Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Zeventiende week. Dinsdag

23. De Vrienden van God

-Vriendschap met Jezus. -Jezus Christus, het volmaakte model van echte vriendschap. -Het onderhouden van vriendschap met mensen rondom ons. Apostolaat en vriendschap.

23.1 Gedurende hun lange tocht door de woestijn placht het uitverkoren volk de tent van de samenkomst op te zetten buiten het kampement. Het was een heilige plaats, weg van aangelegenheden van de wereld. Om de Heer te bezoeken moest men het kamp verlaten. Mozes ging daarheen om voor zijn volk bij de Heer te pleiten: Jahwe sprak dan tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een mens met zijn vriend spreekt.1

Er zijn een aantal voorvallen waar de Heilige Schrift God openbaart als vriend van de mensen. In Jesaja spreekt God van Abraham, mijn vriend.2 Het uitverkoren volk rekent op deze vriendschap om vergeving en goddelijke bescherming te verkrijgen. Meer dan dat, heel de openbaring richt zich op de vorming van een volk van mensen die vrienden van God zijn, met Hem verbonden door een innig Verbond dat voortdurend wordt hernieuwd. «Door deze openbaring spreekt dus de onzichtbare God uit de overvloed van zijn liefde de mensen aan als zijn vrienden en gaat met hen om, om hen uit te nodigen tot de gemeenschap met Hem en hen daarin op te nemen.»3 Dit goddelijke plan is mettertijd in vervulling gegaan toen Jezus, de Tweede Persoon van de Heilige Drieëenheid, mens is geworden. Vriendschap veronderstelt een bepaalde gelijkheid en persoonlijk contact4, maar de afstand tussen God en de mens is oneindig. God nam de menselijke natuur aan opdat de mens kon deelnemen aan zijn godheid door middel van de heiligmakende genade.5

Vriendschap vereist wederzijdse liefde. God kwam naar ons toe, en zo waren wij in staat met Hem in contact te treden, te antwoorden. Wij houden van Hem omdat Hij ons het eerst heeft liefgehad.6 De mens antwoordt door Gods liefde te aanvaarden, zijn ziel voor Hem open te stellen, zich te laten liefhebben en zijn liefde tot uitdrukking te brengen met daden.

Het wezenlijke van de vriendschap tussen God en de mensen moet worden gevonden in de aard van de liefde, die een bovennatuurlijke gave is. Gods liefde is in ons hart uitgestort.7 Deze gave stelt ons in staat God lief te hebben met dezelfde liefde waarmee Hij ons liefheeft. Jezus zegt ons: Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb ook Ik u liefgehad. Blijft in mijn liefde.8 Jezus bidt tot zijn Vader: opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad, in hen moge zijn en Ik in hen.9 De vreugde van de christen ligt in de zekerheid dat God hem liefheeft. Want God zei: Gij zijt mijn vrienden...10 Wat een grote vreugde is het dat wij ons 'vrienden van God' mogen noemen!

In de loop van zijn aardse leven stond de Heer altijd open voor degenen die Hem benaderden. Bij sommige gelegenheden was Hij het die het initiatief nam mensen naar zich toe te halen, zoals in de gevallen van Zacheüs en van de Samaritaanse vrouw. Hij was een vriend voor zijn leerlingen, en zij waren er zich zeer goed van bewust. Als zij iets niet begrepen, gingen zij vol vertrouwen naar Hem toe, zoals het evangelie van vandaag laat zien. Zij vragen de Heer: Leg ons de gelijkenis uit...11 Dus neemt de Heer ze apart en legt hun de betekenis van zijn onderrichtingen uit. De leerlingen deelden in Christus' blijdschap en in Christus' bezorgdheid. Wanneer nodig moedigde Christus hen ook aan.

