Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Tweeëndertigste zondag door het jaar (B)

29. De waarde van de aalmoes

-Niet alleen het overbodige weggeven, maar ook wat onontbeerlijk lijkt. -De aalmoes openbaart onze liefde en overgave aan de Heer. -God beloont onze edelmoedigheid dubbel en dwars.

29.1 De liturgie van deze zondag toont ons de edelmoedigheid van twee vrouwen die waardig bevonden werden door God geprezen te worden. In de eerste lezing1 lezen wij hoe Elia eten vroeg aan een weduwe aan de poorten van Sarepta. Er heerste hongersnood en droogte, maar die vrouw deelde met de profeet wat haar nog restte, tot en met het laatste handjevol meel, en vertrouwde op de woorden van die Godsman: De pot met meel raakt niet leeg en de kruik met olie niet uitgeput, totdat Jahwe het weer laat regenen. Haar viel de eer te beurt door Jezus in herinnering geroepen te worden.2

Het evangelie van de heilige Mis toont ons de Heer, zittend voor de offerkist van de tempel.3 Hij bekeek hoe de mensen hun aalmoes daarin stortten en menige rijke liet er veel in vallen. Toen kwam daar een arme weduwe, die er twee koperen muntstukjes in wierp. Het betroffen twee geldstukjes van weinig waarde. In simpel geld uitgedrukt, was het bedrag minimaal maar voor Jezus telde het. Toen zij wegging, verzamelde Hij zijn leerlingen en, op haar wijzend zei Hij: Voorwaar, Ik zeg u: die arme weduwe heeft het meest geofferd van allen die iets in de offerkist wierpen; allen wierpen ze er iets in van hun overvloed, maar zij offerde van haar armoe al wat ze bezat, alles waar ze van leven moest. De Heer prees in deze vrouw de edelmoedigheid van de aalmoezen die bestemd waren voor de eredienst. En Hij prees elke gave die gegeven wordt vanuit een rechtschapen en edelmoedig hart, wie zelfs dat weet te geven wat hij voor zijn eigen behoeften nodig heeft. Meer dan op de hoeveelheid zelf, let Jezus op de innerlijke gesteldheid die tot handelen aanzet; Hij let niet zozeer op «de hoeveelheid die men Hem aanbiedt, maar op de liefde waarmee men het Hem schenkt.»4

De aalmoes, niet slechts van de overvloed maar ook als resultaat van eigen offers, is een werk van barmhartigheid dat de Heer zeer welgevallig is en dat Hij altijd zal belonen. «Een liefdadig huis zal nooit arm zijn»5, zei de heilige pastoor van Ars zo vaak. Het gewone beoefenen ervan openbaart en vat vele deugden samen, en verkrijgt Gods welwillendheid. In de Heilige Schrift wordt het hartstochtelijk aanbevolen: Als je overvloed hebt, geef dan overvloedig aalmoezen -lezen we in het boek Tobit- want dat is de beste belegging voor de tijd van nood. Want de aalmoes redt van de dood en verspert de weg naar de duisternis. Ze wordt alle gevers door de Allerhoogste aangerekend als een welgevallige offergave.6 Wie deze plicht niet begrijpt of niet anders dan met tegenzin vervult, stelt zich bloot aan het gevaar in zijn leven de droevige figuur te verpersoonlijken van die slechte rijke7, die geheel in beslag genomen door zichzelf en met een ongeordende gehechtheid aan zijn goederen, niet kon zien, dat de Heer Lazarus naast hem had geplaatst om hem met zijn zijn bezit te hulp te komen.

Met welk een grote vreugde zal die vrouw naar huis zijn gegaan, nadat zij alles gaf wat zij bezat! Hoe verrast zal zij zijn geweest, toen zij bij haar ontmoeting met God de blijde blik van Jezus kon zien op die ochtend dat zij haar offer aanbood! Iedere dag rust die blik van God op ons leven.

