De Boog
... voor eenheid in geloof en leven

ZOEK   EEN BOEK  
 
e-mailadres: 
Klant:   
Registreer Klantnummer vergeten?
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escriva
Spreken met God
Over Jozefmaria Escriva
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie Atrium
Theologie andere boeken
DVD
Navarre bible NT
Navarre bible OT
Gezin
Medische Ethiek

Francisco en Jacinta van Fatima
Over 2 Portugese kinderen aan wie Onze Lieve Vrouw in 1917 in Fatima verscheen. Meer ...

Home >  De waarde van de vriendschap

Vijfde week. Vrijdag

34. DE WAARDE VAN DE VRIENDSCHAP

-Bij Jezus leren we de werkelijke betekenis van vriendschap. -Vriendschap is een groot menselijk goed dat bovennatuurlijk kan worden gemaakt. Kenmerken van ware vriendschap. -Apostolaat voor onze vrienden.

34.1 Geen grotere liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden. Gij zijt mijn vrienden... Ik noem u geen dienaars meer... maar u heb Ik vrienden genoemd 1, zegt onze Heer ons in het evangelie van de Mis van vandaag.

Jezus is onze vriend. Bij Hem vonden de apostelen de grootste vriendschap. Hij was Iemand die van hen hield, Iemand bij wie zij hun vreugde en verdriet kwijt konden, Iemand bij wie zij in volledig vertrouwen hun toevlucht konden nemen. Zij wisten maar al te goed wat Hij bedoelde, toen Hij hun zei: Zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben.2 Lazarus' zusters konden geen betere omschrijving vinden van de liefde die met vriendschap verbonden is, toen zij Hem vroegen te komen: Heer, hij die Gij liefhebt is ziek3, zo berichtten zij Hem. Het was het beste argument dat ze konden bedenken.

Jezus zocht en bevorderde de vriendschap met allen die Hij ontmoette op Palestina's wegen. Hij maakte altijd gebruik van gesprekken om zo tot de bodem van hun ziel door te dringen en ze met liefde te vullen. En behalve zijn oneindige liefde voor alle mensen, liet Hij openlijk zijn vriendschap blijken voor bepaalde mensen: de apostelen, Jozef van Arimathea, Nikodemus, Lazarus en zijn familie... Zelfs weigerde hij niet om Judas, op het moment toen die Hem uitleverde, vriend te noemen. Na Petrus' ontkenningen vraagt Hij hem: Hebt ge Mij lief? 4 Ben je mijn vriend? Kan Ik op je vertrouwen? En Hij geeft hem zijn Kerk: Weid mijn lammeren, hoed mijn schapen.

«Christus, de verrezen Christus, is de Metgezel, de Vriend. Een Metgezel, die weliswaar onzichtbaar aanwezig is, maar wiens werkelijkheid ons hele leven vervult en die ons doet verlangen naar zijn definitieve tegenwoordigheid.»5 Hij, die deelneemt aan ons leven, wil ook delen in onze last: Ik zal u rust en verlichting schenken6, zegt Hij ons. Hij wenst ook vurig ons te laten delen in zijn eeuwige glorie.

Jezus Christus is de vriend die ons nooit verraadt7, die, als we naar Hem toegaan en tot Hem spreken, altijd klaar staat om ons te ontvangen. Hij verwelkomt ons altijd weer, zelfs al is er van onze kant sprake van vergeetachtigheid of kilheid. Hij helpt altijd, en bemoedigt en vertroost ons.

De vriendschap met onze Heer, die geboren wordt en groeit door gebed en het waardig ontvangen van de sacramenten, helpt ons om het belang van de menselijke vriendschap beter te begrijpen. De Heilige Schrift omschrijft ze als een schat: Een trouwe vriend is een machtige schutsmuur; wie hem vindt, heeft een schat gevonden. Een trouwe vriend is niet te betalen: het is een heerlijkheid waar niets tegen opweegt.8 De apostelen leerden de ware betekenis van vriendschap van Jezus zelf. En in de Handelingen der apostelen zien we hoe ook Paulus vele vrienden had, die hij erg liefhad. Hij mist ze als ze er niet zijn, en hij wordt vervuld van blijdschap als hij nieuws van hen verneemt.9 Ook de christelijke Oudheid heeft ons getuigenissen nagelaten van grote vriendschappen onder onze eerste broeders en zusters in het geloof.

