Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Drieëntwintigste week. Donderdag

16. De verdienste van goede werken

-Bovennatuurlijke beloning voor goede werken. -De verdiensten van Christus en Maria. -Het dagelijkse leven aan God offeren. Verdiensten verkrijgen voor de anderen.

16.1 De Heer spreekt ons vaak over de verdienste die zelfs de kleinste van onze daden heeft als we deze voor Hem verrichten. Zelfs een omwille van zijn zaak aangeboden beker water zal niet onbeloond blijven.1 Als we trouw zijn aan Christus zullen we schatten vinden in de hemel als beloning voor een leven dat dag in dag uit aan de Heer werd opgedragen. Het leven is echt een tijd waarin we verdiensten moeten verwerven, want in de hemel kunnen we dat niet meer; daar oogsten we alleen de beloning. Ook in het vagevuur, waar onze zielen gezuiverd worden van de resten van onze zonden, kunnen we geen verdiensten verwerven. Dit is de enige tijd waarin we verdiensten kunnen verwerven: de dagen die ons hier op aarde resten, misschien nog maar een paar.

In het evangelie van vandaag leert de Heer dat onze werken, om deze bovennatuurlijke beloning te verkrijgen, boven die van de heidenen moeten staan. Als gij bemint wie u beminnen, wat voor recht op dank hebt ge dan? Ook de zondaars beminnen wie hen liefhebben. Als gij weldoet aan wie u weldaden bewijzen, wat voor recht op dank hebt ge dan? [...] Ook de zondaars lenen aan zondaars met de bedoeling evenveel terug te krijgen.2 Liefde moet alle mensen omvatten: ze moet zich niet alleen uitstrekken tot degenen die ons weldaden bewijzen, want dan zou de hulp van de genade onnodig zijn. Zelfs heidenen beminnen hen die hen liefhebben. De daden van een christen moeten niet alleen menselijk goed en voorbeeldig zijn, maar overvloedig geïnspireerd door de liefde tot God om ze bovennatuurlijk verdienstelijk te maken.

God heeft ons door de profeet Jesaja verzekerd: Electi mei non laborabunt frustra3, mijn uitverkorenen zullen niet tevergeefs arbeiden. Niets wat voor God gedaan wordt zal vruchteloos zijn. Veel verdiensten zullen we vast en zeker hier op aarde zien. Er zullen zegeningen zijn. De rest, misschien het grootste deel, zullen we pas in Gods hemelse tegenwoordigheid ontvangen. De heilige Paulus hield de eerste christenen voor: ieder ontvangt loon naar eigen arbeid.4 Ieder ontvangt het loon voor wat hij in dit leven heeft gedaan, goed of kwaad.5 Nu is het de tijd voor verdiensten. De heilige Ignatius van Antiochië spoort ons aan: «Uw goede werken moeten investeringen zijn waarvan u op een dag de rente zult ontvangen».6 Zelfs in dit leven betaalt God ons overvloedig terug.

16.2 Electi mei non laborabunt frustra. De daden van elke dag -ons werk, de kleine diensten die we de anderen bewijzen, blijdschap, ontspanning, verdriet en vermoeidheid die blijmoedig voor de Heer worden gedragen en aan Hem worden opgedragen- zijn verdienstelijk, dank zij de oneindige verdiensten die Christus zelf tijdens zijn aardse leven voor ons verworven heeft. Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen; genade op genade.7 Aan bepaalde gaven worden andere toegevoegd, in de mate waarin wij eraan beantwoorden; en alle gaven komen van Christus, die hun enige bron is en wiens volheid van genade nooit uitgeput raakt. «Niet door haar met ons te delen bezit Christus de gave [van de genade], maar Hijzelf is zowel bron als wortel van alle deugden. Hij zelf is het leven, en het licht, en de waarheid, en Hij houdt de overvloed van deze zegeningen niet in zich, maar stort haar uit over alle anderen, en is ook na deze uitstortingen nog geheel vol. Hij raakt op geen enkele wijze iets kwijt als Hij zijn weelde aan anderen geeft, maar Hij blijft, terwijl Hij deze deugden kwistig uitdeelt onder en deelt met alle mensen, in dezelfde staat van volmaaktheid.»8