29.2 De aalmoes komt voort uit een hart vol erbarmen, dat een beetje troost wil bieden aan wie nood lijdt of met geld de Kerk wil ondersteunen en die goede werken die gericht zijn op het welzijn van de samenleving. Het geven van aalmoezen leidt tot onthechting en maakt het hart geschikt Gods plannen beter te begrijpen. Zo'n gesteldheid van de ziel «leidt ertoe, dat we edelmoedig zijn tegenover God en onze broeders en zusters. Ze brengt ons ertoe hulpbronnen te zoeken, ons niet te ontzien anderen die het nodig hebben, te helpen. Een christen kan niet volstaan met enkel het werk te doen dat voldoende inkomen oplevert voor hem en de zijnen. Zijn grootheid van hart zal hem dwingen een hand uit te steken om anderen te helpen, uit naastenliefde en ook uit rechtvaardigheidszin.»8

De eerste christenen toonden hun liefde voor de ander door zich met buitengewone ijver te bekommeren om en aandacht te hebben voor de materiële noden van hun broeders. Vandaar de talloze toespelingen in de Handelingen van de Apostelen en in de Brieven van Paulus op de wijze waarop men dit werk van barmhartigheid moet beoefenen. Er wordt zelfs de concrete manier aangegeven om dit ten uitvoer te brengen: Laat ieder van u elke zondag naar vermogen iets opzij leggen en bewaren...9, schrijft de heilige Paulus aan de christenen van Korinte. Zij gaven niet alleen van hun overvloed; in vele gevallen, zoals in Macedonië gebeurde, maakten zij zware economische tijden door. De apostel laat niet na hen te prijzen, want door verdrukkingen zwaar beproefd verheugden zij zich bovenmate en hun bittere armoede werd overrijk in mildheid. Want zij hebben naar vermogen gegeven; ik moest eigenlijk zeggen, boven hun vermogen. Uit eigen beweging en met grote aandrang smeekten zij ons om de gunst, deel te mogen nemen aan de ondersteuning van de heiligen.10 En zij droegen niet slechts edelmoedig bij aan de collecte voor de christenen van Jeruzalem, maar zij gaven zichzelf, in de eerste plaats aan de Heer, maar dan ook, door Gods wil, aan ons.11 Wellicht doelde Paulus op de edelmoedige overgave aan de evangelisatie door zijn trouwste medewerkers. In zijn uitleg van deze passage verzekert de heilige Thomas, dat «aldus de orde bij geven dient te zijn: dat de mens eerst door God aanvaard moet worden, want als hij God niet welgevallig is, zullen ook zijn gaven niet worden ontvangen.»12 De aalmoes is, in al zijn vormen, de uitdrukking van onze overgave aan en onze liefde tot de Heer; deze dienen vooraf te gaan. Geven en zichzelf geven is niet afhankelijk van het vele of weinige dat men bezit, maar van de liefde tot God die men in de ziel draagt. «Onze nederige overgave -op zichzelf onbetekenend, zoals de olie van de weduwe van Sarepta of het obooltje van de arme weduwe- wordt in Gods ogen aanvaardbaar door haar vereniging met het offer van Jezus.»13

29.3 Het geven van aalmoezen verkrijgt Gods zegen en brengt rijke vruchten voort: genezing van de zielewonden, de zonden14; «verdediging van de hoop, steun van het geloof, medicijn voor de zonde; het geven ligt binnen het bereik van wie dit wil beoefenen, groots en tegelijk ook makkelijk, zonder gevaar ervoor vervolgd te worden, kroon van vrede, werkelijk en hoogste geschenk van God, noodzakelijk voor de zwakken, eervol voor de sterken. Door de aalmoes verkrijgt de christen de geestelijke genade, de vergeving van Christus de Rechter en rekent God tot zijn schuldenaars.»15

