Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Zesde week. Dinsdag

47. De verlossingsopdracht van de Kerk

-De Kerk, plaats van onze verlossing, door Jezus Christus ingesteld. -Bidden voor de Kerk. -Door de doop zijn we instrumenten van de Verlossing geworden.

47.1 Het boek Genesis vermeldt dat God zag hoe de boosaardigheid van de mens steeds groter werd en zijn denkwijze verdorven was. Hij kreeg spijt de mens geschapen te hebben en overwoog hem van de oppervlakte van de aarde weg te vagen.1 Maar opnieuw bleek dat God geduldig was en Hij besloot het menselijk geslacht te redden in de persoon van Noach. De Heer sprak tot Noach: Ga in de ark met heel uw gezin, want van dit geslacht zijt gij de enige die in mijn ogen rechtschapen is. Toen kwam de zondvloed, waarmee God de rest van de mensheid strafte voor hun slecht gedrag.

De kerkvaders hebben in Noach de persoon van Jezus gezien, die het begin van een nieuwe schepping zal zijn. In de ark zagen ze een voorafbeelding van de Kerk, die op het water van deze wereld dobbert en allen die gered willen worden2 in haar schoot opneemt. «In het symbool van de zondvloed -zegt de heilige Augustinus- waarbij de rechtvaardigen gered werden in de ark, wordt de toekomstige Kerk voorspeld. Ze redt ons van de dood in deze wereld door Christus en het mysterie van het kruis.»3 De ark van Noach was de plaats van het heil. En de heilige Augustinus zegt verder, dat «degenen die gered werden in de ark het mysterie vertegenwoordigen van de toekomstige Kerk, die van de schipbreuk wordt gered door het kruishout.»4 De groep rechtvaardigen die in de ark gered werden van de zondvloed, is een voorafbeelding van de toekomstige gemeenschap van Christus.5

De Heer zelf droeg, voor zijn hemelvaart, zijn eigen macht over aan de apostelen voor het heil van de wereld.6 De Meester sprak tot hen met de aan God eigen majesteit: Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen...; en de Kerk begon aanstonds, met goddelijk gezag, haar heilsmacht uit te oefenen.

Door het leven van Christus na te volgen, die weldoende rondtrok7, troostend, genezend, onderrichtend, tracht de Kerk goed te doen waar zij zich bevindt. In de loop van de geschiedenis zijn er zeer veel initiatieven door de christenen en de meest verschillende kerkelijke instellingen genomen om de kwalen van de mensen te herstellen, om menselijke hulp te geven aan noodlijdenden, zieken, ontheemden enz. Deze menselijke hulp is en zal altijd groot zijn, maar zij is tegelijkertijd iets bijkomstigs. Vanwege de zending die ze van Christus heeft gekregen streeft de Kerk naar veel meer: de mensen de leer van Christus brengen en hen tot het heil leiden. «En aan allen -aan degenen die op een of andere wijze in nood verkeren, maar ook aan hen die de volheid van de aardse goederen menen te genieten- komt de Kerk één wezenlijke, definitieve zaak verkondigen: dat onze bestemming in de eeuwigheid ligt en van bovennatuurlijke aard is, dat wij alleen in Jezus Christus voor altijd gered worden, en dat wij alleen in Hem, op enigerlei wijze reeds in dit leven, de waarachtige vrede en geluk zullen bereiken.»8

47.2 Elke dag dient in onze gebeden een belangrijke plaats ingeruimd te worden voor de paus, zijn taak ten dienste van de wereldkerk en de hulp die hij van zijn naaste medewerkers ontvangt: Dominus conservet eum, et vivificet eum, et beatum faciat eum in terra, et non tradat eum in animam inimicorum eius9, leert de liturgie ons bidden. Loodzwaar is de last die de plaatsvervanger van Christus moet dragen in zijn vaderlijke zorg voor ons. Via de pers en andere communicatiemiddelen zien wij hoe groot het verzet is, waarmee de vijanden van het geloof hem bestrijden. We zien de druk die uitgeoefend wordt door degenen die de apostolische ijver van de christenen verafschuwen en zich verzetten tegen de evangelische taak waartoe de paus voortdurend aanspoort en dan zullen wij vurig tot de Heer bidden, dat Hij de paus mag behoeden, dat Hij hem in leven houdt met zijn goddelijke adem, hem heilig maakt en hem met zijn gaven vervult, dat Hij hem op heel bijzondere wijze moge beschermen.