De Kerk leert dat een enkele druppel van Christus' bloed voldoende zou zijn geweest voor de verlossing van de hele mensheid. De heilige Thomas drukt dit uit in zijn hymne Adoro te devote, waarover veel christenen mediteren om hun liefde en devotie tot de heilige eucharistie te doen groeien: Pie pellicane, Iesu Domine, me immundum munda tuo sanguine... O liefhebbende pelikaan! O, Jezus, Heer! / Onzuiver ben ik, maar zuiver mij in uw Bloed / Waarvan een enkele druppel, vergoten voor de zondaars / De hele wereld kan zuiveren van al haar schuld.

De kleinste daad van liefde die Jezus tijdens zijn kindertijd verrichtte of tijdens zijn leven van arbeid in Nazareth, of op welk moment dan ook van zijn aardse leven, had een oneindige waarde voor de mensheid -vroeger, nu, en in de toekomst- om haar te helpen heiligmakende genade en het eeuwig leven te verkrijgen.9

Niemand had zo volledig deel aan de verdiensten van Christus als de heilige Maagd Maria, zijn Moeder en onze Moeder. Haar zondeloosheid maakte haar verdiensten groter en haar daden verdienstelijker dan die van wie ook. Omdat zij niet ten prooi was aan zondige begeerte en niet gehinderd werd door andere belemmeringen voor de ge­nade, was haar vrijheid groter, en vrijheid is het fundamentele beginsel van de verdienste. Alle offers die zij deed, alle zorgen die zij verdroeg, waren verdienstelijk, van de armoede van Bethlehem en de zorgen van de vlucht naar Egypte tot het zwaard dat haar hart doorboorde bij het aanschouwen van haar gekruisigde Zoon. En verdienstelijk waren alle blijdschap en vreugden die voortsproten uit haar immens geloof en uit een liefde die alles in haar leven doordrenkte. Het is ook niet de moeilijkheidsgraad die een daad verdienstelijk maakt, maar meer de liefde waarmee ze gesteld wordt. Zoals de heilige Thomas van Aquino zei: «De moeilijkheid die overwonnen wordt door het liefhebben van je vijand is alleen verdienstelijk in de mate waarin de volmaakte liefde die over die moeilijkheid triomfeert, erin blijkt.»10 Zo was de liefde van Maria.

Het moet ons blij maken regelmatig de oneindige verdiensten van Christus te beschouwen, die de bron vormen van ons hele geestelijke leven. Ons beschouwen van de genade die Maria voor ons verkregen heeft, zal onze hoop ook sterken en onze geest doen herleven in tijden van moeheid of ontmoediging, of als zij die we naar Christus willen brengen, ondanks het feit dat wij de noodzaak van onze verdiensten voor hen blijven beseffen, niet lijken te antwoorden. «Je zei me: 'Ik voel niet alleen, dat ik niet in staat ben om op de weg vooruit te komen, maar ook om het heil te bereiken -och, mijn arme ziel- zonder een wonder van de genade. Ik ben koud en -erger nog- gevoelloos: net alsof ik iemand ben die 'mijn geval' bekijkt, die het niets kan schelen wat hij ziet. Zouden deze dagen onvruchtbaar zijn? En toch is mijn Moeder mijn Moeder, is Jezus -durf ik te zeggen- mijn Jezus. En er zijn heilige zielen die voor mij bidden.'

»Blijf voortgaan aan de hand van je Moeder, antwoord­de ik je, en 'durf' Jezus te zeggen dat Hij jouw Jezus is. Uit goedheid zal Hij heldere lichten in je ziel plaatsen.»11

