Zevende week. Vrijdag
Noveen voor Pinksteren
48. DE VRUCHTEN VAN DE HEILIGE GEEST
-De vruchten van de Heilige Geest in de ziel, tekenen van de
glorie van God. Liefde, vreugde en vrede. -Geduld en lankmoedigheid. Hun belang
in het apostolaat. -De vruchten die meer direct te maken hebben met het welzijn
van onze naaste: goedheid, vriendelijkheid, trouw, bescheidenheid, matigheid en
kuisheid.
48.1 Als de ziel gehoorzaam is aan de ingevingen
van de Heilige Geest, wordt zij als de goede boom, die bekend is om zijn goede
vruchten. Deze vruchten verrijken het christelijk leven en zijn uitingen van de
glorie van God: Hierdoor wordt mijn Vader verheerlijkt, dat gij rijke
vruchten draagt1,
zegt Jezus tijdens het laatste avondmaal.
Deze bovennatuurlijke vruchten zijn niet te tellen. Paulus
noemt, bij wijze van voorbeeld, twaalf vruchten die het gevolg zijn van de
gaven die door de Heilige Geest in onze ziel zijn ingestort: liefde, vreugde,
vrede, geduld, lankmoedigheid, goedheid, vriendelijkheid, zachtmoedigheid,
trouw, bescheidenheid, matigheid, kuisheid.2
Als belangrijkste geldt de liefde of charitas, het
eerste teken van onze vereniging met Christus. Dit is de heerlijkste van alle
vruchten, die ervoor zorgt dat wij Gods nabijheid voelen en dat wij de last die
anderen dragen, helpen verlichten. Het eerste teken van het werken van de
Heilige Geest in onze ziel is een fijngevoelige en daadwerkelijke naastenliefde
voor allen die met ons leven, of met wie wij werken. «Er is geen kenmerk dat de
christen die Christus werkelijk bemint, meer onderscheidt dan de zorg voor onze
broeders en zusters en de ijver voor de redding van de zielen.»3
De eerste en belangrijkste vrucht van de Heilige Geest wordt
«noodzakelijk gevolgd door de vrede, want de minnaar verheugt zich over de
vereniging met zijn beminde.»4 Vreugde is het gevolg van liefde; daarom onderscheidt de
christen zich door zijn vreugde, die aanhoudt ook wanneer tegenslag en
mislukking komen. Hoeveel goeds heeft de vreugde van christenen in de wereld
bewerkt! «Te jubelen onder beproevingen, te lachen in het lijden..., in ons hart
te zingen en wel helderder naarmate de doornen langer en scherper zijn [...] en
dit alles uit liefde..., dit zijn, te zamen met de liefde, de vruchten die de
Goddelijke Wijngaardenier wenst te verzamelen van de takken van de mystieke
Wijnstok. Dit zijn vruchten die alleen de Heilige Geest in ons kan
verwerkelijken.»5
De liefde en de vreugde
laten in de ziel de vrede van God achter, die alle begrip te boven gaat.6 De heilige Augustinus omschrijft ze als «de rust in
de orde.»7 Er bestaat een
valse, op wanorde gebouwde vrede, zoals die heerst in een gezin waarin de
ouders altijd toegeven aan de grillen van hun kinderen en vaak met het excuus
om 'de lieve vrede te willen bewaren'. Hetzelfde geldt voor een stad waar het,
onder het voorwendsel om niemand te irriteren, boeven toegestaan wordt hun
misdaden te plegen. Vrede, de vrucht van de Heilige Geest, is het ontbreken van
onrust en het uitrusten van de wil in het stabiele bezit van het goede. Deze
vrede veronderstelt een voortdurende strijd, gevoerd tegen de wanordelijke
neigingen van onze eigen hartstochten.