De aalmoes moet met een oprechte bedoeling worden gegeven, met het oog gericht op God, zoals die weduwe van wie Jezus ons spreekt in het evangelie; edelmoedig, met goederen die wij vaak niet nodig hebben, maar die voor anderen veel meer noodzakelijk zijn; door niet karig of gierig te zijn «tegenover Hem die zich zo royaal voor ons heeft overtroffen dat Hij zich voor ons helemaal heeft overgeleverd, zonder maat. Bedenk eens: wat kost het u, zelfs als we het over geld hebben, dat u christen bent?»16 De aalmoes moet gegeven worden vanuit een medelijdend hart, vol van liefde tot God en de naasten. Daarom komt boven de materiële waarde van de goederen die we delen, de geest van naastenliefde waarmee we de aalmoes geven, een geest die zich zal openbaren in vreugde en edelmoedigheid wanneer we haar beoefenen. Zo zullen we, ook als we niet over veel goederen beschikken, de woorden van de heilige Paulus, die vandaag in het Getijdenboek zijn opgenomen, tot werkelijkheid maken: Door de kracht van God zelf treuren wij maar zijn wij altijd blij; wij zijn berooid en maken velen rijk, haveloos en de wereld is van ons.17 Laten we nooit met tegenzin of droefheid geven, want God houdt van een blijmoedige gever.18

God zal onze edelmoedigheid dubbel en dwars belonen. Wat wij anderen hebben geschonken aan tijd, toewijding, stoffelijke goederen..., de Heer zal het ons in veelvoud teruggeven. Bedenkt: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten.19 Aldus vermenigvuldigde God de karige goederen die de weduwe van Sarepta aan Elia ter beschikking stelde, en de broden en vissen die een jongen bij Jezus bracht20 en die hij misschien met vooruitziende blik voor die nood had gereserveerd... «Dit zegt uw Heer [...]: Weinig hebt ge Mij gegeven, veel zult ge ontvangen; ge hebt Mij aardse goederen gegeven, Ik zal ze u in hemelse vorm teruggeven; gij hebt Mij tijdelijke goederen gegeven, ge zult eeuwige ontvangen...»21 Volkomen terecht beweert de heilige Teresia, dat «reeds in dit leven Zijne Majesteit ze zal betalen via wegen die alleen hij die ze mag genieten, begrijpt.»22

Bidden we tot onze Vrouwe, dat zij ons een edelmoedig hart mag geven, dat weet te geven en zichzelf te geven, dat niet op tijd, financiële goederen of inspanning beknibbelt... op het uur van hulp aan anderen en van die apostolische onderneming tot welzijn van de ander. De Heer zal ons vanuit de hemel met medelijdende liefde aanschouwen, zoals Hij die arme vrouw aanschouwde die op die ochtend naar de offerkist van de tempel kwam.

-1. 1 Kon 17,10-16. -2. Vgl. Lc. 4,25 e.v. -3. Mc 12,41-44. -4. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over de Brief aan de Hebreeën, 1. -5. H. Jean-Baptiste Marie Vianney, Preek over de aalmoes. -6. Tob 4,8-11. -7. Vgl. Lc 16,19. -8. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 126. -9. 1 Kor 16,2. -10. 2 Kor 8,2-4. -11. 2 Kor 8,5. -12. H. Thomas van Aquino, Commentaar op de Tweede Brief van de heilige Paulus aan de Korintiërs, 2,5. -13. Johannes Paulus ii, Homilie in Barcelona, 7 november 1982. -14. Vgl. Romeinse Katechismus, IV,14,23. -15. H. Cyprianus, Goede werken en aalmoezen, 27. -16. H. Jozefmaria Escrivá, loc. cit. -17. Getijdenboek, Antifoon van de Lauden. 2 Kor 6,10. -18. 2 Kor 9,7. -19. 2 Kor 9,6. -20. Vgl. Joh 6,9. -21. H. Augustinus, Preek 38, 8. -22. H. Teresia van Avila, Leven, 4,2.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012