Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Eerste zondag na de Openbaring des Heren

3. DOOP VAN DE HEER

Op deze zondag, onmiddellijk volgend op het hoogfeest van de Openbaring des Heren, vieren wij in de liturgie de Doop van de Heer in de Jordaan en worden wij binnengevoerd in het diepste van het mysterie van zijn Persoon en zending. Tegelijkertijd biedt de liturgie ons de gelegenheid dank te brengen voor de talloze gaven die Christus ons heeft verleend op de dag van ons doopsel. De Kerk spoort ons vandaag aan om «met hernieuwd geloofsvuur de verplichtingen te bevestigen, die onze ouders, peter en meter ooit voor ons zijn aangegaan in de beloften van het doopsel» en «onze krachtige en vurige toewijding aan Christus en de wil tegen het kwade te strijden» te hernieuwen (Johannes Paulus ii).

-Openbaring van het mysterie van de Drieëenheid in het doopsel van Christus. -Ons goddelijk kindschap in Christus door het sacrament van het doopsel. -Weerspiegeling van het doopsel in het dagelijks leven.

3.1 Nadat de Heer gedoopt was, ging de hemel open en de Heilige Geest daalde over Hem neer in de gedaante van een duif. En de stem van de Vader sprak: Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb.1

Enkele dagen geleden hebben wij het hoogfeest van de Epifanie gevierd, de Openbaring van de Heer aan de hei­denen, vertegenwoordigd door die wijze mannen die naar Jeruzalem kwamen om te informeren naar de pasgeboren koning der Joden. Er had al een eerste openbaring plaats gevonden aan de herders, die zich nog in de kerstnacht zelf naar de plaats begeven, waar het Kind geboren is en die Het hun geschenken brengen. Ook het feest van vandaag is een 'epifanie', een openbaring van de goddelijkheid van Christus, aangeduid door de stem van God de Vader uit de hemel en door de aanwezigheid van de Heilige Geest in de gedaante van een duif, het teken van vrede en liefde. De kerkvaders verwijzen gewoonlijk ook nog naar een der­de openbaring van de goddelijkheid van Jezus. Deze open­baring zal te Kana in Galilea geschieden, waar Jezus door zijn eerste wonder zijn heerlijkheid openbaarde, en zijn leerlingen geloofden in Hem.2

In de eerste lezing van de heilige mis3 kondigt Jesaja de Messias aan: Dit is mijn Dienaar die Ik ondersteun, mijn uitverkorene in wie Ik behagen schep: mijn geest stort Ik over hem uit [...]. Het geknakte riet zal Hij niet breken, en de kwijnende vlaspit niet doven  [...] Ik, de Heer, roep u in gerechtigheid, [...]. Blinden zult gij de ogen openen, gevangenen uit hun kerker bevrijden en uit de gevangenis allen die in duisternis zitten. Deze beschrijving door de profeet vindt haar volle vervulling in de doop van de Heer. En zie, daar ging de hemel open en Hij zag de Geest Gods neerdalen in de gedaante van een duif en over zich komen. En een stem uit de hemel sprak: 'Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb'.4 De drie goddelijke personen van de Drieëenheid treden op in deze grote Openbaring aan de oevers van de Jordaan: de Vader laat zijn stem horen door te getuigen van zijn Zoon, Jezus wordt door Johannes gedoopt, de Heilige Geest daalt zichtbaar over Hem neer. Het woord van Jesaja mijn dienaar wordt thans vervangen door mijn Zoon, mijn veelgeliefde hetgeen duidt op de goddelijke Persoon en natuur van Christus.

Met de doop van Jezus begint op plechtige wijze zijn heilszending. Tegelijkertijd begon de Heilige Geest, door middel van de Messias, zijn handelen in de zielen, dat tot het einde der tijden zal duren.

