De Boog
... voor eenheid in geloof en leven

ZOEK   EEN BOEK  
 
e-mailadres: 
Klant:   
Registreer Klantnummer vergeten?
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escriva
Spreken met God
Over Jozefmaria Escriva
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie Atrium
Theologie andere boeken
DVD
Navarre bible NT
Navarre bible OT

De Dialoog

De Dialoog is ontstaan vanuit een diepe mystieke ervaring van God die steeds opnieuw mensen in vuur en vlam weet te zetten.

Meer ...

Home >  De verloren zoon

Vierentwintigste zondag door het jaar (C)

21. DE VERLOREN ZOON

-De onuitputtelijke barmhartigheid van God. -Herkregen waardigheid. -God dienen is een eer.

21.1 God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid, delg mijn zondigheid in uw erbarmen. Was mijn schuld volkomen van mij af, reinig mij van al mijn zonden. Schep in mij een zuiver hart, mijn God, geef mij weer een vastberaden geest. [...] Wat ik offer, God, is mijn boetvaardigheid, een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af.1

De liturgie geeft ons wederom de onuitputtelijke barmhartigheid van God ter overweging. Hij is de God die vergeeft en vreugde heeft in de bekering van een enkele zondaar. Wij zien in de eerste lezing2 hoe Mozes bij God bemiddelde ten gunste van het uitverkoren volk. Zij waren afgedwaald van het Verbond, zelfs terwijl Mozes in gesprek was met God op de berg Sinaï. Mozes doet geen enkele poging de zonden van het volk te vergoelijken. In plaats daarvan vertrouwt hij op de oude beloften van de Heer en op zijn grote barmhartigheid. Vele eeuwen later zag de heilige Paulus zijn persoonlijke ervaring in hetzelfde licht. Hij schreef aan Timotheus deze woorden in de tweede lezing van vandaag: Dit woord is betrouwbaar en volkomen geloofwaardig: Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden. En de eerste van hen ben ik. Maar daarom juist is mij barmhartigheid betoond, opdat Jezus Christus allereerst aan mij zijn gehele lankmoedigheid zou bewijzen, tot voorbeeld voor allen die Hem hun geloof zouden schenken ten einde het eeuwige leven te winnen.3 God wordt het vergeven nooit moe en blijft ons helpen dichter bij Hem te komen.

In het evangelie van de Mis van vandaag geeft de heilige Lucas4 de parabels van Christus weer over goddelijk medelijden. God is buiten zichzelf van vreugde over de bekering van een enkele zondaar. De centrale persoon in deze parabels is God zelf. Hij doet alles wat Hij kan om van zijn kinderen diegenen te redden die voor de verleiding bezweken zijn. Hij is de goede Herder die op zoek gaat naar het verloren schaap. Wanneer Hij het gevonden heeft brengt Hij het naar huis op zijn schouders, omdat het volkomen uitgeput is, doodop door zijn ongehoorzaamheid. God wordt voorgesteld als de vrouw die een drachme verloren heeft. Zij steekt de lamp aan en veegt het huis om de munt te kunnen vinden. Tenslotte wordt Hij gezien als de liefhebbende vader, die iedere dag naar buiten gaat om de terugkeer van de verloren zoon af te wachten. Hij tuurt naar de horizon om te zien of die vreemdeling daar in de verte zijn jongste zoon is. Clemens van Alexandrië heeft geschreven: «Gods liefde voor de mensen is zoals de zorg van de moedervogel voor haar jong dat uit het nest gevallen is. Als een slang zou dreigen het diertje te verslinden, blijft ze erboven fladderen en spreidt haar vleugels om het te beschermen (Dt 32-11). Zo ook zoekt God als een Vader zijn gevallen schepsel, geneest hem van zijn dwaling, verjaagt het wilde beest dat hem wil aanvallen en brengt hem weer in veiligheid. God moedigt de ziel aan om opnieuw uit te vliegen en weer terug te keren naar het nest.»5

Zo zal er in de hemel vreugde zijn over één zondaar die zich bekeert. Hoe kunnen wij met deze hemelse vreugde in het vooruitzicht, nalaten ons best te doen zo goed mogelijk te biechten? Zouden wij niet ons uiterste best moeten doen onze vrienden naar dit sacrament van barmhartigheid te brengen? Daar zullen zij hun verloren vrede, blijdschap en waardigheid hervinden. De ongelooflijke barmhartigheid van God moet onze grootste motivatie tot berouw zijn, zelfs wanneer wij ver zijn afgedwaald. Voordat wij onze hand om hulp kunnen uitstrekken, reikt Gods uitgestrekte hand al naar ons.