In het evangelie van de mis van vandaag10 waarschuwt de Heer zijn leerlingen waakzaam te zijn en zich te hoeden voor het zuurdeeg van de Farizeeën en van Herodes. Hij verwijst hier niet naar het goede zuurdeeg dat zijn leerlingen moeten zijn, maar naar een ander, dat evenzo in staat is om het baksel van binnenuit om te vormen, maar dan ten kwade. De huichelachtigheid van de Farizeeën en het ongeordende leven van Herodes, die slechts door persoonlijke ambities gedreven werd, waren een slecht zuurdesem dat het volk van Israël besmette en ten bederf leidde.

We hebben de dankbare plicht om elke dag te bidden dat wij, alle christengelovigen, waarlijk zuurdesem mogen zijn midden in de wereld die zich van God afgekeerd heeft, maar door de Kerk gered kan worden. «Dit zijn tijden van beproeving, en we moeten God met onophoudelijk geroep (vgl. Is 58,1) bidden, dat Hij deze bekort, dat Hij vol erbarming neerziet op zijn Kerk en opnieuw het bovennatuurlijk licht aan de zielen van de herders en van alle gelovigen schenkt.»11 We kunnen deze kinderplicht ten opzichte van onze moeder de Kerk, in haar mysterieuze behoefte aan hulp en bescherming, niet terzijde schuiven. «Zij is een Moeder... een moeder moet bemind worden.»12

Groot is de schade, die in de zielen wordt aangericht door het slechte zuurdeeg van de vervalste leer en de slechte voorbeelden, die vermeerderd en geventileerd worden door sektarische mentaliteiten. Als we in aanraking komen met een verkeerde leer of wellicht aanstoot gevende situaties, dan moeten we onszelf onderzoeken en ons afvragen: Wat heb ík gedaan om de goede leer te verspreiden? Hoe vervul ik mijn beroepsplicht? Wat doe ik om mijn kinderen, mijn familieleden, mijn vrienden te helpen de leer van Christus te leren kennen? Hoe is het gesteld met mijn gebed en versterving voor de Kerk?

Ook wij moeten bidden voor alle herders van Gods Kerk, voor paus en bisschoppen, zoals veel mensen dagelijks doen in de mis, bij het bidden van de rozenkrans en bij andere gelegenheden. Zeer oud is het gebed, waarmee de gelovigen de plaatselijke bisschop bij de Heer aanbevelen: Stet et pascat in fortitudine tua, Domine, in sublimitate nominis tui. De herders van de Kerk hebben altijd de goddelijke begunstiging ten zeerste nodig om hun zending te volbrengen. Wij hebben de verantwoordelijkheid hen te steunen, en daarom bidden wij tot de Heer, dat Hij hen steunt en helpt om zijn kudde te weiden met de goddelijke kracht en met de zachtheid en hoogverheven wijsheid die uit de hemel komt.

Elke dag bidt de priester, met deze of dergelijke woorden, in de eucharistische gebeden: U dan, algoede Vader, vragen wij nederig [...] allereerst voor uw heilige katholieke Kerk -geef haar genadig vrede, bescherming en eenheid en geleid haar over de gehele wereld- en voor uw dienaar, onze paus N., voor onze bisschop N. en voor allen die, rechtzinnig en trouw, de behoeders zijn van het katholieke en apostolische geloof.13 Zo gedenken wij de intenties van de paus en de bisschoppen; we bidden voor de priesters en de religieuzen en voor het hele volk van God, ook voor degenen die in het Mystieke Lichaam van Christus het meest in nood verkeren. Aldus beleven we als vanzelf het dogma van de gemeenschap van de heiligen.

