Woensdag in de Goede Week
Het Lijden van onze Heer
43. DE WEG NAAR cALVARIË
-Jezus heeft het kruis op de rug en gaat door de straten van
Jeruzalem. Simon van Cyrene. -Jezus gaat zijn weg naar Calvarië in gezelschap
van schurken. Manieren om het kruis te dragen. -De ontmoeting met zijn
allerheiligste Moeder.
43.1 Na een nacht van
smarten, beledigingen en verachting wordt Jezus, haveloos, in lompen, na de
vreselijke marteling van het geselen, weggevoerd om gekruisigd te worden. Daarop
liet hij omwille van hen Barabbas vrij, maar Jezus liet hij geselen en gaf Hem
over om gekruisigd te worden1, meldt het evangelie van de heilige Matteüs zonder omhaal
van woorden.
Het volk doet niet mee met een uitwisseling tegen
Barabbas, een uitwisseling van een onschuldige tegen iemand die schuldig was
aan roofmoord. Jezus is veroordeeld tot het ondergaan van een vreselijke
kastijding en tot een doodstraf die alleen misdadigers ten deel viel. Het duurt
niet lang of allen zien dat Hij veel te afgemat is om het kruis op zijn
schouders naar Calvarië te dragen. Een man, Simon van Cyrene, die op weg naar
huis is, wordt gedwongen het kruis te dragen.
Waar zijn de leerlingen gebleven? Jezus had hun gesproken
over het opnemen van het kruis2, en allen hadden stellig verzekerd bereid te zijn met Hem
mee te gaan tot aan de dood.3 Nu komt er echter niet één naar Hem toe die Hem helpt het
kruishout naar de executieplaats te dragen. Het moet gedaan worden door een
vreemdeling die er met geweld toe gedwongen wordt. Rond de Heer is geen enkel
vriendengezicht en niemand wil zich in de zaak mengen. Zelfs degenen die
weldaden ontvingen of genezen werden, willen nu onopgemerkt blijven. Zo gaat
tot de laatste letter de profetie in vervulling van Jesaja die eeuwen eerder
gezegd had: Ik heb geheel alleen de wijnpers getreden en van mijn volk was
er niemand om mij te helpen... Ik keek rond, er was geen helper; ik was verbaasd,
want niemand ondersteunde mij.4
Simon krijgt het ene uiteinde van het kruis en legt het op
zijn schouders. Het andere, zwaardere uiteinde, het deel van de onbeantwoorde
liefde, het kruisdeel van de zonde van elke mens, draagt Christus, alleen.
Er is een uitzondering in de verlatenheid waarin de Heer zich
bevindt. Wij kennen haar uit de overlevering onder de naam Veronica. Zij komt
naar voren met een doek om het gelaat van Jezus af te wissen. «De doek van
Veronica is het symbool van het ontroerende tweegesprek tussen Christus en de
berouwvolle ziel. Veronica beantwoordde de liefde van Christus met haar
eerherstel, een bijzonder bewonderenswaardig eerherstel, want het werd gebracht
door een zwakke vrouw die de woede van Christus' vijanden niet vreesde [...]. Zal
het gelaat van Christus net zo op mijn ziel afgedrukt worden als op de doek van
Veronica?»5
De Heer vervolgt zijn weg, een heel klein beetje getroost. De
weg is echter bochtig en de grond ongelijk. Zijn krachten nemen steeds meer af.
Niemand vindt het vreemd dat Jezus valt. Een, twee, drie keer. Hij valt, en
staat met grote moeite weer op. Een paar meter verder struikelt Hij opnieuw.
Door zich weer op te richten toont Hij zijn grote liefde voor ons. Als Hij valt
drukt Hij zijn grote verlangens uit naar onze wederliefde.
«Het is niet te laat, alles
is nog niet verloren... Ook al lijkt het jou zo. Ook al herhalen dit duizenden
onheilspellende stemmen. Ook al omringen jou spottende en ongelovige blikken...
Je bent op het goede moment aangekomen om het kruis op je te nemen: de
Verlossing heeft nog steeds plaats -nu- en Jezus heeft heel veel Simons
van Cyrene nodig.»6
43.2 Wat later tijdens
deze tocht naar Calvarië komt Jezus langs een groep vrouwen. Zij wenen om Hem.