Op dezelfde wijze biedt de Heer nu vanuit het tabernakel zijn vriendschap aan ons aan. Daar wil Hij ons troosten, ons aanmoedigen, ons vergeven. Vanuit het tabernakel, zoals in de tent van de samenkomst, spreekt de Heer met iedereen van aangezicht tot aangezicht, zoals een mens met zijn vriend spreekt. Zelfs is er het grote verschil, dat onze tempels de Mensgeworden God huisvesten, Jezus, Dezelfde die geboren werd uit de heilige Maagd Maria; Hij die voor ons moest sterven aan een kruis.

23.2 Jezus hield ervan met iedereen te spreken die Hem kwam bezoeken, en met degenen die Hij onderweg ontmoette. Hij maakte van die gelegenheden gebruik om door te dringen tot in de zielen, en harten op te heffen tot een hoger niveau. Indien de betrokken persoon een goede instelling had, gaf Jezus hem of haar de genade bekeerd te worden en zijn leven in Zijn dienst te stellen. In de tijd van gebed wil Hij ook met ons spreken. Om dit te laten gebeuren, moeten we bereid zijn te praten en open te staan voor echte vriendschap. «Hijzelf heeft ons van dienstknechten tot zijn vrienden gemaakt, zoals Hij duidelijk verklaarde: Gij zijt mijn vrienden, als gij doet wat Ik u gebied (Joh 15,14). Hij heeft ons een model gegeven dat wij moeten navolgen. Als antwoord moeten wij bereid zijn om vriend te zijn, Hem te vertellen wat er in onze ziel leeft en goed op te letten wat Hij in zijn hart draagt. Wanneer wij eenmaal onze ziel hebben opengesteld, zal Hij de zijne openbaren. De Heer heeft gezegd: Ik heb u vrienden genoemd, want Ik heb u alles medegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord (Joh 15,14). De echte vriend verbergt niets voor zijn vriend. Hij vertelt alles wat hij denkt, zoals Jezus de geheimen van de Vader in de harten van de apostelen uitstortte.»12

Christenen moeten mannen en vrouwen zijn met een groot vermogen tot vriendschap, omdat nauw contact met Jezus Christus ons helpt om ons egoïsme, ons overdreven bezig zijn met persoonlijke problemen opzij te zetten. Zo kunnen wij open staan voor allen die wij onderweg tegenkomen, zelfs als zij van een andere leeftijd zijn, andere interesses, culturen of posities vertegenwoordigen. Echte vriendschap ontstaat niet uit een enkele ontmoeting, of eenvoudigweg uit een wederkerige behoefte aan hulp. Zelfs een kameraadschap, een gemeenschappelijke opdracht of hetzelfde onderdak leidt niet noodzakelijk tot vriendschap. Twee mensen wiens paden elkaar elke dag kruisen in dezelfde lift of bus, of in hetzelfde kantoor, worden niet geacht vrienden te zijn. Zo ook is gemeenschappelijke sympathie op zichzelf geen bewijs van echte vriendschap.

Volgens de heilige Thomas13 is niet alle liefde gelijk aan vriendschap, maar alleen die liefde die welwillendheid insluit. Dit is de houding waar wij zo om iemand geven dat we zijn welzijn willen. De kans op vriendschap is groter als er meer reden is om hetgeen men heeft, te delen. «Echte vrienden zijn degenen, die iets te geven hebben en, tegelijkertijd, voldoende nederig zijn om te ontvangen. Dit gedrag is eigen aan deugdzame mensen. Als ondeugd wordt gedeeld, komt er geen vriendschap uit voort maar medeplichtigheid, en dat is niet hetzelfde. Kwaad kan nooit gewettigd worden door een namaakvriendschap.»14 Zonde bewerkt nooit vriendschap of naastenliefde in mensen.

Wij christenen moeten onze vrienden begrip, aandacht, bemoediging, troost, optimisme en blijdschap geven, te zamen met veel dienstbaarheid. Maar, boven alles, moeten wij ze het grootste goed geven dat wij hebben; dat is Christus zelf, de Beste Vriend van allen. Ware vriendschap brengt apostolaat met zich mee, we delen de wonderlijke zaken van het geloof.

