Dertiende week door het jaar. Maandag
49. De waarde van één rechtvaardige
-Terwille van tien rechtvaardigen zou God duizenden inwoners
van de twee steden hebben vergeven. -Onze deelname aan de oneindige verdiensten
van Christus. -We moeten zijn zoals lampen in de wereld.
49.1 De Heilige Schrift beeldt
Abraham, onze vader in het geloof, af als een rechtvaardige man in wie God zich
op zo'n bijzondere wijze verheugde, dat Hij hem de belofte van de verlossing
van de gehele mensheid toevertrouwde. De brief aan de Hebreeën spreekt met
ontroering en vreugde over deze heilige aartsvader en over al de rechtvaardigen
van het Oude Testament, die stierven zonder te hebben gekregen wat beloofd was,
maar die het heil slechts van verre gezien en begroet
hadden.1 De heilige Johannes Chrysostomus
tekent hierbij aan: «Dit is een vergelijking met zeevaarders op zee. Wanneer
zij in de verte de stad zien waarop ze aansturen, barsten zij uit in opgewonden
vreugdekreten, ofschoon ze de haven nog niet zijn binnengevaren.»2
Ofschoon de aartsvaders en de rechtvaardigen van vroeger tijden
in dit leven er niet toe kwamen te genieten van de verlossing die beloofd was,
of te delen in de eenheid met de Eniggeboren Zoon van God waarin wij ons nu
kunnen verheugen, behandelde Jahweh hen als grote vrienden en vertrouwde
volledig op hen. Om hun geloof en hun trouw zag Hij vaak de fouten van zovele
anderen van hun tijdgenoten over het hoofd. Velen uit die generaties werden
gered omdat zij vrienden waren van die vrienden van God. Toen, wegens de vele
zonden daar gepleegd, God zich de vernietiging van Sodom en Gomorra voornam,
deelde Hij deze gedachte mee aan Abraham.3
Abraham was van mening dat hij de verantwoordelijkheid voor deze mensen had: Abraham trad dan op Hem toe en zei: Wilt Gij werkelijk met de
boosdoeners ook de rechtvaardigen verdelgen? Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen
in de stad; zult Gij die dan verdelgen? Zult Gij de stad geen vergiffenis
schenken omwille van de vijftig rechtvaardigen die er wonen? Abraham is
vol vertrouwen in God. En God antwoordt: Als Ik in Sodom
vijftig rechtvaardigen in de stad vind, zal Ik omwille van hen de hele stad
vergiffenis schenken. Maar het bleek onmogelijk om die vijftig
rechtvaardigen te vinden. En Abraham moest zijn oorspronkelijk aantal
rechtvaardigen verminderen: Misschien ontbreken er aan de
vijftig rechtvaardigen vijf... En God sprak tot hem: Ik zal haar niet verwoesten als Ik er vijfenveertig vind.
Maar er waren er ook geen vijfenveertig. En Abraham ging door met een goed
woord te doen bij God: Misschien worden er veertig gevonden, dertig, twintig...
? Uiteindelijk werd het duidelijk dat er zelfs geen tien rechtvaardigen in die
stad waren. Bij de laatste keer dat Abraham zijn verzoek deed, had God gezegd: Ik zal die stad niet verwoesten, omwille van die tien. God
zou iedereen in de hele stad hebben vergeven uit liefde voor maar tien rechtvaardigen!
Dat is de waarde van vrome zielen in de ogen van God. Hij is bereid om voor hen
tot het uiterste te gaan.
De Heilige Schrift spreekt vaak over een zekere solidariteit
in het kwaad, in die zin dat de zonden van sommigen schade kunnen veroorzaken
aan de gehele gemeenschap.4 Maar Abraham
gebruikt dit verband andersom: hij vraagt aan God, die de rechtvaardigheid van
de vromen zo hoogacht, dat zij het mogen zijn die ervoor zorgen dat op iedereen
zegeningen neerkomen, ofschoon velen zondaars zijn. En God aanvaardt deze wijze
van aanpak van de aartsvader.
Wij kunnen vandaag mediteren over de vreugde van God wanneer
Hij ons ziet strijden om Hem trouw te zijn. We kunnen mediteren over de waarde
die onze inspanningen hebben, wanneer we die doen voor God. Dit is zelfs waar
voor onze meest onopvallende daden, daden waarvan wij denken dat niemand ze
ziet en die schijnbaar weinig voortreffelijks inhouden. God bekommert zich zeer
om hen die vechten voor de heiligheid. God verheugt zich om de heiligen; het is
ter wille van hen dat Hij zijn barmhartigheid en zijn vergiffenis uitstort over
anderen die wellicht zelf niets gedaan hebben om het te verdienen. Het is een
schitterend maar tegelijkertijd een waar mysterie, dat God zo'n behagen schept
in hen die onderweg zijn naar de heiligheid.