Hij troost hen en doet een «oproep tot bekering, tot werkelijke spijt, tot
berouw, over het waarlijk begane kwaad.
Tot de dochters van
Jeruzalem die bij zijn aanblik wenen, zegt Hij: Weent niet over Mij,
maar weent over uzelf en over uw kinderen (Lc 23,28).
We mogen niet alleen de oppervlakte van het kwaad van ons verwijderen, we
moeten het met wortel en al uitrukken, de oorzaken wegnemen, tot in het diepst
van het geweten [...]. Heer, leer mij leven en gaan in waarheid.»7 Als onderdeel van
de stoet en om zijn dood nog vernederender te maken, trekken met Jezus ook twee
schurken mee. Iemand die net aankwam en de stoet zag, zou drie mannen zien,
ieder belast met zijn kruis, op weg naar zijn dood. Slechts één van de drie
echter is de Redder van de wereld, één Kruis maar is verlossend.
Ook vandaag kent het kruis verschillende vormen. Er is een
kruis dat knarsetandend opgenomen wordt; waar de mens zich met haat, of
tenminste met wrevel, tegen keert. Het is een kruis zonder zin, zonder
verklaring, zonder nut. Het brengt zelfs verwijdering van God teweeg. Het is
het kruis van hen die in deze wereld alleen op zoek zijn naar gemak, naar materieel
welzijn, die geen verdriet of onverwachte tegenslagen verdragen, omdat ze de
bovennatuurlijke betekenis van het lijden niet willen begrijpen. Het is een
kruis dat geen verlossing brengt: het is het kruis van een van die misdadigers.
Op weg naar Calvarië is er ook een tweede kruis dat met
gelatenheid gedragen wordt, misschien ook met enige waardigheid. Een kruis dat
aanvaard wordt, omdat er geen andere oplossing is. Dat is het kruis van de
andere moordenaar, die zich beetje bij beetje rekenschap geeft, dat heel dicht
bij hem de figuur van de soevereine Christus is, die zijn laatste ogenblikken
hier op aarde totaal zal veranderen: en ook zijn lot in de eeuwigheid. Dat is
de man die zich zal bekeren tot de goede moordenaar.
Er is nog een derde manier om het kruis te dragen. Jezus
omhelst het verlossende kruis en leert ons daarmee hoe wij het onze op moeten
nemen. Met liefde, als medeverlossers van alle zielen met Hem, door eerherstel
te brengen voor onze eigen zonden. De Heer heeft aan het leed een diepe betekenis
gegeven. Hij had ons op heel veel manieren kunnen verlossen, maar Hij deed het
door te lijden, want niemand heeft groter liefde dan hij die zijn leven
geeft voor een ander.8 Heilige mensen hebben ontdekt dat leed, lijden, tegenslag
niet langer iets negatiefs zijn, als ze niet alleen het kruis zien, maar ook
Jezus die voorbij komt om ons te ontmoeten.
«Mijn God, maak dat ik de zonde verafschuw, en dat ik mij met
U verenig door het Heilig Kruis te omhelzen, om op mijn beurt uw
allerbeminnelijkste Wil te vervullen..., ontbloot van alle aardse gehechtheid,
zonder ander oogmerk dan uw glorie..., edelmoedig, zonder ook maar iets voor
mijzelf achter te houden, door mij te zamen met U als een volmaakt brandoffer
op te dragen.»9 Simon
van Cyrene leerde Jezus kennen door het kruis.
De Heer zal hem voor zijn hulp belonen door ook zijn twee
zoons het geloof te schenken, Alexander en Rufus.10 Zij zouden spoedig tot die
uitzonderlijke christenen van het eerste uur behoren. We kunnen aannemen dat
Simon van Cyrene later een trouwe leerling geweest zal zijn, die in achting
gestaan zal hebben bij de eerste christengemeente van Jeruzalem. «Alles begon
bij een onverwachte ontmoeting met het Kruis. Ik openbaarde Mij aan wie niet
naar Mij vroegen, en liet Mij vinden, door wie Mij niet zochten (Jes 65,1). -Soms verschijnt het Kruis zonder dat wij
het zoeken: het is dan Christus die naar ons vraagt. En mocht het hart afkeer
tonen van dit onverwachte, juist daarom nog somberder Kruis... geef het dan geen
vertroostingen. En als het er toch om vraagt, zeg het dan langzaam in een edel
medegevoel en vertrouwelijk: hart, hart aan het Kruis, hart aan het Kruis.»11
De overweging van vandaag biedt een goede gelegenheid om
onszelf af te vragen hoe we tegenslagen en leed verdragen. Een goede gelegenheid
om te onderzoeken of we dichter bij Christus komen, of we met Hem
medeverlossers zijn, of we de tegenslagen gebruiken om onze schulden uit te
boeten.
