Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Tweede week. Vrijdag

17. DE ZONDE VERAFSCHUWEN

-Onze zonden en de Verlossing. Het werkelijke kwaad in de wereld. -De vasten, de geëigende tijd die de Kerk ons aanbiedt om de strijd tegen de zonde te verhevigen. De kwaadaardigheid van de dagelijkse zonde. -De strijd tegen de bewuste dagelijkse zonde. Oprechtheid. Gewetensonderzoek. Berouw.

17.1 God heeft ons liefgehad en zijn Zoon gezonden tot verzoening voor de zonden van ons allen.1 

De liturgie van deze dagen brengt ons stapje voor stapje naar het centrale mysterie van de Verlossing. Zij laat ons personen uit het Oude Testament zien die een voorafbeelding zijn van de Heer. De eerste lezing van de Mis van vandaag spreekt ons over Jozef. Door het bedrog van zijn broers zou hij, op providentiële wijze, de redder worden van zijn familie en van de hele landstreek.2 Hij is het beeld van Christus Verlosser.

Jozef was de meest geliefde zoon van Jakob en volgens de wens van zijn vader gaat hij zijn broers opzoeken. Hij legt een lange weg af om hen te ontmoeten. Hij bracht hun goed nieuws van hun vader en ook voedsel. In het begin overwegen zijn broers -die jaloers op hem zijn en hem haten omdat hij de uitverkoren zoon is- om hem te doden. Later echter verkopen ze hem als slaaf en zo wordt hij weggevoerd naar Egypte. God maakt gebruik van die omstandigheden om hem, jaren later, een hoge positie te verschaffen in dat land. In tijden van grote hongersnood zal hij de redder zijn van zijn broers die hij hun misdaad niet aanrekent, en ook van het land van Egypte waar de stammen van Israël zich door de welwillendheid van Jozef vestigden en het veranderden in de bakermat van het uitverkoren volk. Allen die de farao hulp kwamen vragen, werden doorverwezen naar Jozef: ga naar Jozef, zei hij hun steeds.

De Heer komt ook als gezant van de Vader om licht te brengen in de wereld: Hij is in de wereld gekomen, maar de wereld nam Hem niet aan3... Tenslotte zond hij zijn zoon naar hen toe, in de veronderstelling dat ze zijn zoon wel zouden ontzien. Maar toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze onder elkaar: Dat is de erfgenaam; vooruit, laten we hem vermoorden en ons zijn erfenis toeëigenen. Ze grepen hem vast, wierpen hem de wijngaard uit en doodden hem.4 Hetzelfde zouden ze doen met de Heer: ze dreven Hem de stad uit en kruisigden Hem.

De zonden van de mensen zijn de oorzaak geweest van de dood van Jezus Christus. Elke zonde heeft zijn eigen geheimnisvol verband met het lijden van Jezus. De slechtheid van de zonde herkennen we, met de hulp van de genade, alleen maar als we deze weten te relateren aan het geheim van de verlossing. Zo alleen kunnen we de ziel werkelijk zuiveren en ons berouw om onze fouten en zonden doen toenemen. De bekering die de Heer nadrukkelijk en in het bijzonder in deze vastentijd, die ons naar de Goede Week voert, aan ons vraagt, moet als vertrekpunt nemen: een beslist afwijzen van elke zonde en van elke omstandigheid die ons de gelegenheid biedt God te beledigen. De morele vernieuwing van deze wereld komt voort uit deze vaste overtuiging: «[...] dat er voor jou op aarde maar één kwaad bestaat, dat je moet vrezen en met Gods genade moet vermijden: de zonde.»5 Want het tegenovergestelde, «het verlies van het zondebesef is dus een vorm of een gevolg van de ontkenning van God: niet alleen deze van het atheïsme, maar ook die van de secularisatie. Als de zonde de verbreking van de kinderlijke relatie met God is, teneinde een leven te leiden buiten de gehoorzaamheid die men Hem verschuldigd is, dan is de zonde niet alleen een ontkennen van God; dan is zij echter ook leven alsof Hij niet bestaat, Hem buiten zijn dagelijks leven houden.»6 Wij willen God niet uit ons leven wegstrepen, maar willen dat Hij er elke keer meer aanwezig is.