34.2 Onze dagelijkse omgang en vriendschap met Christus leidt ons ertoe om een open, begripvolle houding aan te nemen. Dit vergemakkelijkt het krijgen van vrienden. Gebed zuivert de ziel en maakt ons bijzonder geschikt om andere mensen te begrijpen. Ook vergroot zij onze gulheid, ons optimisme, onze hartelijkheid en onze dankbaarheid; dit zijn allemaal deugden die het de christen vergemakkelijken om vriendschappen aan te gaan.

Ware vriendschap ziet geen eigenbelang, want ze richt zich meer op geven dan op nemen. Zij zoekt niet haar eigen belang, maar die van de vriend. «Een ware vriend kan niet dubbelzinnig zijn met betrekking tot zijn vriend; trouwe en oprechte vriendschap vereist zelfverloochening, rechtschapenheid, wederzijdse gulheid en geoorloofde diensten. Een vriend is sterk en oprecht in de mate dat hij edelmoedig aan de ander denkt, met persoonlijke offers van zijn kant, steeds in de context van bovennatuurlijke gerichtheid. Binnen het klimaat van vertrouwen, dat ontstaat indien er sprake is van echte vriendschap, wordt van de kant van de ander verwacht dat hij beantwoordt aan dat vertrouwen; men rekent op de erkenning van wat wij zijn en, zo nodig, op een heldere verdediging zonder drogredenen.»10

De ware vriendschap moet van twee kanten komen. De affectie en goede wil moeten wederkerig zijn.11 Vriendschap heeft altijd de neiging om nog steviger te worden. Zij geeft geen ruimte aan afgunst die haar zou bederven. Zij verkilt niet door argwaan. Zij moet groeien ondanks problemen12, totdat men zijn vriend als zijn andere ik beschouwt, reden waarom de heilige Augustinus zegt: «Op de juiste wijze sprak hij over zijn vriend die hij de andere helft van zijn ziel noemde».13 Dan delen zij op een natuurlijke manier zowel hun blijdschap als hun verdriet.

Vriendschap is tegelijkertijd een menselijk goed en een gelegenheid om vele menselijke deugden te ontwikkelen, want zij schept «een overeenstemming van gevoelens en smaken, die vèr staan van zinnelijke liefde; ze ontwikkelt verder de toewijding van de ene vriend aan de ander tot zeer hoge niveaus, zelfs tot aan heldhaftigheid toe. Wij zijn van mening, dat ontmoetingen [...] aan nobele en deugdzame personen de gelegenheid bieden om te genieten van deze menselijke en christelijke relatie die vriendschap genoemd wordt. Ze vereist en ontwikkelt tegelijkertijd edelmoedigheid, belangeloosheid, sympathie, solidariteit, en, in het bijzonder, de mogelijkheid wederzijds offers te brengen.»14

Een goede vriend loopt niet weg als er moeilijkheden komen; een goede vriend zal nooit een verrader blijken, zal nooit kwaad over de ander spreken, en zal nooit toestaan dat zijn vriend tijdens diens afwezigheid wordt belasterd. Hij komt juist voor hem op. Vriendschap houdt oprechtheid in, vertrouwen, het delen van vreugde en verdriet, bemoediging, vertroosting en hulp door middel van het goede voorbeeld.

34.3 Door de eeuwen heen was vriendschap -en dit is zo nog steeds- een weg waarlangs vele mannen en vrouwen tot God naderden en de Hemel bereikten. Het is een natuurlijke en eenvoudige weg die vele hindernissen en moeilijkheden opruimt. Onze Heer gebruikt haar vaak als middel om Zichzelf bekend te maken. De eersten die Hem ontmoetten, vertelden dit goede nieuws aan degenen die zij liefhadden. Andreas bracht zijn broer Petrus mee; Filippus zijn vriend Nathanaël en Johannes nam waarschijnlijk zijn broer Jacobus mee.

Dit was dé manier waarop het geloof zich verspreidde in de eerste dagen van het christendom: van broer tot broer, van vader tot zoon, van slaaf tot meester en andersom, van vriend tot vriend. Vriendschap vormt een unieke basis om Christus bekend te maken, want het is het natuurlijke medium om gevoelens over te brengen, om vreugde en verdriet te delen met degenen die ons nabij zijn door familiebanden, door werk of door het hebben van gemeenschappelijke interesses.

