Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

21 december

26. EDELMOEDIGHEID EN DIENSTVAARDIGHEID

-Edelmoedigheid en geest van dienstvaardigheid bij Maria. -Maria navolgen. Edelmoedigheid en dienstvaardigheid in kleine dingen tegenover de anderen. -De beloning voor edelmoedigheid.

26.1 In die dagen reisde Maria met spoed naar het berg­land, naar een stad in Juda. Zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabeth.1 

De maagd Maria geeft zich geheel aan wat God van haar vraagt. Van het ene moment op het andere blijven haar eigen plannen -die ze zeker had- verborgen in een hoekje om te doen wat God haar voorhoudt. Geen uitvluchten. Vanaf het allereerste moment is Jezus het enige en grootse ideaal waar zij voor leeft. Onze Vrouwe toonde tijdens haar verblijf hier op aarde een grenzeloze edelmoedigheid. Van de weinige passages in het evangelie die op haar leven betrekking hebben, vertellen er twee ons rechtstreeks over haar aandacht voor de anderen. Zij heeft haar tijd edelmoedig gebruikt om haar nicht, de heilige Elisabeth, te helpen tot aan de geboorte van sint Jan.2 Zij was bezorgd om het welzijn van anderen, zoals blijkt uit haar tussenkomst bij de bruiloft van Kana.3 Dat was voor haar heel gewoon. Haar stadgenoten uit Nazareth zouden ons veel te vertellen hebben over de ontelbare details in de dagelijkse omgang met Maria.

De maagd Maria dacht nooit aan zichzelf, maar aan de anderen. Zij ging met grote eenvoud op in het huishoude­lijk werk en met veel blijdschap. En ook met grote innerlijke ingetogenheid, omdat zij wist, dat de Heer in haar was. Alles werd in het huis van Elisabeth geheiligd door de aanwezigheid van de Maagd en het Kind dat zij droeg in haar schoot. In Maria constateren wij, dat edelmoedigheid de deugd is van grote zielen die weten dat het hoogste loon weggelegd is voor wie gegeven heeft. Voor niets hebt gij ontvangen, voor niets moet gij geven.4 Een edelmoe­dig mens is in staat tot iets aardigs, tot begrip, materiële hulp... en eist niet bemind, begrepen, geholpen te worden. Hij geeft en vergeet gegeven te hebben. Daarin zal heel zijn rijkdom liggen. Dit heeft hij begrepen: Het is zaliger te geven dan te ontvangen.5 Hij heeft ontdekt dat liefhebben «in de kern betekent zich wegschenken voor de naasten. Liefde is helemaal geen instinctieve neiging, maar het bewuste besluit van de wil naar de anderen toe te gaan. Om werkelijk lief te kunnen hebben is het goed zich te ontdoen van alle zaken vooral van zichzelf, en gratis uit te delen... Deze zelfverloochening [...] is een bron van evenwicht. Het is het geheim van het geluk.»6 Het geven verruimt het hart en maakt het jonger, vergroot het vermogen om lief te hebben. Egoïsme verarmt, verengt de eigen horizon. Hoe meer wij geven, hoe rijker wij worden.

Vragen we de heilige maagd Maria vandaag, dat zij ons leert edelmoedig te zijn, in de eerste plaats tegenover God en verder tegenover de anderen, de mensen met wie we leven of werken, de mensen die we in verschillende levensomstandigheden aantreffen. Dat wij onszelf zullen weten te geven in de dienst aan de anderen, in het gewone leven van alledag.

26.2 Als we voelen, dat wij, ondanks onze strijd, toch niet loskomen van ons egoïsme, laten we dan vandaag opzien naar de heilige Maagd om haar in haar edelmoedigheid na te volgen en de blijdschap te mogen proeven onszelf te geven en te geven. Het is voor ons noodzakelijk beter in te zien, dat edelmoedigheid het hart en ook de mogelijkheid te ontvangen verrijkt en vergroot. Egoïsme is daarentegen als een gif dat vernietigt, soms langzaam, maar altijd zonder mankeren.

Samen met Maria zullen we ontdekken dat God ons gemaakt heeft voor de overgave. En elke keer als we 'voorbehouden maken' omwille van onze eigen plannen, eigen zaken, achter Zijn rug om, sterven we een beetje. «Het koninkrijk van God kent geen waarde en toch kost het precies wat u hebt [...]. Het kostte Petrus en Andreas het achterlaten van hun schip en een paar netten. Het kostte de weduwe twee zilverlingen...»7 Alles wat zij beza­ten, zoals in ons geval. Onze persoon en ons bezit zullen gered worden in de mate waarin we die wegschenken.