48.2 Alleen in de hemel zullen wij de volheid van
liefde, vreugde en vrede vinden. Hier hebben wij een voorproefje van het
eeuwige geluk, in zoverre wij trouw zijn. Wanneer wij hindernissen tegenkomen,
brengen de zielen die zich laten leiden door de Trooster, vruchten van geduld
voort. Zij dragen rustig, zonder zinloos geklaag of geprotesteer, het
lichamelijke en morele lijden dat iedereen meemaakt in zijn leven. De liefde is
vol geduld en geduld is vaak een steun voor de liefde. «De liefde -schreef de
heilige Cyprianus- is de band die broeders verenigt, het fundament van de
vrede, datgene wat de eenheid sterk maakt... Neemt men echter het geduld uit haar
weg, dan zal er van de liefde niets overblijven; ontneemt men haar het sap van
lijden en berusting, dan zal zij haar wortels en kracht verliezen.»8 Christenen
behoren de liefdevolle hand van God te zien, die lijden en pijn gebruikt om
degenen die Hij het meest liefheeft, te zuiveren en te heiligen. Daarom
verliezen zij niet hun gemoedsrust bij ziekte, tegenspraak, de gebreken van
anderen, laster... ja zelfs niet als zij zich hun eigen geestelijke mislukkingen
bewust worden.
Lankmoedigheid lijkt op geduld. Het is een stabiele
gesteltenis waardoor wij rustig, zonder klacht of bitterheid en zo lang God dit
wenst, het uitstel aanvaarden dat Hij toelaat of wil, voordat wij het doel op
het gebied van ascese of apostolaat, dat wij ons gesteld hebben, bereiken.
Deze vrucht van de Heilige
Geest geeft de ziel de volle zekerheid -als zij de ter beschikking staande
middelen gebruikt, als er echte ascetische strijd is, als zij telkens weer
opnieuw begint- dat het doel zal worden bereikt, ondanks de objectieve
belemmeringen die er zijn en ondanks zwakheid, fouten en zonden.
In het apostolaat streeft de
geduldige en lankmoedige persoon altijd naar een hoog doel, naar de maat van
Gods wil, hoewel de onmiddellijke resultaten klein mogen lijken; hij wendt alle
beschikbare menselijke en bovennatuurlijke middelen aan, met een heilige
onverzettelijkheid en standvastigheid. «Het geloof is een onmisbare vereiste
voor het apostolaat en vaak komt dat tot uiting in de volharding waarmee iemand
over God spreekt, ook al laten de vruchten op zich wachten.
»Als we doorzetten en vasthoudend zijn in de overtuiging dat
de Heer het wil, zullen er ook in jouw omgeving overal tekenen van een
christelijke revolutie gaan verschijnen: sommigen zullen zich geven, anderen
zullen hun innerlijk leven serieus gaan nemen en weer anderen -de zwaksten-
zullen op zijn minst gewaarschuwd zijn.»9
De Heer rekent op deze dagelijkse inzet, zonder
onderbrekingen, opdat het apostolaat vruchten draagt. Als deze soms lang
uitblijven, als onze inspanning om een familielid of collega dichter bij God te
brengen, ijdel lijkt te zijn, dan maakt de Heilige Geest ons duidelijk dat
niemand die voor God werkt met een zuivere mening, zich voor niets inspant. Zij
zullen zich niet moe maken voor niets.10 Lankmoedigheid kan aldus gezien worden
als de volmaakte ontplooiing van de deugd van de hoop.
48.3 Na de vruchten, die meer direct met God en
met de eigen heiligheid te maken hebben, noemt de heilige Paulus er andere op
die hoofdzakelijk gericht zijn op het welzijn van onze naaste: Doet dan aan,
als Gods heilige en geliefde uitverkorenen, tedere ontferming, goedheid,
deemoed, zachtheid en geduld. Verdraagt elkander en vergeeft elkander, als de
een tegen de ander een grief heeft.11
De goedheid waar de apostel ons over spreekt, is een stabiele
gesteltenis van de wil, die ervoor zorgt dat wij de ander alle goeds toewensen,
zonder onderscheid van vriend of vijand, bekenden of vreemden, mensen die
dichtbij of ver weg wonen. De ziel weet zichzelf geliefd door God. Dit voorkomt
dat zij jaloezie of afgunst voelt: in anderen herkent zij kinderen van God, die
Hij liefheeft en voor wie Christus ook is gestorven.
Het is niet voldoende om slechts een theoretisch verlangen te
hebben om goed te doen aan anderen. De echte naastenliefde is werkzaam en voert
tot daden. De liefde is lankmoedig en goedertieren12, zegt de heilige
Paulus ons. Vriendelijkheid is precies die gesteldheid van het hart, die het
ertoe doet neigen om goed te doen aan anderen. Deze vrucht toont zich in
ontelbare werken van barmhartigheid, zowel lichamelijke als geestelijke, die
christenen over de hele wereld uitvoeren, zonder hierbij ook maar iemand uit te
sluiten. In ons leven toont deze vrucht van de Heilige Geest zich in de
duizenden kleine diensten die wij bewijzen aan degenen met wie wij dagelijks
omgaan. Vriendelijkheid inspireert ons om, overal waar wij komen, vrede en
vreugde te zaaien en brengt ons ertoe altijd vol begrip en vriendelijk te zijn.
