Derde week.
Vrijdag
20. DE TWEEDE KOMST VAN DE HEER
-Alle
mensen zullen optrekken naar de triomferende Christus. Tekenen die de tweede
komst van de Heer zullen begeleiden. Het teken van het kruis. -Het algemeen
oordeel. Jezus onze vriend. - Gewetensonderzoek. Het veelvuldig biechten.
20.1 Wij
verwachten de Verlosser. Hij zal ons armzalig lichaam herscheppen en het
gelijkvormig maken aan zijn verheerlijkt lichaam.1
De adventstijd bereidt
onze zielen ook voor op de verwachting van de tweede komst van Christus aan het
einde der tijden. Dan zal de wereld de Mensenzoon zien komen op een wolk,
met macht en grote heerlijkheid2 om in een algemeen oordeel te oordelen over levenden en
doden voordat de nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid zal
wonen3 zullen
komen. Intussen «draagt de pelgrimerende Kerk, in haar sacramenten en
instellingen, die tot deze tijd behoren, de trekken van deze eeuw die
voorbijgaat, en houdt zij verblijf tussen de schepselen die zuchten en
barensweeën verduren, altijd door, en uitzien naar het openbaar worden van de
kinderen van God (Vgl. Rom 8,19-22).»4
Jezus Christus zal komen
als Verlosser van de wereld, als Koning, Rechter en Heer van het universum. Hij
zal de mensen verrassen in hun handel en wandel, zonder te waarschuwen dat zijn
komst op handen is: zoals de bliksem uitschiet vanuit het oosten en licht
tot in het westen, zo zal het zijn met de komst van de Mensenzoon.5 Goeden en
slechten zullen voor Hem verzameld worden, levenden en doden: alle mensen
zullen onontkoombaar optrekken naar Christus in Majesteit, de eersten
aangetrokken door de liefde, de anderen gedwongen door de gerechtigheid.6
Aan de hemel zal het teken van de Mensenzoon7 verschijnen, het heilig Kruis. Dit zo vaak
versmade, zo vaak in de steek gelaten Kruis, deze aanstoot voor de Joden,
deze dwaasheid voor de heidenen8, dat als zinloos beschouwd werd; dit Kruis zal
voor de verduisterde blik van de mensen verschijnen als een teken van
verlossing. Jezus Christus zal zich in volle majesteit vertonen aan diegenen
die Hem -in Hem zelf en in zijn Kerk- verloochenden; aan hen die Hem, daarmee
nog niet tevreden, vervolgden; aan hen die Hem door hun leven verloochenden.
Hij zal zich ook tonen aan hen die Hem beminden met daden. De hele mensheid zal
zich er rekenschap van geven, dat God Hem hoog heeft verheven en Hem de naam
verleend die boven alle namen is, opdat bij het noemen van zijn naam zich
iedere knie zou buigen, in de hemel, op aarde en onder de aarde, en ieder tong
zou belijden tot eer van God de Vader: Jezus Christus is de Heer.9
Dan zullen wij inzien, dat al onze inspanningen, al die werken die wij
voor God deden, welbesteed waren, ook al zou misschien niemand er in deze
wereld iets van gemerkt hebben. En wij zullen grote blijdschap voelen bij het
zien van het Kruis, dat wij in de loop van ons leven geprobeerd hebben te
zoeken, waarmee wij de werkzaamheden van de mensen hebben willen bekronen. En
wij zullen vervuld zijn van de blijdschap als trouwe dienstknechten meegewerkt
te hebben aan het rijk van die Koning, Christus Jezus, die nu in al zijn majesteit
en glorie verschijnt.
20.2 De Heer zal zijn engelen
uitzenden met luid trompetgeschal om zijn uitverkorenen te verzamelen uit de
vier windstreken van het ene uiteinde van de hemel tot aan het andere.10 Daar zullen alle mensen sedert Adam zijn. En allen zullen met volle
duidelijkheid de waarde van de zelfverloochening, de opoffering, de overgave
aan God en de anderen kennen. Bij de tweede komst van Christus zal de eer en de
roem van de heiligen openlijk tentoongespreid worden omdat velen van hen
onbekend, verguisd, onbegrepen stierven en dan
tegenover allen geëerd zullen worden.
De verbreiders van
dwaalleren zullen de straf krijgen die zij in de loop der eeuwen vergaard
hebben, wanneer hun dwalingen een voor een de revue passeren als een hinderpaal
voor velen op hun weg naar het heil. Op dezelfde wijze zullen zij, die andere
zielen het geloof doorgegeven hebben en de liefde tot God bij anderen ontstoken
hebben, de beloning ontvangen voor de vrucht van hun gebed en de opoffering in
de loop der tijden. Zij zullen de resultaten zien van het goed dat zij
verwierven als vrucht van hun gebed, hun offers en hun bezorgdheid.
Men zal de echte waarde
zien van mensen die voor wijs gehouden werden, maar meesters van de dwaling
waren, die door vele generaties met eer en achting omgeven werden, terwijl
anderen die hooggeacht en zeer geëerd moesten worden, aan de vergetelheid
prijsgegeven werden. Zij zullen dan het loon naar hun werken krijgen, dat de
wereld hen onthield.
Het oordeel over de wereld
zal dienen tot glorie van God11, want het zal Gods Wijsheid in het besturen der wereld
doen blijken, zijn goedheid en zijn geduld met de zondaars en vooral zijn
rechtvaardigheid. De verheerlijking van de Godmens, Jezus Christus, zal zijn
hoogtepunt bereiken in het uitoefenen van zijn oordeelsmacht over het heelal.