49.2 De profetische uitspraak dat
door de dood van één allen zouden worden gered5,
is vervuld in Jezus Christus. In Hem bereikt het mysterie van de menselijke
solidariteit een onvoorstelbare volheid. Niets kan of zal ooit zo aan God
behagen als het heilige offer van zijn leven dat Jezus opdroeg voor de redding
van allen en die zijn hoogtepunt bereikte op de Calvarieberg. «Opdat een
menselijke ziel een akte van liefde tot God van oneindige waarde zou kunnen
verrichten, was het noodzakelijk dat de ziel van die mens de ziel zou zijn van
een goddelijke Persoon. Zo was de ziel van het vleesgeworden Woord; zijn daad
van liefde verkreeg haar waarde in de goddelijke Persoon van het Woord, en was
dus in staat oneindige voldoening te geven en oneindige verdienste te
verkrijgen.»6
De heilige Thomas van Aquino leert dat Jezus Christus aan God
meer offerde dan werd vereist als rechtmatige schadeloosstelling voor de
beledigingen door de gehele mensheid begaan. En dit kwam tot stand door de grootheid
van de liefde waarmee Hij leed; door de waardigheid van het Leven dat hij
opdroeg ter voldoening voor alle mensen (want het was het leven van de
Mensgeworden God); door de afschuwelijkheid van het lijden dat Hij onderging.7 «De liefde van de lijdende Christus was groter dan
de boosaardigheid van degenen die Hem kruisigden, en daardoor was Christus in
staat, door zijn Passie, zelfs grotere voldoening te geven dan de belediging
van degenen die Hem kruisigden en ter dood brachten. Dit was in zo'n omvang het
geval, dat de Passie van Christus in zichzelf voldoende was en overvloedig
genoegdoening gaf voor de zonden van degenen die Hem kruisigden.»8 «Het volstond ook voor de zonden van de mensen van
alle tijden, voor zowel de erfzonde als voor de persoonlijke zonden van allen,
alsof een dokter een geneesmiddel moest klaarmaken waardoor alle ziekten konden
worden genezen, zelfs die welke nog moesten ontstaan.»9
Jezus Christus heeft volledige voldoening gegeven aan de
eeuwige liefde van de Vader.10 De Kerk heeft dit
altijd onderwezen.11 De liefde van Christus,
voor ons stervend op het Kruis, behaagde God meer dan alle zonden van alle
mensen te zamen Hem ooit kunnen mishagen. In zoverre wij onze wil vereenzelvigen
met de wil van God, verkrijgen we voor onszelf de verdiensten van Christus. Wij
bieden God genoegdoening aan door ons de liefde en de verdiensten van zijn Zoon
eigen te maken! De onvergelijkelijke waarde die, in de aanblik van God, een
enkele heilige man of vrouw heeft, is hierop gebaseerd. Ofschoon er elke dag
vele zonden worden begaan, zijn er tegelijkertijd velen die, niettegenstaande
hun armzaligheid, God met al hun krachten wensen te behagen.
Het doet er niet toe als ons leven niet opvalt, als we geen
duidelijk stempel op de wereld of zijn geschiedenis zetten; wat telt, is onze
beslissing trouw te zijn, de dagen van ons leven te veranderen in een offergave
aan God. Als we weten hoe ons te richten op God onze Vader, en Hem te bejegenen
met hetzelfde vertrouwen en dezelfde vriendschap als Abraham, zullen wij nooit
pessimistisch worden, ook al geven onze pogingen om God te dienen geen
resultaat waarop we ons kunnen beroemen. Welk een groot bedrog van de duivel
wanneer hij onze zielen probeert vol te stoppen met pessimisme als wij onze
schijnbaar karige successen bekijken! Aan de andere kant, hoe blij is de Heer,
wanneer Hij onze vastberaden dagelijkse strijd bemerkt, ons constante pogen
opnieuw te beginnen!
« 'Nam et si ambulavero in medio umbræ mortis, non timebo
mala' - Moest ik gaan door het dal van de schaduw des doods, kwaad zou ik niet
vrezen. Noch mijn ellende, noch de verlokkingen van de vijand zullen mij
bezighouden, 'quoniam tu mecum es' - want naast mij gaat Gij.»12 U bent altijd in mijn leven aanwezig, Heer.
