Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

2 januari

40. DE VERLOSSER AANROEPEN

-In vriendschap en vertrouwen met de Heer omgaan. -De naam Jezus. Schietgebeden. -De omgang met Maria en met Jozef.

40.1 Wanneer in het gewone leven iemand bij zijn voornaam aangesproken wordt, is dat een blijk van vertrouwe­lijkheid. «Er breekt definitief een nieuwe fase aan in een vriendschap -ook in een nog oppervlakkige-, als twee mensen elkaar als vanzelf en zonder terughoudendheid bij de voornaam beginnen te noemen. En als wij verliefd worden en al onze waarnemingen scherper worden, zodat kleine dingen erg veel voor ons gaan betekenen, is er in de wereld een doop­naam die onze ogen en oren in de ban houdt op het moment waarop wij die op een pagina van een boek geschreven zien of in een gesprek opvangen. Wij raken puur door het tref­fen van die naam aangenaam aangedaan. Dit gevoel van persoonlijke liefde legden mensen als sint Bernardus in de heilige naam Jezus.»1 Ook voor ons is de Heer alles en daarom gaan wij in vol vertrouwen met Hem om. De heilige Jozefmaria Escrivá raadt ons: «Wees niet bang de Heer bij zijn voornaam -Jezus- te noemen en Hem te zeggen, dat jij van Hem houdt.»2 

Een vriend wordt bij zijn voornaam genoemd. Waarom zouden wij onze beste Vriend niet bij de zijne noemen? Hij heet JEZUS; zo heeft de engel Hem genoemd, voordat Hij werd ontvangen in de moederschoot.3 God zelf geeft Hem via de engel zijn naam. Met zijn naam wordt ook zijn zen­ding aangeduid: Jezus betekent Verlosser. Met Hem begin­nen onze verlossing, onze zekerheid en onze echte vrede: God heeft Hem de naam verleend die boven alle namen is, opdat bij het noemen van zijn naam iedere knie zich zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde.4 

Met hoeveel eerbied, met hoeveel vertrouwen zouden wij die naam niet telkens moeten uitspreken! Ook, en wel in bijzondere mate, als wij ons in ons persoonlijk gebed tot Hem richten. Zoals nu: 'Jezus, geef mij...', 'Jezus, ik zou U willen vragen...'

De Joden hechtten veel belang aan een naam. Als een persoon een naam gegeven werd, wilde men daarmee uitdrukken wat deze persoon in de toekomst zou moeten zijn. Als men de naam van een persoon niet kende, kende men die persoon in het geheel niet. Een naam doorstrepen betekende zoveel als een leven uit de weg ruimen. Een naam veranderen was bedoeld om de bestemming van die mens te wijzigen. De naam was de uitdrukking van de diepste werkelijkheid van zijn wezen.

Onder alle namen was de naam van God de enige naam.5 Deze moest gezegend zijn van thans tot in eeuwigheid, van de opgang van de zon tot haar dalen6, want zijn naam is lofwaardig van dag tot dag.7 In een van de smeekbeden van het Onze Vader vragen wij heel duidelijk, dat de naam van de Heer geheiligd zal worden.

Bij het joodse volk werd de naam gegeven bij de besnij­denis, een rite die door God ingesteld was om met een officieel merkteken aan te geven dat iemand tot het uitverkoren volk behoorde. Het was het teken van het Verbond dat God met Abraham en zijn nageslacht sloot.8 Hij schreef voor, dat de besnijdenis voltrokken zou worden op de achtste dag na de geboorte. Wie niet besneden was, be­hoorde alleen al daardoor niet tot het verbond van het volk van God. Ter nakoming van dit voorschrift werd Jezus besneden op de achtste dag9, zoals het stond in de Wet. Jozef en Maria voldeden aan de plichten die de Wet hun oplegde. «Om ons zijn deugdzame gehoorzaamheid ten voorbeeld te stellen -schrijft de heilige Thomas- werd Hij op de achtste dag besneden, zoals in de wet was voorgeschreven.»10,11 Laten wij dus ook geen uitzonderingssituaties of privileges zoeken, als daar geen reden toe is.

