Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Drieëndertigste zondag door het jaar (B)

38. De tweede komst van Christus

-Het verlangen om Gods aanschijn te zien. -Zijn komst in heerlijkheid. -De hoop op de dag des Heren.

38.1 Zo spreekt de Heer: Ik ken de plannen die Ik met u heb: Ik wil vrede en geen onheil. Als gij Mij aanroept, zal Ik u verhoren en u terugvoeren uit de ballingschap, waar gij ook maar verspreid zijt.1 Woorden van God, die de profeet Jeremia tot ons doet komen in de Introïtus van de heilige Mis.

Jezus heeft de opdracht die de Vader Hem had toevertrouwd, vervuld, maar zijn werk is in zekere zin nog niet voltooid. Hij zal aan het einde der tijden terugkeren om af te maken wat Hij begonnen was. Vanaf de eerste eeuwen belijdt de Kerk haar geloof in deze tweede, glorievolle komst van Christus, wanneer Hij, roemrijk en zegevierend, zal komen om te oordelen levenden en doden.2 «De Heilige Schrift -zo leert de Romeinse Katechismus- bevestigt ons deze twee komsten van Gods Zoon. De ene, toen Hij omwille van ons heil vlees aannam en mens werd in de schoot van de Maagd. De andere, wanneer Hij aan het einde van de wereld zal komen om alle mensen te oordelen; deze laatste komst wordt dag des Heren genoemd.»3

Nu wij bijna aan het einde van het liturgisch jaar zijn gekomen, brengt de liturgie van de heilige Mis ons deze geloofswaarheid in herinnering. De eerste lezing4 laat ons zien hoe de profeet Daniël deze komst aankondigde. In die tijd zal de grote vorst Michaël opstaan om de kinderen van je volk te beschermen. Want het zal een tijd van nood zijn. Dan zal de volheid van het heil komen, door de verrijzenis van het lichaam, voor al degenen in je volk, die in het boek staan opgetekend. En velen van hen die slapen in het land van het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om de smaad van een eeuwige schande te ondervinden. De wijzen die waarlijk de zin van het leven hier op aarde verstonden en trouw zijn gebleven, zullen stralen als de glans van het uitspansel. De profeet kondigt vervolgens de bijzondere glorie aan die ten deel zal vallen aan al degenen die, door hun apostolaat in welke vorm dan ook, bijgedragen hebben aan het heil van anderen: degenen die de mensen tot gerechtigheid hebben gebracht, zullen schitteren als de sterren voor eeuwig en immer.

De christenen van de eerste tijden, vurig verlangend om het verheerlijkte aanschijn van Christus te zien, herhaalden steeds weer de zoete aanroeping: Kom, Heer Jezus, kom!5 Dit schietgebed is zo dikwijls herhaald, dat het ook is opgenomen in het Aramees, de taal die Jezus en de apostelen spraken in de eerste geschriften.6 Thans is het, in de onderscheiden talen vertaald, een van de in de heilige Mis gebruikte acclamaties, na consecratie en aanbidding. Wanneer Christus werkelijk tegenwoordig komt op het altaar, geeft de Kerk Hem haar verlangen te kennen om Hem in verheerlijkte toestand te zien. Op deze wijze «verbindt de liturgie van de aarde zich met de liturgie van de hemel. En nu, zoals in iedere heilige Mis, komt tot ons hart, dat zozeer troost behoeft, het geruststellende antwoord: Hij die hiervan getuigt zegt: Ja, Ik kom aanstonds.7 En ook al is het ogenblik om met Hem in de hemel te zijn nog niet gekomen, toch loopt Hij op dit gelukzalige moment vooruit, als Hij kort daarna in onze ziel komt op het ogenblik van de communie. «Moge de hartstochtelijke aanroeping van de Kerk: Kom, Heer Jezus, kom! -zo bad paus Johannes Paulus II- de spontane ademtocht worden van uw hart, dat nooit voldaan is over het heden, omdat het neigt naar het 'nog niet' van de beloofde vervulling»8 wanneer wij met ons eigen, reeds verheerlijkt lichaam, de volheid in God zullen vinden. In het binnenste van onze ziel zeggen we thans tot Jezus: Vultum tuum, Domine, requiram9, Uw aanschijn, Heer, wil ik zoeken; Uw aanschijn dat ik ooit, met de hulp van uw genade, tot mijn grote geluk van aangezicht tot aangezicht zal mogen zien.

