Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Dertiende zondag door het jaar (B)

47. Dood en Leven

-De dood die we moeten vermijden en vrezen. -Zonde, de dood van de ziel. De gevolgen. -Het genadeleven boven alles achten.

47.1 Deze zondag spreekt de liturgie tot ons over dood en leven. De eerste lezing1 leert ons dat de dood geen plaats had in het eerste plan van de Schepper: God heeft de dood niet gemaakt, en Hij vindt geen vreugde in de ondergang van hen die leven. Hij is het gevolg van de zonde.2 Jezus aanvaardde «als een noodzakelijkheid van de natuur, als een onvermijdelijk deel van het lot van de mens op aarde. Jezus aanvaardde hem [...] om de zonde te overwinnen.»3 Het menselijk hart deinst terug voor de dood4, maar we worden getroost door de wetenschap dat Jezus de dood heeft vernietigd.5 Sterven is niet langer de gebeurtenis die de mens boven alles moet vrezen. Eerder is het, voor de gelovige, de noodzakelijke stap vanuit deze wereld naar de Vader.

Het evangelie van de mis laat ons Jezus zien die opnieuw te Kafarnaum komt6, waar een grote menigte zich heeft verzameld om Hem te ontmoeten. Jairus, één van de oversten van de synagoge, wachtte Hem op. Zijn nood was groot en zo ook zijn geloof. Zijn dochter stond op het punt te sterven. Er was ook een vrouw die elke cent die ze bezat uitgegeven had om genezing te vinden voor een langdurige ziekte. Beiden voelden een dringende behoefte om Jezus te ontmoeten. De genezing van deze vrouw, die al haar hoop op Hem had gevestigd, heeft plaats op weg naar Jairus' huis.

Jezus is stil blijven staan om de vrouw te troosten. Ondertussen brengen zij de overste van de synagoge op de hoogte: Uw dochter is gestorven. Waartoe zoudt ge de Meester nog langer lastig vallen? Maar Jezus neemt Petrus, Jakobus en Johannes mee om getuigen te zijn van het wonder dat Hij op het punt staat te doen. Zij komen bij het huis van Jairus aan; Jezus ziet de verwarring en de mensen daar, huilend en jammerend. Hij ging naar binnen en zei tot hen: Waarom dit misbaar en geween? Het kind is niet gestorven, maar slaapt. Doch ze lachten Hem uit. Zij konden niet begrijpen dat voor God de werkelijke dood de zonde is, die het goddelijke leven van de ziel doodt. De lichamelijke dood is voor de gelovige als een slaap waaruit we in God ontwaken. Zo begrepen de eerste christenen het.

De heilige Paulus spoorde de christenen van Tessalonica aan geen andere opinie te hebben: Wij willen u niet in onwetendheid laten over het lot van hen die ontslapen zijn; gij moogt niet bedroefd zijn zoals de andere mensen, die geen hoop hebben.7 Wij kunnen niet jammeren zoals degenen die na dit leven niets verwachten. Wij geloven immers dat Jezus is gestorven en weer opgestaan; evenzo zal God hen die in Jezus zijn ontslapen levend met Hem meevoeren.8 Hij zal voor ons doen wat Hij voor Lazarus deed: Onze vriend Lazarus is ingeslapen, maar Ik ga erheen om hem te wekken. Toen de leerlingen meenden dat Hij een natuurlijke slaap bedoelde, legt Jezus duidelijk uit: Lazarus is gestorven.9 Wanneer de dood komt, zullen we onze ogen sluiten voor dit leven en ontwaken in het werkelijke Leven, een leven dat altijd duurt. De avond brengt geween, de ochtend blijdschap, bidden we in de tussenzang.10 Zonde is de echte dood. Het is de vreselijke scheiding van de mens die zich losrukt van God. Hiermee vergeleken is die andere scheiding, die van het lichaam van de ziel, tijdelijk en zelfs onbeduidend. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, en ieder die leeft in geloof aan Mij, zal in eeuwigheid niet sterven.11

