Zesentwintigste week. Vrijdag
44. de ziel voorbereiden
-De steden die niet bekeerd wilden worden. -Redenen tot
boete. Passieve verstervingen. -Vrijwillige verstervingen en de verstervingen
die voortvloeien uit het tot het eind toe nakomen van onze plichten.
44.1 Jezus
had heel wat tijd doorgebracht in de steden langs de oevers van het Meer van
Gennesaret. Hij had talloze wonderen verricht en deze mensen gunsten bewezen en
toch wilden zij zich niet bekeren. Zij wisten niet hoe zij de Messias moesten
ontvangen over wie zij zoveel hadden gehoord in hun synagogen. Dat is de reden
voor de klacht van de Heer: Wee u,
Chorazim, wee u, Betsaïda! Tyrus en Sidon zouden zeker reeds lang, neerzittend
in zak en as, zich bekeerd hebben, indien bij hen de wonderen waren gebeurd,
die bij u hebben plaatsgevonden... En gij, Kafarnaüm, zult gij soms tot de hemel
verheven worden? Tot in de onderwereld zult gij neerzinken.1 Jezus had het zaad overvloedig gezaaid en in deze steden
had slechts heel weinig ervan vrucht gedragen. Werkelijk ongelooflijke tekenen
waren er de een na de ander geweest, maar de mensen werden niet tot boete
bewogen. Zonder deze bekering van het hart en een leven van versterving was het
onwaarschijnlijk, dat zij Christus in hun midden zouden herkennen. Tyrus en
Sidon waren minder aansprakelijk omdat zij minder gunsten hadden ontvangen.
Luistert dus naar wat de Heilige Geest zegt: Heden, als gij zijn stem hoort, weest
dan niet halsstarrig...2 Door de
eeuwen heen spreekt God tot mannen en vrouwen. Christus blijft door onze steden
en dorpen heen trekken, Hij stort dan ontelbare zegeningen over ons uit. Het is
van enorm belang in ons leven te weten hoe wij naar zijn wil moeten luisteren
en die wil meteen volbrengen. Niets is belangrijker. Het is nodig zeer volgzaam
naar de uitnodigingen te luisteren die Christus in het hart van ieder neerlegt.
«God valt niets te verwijten wanneer het geloof geen wortel schiet onder de
mensen. De werkelijke reden is, dat zij die het goddelijke woord gehoord hebben
er niet klaar voor waren.»3 De Heilige Schrift
noemt deze weerstand ten opzichte van genade halsstarrigheid of verharding van het hart4. Mensen doen
soms alsof intellectuele moeilijkheden hun groei in het geloof belemmeren,
terwijl het werkelijke probleem een gebrek aan verlangen is. Misschien willen
zij gewoon geen afstand doen van een of andere slechte gewoonte. Misschien
hebben zij geen zin om zich serieus in te zetten om een moeilijkheid te
overwinnen die hun vriendschap met de Heer in de weg staat.
Versterving bereidt de ziel voor op het horen van de Heer en
brengt de wil in de gesteldheid Hem te volgen: «Als wij naar God willen gaan,
dienen wij onze ziel uit alle macht te versterven.»5
Versterving kan ons hart veranderen in goede grond die het goddelijk zaad tot
vruchtbaarheid brengt. Wij zullen het onkruid moeten uitrukken, dat zo
makkelijk in de ziel groeit: luiheid, egoïsme, afgunst, nieuwsgierigheid...
Daarom vraagt de Kerk dat wij op vrijdagen onze geest weer afstemmen op boete
en versterving. Deze geest zal ons ertoe brengen grootmoediger te zijn in onze
navolging van Christus aan het kruis. Nauw verbonden aan de versterving is de
blijdschap, die wij zo nodig hebben.
44.2 Iedereen
die het vaste voornemen gemaakt heeft een christelijk leven te lijden, in zijn
meest volledige omvang, zal zich voortdureend moeten oefenen in het sterven aan
de oude mens met zijn gedragingen6, die in ieder van ons verblijft, dat wil zeggen: «de
verzameling verkeerde neigingen die wij van Adam hebben geërfd. Het is de
drievoudige begeerte die wij noodzakelijk onder controle moeten krijgen door
het beoefenen van de ascese.»7 Versterving wordt
niet aanbevolen als een negatieve handeling. Integendeel, het is bedoeld om de
geest te verjongen. Versterving maakt de geest ontvankelijker voor de bovennatuurlijke
gaven. Het helpt ons ook om zonden uit het verleden goed te maken. Daarom
bidden wij dagelijks tot de Heer om ons emendationem vitae, spatium verae poenitentiae,
een tijd van oprechte boete en bekering van het leven te verlenen.8 Door middel van de gemeenschap der heiligen geven
wij hulp en kracht aan andere leden van het Mystieke Lichaam dat de Kerk is.
In ons gewone leven zijn er drie hoofdgebieden voor
dagelijkse verstervingen. Allereerst is er de welgemeende en rustige aanvaarding
van de tegenvallers die elke dag ons brengt. In de meeste gevallen gaat dit om
de heel kleine dingen die onverwacht gebeuren, die ons dwingen onze plannen te
veranderen of onze verwachtingen aan te passen. Een lichte griep bijvoorbeeld,
die onze prestatie op het werk verstoort of die het gezinsleven beïnvloedt. Of
barre weersomstandigheden, files in het verkeer, het moeilijke karakter van een
collega op het werk... Deze omstandigheden hebben wij niet in de hand. Wij kunnen
ze zien als gelegenheden om God nog meer lief te hebben. We kunnen deze
problemen in vrede aanvaarden, zonder onze blijdschap erdoor te laten
aantasten.
