Negende week door het jaar. Zaterdag
18. De waarde van het kleine
-De aalmoes van de arme weduwe. Wat belangrijk is voor God.
-De liefde geeft waarde aan datgene wat in zichzelf klein en van gering belang
is. Lauwheid en onverschilligheid in het kleine. -Heiligheid is een 'weefsel
van kleinigheden'. Het groeien in de deugden, en de kleine dingen.
18.1 De heilige Marcus vertelt
ons in het evangelie van vandaag1, dat Jezus
tegenover de offerkist van de Tempel zat en naar de mensen keek die er geld in
deden. Het tafereel speelt zich af in een van de voorhoven, in de zogenaamde
'schatkamer' of 'zaal van de offergaven'; de dagen van het lijden en sterven
van Christus zijn al nabij.
Over de velen die grote bedragen gaven, maakte de Heer niet
de minste opmerking. Jezus zag echter een vrouw naderbij komen in klassieke
weduwenkledij, met het duidelijk voorkomen van een arme vrouw. Zij had
misschien wel gewacht totdat de menigte was verdwenen, en liet twee kleine
munten in de kist vallen; van de munten die in omloop waren, waren het die met
de kleinste waarde. De heilige Marcus verduidelijkt voor de niet-joodse lezers,
tot wie hij in het bijzonder zijn evangelie richt, de echte waarde van deze
munten. Hij wil de aandacht van allen vestigen op de geringe waarde die ze
vertegenwoordigen. In menselijk opzicht had deze aalmoes heel weinig waarde: de
twee munten vormden samen een 'kwart', dat wil zeggen het vierde deel van een
'as'. Deze munt was op zijn beurt het zestiende deel van een 'denarius', die de
basiseenheid was. Een denarie was het dagloon van een landarbeider. Er konden
weinig dingen gekocht worden voor een 'kwart'.
Als iemand een overzicht zou hebben bijgehouden van de gaven
die die dag in de Tempel waren geofferd, had hij misschien kunnen denken dat
het niet de moeite waard was de aalmoes van deze vrouw te noteren. En uiteindelijk
was deze aalmoes de allerbelangrijkste! Ze was God zo aangenaam, dat Jezus zijn
leerlingen die zich rondom verspreid hadden, bij elkaar riep, om te leren van
de les van deze weduwe. Die koperstukken maakten nauwelijks geluid, maar Jezus
nam duidelijk de liefde zonder woorden van deze vrouw waar, die aan God al haar
spaargeld gaf. Voorwaar, Ik zeg u: die arme weduwe heeft
het meest geofferd van allen die iets in de offerkist wierpen; allen wierpen ze
er iets in van hun overvloed, maar zij offerde van haar armoe al wat ze bezat,
alles waar ze van leven moest.2
Wat een verschil is er dikwijls tussen wat voor God
belangrijk is en wat belangrijk is voor ons mensen. Wat een verschil in
maatstaven. Op ons maakt gewoonlijk het opvallende indruk, het grootse, het
verbazingwekkende. Terwijl het evangelie ons overvloedig getuigenissen heeft
nagelaten, dat God geroerd wordt door kleine liefdevolle details, die binnen
ieders bereik liggen. Hij wordt ook geraakt door de gebeurtenissen die wij van
groot belang achten, maar alleen als deze gebeurd zijn in de juiste geest van
oprechtheid, van nederigheid en van liefde. De apostelen, die later het
fundament van de Kerk zouden worden, vergaten de les van die dag niet. Die
vrouw heeft ons allen geleerd hoe wij iedere dag het hart van God kunnen raken
met het enige wat wij gewoonlijk tot onze beschikking hebben: kleine dingen.
«Heb je niet gezien uit wat voor 'kleinigheden' de menselijke liefde bestaat?
-Welnu, de goddelijke Liefde bestaat ook uit 'kleinigheden'.»3
Wij leren bovendien in deze passage van het evangelie de echte
waarde van de dingen. Wij kunnen elke gebeurtenis -ook al lijkt ze van geen
belang- veranderen in iets dat God zeer welgevallig is. En, omdat het Hem
welgevallig is, in iets waardevols. Slechts datgene, wat wij voor God
welgevallig maken, heeft werkelijke, waarachtige en eeuwige waarde.