Het is kenmerkend voor vriendschap, onze vriend het beste wat wij hebben te geven. Onze grootste schat, zonder enige gelijke, is Christus gevonden te hebben. Wij zouden geen ware vriendschap kennen als wij de enorme gave van het geloof niet zouden mededelen. Onze vrienden moeten bij ons -christenen die Jezus van nabij willen volgen- steun, kracht en inzicht in de bovennatuurlijke zin van hun leven vinden. De zekerheid om begrip, belangstelling en aandacht te vinden zal hen ertoe bewegen hun hart in vertrouwen open te stellen, wetende dat wij hen liefhebben en bereid zijn om hen te helpen. Dit alles proberen we te beoefenen gedurende onze gewone dagelijkse bezigheden. Wij proberen voorbeeldig te zijn in ons beroep of studie, altijd de vriendschap te bevorderen, alles open en van harte te delen met anderen, aangespoord door de liefde.

Vriendschap brengt ons ertoe om onze vrienden aan te sporen een werkelijk christelijk leven te leiden, mochten zij ver van de Kerk zijn afgedwaald, of hen weer op het pad te brengen dat ze op een heilloze dag hebben verlaten, toen zij het geloof, dat zij eens hadden ontvangen, niet meer praktizeerden. Met geduld en vasthoudendheid, zonder haast, maar ook zonder onderbreking, zullen wij hen geleidelijk bij onze Heer brengen, die al op hen wacht. Soms kunnen we een poosje met hen bidden, een werk van barmhartigheid verrichten door een zieke of een ander, die daar behoefte aan heeft, te bezoeken, of ze uitnodigen om met ons een bezoek te brengen aan het heilig Sacrament. Als de tijd dan rijp is, kunnen we met hen over het sacrament van de goddelijke barmhartigheid, de biecht, spreken en bereiden we hen erop voor om dit te ontvangen. Deze vertrouwelijke gesprekken worden, onder invloed van de vriendschap en de werking van de Heilige Geest, tot open kanalen van het apostolaat. «De woorden die op het juiste moment in het oor van een wankelende vriend worden gefluisterd; het oriënterend gesprek dat je op passende wijze wist uit te lokken; en de deskundige raad die het werk waaraan hij zich wijdt, zal verbeteren; alsook de discrete vrijmoedigheid, waardoor je voor hem onvermoede horizonten van apostolische ijver ontsluit... Dit alles vormt het 'apostolaat van het vertrouwelijk gesprek'.»15

Met de hulp van de genade is vriendschap overal toe in staat; hulp waar we de Heer om moeten smeken door gebed en versterving. Als wij ons geloof in Christus nooit voor hen hebben verzwegen, zullen ze het normaal vinden dat wij vaak met hen praten over wat het belangrijkste is in ons leven, op precies dezelfde manier waarop zij met òns praten over zaken die zíj als hoogst belangrijk beschouwen.

Onze Heer wil dat we vele vrienden hebben, want zijn liefde voor de mens is onbeperkt, en onze vriendschap is een middel om hen te bereiken. Onder alle mensen met wie wij elke dag omgaan, zijn er wellicht velen, die onbewust verlangen naar het licht van Christus. En hoe blij zijn wij elke keer, als een vriend van ons een vriend wordt van dé Vriend!

Jezus, die weldoende rondging16, en die de harten won van zovelen, is ons tot voorbeeld. Wij moeten op gelijke wijze rondgaan onder onze familieleden, collega's, buren en vrienden. Vandaag is het juiste moment om onszelf af te vragen of de mensen waarmee wij gewoonlijk in aanraking komen, als gevolg van ons voorbeeld en onze woorden, de behoefte voelen om dichter tot onze Heer te naderen. Zijn wij bezorgd voor hun zielen? Kan men werkelijk van ons zeggen dat wij, net als Jezus, ook in hun leven weldoende aanwezig zijn?

-1. Joh 15,13-15. -2. Joh 13,34. -3. Joh 11,3. -4. Joh 21,16. -5. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 116. -6. Mt 11,28. -7. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 8. -8. Sir 6,14-15. -9. Vgl. 2 Kor 2,13. -10. H. Jozefmaria Escrivá, Brief, 11 maart 1940. -11. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II, q23, a1. -12. Vgl. Katechismus van de Katholieke Kerk, 1941. -13. H. Augustinus, Belijdenissen, 6; Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II, q23, a1. -14. Paulus vi, Toespraak, 26 juli 1978. -15. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 973. -16. Hnd 10,38.





Nieuwsbrief & e-Book

naam:
e-mail adres:
Meer info ...

Betaal Informatie

iDeal

Klanten service

Bestellen
Per e-mail
Tel. (035) 694 63 50

Adres

Bezoek- en verkoopadres:
Stichting Leesgoed, Keizersgracht 218-B, Amsterdam
Dinsdag t/m donderdag van 10:30 tot 13:15 uur.
Zondag van 12:15 tot 13:15 uur