De liturgie zelf van deze zondag is bijzonder geëigend om ons met vreugde te herinneren aan ons doopsel en de gevolgen daarvan in ons leven. Wanneer de heilige Augustinus in zijn 'Belijdenissen' de dag van zijn doopsel vermeldt, doet hij dat in diepe vreugdevolle herinnering: «overvol van buitengewone zoetheid, kreeg ik er op die dag niet genoeg van de diepte van Gods raadsbesluit voor de redding van het menselijk geslacht te beschouwen.»5 Met deze vreugde zullen wij ons vandaag herinneren, dat wij zijn gedoopt in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

Het mysterie van de doop van Jezus voert ons binnen in het onuitsprekelijk mysterie van ieder van ons, want van zijn volheid hebben wij allen ontvangen.6 Wij zijn niet alleen met water gedoopt, zoals de Voorloper deed, maar met de Heilige Geest, die ons het leven van God schenkt. Laten wij vandaag de Heer danken voor die gedenkwaardige dag, waarop wij werden opgenomen in het leven van Christus en met Hem voorbestemd werden tot het eeuwige leven. Laten we ons erover verheugen, dat we gedoopt zijn, wellicht enkele dagen na onze geboorte, zoals dat sinds onheuglijke tijden gebruik is in de Kerk bij kinderen van christelijke ouders.

3.2 Wij werden gedoopt in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, om in gemeenschap te treden met de Allerheiligste Drieëenheid. In zekere zin is voor ieder van ons de hemel opengegaan, opdat wij kunnen binnentreden in het huis van God en het kindschap Gods leren kennen. «Als gij de ware vroomheid bezit -zo leert de heilige Cyrillus van Jeruzalem- zal ook over u de Heilige Geest neerdalen en zult ge de stem van de Vader uit den hoge vernemen: deze is niet mijn enige Zoon, maar nu, na het doopsel, is hij van Mij geworden.»7 Het kindschap Gods is een van de grootste gaven die we hebben ontvangen op de dag dat we gedoopt werden. Sint Paulus spreekt ons over dit kindschap en, zich richtend tot iedere gedoopte, aarzelt niet deze heerlijke woorden uit te spreken: Je bent dus niet langer slaaf, maar zoon; en als je zoon bent, dan ook erfgenaam.8

In het ritueel van dit sacrament wordt aangeduid, dat de gelijkvormigheid met Christus tot stand komt door mid­del van een geestelijke wedergeboorte, zoals Jezus Nikodemus leerde: als iemand niet geboren wordt uit water en geest, kan hij het Rijk Gods niet binnengaan.9 «Het christelijk doopsel is daadwerkelijk een mysterie van dood en verrijzenis: de onderdompeling in het doopwater is het symbool en de tegenwoordigstelling van Jezus' begrafenis in de aarde en de dood van de oude mens, terwijl het opstijgen uit het water de verrijzenis van Christus en de geboorte van de nieuwe mens betekent.»10 Deze nieuwe geboorte is het fundament van het kindschap van God. En zo worden door dit sacrament «de mensen in het paasmysterie van Christus opgenomen: mede gestorven, mede begraven, mede verrezen; zij ontvangen de geest van de aanneming tot kinderen, die ons doet uitroepen: Abba, Vader (Rom 8,15); zo worden wij de ware aanbidders die de Vader zoekt.»11 Dit kindschap brengt de vernietiging van elke zonde van de ziel en het instorten van de genade met zich mee.

Door het doopsel worden de erfzonde en alle persoonlijke zonden vergeven, evenals de eeuwige en tijdelijke straf ten gevolge van de zonden. Gelijkvormig zijn aan de verrezen Christus, gesymboliseerd in het opstijgen uit het doopwater, duidt aan, dat de goddelijke genade, de deug­den die worden ingegoten en de gaven van de Heilige Geest zich gevestigd hebben in de ziel van de gedoopte, die aldus tot zetel van de Heilige Drieëenheid is geworden. Voor de christen openen zich de poorten van de hemel, en engelen en heiligen verheugen zich. In de menselijke natuur blijven wel nog de gevolgen achter van de erfzonde die, ook al ko­men zij daaruit voort, op zichzelf geen zonde zijn, maar er wel toe neigen; de gedoopte blijft onderworpen aan de mo­gelijkheid tot dwalen, tot begeerte en dood: allemaal gevol­gen van de erfzonde. Niettemin heeft het doopsel in het menselijk lichaam reeds het zaad van een glorievolle ver­nieuwing en verrijzenis gezaaid. Welk een groot verschil is er tussen degene die richting kerk gaat -of gebracht wordt- om dit sacrament te ontvangen en hem die gedoopt de kerk verlaat! De christen «komt uit het doopsel te voorschijn schitterend als de zon en -nog veel voornamer- als kind van God en medeverlosser met Christus.»12

Laten wij de Heer oprecht danken voor zoveel goeds, dat wij vandaag in heel zijn grootheid zouden willen begrijpen. Ten slotte doen wij, Heer, een beroep op uw goedheid: laat ons altijd luisteren naar uw eniggeboren Zoon om uw kinderen te worden genoemd en het ook werkelijk te zijn.13 Dat is ons grootste verlangen en ons hoogste streven.