De dood, die de laatste vijand12 behoorde te zijn, is in werkelijkheid onze bondgenoot. Het is de laatste stap geworden waarna wij ons in de definitieve omhelzing van onze hemelse Vader bevinden. Hij heeft in alle eeuwigheid op ons gewacht, en ons voorbestemd voor altijd bij Hem te verblijven. «Als je aan de dood denkt, moet je ondanks je zonden niet bang zijn. Want Hij weet dat je van Hem houdt, en uit wat voor materiaal je bent gemaakt. -Als je Hem zoekt, zal Hij je ontvangen zoals de vader van de verloren zoon: maar je moet Hem wèl zoeken!»13 Heer, U weet dat ik U zoek, dag en nacht.

47.2 Het kind is niet dood maar slaapt, zegt Jezus tegen Jairus. «Voor de mensen was zij inderdaad dood. Zij kon niet wakker geschud worden. Voor God was zij in slaap, omdat haar ziel door goddelijke kracht in leven bleef, en haar lichaam zou rusten tot de opstanding. Zo ontstond onder de christenen de gewoonte om de doden, van wie we weten dat ze zullen verrijzen, slapenden te noemen.»14

De lichamelijke dood is niet een absoluut kwaad. «Vergeet niet, mijn zoon, dat er voor jou op aarde slechts één kwaad bestaat, dat je moet vrezen en met Gods genade moet vermijden: de zonde.»15 «Gemis van God... is de dood van de ziel.»16 Wanneer iemand tot zware zonde vervalt, is hij voor zichzelf en voor God verloren. Het is de grootste tragedie die hem kan overvallen.17 Hij is radicaal van God afgesneden door het compleet verlies van het goddelijk leven in zijn ziel. Hij verliest welke verdiensten dan ook die hij gedurende zijn leven heeft verkregen, en is in deze staat niet bij machte nieuwe verdiensten te verkrijgen. In zekere zin is hij onderworpen aan de slavernij van de duivel, en zijn natuurlijke neiging tot deugdzaamheid is verminderd. Deze toestand is zo ernstig dat «door alle doodzonden, zelfs die in gedachten, mensen veranderen in kinderen van de toorn (Ef 2,3) en vijanden van God.»18 Door het geloof weten wij dat zonde, dagelijkse zonde, maar des te meer een doodzonde, een kwaal is groter dan de meest rampzalige catastrofe die de hele wereld zou kunnen verwoesten, daar «het goed van de genade in een enkele ziel groter is dan het natuurlijke goed van de hele wereld.»19

Zonde brengt niet alleen schade toe aan de persoon die haar begaat, maar kwetst ook zijn gezin, zijn vrienden, de gehele Kerk. «Men kan spreken van 'een gemeenschap in zonde', waardoor een ziel die zich verlaagt tot zondigen, ook de Kerk en in zekere zin heel de wereld vernedert. Met andere woorden: er is geen enkele zonde, hoe innerlijk en geheim ook, hoe absoluut individueel ook, die uitsluitend diegene aangaat die ze bedrijft. Iedere zonde heeft een weerslag op geheel de Kerk en op geheel de mensenfamilie, al is deze weerslag nu eens kleiner en dan weer groter, en al berokkent hij de ene keer meer schade dan de andere keer.»20

Wij moeten God dikwijls vragen dat we ons zondebesef niet verliezen. We moeten nooit onszelf in gevaar brengen, of ons eraan wennen om zonden van weinig belang te vinden. Laten wij boete doen voor onze fouten en voor die van alle mensen. Laat God op het einde van ons leven van ons kunnen zeggen: hij is niet gestorven, hij slaapt. Dan zal Hij ons tot het Leven wekken.

47.3 Jezus schonk geen aandacht aan allen die Hem uitlachten. Integendeel, Hij stuurde ze allemaal naar buiten en ging met zijn metgezellen en de vader en moeder van het kind het vertrek binnen, waar het kind lag. Hij pakte de hand van het kind en zei tot haar: 'Talita koemi'; wat vertaald betekent: 'Meisje, Ik zeg je, sta op.' Onmiddellijk stond het meisje op en liep rond; want het was twaalf jaar. En ze stonden stom van verbazing.

