want die doet de vreugde in het volgen van Christus
verloren gaan; zij verheerlijkt andere mogelijkheden die aan de rand staan van
de weg die ons tot God leidt. Soms wordt ook de ziel verduisterd als gevolg van
weerzin en gebrek aan strijd, of omdat God die duisternis toestaat om de ziel
te zuiveren. Welke ook de oorzaak van die duisternis mag zijn, de trouw zal
dikwijls te vinden zijn in nederigheid: gehoorzaam willen zijn aan de
geestelijke leiding, vurig blijven bidden tot de Heer, dagelijks met Hem in
contact blijven, waardoor wij aan zijn hand tot het licht gevoerd worden. «Diep
in mijn kinderhoofd -schrijft de H. Jozefmaria Escrivá- is de herinnering aan
die palen gegrift die, in de bergen van mijn geboorteland, langs de randen van
de weg waren geplaatst; die hoge, meestal rood geverfde palen trokken mijn
aandacht. Men heeft mij toen uitgelegd, dat die palen, als de sneeuw viel en
paden, akkers, weiden, bossen, rotsen en afgronden bedekte, er bovenuit staken
als een signaal, zodat iedereen altijd met zekerheid wist waar de weg liep.
»In het innerlijk leven gebeurt iets
dergelijks. Er zijn lentes en zomers, maar ook winters, dagen zonder zon en
nachten zonder een sprankje maan. We kunnen het ons niet permitteren, dat onze
omgang met Jezus Christus afhankelijk zou zijn van onze gemoedstoestand, van de
wisselingen van ons hart. Een dergelijke houding loopt uit op egoïsme, gemakzucht en gaat niet samen met liefde.
»Daarom zijn, in perioden van sneeuw of wind,
een paar godvruchtige oefeningen -niet sentimenteel, maar diepgeworteld en
aangepast aan ieders persoonlijke omstandigheden- zoals die rode palen die de
richting blijven aangeven, tot de Heer besluit de zon opnieuw te laten
schijnen, de sneeuw te laten smelten. Het hart gaat weer sneller slaan, in vlam
gezet door een vuur dat eigenlijk nooit is uitgeblust. Het restje was alleen
bedekt onder de as van een tijd van beproeving, of van minder inzet, of gebrek
aan offervaardigheid.»7
41.3 De trouw van Eleazar aan het geloof
van zijn voorvaderen diende er bovendien
toe, dat vele anderen van het uitverkoren volk trouw aan hun geloof en
zeden bleven. De trouw van een man, van een vrouw, blijft nooit alleen staan.
Velen steunen erop, wellicht zonder dat ze het uitdrukkelijk weten. Een van de
grootste vreugden die de Heer ons laat smaken, zal zijn dat we al degenen mogen
aanschouwen die trouw aan hun geloof en roeping zijn gebleven, juist omdat zij
op onze hechte trouw steunden.
De menselijke deugd die aan de trouw
beantwoordt, is loyaliteit die van wezenlijk belang is voor elke vorm van samenleving. Zonder een
klimaat van loyaliteit zouden de betrekkingen en banden tussen mensen onderling
uiteindelijk verworden tot een louter naast elkaar bestaan, met daaraan
onafscheidelijk verbonden: onzekerheid en wantrouwen. Het eigenlijke sociale
leven zou niet mogelijk zijn, als «de verdragen zonder welke een vreedzaam
samenleven van de volkeren onmogelijk is, niet worden gerespecteerd»8: een klimaat van wederzijds vertrouwen, van
eerlijkheid, van loyaliteit. Deze zo wezenlijke deugd lijkt in de maatschappij,
in ondernemingen, in de zakenwereld... niet zelden verloren te zijn gegaan. De
leugen, het manipuleren van de waarheid is nog zo'n wapen dat sommigen
gebruiken, alsof het normaal is in de media, de politiek, de zaken... Vaak mist
men de eerlijkheid om het gegeven woord en de verplichtingen die men uit vrije
wil is aangegaan, na te komen. Meer nog, soms geeft men commentaar op de
huwelijksontrouw alsof de verplichtingen die men tegenover God en de mensen is
aangegaan, weinig waarde zouden hebben. Teneinde hun financiële positie te versterken
of hun ongebreidelde zucht naar genoegen te bevredigen om in het
maatschappelijk leven een rol te spelen, verzaken anderen hun religieuze,
familie-, maatschappelijke of beroepsplichten door de meest edele en heilige
verplichtingen te verraden.
In onze tijd is het dringend noodzakelijk dat
wij, christenen -licht der wereld en zout
der aarde-, een voorbeeld van trouw stellen en loyaliteit aan de
verplichtingen die wij zijn aangegaan. De
heilige Augustinus bracht de christenen van zijn tijd in herinnering:
«De man moet trouw zijn aan de vrouw, de vrouw aan de man en beiden aan God.
Gij die standvastigheid hebt beloofd, vervul wat ge beloofd hebt, want men zou
het niet van u eisen als ge het niet had beloofd [...]. Hoed u voor het leggen
van valstrikken in uw handelen. Hoed u voor leugen en vervloeking.»9 Deze woorden zijn nog steeds volkomen actueel.
Door met de hulp van de Heer te blijven
volharden in het weinige van elke dag, zullen we aan het einde van ons leven, tot onze
allergrootste vreugde en geluk, de woorden van de Heer horen: Uitstekend, goede en trouwe dienaar, over weinig
waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw
heer.10
-1. Eerste lezing (oneven jaren), 2 Mak 6,18-31. -2.
H. Johannes Chrysostomus, Homilie 3, over de Makkabeeën. -3. Vgl. Mt 5,12. -4. Hnd 10,45; 2 Kor 6,15; Ef 1,1. -5. Apok 2,10. -6. Johannes
Paulus ii, Homilie 27 januari 1979. -7. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden
van God, 151. -8. Pius xii, Toespraak 24 december 1940, 26. -9. H. Augustinus,
Preek 260. -10. Mt 25,21-23.
|