Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Meditaties over de Heilige Eucharistie (4)

45. DE WONDEN DIE THOMAS NIET ZAG

-Geloof met daden. -Geloof en eucharistie. -Omgang met Jezus, tegenwoordig in het tabernakel.

45.1 Plagas, sicut Thomas, non intueor, Deum tamen meum te confiteor... Ik zie niet, zoals Thomas, uw wonden, doch ik belijd, dat Gij zijt mijn God. Doe mij in U geloven immer meer, meer en meer op U hopen en U beminnen.

Thomas was niet aanwezig toen Jezus aan zijn leerlin­gen verscheen. En ondanks het getuigenis van allen, die hem met stelligheid verzekerden: Wij hebben de Heer gezien!1, weigerde deze apostel te geloven in de verrijzenis van de Meester: Als ik niet in zijn handen het teken van de nagelen zie en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik het niet geloven.2

Acht dagen later verscheen de Heer opnieuw aan zijn leerlingen. Thomas was deze keer bij hen. Toen richtte Jezus zich tot de apostel en op een buitengewoon vriende­lijk berispende toon zei Hij tot hem: Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde, en wees niet langer ongelovig maar gelovig. Tegenover zulk een zachtmoedigheid van Jezus riep de leerling uit: Mijn Heer en mijn God.3 Dat was een daad van geloof en van overgave. Het antwoord van Thomas was niet een eenvoudige uitroep van verrassing, het was een beves­tiging, een diepe daad van geloof in de goddelijkheid van Jezus Christus. Mijn Heer en mijn God! Deze woorden kunnen dienen tot een prachtig schietgebed; wellicht hebben wij dit heel vaak gezegd op het ogenblik van de consecratie of wanneer we knielen voor het tabernakel. In deze geloofsdaad willen ook wij tot Jezus zeggen, dat wij stellig geloven in zijn werkelijke tegenwoordigheid aldaar en dat Hij over heel ons leven kan beschikken.

Wij kunnen de allerheiligste wonden van Jezus niet, zoals Thomas, zien of aanraken, maar ons geloof is sterk zoals dat van de apostel nadat hij de Heer had gezien, omdat de Heilige Geest ons met zijn voortdurende bijstand ondersteunt. De heilige Gregorius de Grote bemerkt: «En hetgeen daarna volgt bereidt ons grote vreugde. Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben. Een uitspraak waarin zonder twijfel ook wij zijn ingesloten, die met de ziel belijden wat we met het vlees niet hebben kunnen zien. Het heeft op ons betrekking, mits wij volgens het geloof leven; want waarlijk gelooft slechts hij, die in praktijk brengt wat hij gelooft.»4

Laten wij, wanneer we voor het tabernakel staan, naar Jezus opzien die zich tot ons richt om ons geloof te verster­ken, opdat dit tot uiting komt in onze gedachten, woorden en werken: in de wijze waarop we anderen beoordelen, in een ruimhartige, liefdevolle geest; in het gesprek dat anderen steeds aanspoort om eerzame mensen te zijn, om Jezus van nabij te volgen; in onze werken, door voorbeeldig te zijn in het perfect afmaken van hetgeen ons is opgedragen, door knoeiwerk en slecht afgemaakte werken te ontvluchten. «Slaan we opnieuw onze ogen op naar de Meester. Misschien hoort u nu ook het verwijt aan het adres van Thomas: Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen [...]; en, net als bij de apostel, zal uit uw ziel met oprecht berouw deze kreet opwellen: Mijn Heer en mijn God (Joh 20,28). Ik erken U definitief als mijn Meester en nu en altijd zal ik -met uw hulp- uw lessen als een schat bewaren en mij inspannen deze trouw te volgen.»5

45.2 Jezus verzekerde Thomas, dat degenen gelukzaliger zijn, die zonder met de ogen van het vlees gezien te hebben toch dat scherpe zicht van het geloof bezitten. Daarom kon­digde Hij hun tijdens het Laatste Avondmaal aan: Het is goed voor u dat Ik heenga.6 Toen Hij bij zijn leerlingen was en over de wegen van Palestina wandelde, was Jezus' god­delijkheid voldoende verborgen, opdat zij voortdurend het geloof beoefenden. Zien, horen, aanraken betekenen wei­nig, als de genade niet in de ziel werkzaam is en het hart niet rein en bereid tot geloven is. Zelfs de wonderen bepa­len op zich niet het geloof, wanneer de juiste instelling niet aanwezig is. Na de opwekking van Lazarus geloofden vele Joden in Jezus, maar anderen gingen naar de farizeeën met de bedoeling Hem uit de weg te ruimen.7 Het gevolg van de vergadering van het Sanhedrin, die op grond van deze getuigenissen werd gehouden, wordt geconcretiseerd in een zin die door de heilige Johannes is opgenomen: Van die dag af waren ze besloten Hem te doden.8