49.3 Ik zal
de stad niet verwoesten, omwille van die tien. Tien rechtvaardigen
zouden genoeg geweest zijn! Mensen die werkelijk heilig zijn, zijn meer dan
genoeg om alle misdaden, euvels, jaloezie, gebrek aan trouw, verraad,
onrechtvaardigheid en zelfzucht goed te maken van de inwoners van een grote
stad. Als we één zijn met het verlossende offer van Jezus Christus zal God met
bijzonder meedogen naar onze verwanten, vrienden en bekenden kijken, die
misschien van de weg zijn afgedwaald door onwetendheid, dwaling, zwakheid, of
omdat zij niet de genaden hebben ontvangen die wij hebben ontvangen. We moeten
vaak proberen hetzelfde vriendelijke en aangename onderhandelen met Jezus vol
te houden dat Abraham volhield met Jahweh!: Kijk, Heer -zullen we tegen Hem
zeggen- deze mens is beter dan hij er uitziet. Hij heeft goede voornemens. Help
hem! En Jezus, die niettemin de werkelijke toestand kent, zal die persoon met
zijn genade aanraken uit achting voor onze vriendschap met Hem.
God schenkt bijzondere aandacht aan de smeekbeden van degenen
die Hem in de wereld toebehoren; aan de gebeden van kinderen, die met een hart
bidden dat geen slechtheid kent, en de gebeden van hen die als kinderen zijn;
aan de smeekbeden van de zieken die Hij dichter aan zijn hart houdt; aan de
gebeden van hen die Hem talloze malen hebben verteld dat zij geen andere wil
hebben dan de Zijne, dat zij Hem willen dienen te midden van hun normale
alledaagse werkzaamheden. Zij die streven één te zijn met Christus, schragen
werkelijk de wereld. En die éénheid wordt gewoonlijk niet getoond in uiterlijke
daden die de aandacht trekken. «Er zijn onvergelijkelijk meer daden waarvan de
belangrijkheid voor de maatschappij voorlopig verborgen blijft, dan zulke
zichtbare. Er is, bijvoorbeeld, een reusachtige menigte die haar hele bestaan
heeft besteed om zichzelf voor anderen te geven in de anonimiteit van het
huisgezin, de fabriek, het kantoor. Er zijn er die zichzelf hebben gegeven in
de anonimiteit van de biddende kloostergemeenschap; die zichzelf hebben
geofferd in de dagelijkse martelgang van een opgelopen ziekte. De dag dat alles
in de openbaarheid wordt gebracht, wanneer de Heer opnieuw komt, zal iedereen
de beslissende rol zien die de nederigen en onopvallenden hebben gespeeld in de
ontplooiing van de geschiedenis van de wereld, in weerwil van alle schijn van
het tegengestelde. En dit zal ook een reden van vreugde zijn voor de zaligen,
die er een onderwerp van eeuwigdurende lof tot de God die driemaal heilig is,
aan zullen ontlenen.»13
De heilige Paulus zegt tegen de eerste christenen dat zij schitteren als sterren in het heelal14, alle mensen verlichtend met het licht van
Christus. God ziet neer vanuit de hemel op onze aarde en verheugt zich in
diegenen die een gewoon normaal leven leiden, maar zich bewust zijn van de
waardigheid van hun christelijke roeping. God is vervuld van vreugde als Hij
ons werk overweegt -bijna altijd gering en van weinig gewicht in de ogen van de
wereld- als Hij ziet dat wij trachten trouw te zijn.
-1. Heb 11,13. -2. H. Johannes Chrysostomus, Preken
over de Brief aan de Hebreeën, 2,3. -3. Eerste
lezing, Jaar I. Gn 18,26. -4. Vgl. Joz 7,16-26. -5. Jes 53,1 ss.
-6. R. Garrigou-Lagrange o.p., De Verlosser. -7. Vgl. H. Thomas van
Aquino, Summa Theologiae, III, q48,
a2. -8. Ibidem. -9. Ibidem,
49,1. -10. Vgl. Johannes Paulus ii, Enc. Redemptor hominis, 4 maart 1979. -11. Vgl. Pius xii, Humani generis,
Denz-Sch 2318/3891. -12. H. Jozefmaria
Escrivá, De Smidse, 194.
-13. Johannes Paulus ii, Homilie, 11 februari 1981. -14. Fil
2,15.
|