47.3 In een brief van de heilige Johannes Leonardi aan paus Paulus V, die hem om advies gevraagd had om het volk van God opnieuw te bezielen, schreef de heilige: «Ten aanzien van die middelen die immers voor heel de Kerk moeten gelden [...] zou vooreerst de aandacht gericht moeten worden op al degenen die aan het hoofd staan, opdat de hervorming aldus begint op het punt van waaruit zij zich over de andere delen van het lichaam kan uitstrekken. Men zou er alles aan moeten doen, opdat kardinalen, patriarchen, aartsbisschoppen, bisschoppen en pastoors, aan wie de zielzorg rechtstreeks is toevertrouwd, dusdanig zijn, dat men hun met volkomen zekerheid de leiding over de kudde van de Heer kan toevertrouwen.»14 Laten wij iedere dag voor hun heiligheid blijven bidden: dat zij Jezus, die aanwezig is in de heilige eucharistie, meer en meer beminnen en dat zij met steeds grotere godsvrucht tot Maria mogen bidden. Laten wij erom vragen dat zij sterk en liefdevol zijn, dat zij een grote liefde tot de zieken koesteren, zeer veel zorg besteden aan het onderrichten van de catechismus, dat zij een helder getuigenis afleggen van onthechting en soberheid...

Maar de Kerk, dat zijn ook wij, alle gedoopten. En wij zijn allen heilsinstrumenten voor anderen, wanneer we met Christus verenigd pogen te blijven in de trouwe vervulling van onze godsdienstige plichten: heilige mis, gebed, God voor ogen houden tijdens de dag...; wanneer we verenigd zijn met de persoon en de intenties van de paus en de bisschop van het bisdom; als we onze beroeps-, gezins- en burgerplichten voorbeeldig vervullen; met een doeltreffend apostolaat in het netwerk van betrekkingen waarin ons leven zich afspeelt. Dit apostolaat wordt des te dringender naarmate we meer tweedracht op onze weg ontmoeten, wanneer we de gevolgen merken van het slechte zuurdeeg waarover de Heer spreekt.

Laten we ons geloof versterken. Het volk van God -zo leert het Tweede Vaticaans Concilie- moet de hele wereld omvatten, allen die verstrooid en in verwarring zijn samenbrengen. Daartoe heeft God zijn Zoon gezonden, die Hij tot universeel erfgenaam aanstelde om onze Meester, Priester en Koning te zijn.15 Vandaag kunnen we ons psalm ii in herinnering roepen, waarin het koningschap van Christus verkondigd wordt. En we bidden tot God de Vader, dat er veel zielen zullen zijn waarin Christus onze Heer mag heersen, vele volkeren het heilswoord aanvaarden dat door de Kerk verkondigd wordt, aangezien haar -zoals de constitutie 'Lumen gentium' ons in herinnering brengt- alle naties tot erfenis zijn gegeven.16

-1. Eerste lezing, Jaar I, Gen 6,5-8; 7,5-10. -2. Hnd 2,40. -3. H. Augustinus, De catechizandis rudibus, 18. -4. Ibidem, 27. -5. M. Schmaus, Katholische Dogmatik, IV. -6. Mt 28,18-20. -7. Hnd 10,38. -8. H. Jozefmaria Escrivá, De liefde tot de Kerk, 10. -9. Enchiridion Indulgentiarum, 1986, Aliae concessiones, n. 39. -10. Mc 8,14-21. -11. H. Jozefmaria Escrivá, De liefde tot de Kerk, 28. -12. Johannes. Paulus ii, Homilie, 7 november 1982. -13. Romeinse Canon. -14. H. Johannes Leonardi, Brieven aan paus Paulus V over de hervorming van de Kerk. -15. Cfr. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 13. -16. Ibidem.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012