De evangelisten hebben aan ons een ogenschijnlijk klein, maar veelbetekenend menselijk gevoel van Jezus overgeleverd: Hij voegde eraan toe, dat men haar te eten moest geven. Jezus, volmaakt God en volmaakt mens, is ook geïnteresseerd in die zaken die betrekking hebben op ons leven hier op aarde. Maar Hij is veel meer geïnteresseerd in al wat onze eeuwige bestemming betreft. De heilige Hiëronymus becommentarieert de woorden van de Heer het kind is niet dood, maar slaapt en wijst erop dat «beide waar zijn. Het is alsof Hij zei: 'Voor u is zij dood, maar voor Mij slaapt het'.»21 Wanneer we houden van het lichamelijke leven, hoeveel temeer zouden we het leven van de genade moeten waarderen!

De christen die Christus van dichtbij probeert te volgen, verafschuwt de doodzonde en zal gewoonlijk zware fouten vermijden, ofschoon niemand in de genade is bevestigd. De erkenning van onze eigen zwakheid zal ons ertoe leiden de gelegenheden van doodzonde te vermijden, zelfs als die ver van ons af liggen. Het leven van de genade is veel meer waard! Liefde voor het bovennatuuurlijk leven zal ons tot een volhardende versterving van de zinnen aanzetten. We mogen onszelf niet vertrouwen, noch onze ervaring, noch de tijdsspanne dat we Christus al hebben gevolgd. We moeten van de veelvuldige biecht houden en volstrekt oprecht zijn in de geestelijke leiding.

Om in genade te leven, moeten we de strijd voeren op enige afstand van de grens tussen wat ernstig en wat minder ernstig is, tussen wat verboden en geoorloofd is. Opzettelijke dagelijkse zonden veroorzaken verwoesting in zielen die niet ernstig strijden om ze te voorkomen. Het is waar dat zij het leven van genade in de ziel niet volslagen vernietigen, maar zij verzwakken het zeer zeker. Ze maken het moeilijker de deugden in praktijk te brengen, en maken de wenken van de Heilige Geest minder effectief. Als we niet vastberaden reageren, stellen dagelijkse zonden ons bloot aan grotere zonden.

Laten wij onze Moeder vragen, voor ons de gave te verkrijgen om de genade boven alle menselijke goederen te achten, ook boven het lichamelijke leven. Zij zal ons helpen met waar berouw in te gaan tegen onze zwakheden en fouten. We kunnen met de Psalmist zeggen: Als bronwellen vloeien mijn tranen: omdat men uw wet veronachtzaamt.22 Het bovennatuurlijk leven van de ziel handhaven en doen toenemen is belangrijker dan de bezorgdheid voor de dood van het lichaam.

-1. Wijsh 1,13-15. -2. Rom 6,23. -3. Johannes Paulus ii, Homilie, 28 februari 1979. -4. Heb 2,15. -5. 2 Tim 1,10. -6. Mc 5,21-43. -7. 1 Tes 4,13. -8. 1 Tes 4,14. -9. Joh 11,11 e.v. -10. Ps 29,6. -11. Joh 11,25-26. -12. 1 Kor 15,26. -13. H. Jozefmaria Escrivá De Voor, 880. -14. H. Beda, Commentaar op het evangelie van Marcus in loc. -15. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 386. -16. H. Johannes van het Kruis, Geestelijk Hooglied, 2,7. -17. Vgl. A. Tanquerey, Kort begrip der ascetische en mystieke Theologie, 719-723. -18. Concilie van Trente, zitting 14, hfdst. 5. -19. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, 1-2,113,9, 2. -20. Johannes Paulus ii, Apost. exhort. Reconciliatio et Poenitentia, 16. -21. H. Hiëronymus, in Catena Aurea, vol. 4, bl. 131. -22. Ps 119,136.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012