Vandaag kunnen wij in ons gebed overwegen, hoe groot het
aantal gelegenheden is die zich aan ons voordoen, om God iets welgevalligs aan
te bieden. «Grote gelegenheden om God te dienen doen zich zelden voor, maar
kleine gelegenheden voortdurend. Begrijp dan, dat hij die getrouw is in weinig,
aangesteld zal worden over veel. Doe dus alle dingen ter ere van God, en je
zult alles goed doen: of je nu eet, of je nu drinkt, of je slaapt of je
ontspant, of aan het spit draait; als je deze huiselijke bezigheden weet uit te
buiten, zul je veel vooruitgaan in de ogen van God, wanneer je dit alles doet
omdat God wil dat je het zo doet.»4
18.2 Het zijn de kleine dingen
die een werk vervolmaken, en daardoor waardig maken om aan de Heer aangeboden
te worden. Het is niet voldoende dat wat we doen, goed is (werk, gebed...), maar
het moet ook helemaal af zijn. Om de deugd te verkrijgen -leert de heilige
Thomas van Aquino- is het noodzakelijk om op twee zaken te letten: op wat je
doet en op de wijze waarop je het doet.5 En wat
betreft de wijze waarop je iets doet: bij het beeldhouwen, het schilderen, enz.
maakt de 'final touch' van het werk een meesterwerk. Daarentegen is klungelig
en onbeholpen knoeiwerk een teken van geestelijke futloosheid en lauwheid bij
de christen, die heilig moet worden met zijn werk van iedere dag: Ik ken uw daden: gij hebt de naam dat gij leeft, maar gij zijt
dood... Geen van uw daden heb Ik volwaardig bevonden
voor het oog van mijn God.6 De eigen aard
van de christelijke roeping vereist de zorg voor de kleine dingen: deze roeping
bestaat er immers in, Jezus na te volgen in zijn jaren te Nazaret, die lange
jaren van arbeid, van gezinsleven, van vriendschappelijke omgang met de mensen
van zijn volk. De kleine dingen met liefde doen omwille van God, dat vraagt
aandacht, offer en edelmoedigheid. Een afzonderlijke kleinigheid mag dan wel
niet belangrijk zijn: «Wat klein is, is klein; maar hij die getrouw is in het
kleine, is groot.»7
Liefde is dat wat het kleine groot maakt.8 Als deze liefde zou ontbreken zou het streven naar
zorg voor de kleine dingen geen zin hebben: het zou een obsessie of farizeïsme
worden; men zou tienden van mint, dille en komijn voldoen -zoals de Farizeeën-,
en het gevaar lopen de wezenlijkste punten van de wet te veronachtzamen, die
van rechtvaardigheid en barmhartigheid. Ook al lijkt wat wij kunnen aanbieden,
weinig -zoals de aalmoes van die arme weduwe-, het krijgt een grote waarde als
wij het op het altaar leggen, en het verenigen met het offer van zichzelf dat
Christus aanbiedt aan de Vader. Dan «wordt onze nederige gave -op zichzelf
onbetekenend, zoals de olie van de weduwe van Sarepta of het muntje van de arme
weduwe- aanvaardbaar in de ogen van God door haar vereniging met het offer van
Jezus.»9 Op andere momenten zijn de kleine
dingen, zowel in het werk, de studie, als in onze betrekkingen met anderen, de
bekroning van iets goeds dat zonder deze kleinigheid onvolledig zou blijven.
Een van de duidelijkste aanwijzingen dat we de weg van de
lauwheid betreden, is dat we weinig waarde toekennen aan de kleine dingen in
ons vroomheidsleven, aan de details in ons werk, aan kleine en concrete daden
van deugdzaamheid. Door deze kleinigheden te verwaarlozen houden wij
uiteindelijk ook op aandacht te schenken aan de grote dingen. «Het ongeluk is
des te noodlottiger en ongeneeslijker wanneer we nauwelijks merken dat we
afglijden naar de diepte, en het slechts langzaam duidelijk wordt [...]. Dat we
in deze toestand de doodsklap geven aan ons geestelijk leven, is een duidelijke
zaak voor iedereen.»10 Aan de andere kant blijkt
de liefde voor God uit onze vindingrijkheid, ons enthousiasme en onze inspanning
om in alles een gelegenheid te vinden voor de liefde tot God en de
dienstbaarheid aan de ander.