21.2 «De zonde, zo duidelijk beschreven in het gedrag van de verloren zoon, bestaat in opstandigheid tegen God, of althans in onverschilligheid of het vergeten van Hem en zijn liefde.»6 Dit roekeloze verlangen om onafhankelijk van God te leven wordt gesymboliseerd door de zucht naar «een ver land. Deze 'vlucht weg van God' heeft voor de mens een situatie van diepe verwarring over zijn eigen identiteit tot gevolg en tevens een pijnlijk gevoel van armoede en wanhoop; de verloren zoon, zoals de parabel ons vertelt, begon na dit alles te voelen, dat hij in uiterste nood was en hij, die in vrijheid geboren was, verhuurde zich als knecht aan een van de plaatselijke bewoners.»7 Wat is het verschrikkelijk om ver van God te zijn! De heilige Augustinus vraagt zich af: «Hoe zal men het goed kunnen maken zonder Christus? Wat zal er mis gaan als we bij Hem zijn?»8

De parabel van de verloren zoon is voor ons een uitnodiging om na te denken over de grote liefde van God voor ons. Wanneer de jongste zoon uiteindelijk de beslissing neemt om naar huis terug te keren als extra dagloner op de boererij van zijn vader, snelt zijn vader hem tegemoet. De vader geeft vele tekenen van zijn liefde aan zijn deemoedige zoon. Zijn vader zag hem al in de verte aankomen en hij werd door medelijden bewogen; hij snelde op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem hartelijk. Hij verspilt geen tijd om de verloren zoon weer thuis te verwelkomen als zijn echte zoon. «Dit zijn de woorden uit de Heilige Schrift: Zijn vader viel hem om de hals en kuste hem hartelijk. Valt er nog menselijker te spreken? Kan met een nog duidelijker beeld de vaderlijke liefde beschreven worden die God voor de mensen heeft?

»Wij kunnen onmogelijk zwijgen tegenover een God die naar ons toe vliegt, en wij zullen Hem dus zeggen: Abba, Pater. Vader! mijn Vader! Want al is Hij de Schepper van het heelal, het kan Hem niet schelen, dat wij geen hoogdravende titels gebruiken en Hij mist totaal niet de erkenning van zijn heerschappij die Hem toekomt. Hij wil dat wij hem Vader noemen, dat wij dat woord proeven en zo onze ziel met vreugde wordt vervuld.»9 Vader, onze Vader, wij hebben U al zo vaak aangeroepen en toch heeft U ons steeds vervuld met uw vrede en troost...

Tot op dit ogenblik heeft de vader geen woord gezegd. Hij is nu vervuld van blijdschap. Hij stelt geen voorwaarden aan zijn zoon. Hij wil niet bij het verleden blijven stilstaan. Hij denkt al aan de toekomst. Hij wil meteen de verloren waardigheid van zijn zoon herstellen. Daarom staat hij hem zelfs niet toe alle schuld te bekennen. Haalt vlug het mooiste kleed en trekt het hem aan, steekt hem een ring aan zijn vinger en trekt hem sandalen aan. Haalt het gemeste kalf en slacht het; laten wij eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer levend gewor­den; hij was verloren en is teruggevonden. De beste mantel zou van zijn zoon de eregast maken. De ring zou het herstel symboliseren van de waardigheid van een geliefde en geëerde zoon. De sandalen zouden laten zien dat hij een vrij man is.10 «Deze liefde is in staat zich te buigen naar iedere verloren zoon, naar elke menselijke ellende en bovenal naar elke vorm van zedelijke ellende, naar de zonde. Wanneer dit gebeurt voelt de persoon die het onderwerp is van barmhartigheid, zich niet vernederd, maar eerder hervonden en hersteld in zijn waarde.»11

In het sacrament van de biecht handelt God door middel van de priester om ons weer in staat van genade te brengen en tot de waardigheid van kinderen van God. Christus stelde dit sacrament in, zodat wij telkens weer zouden terugkeren naar het vaderhuis. De Heer vervult ons met zijn genade en plaatst ons, als ons berouw eerlijk is en oprecht, zelfs hoger in zijn gunst dan wij tevoren waren. «Hij brengt uit onze armetierigheid rijkdom, uit onze zwakte kracht te voorschijn. Wat zal Hij ons niet bereiden, als wij Hem niet links laten liggen, als wij elke dag veelvuldig met Hem omgaan, als wij de liefde die wij in woorden uitspreken met daden bewijzen, als we overtuigd van zijn almacht en barmhartigheid alles aan Hem vragen? Alleen al omdat zijn zoon, na hem in de steek gelaten te hebben, terugkomt, bereidt hij een feest; waarmee zal Hij ons dan wel niet verblijden, als wij zorgen altijd aan zijn zijde te verkeren?»12

21.3 Ze begonnen dus feest te vieren... Het lijkt of met deze verzoening tussen vader en zoon de parabel eindigt. Maar op dit ogenblik verkiest de Heer een nieuwe persoon het verhaal binnen te voeren. Het is de oudste zoon. Intussen was zijn oudste zoon op het land. Toen hij echter terugkeerde en het huis naderde, hoorde hij muziek en dans. Hij riep een van de knechts en vroeg hem wat dat te betekenen had. Deze antwoordde: Uw broer is thuis gekomen en uw vader heeft het gemeste kalf laten slachten, omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen. Zijn broer was thuisgekomen!

