Twaalfde week door het jaar. Donderdag
43. De vruchten van de heilige mis
-Het eucharistisch offer en het gewone leven van de
christenen. -Deelnemen aan de heilige mis in het bewustzijn van wat we doen.
Onze deelneming moet een persoonlijk gebed zijn, in vereniging met Jezus, die
zowel priester als offer is. -Voorbereiding op de heilige mis. Apostolaat en
het eucharistisch offer.
43.1 Het Tweede Vaticaans
Concilie herinnert ons eraan dat «het offer van het kruis en de sacramentele
vernieuwing hiervan in de heilige mis, afgezien van de verschillende manieren
van offeren, 'een en hetzelfde' offer is van lofprijzing, dankzegging, verzoening
en voldoening.»1 De doelstellingen die onze
Redder aan zijn kruisoffer gaf, worden gewoonlijk samengevat in vier punten.
De vier doelstellingen van de heilige mis worden op verschillende
manieren en in verschillende mate bereikt. De doelstellingen die rechtstreeks
God betreffen, namelijk aanbidding, lofprijzing en dankzegging, komen altijd
onfeilbaar tot vervulling en in heel hun oneindige waarde, onafhankelijk van
onze medewerking. Dit is zelfs het geval, wanneer de heilige mis gevierd wordt
zonder dat er ook maar één lid van de geloofsgemeenschap aanwezig is, of als er
één is, die misschien nog verstrooid is. God onze Heer wordt oneindig geprezen,
telkens wanneer het eucharistisch offer gevierd wordt, en een dankgebed wordt
uitgesproken dat God volledig behaagt. Deze offerande, zegt de heilige Thomas,
geeft God meer vreugde dan alle zonden van de wereld Hem beledigen2, omdat Christus zelf de Hogepriester is die offert,
zoals Hij ook het werkelijke slachtoffer is, dat in elke mis geofferd wordt.
De andere doelstellingen echter van het eucharistisch offer
(verzoening en smeekbede), die voor het welzijn van de mens zijn en de vruchten
van de heilige mis genoemd worden, bereiken in feite niet altijd de volledige
vervulling waartoe ze in staat zijn. Deze vruchten -van verzoening met God, en
van het verkrijgen van hetgeen we van zijn goedheid vragen- kunnen ook van
oneindige waarde zijn. Ook zij berusten op de verdiensten van Christus. We
ontvangen deze vruchten nooit in die volmaakte graad, aangezien ze op ons van
toepassing zijn overeenkomstig onze persoonlijke gesteldheid. Hoe ijveriger en
intensiever wij deelnemen aan het Heilig Offer van het Altaar, in des te groter
getale ontvangen wij deze vruchten van verzoening en smeekgebed. Christus'
eigen gebed vermenigvuldigt de waarde van ons gebed naarmate wij onze
smeekbeden en boetedoening verenigen met de zijne, in de heilige mis, op het
kruis zelf.
Opdat we de vruchten van de heilige mis mogen ontvangen,
nodigt de Kerk ons uit ons te verenigen met het offer van Christus. Dat
betekent deel hebben aan de lofprijzing, dankzegging, verzoening en smeekbede
van Jezus Christus. De uiterlijke handelingen en ceremonies van de mis duiden
op het innerlijke offer van Jezus Christus en zijn tegelijkertijd een teken van
het offer en van de overgave van alle gelovigen die met Hem verenigd zijn.3 Deze overgave van geheel ons wezen, van al onze
dagelijkse activiteiten, is nog een andere reden om ze op volmaakte wijze en
vanuit een oprechte intentie te vervullen. Zoals het Tweede Vaticaans Concilie
ons voorhoudt: «Al hun werken immers, hun gebeden en apostolische
ondernemingen, hun huwelijks- en gezinsleven, hun dagelijkse arbeid, hun
ontspanning naar geest en lichaam, als het maar in de Heilige Geest geschiedt,
zelfs de last van het leven, dat alles bloeit open tot geestelijke offers,
welgevallig aan God door Jezus Christus (vgl. 1 Pe 2,5), offers die in de
eucharistische viering, samen met de offerande van het lichaam van de Heer, met
vroomheid aan de Vader worden aangeboden.»4 Al
ons handelen en heel ons leven zelf krijgt een nieuwe waarde als zij berusten
op de mis als het middelpunt van onze dag waarop heel ons denken en handelen
gericht is. Zij is de bron waaruit al de genade vloeit die we nodig hebben om
ons verblijf op aarde te heiligen.