«Wij kunnen heel goed beweren -zegt de heilige Pastoor van Ars- dat het lijden dat de Joden Christus lieten ondergaan, niets is in vergelijking met dat wat de christenen Hem aandoen met de beledigingen van hun doodzonden [...]. Hoe groot zal onze afschuw zijn wanneer Jezus Christus ons laat zien waarvoor we Hem verlaten hebben.»7 Wat een dwaasheden in plaats van zoveel goeds. Door de goddelijke barmhartigheid en met de hulp van de genade zullen wij Hem niet verlaten en zorgen dat velen die van Hem verwijderd zijn, dichterbij komen.

17.2 De inspanning van een persoonlijke bekering die de Heer van ons vraagt, moeten we elke dag van ons leven opbrengen, maar in bepaalde perioden en situaties -de vastentijd bij voorbeeld- ontvangen we speciale genade die we moeten gebruiken. Deze periode van het kerkelijk jaar is een buitengewone gelegenheid de strijd tegen de zonde op te voeren en het genadeleven te doen toenemen door goede werken.

Om de kwaadaardigheid van de zonde beter te kunnen begrijpen moeten we overwegen wat Christus geleden heeft voor de zonden van ieder van ons. In de doodsstrijd van Getsemane zien we Hem lijden, erger dan met een pen te beschrijven valt. Hem die geen zonde heeft gekend, heeft God voor ons tot zonde gemaakt8, zegt de heilige Paulus; beladen met al onze afzichtelijkheden totdat Hij zweet met bloed vergiet. «Jezus, alleen en bedroefd, lijdt, en de aarde wordt met zijn bloed doordrenkt. Op de harde grond geknield, volhardt Hij in gebed... Hij huilt om jou... en om mij: het gewicht van de zonden van de mensen verplettert Hem.»9 Het is een tafereel dat we heel vaak voor ogen moeten hebben, elke dag, en meer in het bijzonder als de verleidingen toenemen.

De Heer heeft ons geroepen tot heiligheid, te beminnen met daden. De houding die we aannemen tegenover bewuste dagelijkse zonden hangt af van de vooruitgang van ons innerlijk leven. Dagelijkse zonden veroorzaken immers, als men niet strijdt om ze te vermijden of men niet voldoende berouw heeft na het begaan ervan, grote schade aan de ziel door haar ongevoelig en onverschillig te maken voor de ingevingen en aansporingen van de Heilige Geest. Ze verzwakken het genadeleven, bemoeilijken het beoefenen van de deugden en maken ons klaar voor de doodzonde.

«Heel veel vrome zielen -zegt een auteur van deze tijd- verkeren in een bijna voortdurende staat van ontrouw met betrekking tot 'kleinigheden'. Zij zijn ongeduldig, weinig liefderijk in hun gedachten, oordelen en woorden, oneerlijk in hun spreken en handelen, langzaam en traag in hun vroomheid, kennen geen zelfbeheersing en slaan uitermate veel lichtzinnige taal uit, en hechten niet veel belang aan de goede naam van de naaste. Ze kennen hun eigen gebreken en ontrouw, en belijden ze misschien in de biecht, maar ze berouwen ze niet serieus en passen de middelen om ze te voorkomen niet toe. Ze denken er niet aan dat elk van die onvolmaaktheden is als een loden last die hen neerdrukt. Ze geven zich er geen rekenschap van, dat zij beginnen te denken op een wijze die het menselijke niet overstijgt en te werken uit enkel natuurlijke motieven. Ze hebben niet in de gaten dat ze meestal weerstand bieden aan de influisteringen van de genade en er misbruik van maken. Zo verliest de ziel de glans van haar schoonheid en God zal zich er elke keer verder uit terugtrekken. Beetje bij beetje verliest de ziel haar aanrakingspunten met God: zij ziet in Hem niet de liefderijke en beminde Vader aan wie zij zich met kinderlijke tederheid wil overgeven. Er is iets tussen die twee gekomen.»10 Het is de weg van de lauwheid die ze al ingeslagen zijn.