38.2 De Heer is mijn erfdeel, mijn dronk uit de beker, Hij heeft mijn lot in zijn hand. Steeds houd ik mijn ogen gericht op de Heer, ik val niet, want Hij staat naast mij. Daarom ben ik vrolijk en blij van geest, daarom kan ik rustig gaan slapen. Mijn ziel laat Gij niet aan het dodenrijk over, Gij levert uw dienaar niet uit aan het graf.10 De tussenzang uit de heilige Mis verwijst naar Christus, zoals wordt vertolkt in de Handelingen van de Apostelen11, en in Hem wordt de verrijzenis van ons lichaam aan het einde der tijden aangekondigd. Wij kunnen daadwerkelijk in het binnenste van ons hart zeggen, dat de Heer mijn erfdeel is, mijn dronk uit de beker, wat mij ook overkomt, en dat ik vrolijk en blij van geest ben en ik rustig kan gaan slapen, nu en aan het einde van de tijden. Christus is het grote geluk van ons leven. Hij is gezeten aan de rechterhand van God [...] nog slechts wachtend op de tijd die rest.12

Aan het einde der tijden, zo lezen we in het evangelie van de heilige Mis13, zullen zij de Mensenzoon zien komen op de wolken, met grote macht en heerlijkheid. Dan zal Hij zijn engelen uitzenden om zijn uitverkorenen te verzamelen uit de vier windstreken, van het einde der aarde tot het uiteinde des hemels. Terwijl in zijn menswording zijn Godheid verborgen of onbemerkt en in zijn lijden volkomen verborgen bleef, zal Hij aan het einde van de eeuwen met grote macht en heerlijkheid komen, zoals de profeet Daniël aankondigde, met grote tekenen op aarde en in de hemel: de zon zal verduisteren en de maan geen licht meer geven; de sterren zullen van de hemel vallen en de hemelse heerscharen in verwarring geraken. Hij zal komen als Verlosser van de wereld, als Koning, Rechter en Heer van het heelal, «niet om opnieuw geoordeeld te worden -leren de Kerkvaders- maar om degenen die Hem ten oordeel riepen voor zijn rechtbank te dagen. Hij die eertijds, toen Hij veroordeeld werd, het stilzwijgen bewaarde, zal het geheugen opfrissen van de misdadigers die Hem durfden te beschimpen toen Hij aan het kruis hing, en Hij zal hun zeggen: Dit hebt gij gedaan en Ik heb gezwegen.

»Toen kwam Hij, omwille van zijn genadige voorzienigheid, om de mensen met zachte overredingskracht te onderrichten; maar dan, in de toekomst, zullen de mensen, of zij willen of niet, zich noodgedwongen moeten onderwerpen aan zijn koninkrijk [...]. Om die reden zeggen wij in onze geloofsbelijdenis, zoals we die vanuit de traditie hebben ontvangen, dat wij geloven in Hem die opgevaren is ten hemel, zit aan de rechterhand van de Vader; die zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden en aan zijn rijk komt geen einde14 En Hij zal in heerlijkheid verschijnen aan degenen die Hem trouw gebleven zijn al de eeuwen door, en ook aan hen die Hem loochenden, Hem vervolgden of leefden alsof zijn dood aan het kruis een gebeurtenis zonder enig belang was geweest. Geheel de mensheid zal zich ervan rekenschap geven hoe God de Vader Hem hoog verheven heeft en Hem de naam verleend heeft die boven alle namen is, opdat bij het noemen van zijn naam zich iedere knie zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde, en iedere tong zou belijden tot eer van God, de Vader: Jezus Christus is de Heer.15

Wat zullen we onze inspanningen om Christus te volgen, al die kleine dingen, al die onbetekenende diensten die we elke dag voor God proberen te doen en die misschien niemand ziet..., als welbesteed moeten beschouwen! Jezus zal ons, als we trouw blijven, beschouwen als zijn vrienden voor altijd. Daarom ben ik vrolijk en blij van geest, en kan ik rustig gaan slapen.