43.2 Onze moeder de Kerk wil
steeds meer vruchten van de heilige mis verkrijgen. Daarom verlangt zij dat
wij, als we aanwezig zijn, er niet zijn als vreemden of stilzwijgende
toeschouwers, maar dat wij voortdurend méér en beter de riten en gebeden
begrijpen door deel te nemen aan de heilige handelingen in het volle bewustzijn
van wat we aan het doen zijn, vroom en in ijverige medewerking. We moeten de
juiste houding van ons hart koesteren, met hart en ziel in overeenstemming en
meewerkend met de goddelijke genade.5 We moeten
bijzondere aandacht besteden aan de dialogen en de acclamaties. We moeten de
vastgestelde momenten van stilte vullen door akten van geloof en liefde, vooral
bij de consecratie en als we de Heer ontvangen in de heilige communie... Het
allerbelangrijkste is de innerlijke deelneming, onze vereniging met Jezus
Christus die zichzelf offert. De uiterlijke elementen, die ook een deel van de
liturgie vormen, zullen een voorname hulp zijn om dit te bereiken: de houding
van het lichaam (knielen, staan, zitten), het samen bidden of zingen van het
Gloria, het Credo, het Sanctus, het Onze Vader enz.
We kunnen daarbij vaak hulp vinden door het volgen van de
gebeden van de celebrant in ons missaal. De zorg om enkele minuten voor de mis
aanwezig te zijn is een teken van liefde voor Christus en van hoffelijkheid
jegens de priester die de mis opdraagt evenals jegens de andere aanwezigen. God
wil dat wij ook hierin een voorbeeld zijn. Zouden we niet op het afgesproken
moment komen voor een belangrijke samenkomst? Er is niets belangrijkers dan de
heilige mis.
De innerlijke deelneming is vooral een zaak van de beoefening
van de deugden door daden van geloof, hoop en liefde. Op het moment van de
Consecratie kunnen we met de woorden vervuld van geloof en liefde van de apostel
Thomas zeggen: 'Mijn Heer en Mijn God...' of 'Ik geloof vast dat U hier aanwezig
bent...' of wat voor woorden dan ook die onze persoonlijke devotie ons ingeeft.
Boven alles moet ons deelnemen aan de mis een persoonlijk
gebed zijn, het hoogtepunt van onze gewone dialoog met de Vader, Zoon en
Heilige Geest. Dit gebed, «in de mate als voor ieder mogelijk is, is een
vereiste voor een echte, gewetensvolle deelneming aan de liturgie. Maar dat
niet alleen, het is ook de vrucht van zulk een deelname. Nu en altijd, maar
thans meer dan ooit, moeten wij de geest en praktijk van het persoonlijk gebed
koesteren... We kunnen niet verder gaan als christenen zonder een standvastig,
intiem, persoonlijk leven van gebed, geloof en liefde. Zonder dit kunnen we
niet op een nuttige en tot voordeel strekkende wijze deelnemen aan de
liturgische vernieuwing. Zonder dat kunnen we geen daadwerkelijke getuigen zijn
van de christelijke authenticiteit waarover we zoveel horen spreken. Zonder
zulk een deelnemen kunnen we niet denken, ademen, handelen, lijden en hopen met
de levende, pelgrimerende Kerk... Tot allen zeggen we: 'Bidt, broeders en
zusters', 'Orate, fratres'. Word nooit moe om uit de diepte van je ziel die
intieme stem te laten roepen die God met 'jij' aanspreekt..., de onuitsprekelijke
God, de mysterieuze Andere die over je waakt, die op je wacht, die van je
houdt. En je zult nooit losgelaten of alleen gelaten worden. Je zult de nieuwe
vreugde ervaren van een in verrukking brengend antwoord: 'Ecce adsum', Zie Ik
ben met je.»6 God is met ons en in ons op een
bijzondere manier in de heilige communie, als onze deelneming aan de mis zijn
hoogtepunt bereikt. «Het eigenlijke effect van dit sacrament» -leert de heilige
Thomas van Aquino ons- «is, dat het de mens verandert in Christus, zodat hij
met de apostel kan zeggen: Ikzelf leef niet meer, Christus
is het die leeft in mij.»7
43.3 Voor de mis moeten we onze
ziel voorbereiden op de belangrijkste gebeurtenis die elke dag in de wereld
plaatsheeft. De heilige mis gecelebreerd door een priester in het meest
afgelegen gebied, de verste uithoek van de wereld, is, zelfs als niemand
aanwezig is, het grootste wat op aarde op dat moment gebeurt. Het is het meest
aangename wat wij mensen aan God kunnen aanbieden. Het is de gelegenheid om Hem
te danken voor de vele weldaden die we ontvangen; om vergeving te vragen voor
zoveel zonden en gebrek aan liefde en te bidden voor al onze geestelijke en
materiële noden. «We hebben allen wel zaken waarvoor we om hulp moeten vragen.