Goed beschouwd is het lot van degenen die bij Hem waren, Hem zagen, hoorden en met Hem spraken, het­zelfde als ons lot. Het beslissende is het geloof. Daarom schrijft de heilige Theresia dat «als ik sommige mensen hoorde zeggen, dat zij zo graag zouden hebben geleefd in de tijd waarin Jezus in de wereld verbleef, moest ik bij mezelf lachen; want als zij Hem toch zo nabij hebben in het allerheiligste sacrament, wat zouden zij dan nog méér kunnen hebben?»9

En de heilige Pastoor van Ars merkt op, dat wij zelfs méér geluk hebben dan zij die met Hem tijdens zijn aardse bestaan leefden, want zij moesten soms uren en uren lopen om Hem te ontmoeten, terwijl wij Hem zo dicht bij ons hebben in ieder tabernakel.10 Normaal gesproken hoe­ven wij immers maar weinig moeite te doen om Jezus zelf te ontmoeten.

Wij zien de Heer in dit leven door de sluiers van het geloof heen en, als wij trouw zijn, zullen we Hem op een goede dag in heerlijkheid zien, in een onuitsprekelijk visioen. «Na dit leven zullen alle sluiers weggenomen worden opdat wij Hem van aangezicht tot aangezicht kunnen zien.»11 Elk oog zal Hem aanschouwen12, zegt de heilige Johannes ons in de Openbaring, en zijn dienstknechten zullen Hem bedienen en zijn gelaat aanschouwen.13 Intussen geloven we in Hem en houden we van Hem zonder Hem te hebben gezien.14 Maar op een dag zullen wij Hem aanschouwen in zijn verheerlijkt lichaam, met die allerheiligste wonden die Hij aan Thomas liet zien. Thans belijden wij Hem als onze God en Heer: Mijn Heer en mijn God, zo zullen we vaak tot Hem zeggen. In dit gebedsuur vragen wij Hem: Doe mij in U geloven immer meer, met een sterker geloof; doe mij meer en meer op U hopen, met meer vaste en blijde hoop; doe mij meer en meer U beminnen, met geheel mijn wezen.

Wanneer wij vandaag andermaal deze nabijheid van Jezus in de heilige eucharistie overwegen, dan nemen wij ons voor om nauw verbonden te leven met het meest nabij­zijnde tabernakel. Een goede hulp daarbij kan het zijn te weten welk het tabernakel is dat het dichtst bij onze werk­plek of ons huis ligt. We zullen deze verwijzing altijd in ons hart moeten hebben: wanneer we sport beoefenen, als we op reis zijn..., «want de goede Jezus is een uiterst goed gezelschap. We mogen ons nooit van Hem verwijderen, noch van zijn allerheiligste Moeder»15, die altijd bij haar Zoon is.

«Ga volhardend naar het tabernakel toe, fysiek en met je hart om je zeker te voelen, om je kalm te voelen: maar ook om je bemind te voelen..., en om te beminnen!»16

45.3 Wanneer Jezus ergens naar toe ging, stonden zijn trouwe vrienden Hem bij aankomst op te wachten. Het kon niet anders zijn. De heilige Lucas vertelt ons dat Jezus op zekere keer in Kafarnaüm kwam, met de boot vanaf de andere oever, en dat iedereen Hem verwachtte.17 We kunnen ons hen voorstellen: ieder met eigen vreugde wachtend op de Meester, met de beden die zij tot Hem wilden richten, met hun verlangen om bij Hem te zijn. Daar -zo vertelt de evangelist- verrichtte Hij twee grote wonderen: de genezing van een vrouw die het waagde de zoom van zijn kleed aan te raken, en de opwekking van het dochtertje van Jaïrus. Maar allen voelden zich getroost door de woorden van Jezus, door een blik of een vraag omtrent de zijnen... Misschien heeft die dag wel iemand besloten Hem edelmoediger te volgen. De vrienden waren bedacht op de Vriend.