De particuliere oordelen
komen bij het laatste oordeel niet voor beroep of revisie in aanmerking. Zij
zullen bevestigd en openlijk bekendgemaakt worden. In het laatste oordeel zal
iedere mens tegenover de gehele mensheid en als lid van de menselijke
samenleving geoordeeld worden. Dan zullen beloning en straf vervolledigd worden
door deze te betrekken op het verrezen lichaam.12
20.3 Voor de
tweede glorierijke komst van de Heer zal het eigen individuele oordeel plaatshebben,
onmiddellijk na de
dood. «In het licht van de dood krijgt het raadsel van het menselijk bestaan zijn grootste dimensie. Niet alleen
wordt de mens gefolterd door pijn en door de voortgaande aftakeling van zijn
lichaam, maar ook, ja zelfs nog meer, door de vrees voor een eeuwige
vernietiging. Instinctmatig geeft zijn hart hem het juiste oordeel, wanneer hij
zich vol huiver afkeert van een totale ruïnering en een definitieve ondergang
van zijn persoon. Daar het zaad van eeuwigheid, dat hij in zich draagt, niet is
ontstaan uit loutere materie, verzet hij zich tegen de dood.»13 De Openbaring leert ons, dat de dood een passage is,
een overgang naar het eeuwig leven. En tussen het leven hier op aarde en het
eeuwig leven moet het particulier oordeel van iedere mens plaatshebben, dat
Jezus Christus zelf zal voltrekken. Want we moeten allen voor Christus'
rechterstoel verschijnen om vergelding te ontvangen voor het goed of het kwaad,
dat ieder van ons tijdens zijn lichamelijk bestaan heeft verricht.14
Niets zal aan de
goddelijke rechterstoel ontkomen: gedachten, verlangens, handelen, niet
handelen. Elke menselijke daad verkrijgt dan zijn werkelijke omvang: de waarde
die God eraan hecht en niet die de mensen eraan geven. Daar zullen ze zijn,
alle gedachten, verbeeldingen en verlangens-; al die innerlijke zwakheden die
nu misschien alleen met moeite gekend worden. Jezus Christus zal wat in het
duister verborgen is, aan het licht brengen en openbaar maken wat er in de
harten omgaat.15 Ook
de woorden die we ooit gebruikt hebben om zelf te kunnen schitteren; of de
woorden die ten dienste stonden aan de leugen; soms het gebrek aan begrip,
liefde, rechtvaardigheid. En wat we deden. Ook daar zullen we voor geoordeeld
worden, want Ik had honger en ge hebt Mij te eten gegeven...16 Christus zal ons
leven overzien en onderzoeken hoe we ons tegenover Hem gedragen hebben, of
tegenover zijn broeders en zusters de mensen. Ook zullen duidelijk alle
gelegenheden te voorschijn komen waarin we iets hadden kunnen doen voor de
anderen. Elke dag is vol mogelijkheden het goede te doen, in welke
omstandigheden we ons ook maar bevinden. Het zou treurig zijn als ons leven
niets was dan een brede stroom gemiste kansen, verkwiste mogelijkheden. En
alleen maar omdat we er niets tegen gedaan hebben, dat we verstikt raakten in
traagheid, gemakzucht, egoïsme, gebrek aan liefde.
Voor wie echter in de loop
van het leven met Hem omgang hadden, zal Christus geen ondankbare rechter zijn,
omdat we elke dag van ons aards bestaan moeite doen Hem te dienen. « 'Ik vond
het grappig u de uitdrukking te horen gebruiken, dat Onze Lieve Heer 'afrekening'
met u zal houden. Nee, voor u allen zal Hij geen rechter zijn in de strenge zin
van het woord, maar gewoon Jezus.' - Deze regels, geschreven door een heilige
bisschop, die meer dan één bedroefd hart hebben getroost, kunnen ook goed het
jouwe troosten. »17
Het is goed als we met een
zekere frequentie nadenken over ons eigen oordeel, waar we naar op weg zijn.
Elke keer zijn we er dichterbij. En wij zullen de blik van Christus -onze
rechter en vriend- zien gaan over ons leven. En het zal ons aansporen ons leven
te vullen met kleine dingen die voor Hem niet onopgemerkt blijven, ook al nemen
de mensen die vaak niet waar, of schatten ze deze niet op waarde.
Het dagelijks
gewetensonderzoek en het gaan biechten zijn zeer belangrijke hulpmiddelen om
elke dag die definitieve ontmoeting met de Heer voor te bereiden die misschien
binnen niet al te lange tijd zal plaatshebben. Het zijn ook voortreffelijke
middelen om ons voor te bereiden op de nieuwe ontmoeting met de Heer in de
Hoogheilige nacht die nadert. Kom spoedig, Heer Jezus, en wacht niet langer.
Verlicht de nood van allen die op uw liefde vertrouwen, door de vertroosting
van uw komst.18
-1. Communio
uit de Mis van vandaag, Fil 3,20-21. -2. Lc 21,27. -3. 2 Pe
3,13. -4. Vaticanum ii,
Dogm. const. Lumen gentium, 48. -5. Mt 24,27. -6. Vgl. The
Navarre Bible, noot bij Mt 24,23-28. -7. Mt 24,30. -8. 1
Kor 1,23. -9. Fil 2,9-11. -10. Mt 24,31. -11. Vgl. 2 Tes
1,10. -12. Vgl. H. Thomas van Aquino,
Summa Theologiae, Suppl. q88, a1. -13. Vaticanum ii,
Past. const. Gaudium et spes, 18. -14. 2 Kor 5,10. -15. 1
Kor 4,5. -16. Mt 25,35. -17.
H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 168. -18. Gebed uit de Mis
van 24 december.
|