38.3 Gij zult mij de weg van het leven wijzen, om heel mijn vreugde te vinden bij U, bestendig geluk aan uw zijde16, vervolgt de tussenpsalm.

De tweede komst van Christus wordt in de Heilige Schrift dikwijls aangeduid met de Griekse term parousia, dat in profaan taalgebruik betekende: de plechtige intocht van een keizer in een stad of provincie, waar hij werd begroet als redder van dat land. Het ogenblik van de intocht, dat altijd iets onverwachts had, werd als een feestdag beschouwd en was soms het beginpunt van een nieuwe tijdrekening17: men wilde daarmee aangeven dat met die gebeurtenis iets nieuws begon. Voor ons zal de komst van Christus het grote feest zijn, want de ziel zal zich opnieuw met het lichaam verenigen en er zal een «nieuwe tijdrekening» beginnen, een nieuwe vorm van bestaan, waarin eenieder -lichaam en ziel- God voor eeuwig en altijd eer zal brengen.

De hoop op die dag des Heren was voor de eerste christenen een prikkel om te volharden en geduld te bewaren tegenover tegenslagen. De heilige Paulus herinnert hier talloze malen aan. Ook voor ons zal het een grote hulp zijn trouw te blijven aan de Heer, met name als de ons omringende kringen soms vijandig tegenover ons staan en vol moeilijkheden zijn. De apostel schrijft aan de christenen van Tessalonica: Broeders, wij voelen ons verplicht God telkens opnieuw voor u te danken. En niet zonder reden: uw geloof groeit krachtig, steeds groter wordt onder u de liefde van allen voor allen. Wij roemen dan ook over u in de gemeenten van God, omdat uw geloof stand houdt onder al de vervolgingen en verdrukkingen die gij moet verduren: een bewijs dat Gods rechtvaardig oordeel u zijn koninkrijk, waarvoor gij nu lijdt, zal waardig keuren.18

De Heer staat toe, dat wij soms wat moeten lijden om trouw te zijn aan zijn onderricht, of dat ziekte of pijn ons treffen, opdat wij ons vertrouwen op Hem vermeerderen, meer onthecht zijn van eer, gezondheid, geld..., om zo het koninkrijk dat Hij ons bereid heeft, waardig te worden. Eveneens opdat wij, op onze plaats te midden van de wereld, bedenken dat «het koninkrijk van God, dat hier beneden in de Kerk van Christus is begonnen, niet van deze wereld is, want die zal voorbijgaan, en dat we de groei ervan niet mogen verwarren met het voortschrijden van menselijke beschaving, wetenschap of techniek, maar dat dit koninkrijk erin bestaat, dat wij steeds dieper de onpeilbare rijkdommen van Christus leren kennen, steeds krachtiger het eeuwig goed verhopen, steeds vuriger Gods liefde beantwoorden, steeds overvloediger de genade en heiligheid onder de mensen uitstrooien.»19

-1. Introïtus, Jer 29,11-12;14. -2. Symbolum van Nicea-Constanti­nopel. -3. Romeinse Katechismus, 1,8, n.2. -4. Dan 12,1-3. -5. Apok 22,20. -6. Vgl. 1 Kor 16,22; Didache, 10,6. -7. Johannes Paulus ii, Homilie, 18 mei 1980. -8. Ibidem. -9. Ps 26,8. -10. Tussenzang, Ps 15,5;8-9. -11. Vgl. Hnd 2,25-32;13,35. -12. Tweede lezing. Heb 10,11-14;18. -13. Mc 13,24-32. -14. H. Cyrillus van Jeruzalem, Cathechesis 15, over de komsten van Christus. -15. Fil 2,9-11. -16. Tussenzang, Ps 15,10. -17. Vgl. M. Schmaus, Katholische Dogmatik, VII. -18. 2 Tes 1,3-5. -19. Paulus vi, Credo van het volk Gods, 27.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012