Wij, die Hem niet fysiek zien, bevinden ons net zo dicht bij Hem als degenen die op Hem wachtten en Hem tege­moet gingen, toen Hij aan land stapte. Ook wij moeten steeds meer een levend besef verwerven van zijn tegenwoordigheid in onze steden en dorpen. Wij moeten met Hem omgaan -Hij wil het zelf zo- als met onze God en Heer, maar ook als onze Vriend bij uitstek. «Christus, de verrezen Christus, is de metgezel, de Vriend. Een metgezel, die slechts als door een schaduw zichtbaar wordt, maar wiens werkelijkheid ons hele leven vervult en die ons doet verlangen naar zijn definitieve tegenwoordigheid.»18

Dagelijks gaan wij Hem tegemoet. En Hij wacht op ons. En Hij mist ons, als we een keer -wat bijzonder jammerlijk toch!- zouden vergeten intiem met Hem om te gaan, «niet naamloos», met dezelfde werkelijkheid als die waarmee we omgaan met andere mensen die we op het werk, in de lift of op straat ontmoeten. Om Hem te vinden zullen we weinig hulp krijgen van onze zintuigen, waarop we in het gewone leven zozeer plegen te steunen. Vaak zullen we ons voelen «als blinden vóór de Vriend»19, en deze blindheid van het begin zal langzamerhand tot een klaarheid worden die de zintuigen nog nooit hebben gekend. De heilige Theresia zegt dat de nederigheid van de goede Jezus zo groot was, dat Hij als het ware verlof wilde vragen om bij ons te zijn.20 Zouden wij Hem niet bedanken voor zoveel goedheid, zoveel liefde?

Wij zeggen tot Hem aan het slot van ons gebed: Heer, «wij zouden met U willen omgaan, al werden wij vele malen in de wachtkamer geplaatst of moesten wij dikwijls audiëntie aanvragen. Maar we hoeven geen enkele aan te vragen! Gij zijt zo almachtig, ook in uw barmhartigheid, dat U zich, ook al zijt Gij Heer der heren en Koning van alle heersers, vernedert en wacht als een arme drommel die tegen onze deurstijl leunt. Niet wij wachten, maar Gij wacht voortdurend op ons.

»Gij wacht op ons in de hemel, in het paradijs. Gij wacht op ons in de heilige hostie. Gij wacht op ons in het gebed. Gij zijt zo goed dat, wanneer Gij daar verborgen zijt uit liefde, gehuld in de sacramentele gedaanten (dat geloof ik vast!)-, terwijl Gij werkelijk, waarachtig en substantieel aanwezig zijt met uw Lichaam en uw Bloed, uw ziel en uw goddelijkheid, daar ook de Allerheiligste Drieëenheid aanwezig is: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Door de inwoning van de Vertrooster bevindt God zich bovendien in het middelpunt van onze ziel, en is Hij op zoek naar ons.»21 Laten wij Hem niet wachten! En onze Moeder de heilige Maria spoort ons voortdurend aan Hem tegemoet te gaan. Wat moeten we dan goed zorgen voor het dagelijkse bezoek aan het Allerheiligste!

-1. Joh 20,25. -2. Ibidem. -3. Joh 20,26-29. -4. H. Gregorius de Grote, Homilieën over de Evangelies, 26,9. -5. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 145. -6. Joh 16,7. -7. Vgl. Joh 11,45-46. -8. Joh 11,53. -9. H. Theresia van Avila, Weg van volmaaktheid, 34,6. -10. Vgl. Jean-Baptiste Marie Vianney, Preek over Witte Donderdag. -11. H. Augustinus, in Catena Aurea, vol. VIII, bl. 86. -12. Apok 1,7. -13. Apok 22,4. -14. Vgl. 1 Pe 1,8. -15. H. Theresia van Avila, Zesde Verblijf, 7,13. -16. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 837. -17. Lc 8,40. -18. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 116. -19. Paulus vi, Algemene Audiëntie 13-I-1971. -20. Vgl. H. Theresia van Avila, Weg van volmaaktheid, 33,2. -21. S. Bernal, Ontmoeting met de Stichter van het Opus Dei, De Boog, Utrecht 1982, bl. 381.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012