Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vierde zondag door het jaar (A)

25. De weg van de Zaligsprekingen

-De zaligsprekingen, de weg naar heiligheid en geluk. -Ons geluk komt van God. -We zullen onze vreugde niet verliezen als we in alles de Heer zoeken.

25.1 Een geweldige menigte die van alle kanten is samengedromd, omringt de Heer. Ze hopen van Hem zijn reddende leer te horen, die zin aan hun leven zal geven. Toen Jezus deze menigte zag, ging Hij de berg op, en nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem. Hij nam het woord en onderrichtte hen.1

De Heer benut deze gelegenheid om een diepgaand beeld te geven van de ware leerling: Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen. Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden. Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten...

Het is niet moeilijk ons voor te stellen welke indruk deze woorden van de Heer op zijn toehoorders gemaakt moeten hebben. Vele van hen waren wellicht ontsteld en enkelen zelfs teleurgesteld. Jezus had zojuist een uiteenzetting gegeven van de nieuwe geest die Hij op aarde was komen brengen; een geest die een volledige verandering inhield van de gebruikelijke menselijke waarden, zoals die van de Farizeëen, die aards geluk als zegen en beloning van God, en ongeluk en tegenslag als een straf beschouwden.2 In het algemeen «had de mens uit de oudheid, ook in het volk van Israël, rijkdom, genot, achting, macht gezocht en beschouwde hij dit alles als bron van alle geluk. Jezus stelt een totaal andere weg voor. Hij verheerlijkt en prijst armoede, zachtmoedigheid, barmhartigheid, zuiverheid en nederigheid zalig.»3

Als wij thans in ons gebed deze woorden van de Heer wederom overwegen, zien we dat er ook in onze dagen nog mensen ontsteld raken door dit contrast: de beproevingen die bij de weg van de zaligsprekingen horen, en het geluk dat Jezus belooft. «De fundamentele gedachte die Jezus zijn toehoorders duidelijk wilde maken, was: alleen het dienen van God maakt de mens gelukkig. Temidden van armoede, lijden, verlatenheid, kan de ware dienaar van God met de heilige Paulus zeggen: mijn vreugde overheerst in al mijn tegenspoed. Daarentegen kan iemand diep ongelukkig zijn, ook al baadt hij in weelde en bezit hij alle aardse genoegens.»4 Niet voor niets volgt in het evangelie van de heilige Lucas, na de zaligsprekingen, deze uitroep van de Heer: Maar wee u, rijken, want wat u vertroost, hebt ge al ontvangen. Wee u, die nu verzadigd zijt [...]. Wee u, wanneer alle mensen met lof over u spreken, want hun voorvaderen deden hetzelfde met de valse profeten!5

Degenen die de Heer aanhoorden begrepen heel goed, dat deze zaligsprekingen geen verschillende categorieën mensen opsomden, dat zij niet het heil beloofden aan bepaalde maatschappelijke groeperingen, maar dat zij onmiskenbaar duidden op de religieuze gesteldheid en het morele gedrag dat Jezus van iedereen vraagt die Hem wil volgen. «Dat wil zeggen, de armen van geest, de zachtmoedigen, diegenen die treuren [...], doelen niet op onderling verschillende mensen, maar zijn als het ware verschillende vereisten van heiligheid, gericht tot iedereen die Christus' leerling wil zijn.»6

De zaligsprekingen als geheel wijzen naar één en hetzelfde ideaal: de heiligheid. Laten wij, nu we vandaag weer in heel hun radicaliteit de woorden van de Heer beluisteren, ons streven naar heiligheid als spil van heel ons leven hernieuwen. Want «onze Heer Jezus Christus heeft het goede nieuws aan allen, zonder enig onderscheid, verkondigd. Eén enkele kookpot en één enkele spijs: Mijn spijs is, de wil te doen van Hem die Mij gezonden heeft, en zijn werk te volbrengen (Joh 4,34). Hij roept ieder individueel tot heiligheid en vraagt iedereen liefde: jongeren en grijsaards, alleenstaanden en gehuwden, gezonden en zieken, ontwikkelden en onwetenden, waar ze ook maar werken, waar ze ook maar wonen.»7 Wat onze levensomstandigheden ook mogen zijn, we moeten weten dat we uitgenodigd zijn om de volheid van het christelijke leven te beleven. Verontschuldigingen zijn onmogelijk, we kunnen niet tegen de Heer zeggen: Wacht tot dit probleem is opgelost, tot ik genezen ben van deze ziekte, tot ik niet meer lijd onder laster of vervolging..., dan zal ik echt beginnen te streven naar heiligheid. We zouden ons jammerlijk vergissen als we die moeilijke omstandigheden niet zouden benutten om ons meer met de Heer te verenigen.