23.3 Jahwe sprak dan tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een mens met zijn vriend spreekt. Wie in vriendschap met God leeft, zal eerder de waarde van vriendschap op zichzelf begrijpen en, zonder het alleen een vriendschap voor de vorm te laten zijn, zal het de oorzaak van een levendig apostolaat zijn.

Een trouwe vriend is een machtige schutsmuur; wie hem vindt, heeft een schat gevonden. Een trouwe vriend is niet te betalen: het is een heerlijkheid waar niets tegen opweegt.15 Vriendschap moet worden beschermd en verdedigd tegen de vergeetachtigheid die komt na verloop van tijd. Zij moet ook worden beveiligd tegen afgunst die zo vaak de vriendschap doet wankelen.16 Mogen wij ook in staat zijn deze woorden uit het eind van een autobiografie na te zeggen:

Vrienden worden verondersteld iets voor elkaar over te hebben, trouw te zijn in tijden van moeilijkheden, de tand des tijds en tekenen van tegenspraak te overwinnen, elkaar te verdedigen als het nodig is. Zoals de heilige Ambrosius aanraadt: «Wees standvastig in echte vriendschap, omdat er niets zo kostbaar is in menselijke betrekkingen. Het is een grote troost in dit leven een vriend te hebben voor wie wij ons hart kunnen openstellen. Het helpt heel veel een vriend te hebben om onze blijdschap en smart mee te delen en die ons in moeilijke tijden tot steun is.»17

Wij behoren oprechte vriendschap aan te kweken met onze buren, met onze collega's op het werk, met de personen die wij geregeld zien. We moeten ernaar streven vrienden te zijn met onze engelbewaarder. «We hebben allemaal veel gezelschap nodig: gezelschap uit de hemel en van de aarde. Wees verknocht aan de heilige engelen! Vriendschap is zeer menselijk, maar ook zeer goddelijk, net als ons leven dat goddelijk en menselijk is.»18 Onze engelbewaarder zal niet worden afgeschrikt door onze luimen en gebreken. Hij kent onze zwakheden, en desondanks houdt hij erg veel van ons.19

Boven alle vriendschappen uit moeten we eraan werken onze banden te versterken met «die grote Vriend die je nooit verraadt.»20 We kunnen Hem gemakkelijk vinden. Hij staat altijd klaar om ons te ontvangen, bij ons te blijven zolang als wij willen. «Ga door de wereld zoals je wilt, verander je thuis zo vaak je wilt, in de dichtstbijzijnde katholieke kerk is je Vriend altijd aanwezig, en dag in dag uit is Hij voor jou thuis.»21 Daar kunnen wij met Hem van aangezicht tot aangezicht praten, zoals een mens met zijn medemens spreekt. Aldoor wacht Hij op ons. Hij wil dat wij Hem komen opzoeken... en naar Hem luisteren. Door Hem zullen we echt leren hoe vrienden met onze vrienden te zijn. Wij zullen open staan voor elke oprechte vriendschap, wetend dat dit de natuurlijke weg is van Christus, onze Vriend, om in zielen binnen te gaan.

-1. Eerste lezing, Jaar I, Ex 33,11. -2. Vgl. Jes 41,8. -3. Vaticanum ii, Dei Verbum, 2. -4. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II, q 23, a 1. -5. Ibidem. -6. 1 Joh 4,19. -7. Vgl. Rom 5,5. -8. Joh 15,9. -9. Joh 17,26. -10. Joh 15,13-14. -11. Mt 13,36-43. -12. H. Ambrosius, Over het werk van dienaren, 3,135. -13. H. Thomas van Aquino, o.c. -14. J. Abad, Fidelidad, Madrid 1987. -15. Sir 6,14-17. -16. Vgl. H. Basilius, Homilie over de afgunst. -17. H. Ambrosius, o.c., 3,134. -18. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 315. -19. Vgl. A. Vázquez de Prada, Estudio sobre la amistad, Madrid 1956, bl. 259. -20. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 88. -21. R.A. Knox, Pastoral Sermons, 280.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012