43.3 «De Heer ging zijn weg,
de rug gebogen onder de last van het kruis, de ogen gezwollen, blind van tranen
en bloed. Hij gaat langzaam en moeizaam voort, nu Hij zo verzwakt is. Met
bevende knieën loopt Hij achter zijn twee lotgenoten in de doodstraf. En de
Joden lachen, de beulen en de soldaten duwen Hem voort.»12 In het vierde droevige geheim van de rozenkrans
richten we onze gedachten op Jezus die zijn kruis draagt naar Calvarië. «Wij
zijn bedroefd bij het beleven van het lijden van onze Heer Jezus. -Kijk met
hoeveel liefde Hij het kruis omhelst. -Leer dat van Hem. -Jezus draagt zijn
kruis voor jou. En jij, draag jij het voor Jezus? Laat het kruis echter niet
slepen... Pak het volle gewicht ervan op, omdat jouw kruis, als je het zo oppakt,
niet zomaar een kruis is: dan wordt het... het Heilig Kruis [...]. -Jij zult zeker,
net als Hij, Maria onderweg ontmoeten.»13
In de kruisweg overwegen we
dat in één van die steegjes Jezus zijn Moeder ontmoet. De stoet stopt een
moment. «Maria kijkt naar Jezus met een onmetelijke liefde, en Jezus kijkt naar
zijn Moeder; hun ogen ontmoeten elkaar, en ieders hart stort in het andere zijn
eigen smart. De ziel van Maria is overstroomd met droefheid, de droefheid van
Jezus Christus. Ach! Gij die langs komt: Kijk en zie of er een smart is die
gelijk is aan de mijne (Klaagl 1,12). Maar niemand
heeft het opgemerkt, niemand let erop: alleen Jezus. [...] In de duistere
eenzaamheid van de Passie biedt Onze Lieve Vrouw haar Zoon een balsem aan van
tederheid, van eenheid en getrouwheid: een ja jegens de goddelijke Wil.»14 De Heer vervolgt zijn weg en Maria vergezelt Hem op
een paar meter afstand naar Calvarië. De voorspelling van Simeon ging in
vervulling met volmaakte nauwkeurigheid.
«Welke man zou niet
huilen als hij de Moeder van Christus zou zien in zo'n wrede marteling!
Haar Zoon is gewond... En wij blijven op een afstand staan, laf, en verzetten ons
tegen de Wil van God. Mijn Moeder en Meesteres! Leer mij een ja uit te
spreken dat, evenals het uwe, zich volledig vereenzelvigt met de roep van Jezus
tot zijn Vader: Non mea voluntas, niet mijn wil... (Lc 22,42), maar die van God.»15
Als we gekweld worden door smart en droefheid, laten we onze
toevlucht nemen tot Maria, Mater dolorosa. Zij zal ons sterk maken. Zij
zal ons leren deze smart en deze droefheid in vrede en rust te heiligen.
-1. Mt 27,26. -2. Mt 16,24. -3. Mt
26,35. -4. Jes 63,3 en 5. -5. J.
Ablewicz, Gij zult mijn getuigen zijn. -6. H. Jozefmaria Escrivá, De Kruisweg,
vijfde statie, 2. -7. Karel Wojtyla,
Teken van tegenspraak, De Kruisweg, achtste statie. -8. Joh
15,13. -9. H. Jozefmaria Escrivá,
o.c., negende statie. -10. Vgl. Mc 15,21. -11. H. Jozefmaria Escrivá, De Kruisweg,
vijfde statie. -12. Luis de la Palma,
La pasión del Señor, bl. 168. -13. H.
Jozefmaria Escrivá, De Heilige Rozenkrans, vierde droevige
geheim. -14. Idem, De Kruisweg,
vierde statie. -15. Ibidem, vierde statie, 1.
|