25.2 We mishagen God niet als we de gepaste middelen aanwenden om pijn, ziekte, armoede en onrecht te vermijden..., maar de zaligsprekingen leren ons dat het echte welslagen van ons leven, gelegen is in het beminnen en vervullen van Gods wil voor ons. Ze tonen ons tegelijkertijd de enige weg die de mens kan leiden naar de volle menselijke waardigheid, zoals die met zijn natuur overeenkomt. In een tijd waarin zoveel dingen leiden tot persoonlijke vernedering en verlaging, zijn de zaligsprekingen een uitnodiging tot een rechtschapen en waardig leven.8 Als wij daarentegen ten koste van alles lijden en tegenspoed -alsof het een absoluut kwaad zou zijn- van ons af trachten te schudden, of menselijk succes als een doel op zichzelf zoeken, dan bewandelen we wegen waarop Gods zegen niet kan rusten en die niet tot geluk leiden.

'Zalig' betekent 'gelukkig', 'vervuld van geluk', en bij elke zaligspreking «belooft Jezus vooreerst het geluk en wijst Hij de middelen aan om het te bereiken. Waarom zou de Heer in de eerste plaats spreken over het geluk? Omdat in alle mensen een onweerstaanbaar verlangen naar geluk bestaat; dat is het doel waarop al hun handelen is gericht; maar ze zoeken het geluk vaak waar het niet te vinden is, waar ze alleen ellende zullen vinden.»9

De Heer wijst ons hier de wegen aan om onbegrensd en oneindig gelukkig te zijn in het eeuwige leven, en ook in dit leven, door een volwaardig leven, dat in overeenstemming is met onze menselijke natuur. Het zijn wegen die sterk afwijken van die welke de mens zo vaak pleegt te kiezen.

Zoekt de Heer, gij allen, ootmoedigen van het land, die zijn geboden naleeft [...]. Ik laat onder u nog slechts een ootmoedig, bescheiden volk bestaan dat zijn toevlucht vindt bij de naam van de Heer, zo lezen we in de eerste lezing van de mis van vandaag.10

Armoede van geest, honger naar rechtvaardigheid, barmhartigheid, zuiverheid van hart, verdragen dat we afgewezen worden omwille van het evangelie: het zijn allemaal tekenen van dezelfde houding van de ziel: bouwen op God. En dàt is de houding die ons ertoe aanzet absoluut en onvoorwaardelijk op God te vertrouwen. Het is de houding van degene die zich niet tevreden stelt met de goederen en vertroostingen van deze wereld, maar die zijn uiteindelijke hoop gevestigd heeft op iets dat verder gaat dan deze goederen, die armzalig en nietig zijn voor zulk een groot vermogen als dat wat het menselijk hart bezit.

Zalig de armen van geest... En in het Magnificat van Maria horen we: Die hongeren overlaadt Hij met gaven, en rijken zendt Hij heen met lege handen.11 Hoevelen worden niet tot ledige mensen, omdat ze zich voldaan voelen met hetgeen zij reeds hebben! De Heer nodigt ons uit, niet tevreden te zijn met het geluk dat enkele vergankelijke goederen ons kunnen geven, maar Hij spoort ons aan te verlangen naar die goederen die Hij voor ons heeft bereid.