«Als deze kleine tegenslagen niet uit liefde aanvaard worden,
is het enige resultaat, dat zij mensen frustreren en irriteren. De meerderheid
van onze frustraties wordt eerder veroorzaakt door kleine tegenvallers die wij
niet aanvaard hebben dan door grote rampen. De persoon die 's nachts
wakker ligt, die somber is of boos, heeft meestal geen grote schok te verwerken
gekregen. Hij is gewoon niet in staat geweest om kleine tegenvallers om te
zetten in ontmoetingen met God.»9 Zo iemand laat
veel kansen voorbij gaan om te groeien in het goede. Bovendien, wanneer de
geest als gewoonte de kleine tegenslagen aanvaardt als goddelijke gunsten,
wordt zij beter voorbereid om de ernstiger beproevingen in vereniging met de
Heer te ondergaan.
God is in de wereld gekomen «om al onze opstandigheid en
geestelijke ellende tot in de wortel te genezen. Hij ruimde veel zaken op als
nutteloze belemmeringen maar liet pijn bestaan. Hij nam pijn niet weg, maar gaf
het een nieuwe betekenis. Hij zou wel duizend verschillende manieren gekozen
kunnen hebben om de verlossing van het menselijke ras tot stand te brengen,
maar Hij koos het kruis. Langs deze weg heeft Hij zijn moeder Maria, Jozef, de
apostelen en al Gods kinderen geleid. De Heer staat toe, dat het kwaad bestaat
en Hij wendt het aan tot heil van onze zielen.»10
Laten wij ons vast voornemen om tegenvallers om te zetten in kansen voor
innerlijke groei.
44.3 Nog
een gebied voor dagelijkse versterving is het gewetensvol vervullen van onze
plichten, de bouwstof bij onze strijd voor heiligheid. Hier treffen wij aan wat
Gods wil voor ons is, iedere dag. Wij moeten onze plichten vervullen met hard
werken, met discipline en met veel liefde. Daarom is de versterving die de Heer
het meest welgevallig is, gelegen in «orde, stiptheid, in zorg voor de details
bij alles wat wij doen. Het heeft te maken met het trouw volbrengen van de
meest onbetekenende aspecten van onze roeping -zelfs als het pijn doet. Wij
moeten strijden tegen de verleiding om toe te geven aan gemak. Wij volharden in
ons werk, niet omdat wij het zo prettig vinden, maar omdat wij weten, dat het gedaan
moet worden. Wanneer wij vanuit die mentaliteit werken, zullen wij met
geestdrift en vreugde werken.»11 De huismoeder
zal vele redenen vinden om haar huis een warme en opgeruimde sfeer te geven. De
student kan zich inspanningen getroosten om goed te studeren. Zo zal
vermoeidheid een extra offer worden voor de Heer. Laten wij ons gedrag onderzoeken
om te zien of wij klagen over ons werk, mopperen over iets dat ons naar God kan
brengen.
Het derde gebied van onze zelfverloochening bestaat uit de
offers die wij vrijwillig doen om de Heer een genoegen te doen, beter bidden,
verleidingen weerstaan, onze vrienden helpen dichter bij God te komen. Wij
kunnen uitkijken naar mogelijkheden om de anderen te helpen heiligheid na te
streven. «Laat je geest van versterving groeien door de details van de liefde,
met het verlangen de weg naar de heiligheid midden in de wereld voor iedereen
aantrekkelijk te maken: een glimlach kan vaak, het beste blijk zijn van de
geest van boetvaardigheid.»12 Laten wij besluiten ons humeur en onze vermoeidheid te
overwinnen met de hulp van onze engelbewaarder. «De geest van
boetvaardigheid bestaat voornamelijk in het aanwenden van die rijke hoeveelheid
kleinigheden -iets doen, iets laten, een offer, een dienst- die wij elke dag
gaandeweg aantreffen. Maak van die kleinigheden akten van liefde, akten van
berouw, verstervingen, zo zul je aan het
eind van de dag een boeket bloemen bij elkaar geplukt hebben, een fraaie
ruiker om aan God aan te bieden.»13
-1. Lc
10,13-15. -2. Heb
3,7-8. -3. H. Gregorius van Nazianze, Oratio catechetica magna,
31. -4. Ex 4,21; Rom 9,18. -5. H. Jean-Baptiste Marie Vianney, (De pastoor van Ars),
Preek op Aswoensdag.
-6. Kol 3,9. -7. A. Tanquerey, Kort begrip der ascetische en mystieke theologie,
Doornik 19472,
323. -8. Vgl. Het Romeinse
Missaal, Formula intentionis Misae. -9. A.G. Dorronsoro, Tiempo
para creer, Madrid 1976, bl. 142. -10. J. Urteaga, Los
defectos de los santos, bl. 222-223. -11. H.
Jozefmaria Escrivá, Brief, 15 oktober 1948. -12. idem, De Smidse, 149. -13. Ibidem, 408.
|