40.2 Toen de besnijdenis van Jezus geschied was, namen zijn ouders, Maria en Jozef, voor het eerst de naam Jezus in de mond. Zij deden dat vervuld van een geweldige eerbied en genegenheid.

Zo moeten wij het ook vaak doen. Het aanroepen van zijn naam betekent gered worden.12 In die naam geloven bete­kent kind van God worden.13 Tot die naam bidden betekent met stelligheid gehoord te worden: Voorwaar, Ik zeg u: wat gij de Vader ook zult vragen, Hij zal het u geven in mijn Naam. Tot nu toe hebt gij niets gevraagd in mijn Naam. Vraagt en gij zult verkrijgen.14 In naam van Jezus Christus worden de zonden vergeven15 en de zielen gereinigd en geheiligd.16 Het verkondigen van die naam is de kern van alle apostolaat17, want «de Heer is het doel van de mensengeschiedenis, het punt waarnaar alle verlangens van de geschiedenis en de beschaving samenlopen, het middelpunt van de mensheid, de vreugde van alle harten en de volledige vervulling van al hun verlangens.»18 In Jezus ontmoeten de mensen Hem die zij het meest nodig hebben en naar dorsten: verlossing, vrede, blijdschap, vergeving van de zonden, vrijheid, begrip, vriendschap.

«O Jezus! -riep de heilige Bernardus uit- hoe lijdt Gij mee met wie U aanroepen; hoe goed zijt Gij voor wie U zoeken; hoe zult Gij wel niet zijn voor wie U vinden...; Slechts wie dit heeft meegemaakt, kan weten wat het is opgesloten te zijn in de liefde tot U, o Jezus...»19 

Bij het aanroepen van de naam van de Heer zien wij ons soms als die leprozen die Hem -van verre- zeggen: Jezus, Meester, erbarm U over ons. En de Heer zegt hun naderbij te komen. Door hen naar de priesters te zenden genas Hij hen.20 Of zullen wij, blind als wij zijn voor zoveel dingen, de woorden gebruiken van de blinde van Jericho: Jezus, Zoon van David, ontferm U over mij. «En u die nu hier langs de kant van de weg staat, deze levensweg die zo kort is, krijgt u ook geen zin om dat te roepen? U die te weinig licht hebt, u die nieuwe genade nodig hebt om te besluiten op weg te gaan naar de heiligheid, voelt u ook niet de onweerstaanbare behoefte te roepen: Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij. Wat een prachtig schietgebed, om telkens en telkens te herhalen!»21 

Door het aanroepen van de allerheiligste Naam Jezus zullen veel hindernissen verdwijnen en heel wat ziekten van de ziel genezen waardoor wij dagelijks bezocht worden. «Moge uw Naam, o Jezus, altijd in het diepst van mijn hart zijn en binnen bereik, opdat al mijn gevoelens en handelen op U gericht zijn. In uw naam, o Jezus, beschik ik over een middel om mijn verkeerd handelen weer goed te maken, om mijn onvolkomenheden te vervolmaken. Het is ook een heilzaam kruid om mijn neigingen voor bederf te be­hoeden, of te genezen als zij reeds aangetast waren.»22 

Schietgebeden zullen het vuur van onze liefde voor de Heer hoger doen oplaaien en zullen in de loop van de dag onze aanwezigheid bij God vermeerderen. Andere keren zullen wij onze blik richten op de Heer, God die Kind ge­worden is uit liefde tot ons, en Hem vol vertrouwen zeggen: Dominus iudex noster, Dominus legifer noster, Dominus rex noster; ipse salvabit nos23, de Heer is onze rechter, de Heer is onze wetgever, de Heer is onze koning; Hij zelf zal ons redden. Heer, Jezus, wij vertrouwen op U, ik vertrouw op U.

40.3 Naast de naam Jezus hebben wij natuurlijk ook de namen van Maria en Jozef op onze lippen: de namen die de Heer zelf vaak uitgesproken moet hebben. De vroomheid van de eerste christenen gaf aan de naam van Maria verscheidene betekenissen: Veelgeliefde, Sterre der Zee, Vrouwe, Prinses, Licht, Schone Vrouwe... De heilige Hiëronymus heeft haar Stella Maris, Sterre der Zee, genoemd. Te midden van de levensstormen leidt zij ons naar de veilige haven.