25.3 Jezus zegt tegen degenen die Hem volgen -toen én nu- dat het geen belemmering zal zijn om zich gelukkig te voelen, als de mensen u beschimpen, vervolgen en lasterlijk van allerlei kwaad betichten om Mijnentwil. Verheugt u en juicht want groot is uw loon in de hemel.12 Zoals niets van deze aarde ons het geluk kan geven waarnaar ieder mens zoekt, zo kan, als we verenigd zijn met God, niets ons ervan beroven. Ons geluk en onze volheid komen van God. «O gij die het gewicht van het kruis zwaarder voelt drukken! Gij die arm zijt en verlaten, gij die bedroefd zijt, die vervolgd wordt omwille van de gerechtigheid, gij die stilgezwegen wordt, die pijn hebt zonder dat anderen het weten, vat moed. Gij zijt de uitverkorenen in het koninkrijk van God, het koninkrijk van de hoop, van de goedheid en van het leven. Gij zijt de broeders van de lijdende Christus, en samen met Hem zult ge, als ge het wilt, de wereld redden.»13

Laten we God bidden dat Hij onze ziel verandert, een radicale verandering teweegbrengt in onze maatstaven ten aanzien van geluk en ongeluk. We zijn noodzakelijkerwijze gelukkig als we open staan voor Gods wegen in ons leven, en als we het goede nieuws van het evangelie aanvaarden.

En dit evenzeer, wanneer anderen alle goederen lijken te verwerven die men in dit korte leven kan bereiken. De heilige Basilius zei dat we de rijke niet zonder meer vanwege zijn rijkdom voor gelukkig moeten houden, noch de machtige vanwege zijn gezag en waardigheid, noch de sterke vanwege zijn lichamelijke gezondheid of de geleerde vanwege zijn welsprekendheid. Al deze dingen zijn instrumenten van de deugdzaamheid voor degenen die ze op een juiste manier gebruiken; maar in zichzelf bevatten ze niet het geluk.14 We weten dat diezelfde weldaden heel vaak aanleiding tot kwaad en ongeluk worden voor degene die ze bezit en voor andere mensen, als ze niet ordelijk gebruikt worden zijn volgens de wil van God. Zonder de Heer zal ons hart zich steeds onvoldaan en ongelukkig voelen.

Als we bij ons zoeken naar dat geluk andere wegen trachten te volgen, die niet overeenstemmen met Gods wil, die niet de wegen zijn die ons door de Meester zijn uitgezet, zullen we uiteindelijk slechts eenzaamheid en droefheid vinden. De ervaring van allen die niet naar God wilden luisteren, die op verschillende wijzen tot hen sprak, is altijd dezelfde: ze hebben moeten vaststellen dat er buiten God geen blijvend en duurzaam geluk is. Ver van de Heer af, kunnen we alleen bittere vruchten oogsten, en op de een of andere manier eindigen we als de verloren zoon, buiten het vaderhuis: schillen etend en varkens hoedend.15

Gelukkig zijn zij die Christus zoeken, die bidden om het verlangen naar heiligheid en dat verlangen voeden. In Christus zijn alle goede dingen die het ware geluk vormen reeds aanwezig. «Laetetur cor quaerentium Dominum. Laat het hart van degenen, die de Heer zoeken, zich verheugen. -Hier heb je licht om de oorzaken van je droefheid te kunnen onderzoeken.»16

Als de vreugde ontbreekt, komt dit dan niet doordat we op zulke ogenblikken de Heer niet daadwerkelijk zoeken, in ons werk, in de mensen uit onze omgeving, in de tegenslagen? Kan het niet zijn, dat we ons nog niet van alles hebben onthecht? Laat de harten die de Heer zoeken zich verheugen!

-1. Mt 5,1-2. -2. Vgl. The Navarre Bible, noot bij Mt 5,2. -3. Fray Justo Pérez de Urbel, Vida de Cristo. -4. Ibidem. -5. Lc 6,24-26. -6. The Navarre Bible, noot bij Mt 5,2. -7. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 294. -8. Vgl. J. Orlandis, The Eight Beatitudes. -9. R. Garrigou-Lagrange o.p., Het zieleleven van den christen, I, 1. -10. Sef 2,3; 3,12-13. -11. Lc 1,53. -12. Mt 5,11-12. -13. Vaticanum ii, Boodschap aan de mensheid, 6. -14. Vgl. H. Basilius, Homilie over de afgunst. -15. Vgl. Lc 15,15-16. -16. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 666.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012