3.3 In de tweede lezing herinnert de heilige Petrus aan dat Messiaans begin van Jezus, dat in de gedachten van velen van zijn toehoorders leefde en van wie enkele van hen ooggetuigen waren geweest. Gij weet -zo zegt de apostel tot hen- wat er overal in Judea gebeurd is; hoe Jezus van Nazaret zijn optreden begon in Galilea, na het doop­sel dat Johannes predikte, en hoe God Hem gezalfd heeft met de Heilige Geest en met kracht. Hij ging weldoende rond en genas allen die onder de dwingelandij van de duivel stonden...14

Pertransiit benefaciendo..., Hij ging weldoende rond... Dit is als het ware een samenvatting van Christus' leven op aarde. Dit dient ook de samenvatting te zijn van het leven van iedere gedoopte, want heel diens leven ontplooit zich onder invloed van de Heilige Geest: wanneer hij werkt, rust, wanneer hij glimlacht of een van de talloze diensten bewijst die het gezins- of beroepsleven met zich meebrengt.

Op deze feestdag worden wij uitgenodigd ons opnieuw bewust te worden van de verplichtingen die onze ouders of peetouders namens ons op de dag van ons doopsel op zich hebben genomen; om onze vurige aanhankelijkheid aan Christus opnieuw te bevestigen en de wil te strijden om iedere dag dichter tot Hem te komen; om ons verre te houden van elke zonde, ook de dagelijkse zonde, want bij het ontvangen van dit sacrament werden wij geroepen tot heiligheid, tot het delen in het goddelijke leven zelf.

Juist dit doopsel «maakt ons tot 'fideles', wat betekent gelovigen en ook getrouwen, een woord dat de eerste volge­lingen van Christus, net als dat andere woord 'sancti', hei­ligen, gebruikten om elkaar aan te duiden, en dat ook van­daag de dag nog gebruikt wordt: men spreekt van mensen die trouw zijn aan de Kerk.»15 Wij zullen trouw zijn in de mate waarin ons leven -hoe vaak hebben wij hierover niet nagedacht!- gebouwd is op de hechte en zekere basis van het gebed. Sint Lucas zegt ons in zijn evangelie, dat Jezus na gedoopt te zijn in gebed was.16 De heilige Thomas van Aquino tekent aan: in dit gebed leert de Heer ons, dat «de mens na het doopsel volhardend gebed nodig heeft om de toegang tot de hemel te verwerven; want ook al worden door het doopsel de zonden vergeven, toch blijft de neiging tot de zonde bestaan, die ons in ons binnenste bestrijdt, en ook zijn er nog altijd de duivel en het vlees die ons van buitenaf aanvallen.»17

Laten wij, naast dankbaarheid en vreugde voor al het goede dat wij in dit sacrament hebben verkregen, van­daag onze trouw aan Christus en aan de Kerk hernieuwen, een trouw die zich vaak zal vertalen in trouw aan ons dagelijks gebed.

-1. Introïtus, vgl. Mt 3,16-17. -2. Joh 2,11. -3. Jes 42,1-4; 6-7. -4. Mt 3,16-17. -5. H. Augustinus, Belijdenissen, I,9,6. -6. Joh 1,16. -7. H. Cyrillus van Jeruzalem, Catechesis III, Over het doopsel, 14. -8. Gal 4,7. -9. Joh 3,5. -10. Johannes Paulus ii, Angelus 8 januari 1989. -11. Vaticanum ii, Const. Sacrosanctum Concilium, 6. -12. H. Hypolitus, Preek over de Theofanie. -13. Gebed na de communie. -14. Tweede lezing, Hnd 10,34-38. -15. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 622. -16. Vgl. Lc 3,21. -17. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III, q39, a5.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012