De zachtmoedigheid is ten diepste één met de goedheid en de
vriendelijkheid en is, als het ware, hun voleinding en perfectie. Zij staat
tegenover die dorre uitbarstingen van woede, die eigenlijk een teken van zwakte
zijn. De liefde is niet afgunstig13, maar is altijd mild en voorzichtig,
dankzij een grote geesteskracht. De ziel die deze vrucht van de Heilige Geest
bezit, is niet ongeduldig, noch koestert zij wrok omdat zij beledigd of
gekrenkt is, hoewel zij soms extra levendig -door de grotere gevoeligheid die
zij heeft door haar vriendschap met God- de hardheid van anderen en de
vernederingen voelt. Zij weet dat God dit alles gebruikt om ons te zuiveren.
Na de zachtmoedigheid komt de trouw. Wie trouw is, vervult al
zijn plichten, zelfs de kleinste, en wordt vertrouwd door anderen. De Heilige
Schrift leert ons: Een trouwe vriend is niet te betalen: het is een
heerlijkheid waar niets tegen opweegt.14 Trouw te zijn is een manier om de
rechtvaardigheid en de naastenliefde te beleven. De trouw vormt een
samenvatting van alle vruchten die betrekking hebben op onze naaste.
De drie laatste vruchten die de heilige Paulus noemt,
verwijzen naar de deugd van de matigheid. Deze brengt, onder invloed van de
gaven van de Heilige Geest, vruchten voort van bescheidenheid, matigheid en
kuisheid.
Een bescheiden persoon weet zich in elke situatie rustig en
passend te gedragen. Hij waardeert de talenten die hij bezit, zonder ze te
overdrijven of te bagatelliseren, wetende dat ze Gods gaven zijn, ten dienste
van de naaste. Deze vrucht van de Heilige Geest uit zich in het uiterlijk
gedrag van die persoon, in zijn manier van spreken en kleden, in zijn omgaan
met mensen en in zijn sociale contacten. Bescheidenheid is aantrekkelijk, want
het verraadt eenvoud en innerlijke orde.
De laatste twee vruchten die de heilige Paulus noemt zijn:
matigheid of soberheid en kuisheid. Instinctmatig is de ziel zeer waakzaam om
díe zaken te vermijden die de innerlijke en uiterlijke zuiverheid, die God zo
welgevallig is, kunnen beschadigen. Deze vruchten, die schoonheid aan het
christelijk leven geven en het makkelijker maken om de dingen die op God
betrekking hebben, te begrijpen, kunnen zelfs te midden van grote bekoringen
verkregen worden, mits men de gelegenheid tot zonde vermijdt en vastberaden
strijdt, wetende dat Gods genade nooit zal ontbreken.
Nu we ons gebed beëindigen, gaan wij dichter naar de
allerheiligste Maagd toe, want God gebruikt haar, door de werking van de
Trooster, om overvloedige vruchten in de ziel voort te brengen. Ik ben de
moeder van de edele liefde, van de vrees, van de kennis en van de heilige hoop.
Ik geef mijzelf aan al mijn kinderen, altijd blijvend bij hen die door Hem zijn
uitverkoren. Komt tot mij, gij die naar mij verlangt, en verzadigt u met mijn
vruchten, want het denken aan mij is zoeter dan honing en mij bezitten is
zoeter dan honingraat.15
-1. Joh 15,8. -2. Vgl. Gal 5,22-23
(Vulg.). -3. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën
over het ondoorgrondelijke, 6,3. -4. H.
Thomas van Aquino, Summa Theologiae, I-II, q70, a3. -5. A. Riaud, L'action de l'Esprit-Saint
dans les âmes. -6. Fil 4,7. -7. H.
Augustinus, De stad Gods, 19,13,1. -8. H. Cyprianus, De bono patientiae. -9. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor,
207. -10. Jes 65,23. -11. Kol 3,12-13. -12. 1 Kor 13,4.
-13. 1 Kor 13,5. -14. Sir 6,15. -15. Sir 24,18-20.
|