Heer, deze ziekte... en die zorgen... Heer, die vernedering die ik niet kan
aanvaarden, zelfs niet uit liefde tot U... We willen zegen, geluk en vreugde
voor de leden van ons gezin. We zijn bedroefd om hen die honger en dorst naar
brood en gerechtigheid lijden; om hen die de angst van eenzaamheid ondervinden;
om hen die aan het eind van hun leven de dood voor zich zien zonder een
liefdevolle blik of de hulp van een vriend.
»Maar het is de zonde die de ellende is, die het lijden veroorzaakt,
en die de grote wereldwijde malaise is die wij moeten verhelpen. De zonde
scheidt ons van God en brengt de zielen in gevaar met het vooruitzicht van de
eeuwige veroordeling. Mensen brengen tot de eeuwige glorie in Gods liefde: dat
was het wezenlijke verlangen van Christus toen Hij zijn leven op Calvarië gaf,
en dat moet ook ons verlangen zijn als we de heilige mis vieren.»8 Ons apostolaat is daarom gericht op de mis en
ontvangt daarvan zijn kracht.
Enige minuten dankzegging na de mis dienen deze belangrijkste
momenten van de dag af te sluiten. Ze moeten een directe invloed hebben op ons
werk, ons gezinsleven, op de opgeruimdheid die we iedereen tonen, en op de
zekerheid en het vertrouwen waarmee we de rest van onze dag tegemoet treden.
Als de mis op deze manier beleefd wordt, zal zij nooit een geïsoleerd gebeuren
zijn. Zij zal al onze activiteiten voeden en deze een bijzondere toon, waarde
en betekenis verlenen.
We zullen in de mis altijd onze Moeder treffen. «Hoe zouden
we deel kunnen nemen aan het offer zonder de Moeder van de Hogepriester en het
Slachtoffer te gedenken en haar aan te roepen? Onze lieve Vrouw speelde zo'n
intieme rol in het priesterschap van haar Zoon tijdens diens leven op aarde,
dat ze voor eeuwig verbonden is aan de uitoefening van zijn priesterschap. Net
zoals ze aanwezig was op Calvarië, is zij aanwezig in de heilige mis, die een
voorzetting van Calvarië is. Zij hielp haar Zoon op het kruis door Hem aan de
Vader aan te bieden. In het offer van het altaar, de vernieuwing van het offer
van Christus, helpt zij de Kerk zichzelf aan te bieden in vereniging met haar
Hoofd. Laten wij onszelf aan Jezus aanbieden door bemidddeling van Maria.»9 Laten wij Maria gedenken gedurende de heilige mis,
en zij zal ons helpen te groeien in vroomheid en bezinning.
-1. Romeins Missaal, Algemene
inleiding, voorwoord, 2. -2. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III, q48,2. -3. Pius xii, Enc. Mediator Dei,
20 november 1947. -4. Vaticanum ii, Const. Lumen gentium, 34. -5. Idem,
Const. Sacrosanctum Concilium, 11,48. -6. Paulus vi, Toespraak, 14
augustus 1969. -7. H. Thomas van Aquino, In sententiarum libros IV, d12, q2, a18. -8. H. Jozefmaria Escrivá, De liefde tot de Kerk,
47-48. -9. P. Bernadot, Maria
in mijn leven, bl. 233.
|