Maar hij werd kwaad en wilde niet naar binnen. De heilige Augustinus vertelt hier: «Ben je niet blij met de viering in je vaders huis? Stemt het feest met het gemeste kalf niet tot nadenken? Niemand wil jou uitsluiten van het feest. Alles is echter tevergeefs. De oudste zoon wordt boos en wil niet naar binnen gaan.»13 In zijn opwelling van wrok onthult hij zijn diepste beweegredenen: Al zoveel jaren dien ik u en nooit heb ik uw geboden overtreden, en toch hebt gij mij nooit een bokje gegeven om eens met mijn vrienden een feest te vieren. En nu die zoon van u is gekomen, die uw vermogen heeft verbrast met slechte vrouwen, hebt ge voor hem het gemeste kalf laten slachten!

De vader is God. Hij heeft altijd zijn armen uitgestrekt, omdat Hij vol barmhartigheid is. De jongste zoon is de afbeelding van de zondaar die zich tot God bekeert. En de oudste zoon? Hij is de werker die op het veld heeft gewerkt, maar zonder vreugde. Hij heeft gediend omdat hij moest dienen. In de loop der jaren is zijn hart verkild. Zijn gevoel voor medemenselijkheid is verdwenen. Zijn broer is die zoon van u geworden. Wat een treffend verschil is er tussen de grootmoedigheid van de vader en de bekrompenheid van de oudste zoon! Het dienen van God en het genieten van zijn vriendschap zou een voortdurend feest moeten zijn. «Dienen is heersen.»14 De oudste zoon vertegenwoordigt degenen die vergeten zijn dat God dienen een geweldige eer is. In de dienstverlening zelf wordt een deel van de beloning gevonden: Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat van mij is, is ook van jou... «Daarom, alle eer en glorie zijn van ons, als wij werkelijk van God zijn.»15 God zelf wil ons geven van zijn rijkdom. Wat kunnen wij verder vragen?

Laat ieder wat hij in zijn hart besloten heeft, ten uitvoer brengen, zonder pijn en zonder dwang, want God houdt van een blijmoedige gever.16 Er zijn altijd vele redenen om feest te vieren als wij werkelijk leven in Gods nabijheid. Wij hebben een bijzondere kans om grootmoedig te zijn in onze omgang met onze naasten. «Wat een zoete vreugde is het eraan te denken dat God rechtvaardig is; dat Hij dus rekening houdt met onze zwakheid en de kwetsbaarheid van ons menszijn volkomen begrijpt! Dus, waarvoor zou ik bang zijn? Als God, die volmaakt rechtvaardig is, zoveel barmhartigheid toont door de verloren zoon te vergeven, zou Hij dan ook niet rechtvaardig zijn voor mij die altijd bij Hem ben?»17

-1. Tussenzang, Ps 51,3-4;12;19. -2. Ex 32,7-11;13-14. -3. 1 Tim 1,15-16. -4. Lc 15,1-32. -5. Clemens van Alexandrië, Protrepticus, 10. -6. Johannes Paulus ii, Homilie, 17 september 1989. -7. Ibidem. -8. H. Augustinus, Commentaar over het evangelie van Johannes, 51,11. -9. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 64. -10. Vgl. H. Augustinus, Preek 11, 7. -11. Johannes Paulus ii, Enc. Dives in misericordia, 30 november 1980, 6. -12. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 309. -13. H. Augustinus, Preek 11, 10. -14. Vgl. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 36. -15. H. Augustinus, Preek 11,13. -16. 2 Kor 9,7. -17. H. Theresia van het Kind Jezus, Geschiedenis ener ziel, 8.






Nieuwsbrief & e-Book

naam:
e-mail adres:
Meer info ...

Betaal Informatie

iDeal

Klanten service

Bestellen
Per e-mail
Tel. 020 416 00 99

Adres

Bezoek- en verkoopadres:
Stichting Leesgoed, Keizersgracht 218-B, Amsterdam
Dinsdag t/m donderdag van 10:30 tot 13:15 uur.
Zondag van 12:15 tot 13:15 uur