Deze reddende naam moeten wij vaak op onze lippen hebben, maar vooral als wij in nood of moeilijkheden ver­keren. Tijdens onze tocht naar God zullen er stormen komen die God toelaat om onze bedoeling te zuiveren en opdat wij zullen groeien in deugden. En het is mogelijk, dat wij ons onnodig blindstaren op hinderpalen waardoor wanhoop en vermoeidheid in de strijd komen opdagen. Dat is het moment onze toevlucht te nemen tot Maria door haar naam aan te roepen. «Wanneer de wind opsteekt van de beproeving en gij op de klippen van de ellende loopt, zie naar de ster en roep Maria aan. Wanneer gij wordt geslingerd op de golven der hovaardigheid, der eerzucht, der kwaad­spre­kerij, der jalouzie, zie naar de ster en roep Maria aan. Wanneer de gramschap of de gierigheid of de ontucht van het vlees de hulk der ziel doen slingeren, zie naar de ster en roep Maria aan. Wanneer gij geschokt door de gewel­digheid uwer zonden, verbijsterd door de walgelijkheid van uw geweten, stuurloos geworden door angst voor het oordeel, dreigt opgeslokt te worden door de draaikolk van de droefheid, in de afgrond van de wanhoop, denk dan aan Maria. In gevaar, in benauwdheid, in twijfel: denk aan Maria, roep haar aan. Laat haar niet wijken uit uw mond, niet wijken uit uw hart, en opdat gij de voorspraak van haar gebed moogt verkrijgen, laat niet af het voorbeeld van haar gedrag na te volgen. Als gij haar volgt, verdwaalt gij niet; als gij haar smeekt, wanhoopt gij niet; als gij haar in gedachten hebt, vergist gij u niet. Als zij u vasthoudt, valt gij niet; als zij u beschermt, wordt gij niet bang; als zij u geleidt, vermoeit gij u niet; als zij welgezind is, bereikt gij de veilige haven en dan zult gij ervaren aan u zelf, hoe juist het is, wat er staat: en de naam van de maagd was Maria24 

Laten wij haar naam vooral aanroepen in het Weesgegroet en ook in de andere gebeden en schietgebeden die de katholieke vroomheid in de loop van de eeuwen heeft weten te scheppen en die onze moeders ons misschien geleerd hebben. En naast Jezus en Maria: Jozef. «De hele Kerk staat in de schuld bij Maria, omdat de Kerk middels haar Christus ontving. Op dezelfde wijze is zij aan de heilige Jozef een bijzondere dank en eerbied verschuldigd.»25 Jezus, Maria en Jozef, U geef ik hart en ziel. Jezus, Maria en Jozef, sta mij bij in mijn laatste strijd. Hoeveel gelovigen hebben van de lippen van hun moeders dit of andere, soortgelijke schietgebeden geleerd die zij vervolgens tot het einde van hun dagen hebben gebeden. Laten wij niet vergeten dagelijks, heel vaak, de hulp in te roepen van deze aardse drieëenheid.

-1. R.A. Knox, Sermon on The Divine Name, 1956. -2. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 303. -3. Vgl. Lc 1,31. -4. Fil 2,9-10. -5. Zach 14,9. -6. Ps 113,2-3. -7. Ps 96,2. -8. Vgl. Gn 17,10-14. -9. Vgl. Lc 2,21. -10. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III, q37, a1. -11. Vgl. Hnd 15,1. -12. Vgl. Rom 10,9. -13. Vgl. Joh 1,12. -14. Joh 16,23-24. -15. Vgl. 1 Joh 2,12. -16. Vgl. 1 Kor 6,11. -17. Vgl. Hnd 8,12. -18. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 45. -19. H. Bernardus, Sermones in Cantica canticorum, 15. -20. Vgl. Lc 17,13. -21. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 195. -22. H. Bernardus, Sermones in Canticum canticorum, 15. -23. Romeins Brevier, Antifoon van de Terts van het Hoogfeest van Christus Koning van het Heelal. -24. H. Bernardus, Mariapreeken, 2,17. -25. H. Bernardinus van Siena, Sermo 2.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012