In de weloverwogen strijd om elke zonde uit ons leven te bannen tonen we onze liefde voor de Heer, onze instemming met zijn genade: «Hoe bedroevend vind ik het, dat je geen verdriet hebt over je dagelijkse zonden! -Want zolang je dat niet hebt, zul je geen waarachtig innerlijk leven kunnen beginnen.»11 

Laten we vandaag Onze Lieve Vrouw vragen dat ons een grote afschuw verleend wordt, niet alleen over onze doodzonden, maar ook over onze bewuste dagelijkse zonden.

17.3 «Het herstel van het juiste zondebesef is de eerste vorm om aan de ernstige geestelijke crisis die op de mens van onze tijd drukt het hoofd te bieden.»12 

Wij binden de strijd aan met de dagelijkse zonde door deze als zodanig te herkennen, als een belediging van God die de eenheid met Hem aantast. De zonde zonder omhaal bij de naam noemen, zonder het bovennatuurlijk belang dat eraan vastzit voor de ziel, die werkelijk naar God wil gaan, te verkleinen. Opwellingen van toorn, afgunst of zinnelijkheid die niet onmiddellijk onderdrukt zijn; het verlangen het middelpunt van alles te zijn, de aandacht te trekken; zich nergens zoveel mee bezighouden als met zichzelf, met zijn eigen zaken en belangen, daarmee de mogelijkheid kwijtrakend belang te stellen in de anderen; het doen van vroomheidsoefeningen uit routine, met weinig aandacht en weinig liefde; lichtvaardig en met weinig liefde over anderen oordelen..., dat zijn allemaal dagelijkse zonden en niet alleen maar gebreken of onvolmaaktheden.

We moeten de Heilige Geest bidden dat Hij ons helpt oprecht onze zonden en gebreken te herkennen, door een fijngevormd geweten te hebben, dat vergeving vraagt en niet de fouten goedpraat. «Wie een goede zieleneus heeft -zegt de heilige Augustinus- ruikt of het een zonde is die de pijn veroorzaakt.»13 

De heiligen hebben, door het licht van het geloof en de liefde, met volle duidelijkheid begrepen dat een enkele zonde -vooral als het een doodzonde is, maar ook de dagelijkse zonde- een wanorde veroorzaakt die groter is dan van de ergste zondvloed die de aarde verwoest, «want het goed van de genade van een enkele mens is groter dan het goed van de hele natuurlijke wereld.»14 Laten we een oprecht berouw koesteren over onze zonden en gebreken. Laten we vechten elke routine te vermijden bij het ontvangen van het sacrament van de goddelijke Barmhartigheid. «Heb altijd echt verdriet over de zonden die je gaat belijden, hoe licht ze ook maar zijn -adviseert de heilige Franciscus van Sales- en maak het stellige voornemen je voor de toekomst te beteren. Velen verliezen veel goeds en geestelijk voordeel door de dagelijkse zonden te biechten uit gewoonte of als een plichtpleging, zonder te bedenken dat ze zo de last ervan voor hun hele leven op zich laden.»15 

De heilige maagd Maria, Toevlucht van de zondaars, zal ons helpen een goed gevormd geweten te behouden, Christus en alle mensen te beminnen, eerlijk te zijn tegen­over onszelf bij het biechten, onze zwakheden te vertellen en zij zal ons helpen onmiddellijk een oprecht berouw op te wekken over onze zonden, gebreken en zwakheden.

-1. Communio van de Mis, 1 Joh 4,10. -2. Gen 37,3-4; 12-13a en 17b-28. -3. Joh 1,11. -4. Evangelie van de Mis, Mt 21,33-43 en 45-46. -5. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 386. -6. Johannes Paulus ii, Apost. exhort. Reconciliatio et poenitentia, 18. -7. H. Jean-Baptiste Marie Vianney, Preek over de zonde. -8. 2 Kor 5,21. -9. H. Jozefmaria Escrivá, De heilige Rozenkrans, eerste van de droevige geheimen. -10.  -11. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 330. -12. Johannes Paulus ii, Apost. exhort. Reconciliatio et poenitentia, 18. -13. H. Augustinus, Commentaar op psalm 37. -14. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, I-II, q113, a9, ad2. -15. H. Franciscus van Sales, Inleiding tot het devote leven, 11,19.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012