16.3 Electi mei non laborabunt frustra. Een verdienste is een recht op een beloning voor de werken die we doen, en letterlijk al onze werken kunnen verdienstelijk zijn, omdat ze ons in staat stellen ons hele leven tot een tijd van verdienste te maken. De theologie leert ons12 dat verdienste, in de eigen betekenis van het woord, «de condigno», dat is waarvoor rechtens of tenminste krachtens een belofte, een vergoeding verschuldigd is. Zo verdient in de natuurlijke orde de arbeider zijn loon. Er is ook een ander soort verdienste die «gepast», «de congruo», genoemd wordt, waarvoor een vergoeding verschuldigd is, niet strikt van rechtswege of uit hoofde van een belofte, maar om redenen van vriendschap of waardering, of eenvoudigweg uit vrijgevigheid. Zo zal in de natuurlijke orde de soldaat die zich door dapperheid in de strijd onderscheiden heeft, «de congruo», een decoratie verdienen. Moed wordt van hem, als soldaat, vereist; maar als hij had kunnen opgeven en het niet deed, of als hij zich beperkt zou kunnen hebben tot het louter vervullen van zijn plichten en hij verrichtte een buitengewone inspanning, dan zal zijn commandant zo'n handelwijze willen belonen met een hogere toelage dan gebruikelijk is.

In de bovennatuurlijke orde verwerven onze daden door de wil van God een vergoeding die alle eer en roem die de wereld kan bieden, ver te boven gaat. Door in zijn dagelijks leven zijn plichten te vervullen, verdient de christen in staat van genade meer genade in zijn ziel en het eeuwige leven. «Want deze kleine kortstondige kwelling bereidt voor ons een eeuwig gewicht aan glorie dat met niets te vergelijken is.»13

De werken die we elke dag doen zijn verdienstelijk als we ze goed en met oprechtheid van bedoeling verrichten, als we ze bij het begin van de dag en in de heilige Mis aan God opdragen, als we een taak met een juiste intentie beginnen en afmaken. Onze werken zullen vooral verdien­stelijk zijn als we ze verenigen met de verdiensten van Christus en die van Maria. Op deze wijze verkrijgen we de genade die Jezus voor ons verdiend heeft, met name aan het kruis, en die ook Maria voor ons verworven heeft, doordat zij op buitengewone wijze mede-verlost heeft met haar Zoon. God, onze Vader, ziet onze werken dan bekleed met een nieuw en oneindig merkteken, daar we deelgenoot zijn geworden van de verdiensten van Christus.

Als we ons bewust zijn van deze bovennatuurlijke werkelijkheid, moeten we ons dan niet afvragen of we proberen alles aan de Heer op te dragen -de gewone dingen van elke dag en de buitengewone of moeilijke dingen, zoals ziekte, vervolging of laster? Vooral op deze zeer moeilijke momenten moeten we denken aan de woorden uit het evangelie van de Mis: Dan zal uw loon groot zijn.14 Want dit zijn de gelegenheden om de Heer dieper te beminnen en ons nader met Hem te verenigen.

Er is nog iets wat ons kan helpen onze taken volmaakter te verrichten. Dat is het besef dat we hierdoor «gepaste» verdiensten kunnen verwerven -vertrouwend op onze vriendschap met de Heer- de bekering van een zoon, een broer of een vriend, zolang wij zelf in staat van genade zijn en proberen ons werk volmaakt te verrichten, enkel tot eer van God. Zo deden de heiligen het.

Laten we daarom elke gelegenheid om anderen te helpen langs de weg naar de hemel, ten volle benutten. En laten we met nog meer vuur en volharding zo handelen bij degenen die God dichtbij ons geplaatst heeft en bij degenen aan wie je kunt zien dat ze grote behoefte hebben aan geestelijke hulp.

-1. Vgl. Mt 10,42. -2. Lc 6,32-34. -3. Jes 65,23. -4. 1 Kor 3,8. -5. 2 Kor 5,10; vgl. Rom 2,5-6. -6. H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de heilige Polycarpus van Smyrna, I. -7. Joh 1,16. -8. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Johannes, 14,1. -9. Vgl. R. Garrigou-Lagrange o.p., Le Sauveur et son amour pour nous, Parijs 1952. -10. H. Thomas van Aquino, Quaestiones disputatae de caritate, q8, ad 17. -11. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 251. -12. Vgl. R. Garrigou-Lagrange o.p., o.c. -13. Vgl. Lc 6,20-26. -14. Vgl. Lc 6,35.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012