18.3 De Heer is niet
onverschillig voor een liefde die zich uit in de details. Het is Hem,
bijvoorbeeld, niet onverschillig, of we Hem als eerste groeten wanneer we een
kerk binnengaan, of wanneer we er langs komen; of we ons inspannen om op tijd
te zijn (beter een paar minuten te vroeg) voor de heilige mis; of we de kniebuiging
voor Hem in het tabernakel goed uitvoeren of niet; hoe onze lichaamshouding is
en of we ingetogen zijn in zijn aanwezigheid... Bovendien, wanneer we iemand
met devotie een kniebuiging zien maken voor het tabernakel, is het gemakkelijk
om te denken: die heeft geloof en bemint God. En dit gebaar van aanbidding
helpt de anderen om meer geloof en liefde te hebben. «Het komt jullie misschien
voor, dat de liturgie bestaat uit kleine dingen: lichaamshouding,
kniebuigingen, hoofdbuigingen, de beweging van het wierookvat, van het missaal,
van de ampullen. Dan moeten jullie je de woorden van Christus in het evangelie
herinneren: Wie betrouwbaar is in het kleinste, is ook
betrouwbaar in het grote (Lc 16,10). Aan de andere kant, niets is klein
in de heilige liturgie, als we denken aan de grootheid van diegene tot wie zij
zich richt.»11
De geest van versterving bestaat voor ons gewoonlijk uit kleine
offertjes gedurende de dag: volharding in de strijd bij het bijzonder
gewetensonderzoek, matigheid bij de maaltijden, stiptheid, vriendelijkheid in
de omgang, op tijd opstaan, niet ophouden met een taak ook al valt deze ons
zwaar en is het enthousiasme over, orde en zorg voor onze werktuigen, met
dankbaarheid opeten wat ons opgediend wordt, zonder toe te geven aan onze grillen...
Om de deugd van de liefde elke keer op een fijnzinnigere en
heldhaftigere wijze te beleven, zal het noodzakelijk zijn om af te dalen naar
de kleine en onaanzienlijke details van het dagelijks leven. «De plicht van de
broederliefde tegenover alle zielen zal ervoor zorgen, dat je het apostolaat
van de kleine dingen gaat beoefenen, zonder het te merken: met een ware drang
om te dienen, zodat de weg hun aangenaam zal voorkomen.»12 In sommige gevallen zal dit betekenen, dat we
werkelijk belang zullen moeten stellen in wat er ons verteld wordt; in andere
gevallen, dat we onze persoonlijke zorgen opzij zullen moeten zetten, om
aandacht te geven aan diegenen die met ons samenleven; dat we niet kwaad worden
over onbelangrijke zaken; dat we niet lichtgeraakt zijn, dat we hartelijk zijn;
we zullen hulp moeten bieden, wellicht onopgemerkt, om iemands last te
verlichten; God iets vragen voor een persoon die het nodig heeft; alle onnodige
uitingen van kritiek vermijden; we zullen altijd dankbaar moeten zijn...: dingen
die binnen ieders bereik liggen. En zo gaat het ook bij alle andere deugden.
Als we op het kleine letten, zullen we alle dagen ten volle leven,
zullen we aan elk moment de betekenis hechten, dat we ons aan het voorbereiden
zijn op de eeuwigheid. Laten we daartoe heel vaak de hulp van Maria inroepen.
Laten we het dikwijls zeggen: Heilige Maria, moeder van
God, bid voor ons nu, in elke gewone en kleine omstandigheid van ons
leven.
-1. Mc 12,38-44. -2. Mc 12,43-44. -3. H.
Jozefmaria Escrivá, De Weg, 824. -4. H. Franciscus van Sales, Inleiding
tot het innerlijk leven, iii,
34. -5. Vgl. H. Thomas van Aquino, Quodlibetales, iv,
a19. -6. Apok 3,1-2. -7. H. Augustinus,
Over de christelijke leer, 14,35. -8. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 814. -9. Johannes Paulus
ii, Homilie, 7 november 1982. -10. B. Baur, Die häufige Beichte.
-11. Paulus vi, Toespraak,
30 mei 1967. -12. H. Jozefmaria Escrivá,
De Voor, 737.
|