«Uw boot -uw talenten, verlangens, successen- is niets waard, tenzij u die aan Jezus Christus ter beschikking stelt, tenzij u Hem toestaat vrij aan boord te komen en u van uw boot geen afgod maakt. En als u daar, in uw bootje, het probeert te redden zonder de Meester, koerst u recht op een schipbreuk aan, vanuit bovennatuurlijk stand­punt gezien wel te verstaan. Alleen als u de aanwezigheid en leiding van de Heer aanvaardt en zoekt, zult u beschut zijn tegen de stormen en tegenslagen van het leven. Leg alles in de handen van God: zorg dat uw gedachten -de geslaagde ondernemingen die u in uw verbeelding beleeft, uw edele menselijke verlangens, uw zuivere liefdes- hun weg naar het hart van Christus vinden. Anders zullen ze, vroeg of laat, met uw egoïsme zinken als een baksteen.»8 

Iedereen, waar of hoe God hem ook roept, moet doen als die vrouw in Betanië die haar grote liefde tot de Heer toon­de door een kruik te breken met echte en kostbare nardus­balsem.9 Dat is een uitwendig teken van haar grote liefde voor de Heer. Die vrouw wil niets houden, niet voor zichzelf, niet voor iemand anders. Het is een gebaar van een overgave zonder reserves, van vriendschap, van een diepe genegenheid voor Christus. Het huis hing vol balsemgeur. Mogen er ook van onze liefde en overgave aan Christus sporen achterblijven. Dat alleen. Het overige zal verloren gaan en vervloeien als het water van de rivier. De edelmoe­digheid voor God moet blijken uit de edelmoedigheid voor de anderen. Al wat gij gedaan hebt voor een der geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan.10 

Het is de edelmoedigheid eigen, dat zij onmiddellijk de kleine beledigingen weet te vergeten die in het gewone dagelijks leven kunnen voorkomen. Wie edelmoedig is, glimlacht en maakt het leven voor anderen aangenamer, ook al heeft hij zelf tegenslagen te verduren. Hij oordeelt ruim en begrijpend over anderen. Hij doet op het werk en thuis de minder leuke klusjes. Hij neemt de mensen zoals ze zijn, zonder al te veel belang te hechten aan hun tekortkomingen. Complimentjes op zijn tijd hebben meer effect. Wie edelmoedig is, geeft een positieve wending aan onze gesprekken en treedt, bij gelegenheid, corrigerend op. Hij vermijdt afbrekende kritiek die meestal nutteloos en onrechtvaardig is. Hij opent onze vrienden nieuwe -menselijke en bovennatuurlijke- horizonten enzovoort. Hij vergemakkelijkt, en dat is het voornaamste, voor de mensen om hem heen de weg die naar Christus leidt. Dat is het beste wat wij kunnen doen.

Alle dagen hebben wij een schat om uit te delen. Als we die niet weggeven, verliezen we hem. Als we die schat verdelen, zal de Heer hem vermeerderen. Als we aandach­tig zijn, als we op zijn leven letten, zal Hij ons gelegenheden laten ontdekken waarin wij graag zullen dienen hoewel weinigen dat, misschien, zouden willen. Zoals Jezus bij het Laatste Avondmaal, bij het wassen van de voeten van de apostelen11, moeten we de vervelendste karweitjes niet uit de weg gaan. Die moeten ook gedaan worden. Laten wij ons met de meer vervelende taken belasten. Wij zullen leren dat de gelegenheden om te dienen werkelijkheid wor­den door het offer, als vrucht van een innerlijke houding van opoffering en onthechting. Wij zullen op zoek moeten gaan, willen wij gelegenheden vinden om te dienen: door te denken aan de manier van leven van de mensen bij ons thuis, op het werk; door te denken aan wat zij te kort ko­men en waarin wij hen te hulp kunnen komen. De egoïst die zijn dag ver van God doorbrengt, geeft zich alleen rekenschap van zijn eigen behoeften en grillen.

De maagd Maria was niet alleen jegens God in opperste graad edelmoedig, maar ook tegenover alle andere mensen die zij tijdens haar aardse leven tegenkwam. Ook van haar kan gezegd worden dat zij weldoende rondging.12 Hetzelfde zou van iedereen van ons gezegd moeten worden.

26.3 De Heer beloont hier, en later in de hemel, onze -altijd armzalige- blijken van edelmoedigheid. Daarbij overschrijdt Hij altijd de maat. «Hij is zo dankbaar dat het opslaan van de ogen, om het met Hem eens te worden, ons al niet zonder beloning zal laten.»13 

In de Heilige Schrift treffen we veelvuldig getuigenissen aan van de bovennatuurlijke edelmoedigheid van God in verhouding tot de edelmoedigheid van de mens. De weduwe van Sarepta gaf een handvol meel en een beetje olie14 en zij ontving een onuitputtelijke hoeveelheid meel en olie. De weduwe in de tempel gaf twee kleine munten. Jezus zegt daarover: Zij heeft het meest geofferd van allen.15 De dienstknecht die ervoor zorgde dat de hem toevertrouwde talenten vermeerderd werden, zou uit de mond van de Heer te horen krijgen: Omdat gij in iets kleins trouw zijt geweest, zult gij gezag hebben over tien steden.16 

Op een dag zegt Petrus Hem: Zie, wij hebben ons eigen­dom prijsgegeven om U te volgen. En Jezus antwoordde hem: Voorwaar Ik zeg u: er is niemand die huis of vrouw, broers, ouders of kinderen omwille van het Rijk Gods heeft prijsgegeven, of hij ontvangt het in deze tijd dubbel en dwars terug en in de toekomstige wereld het eeuwig leven.17 Hoe zou Hij, die rekening houdt met het kleinste wat wij onder­nemen, de van dag tot dag getoonde trouw kunnen vergeten? Wat zal Hij die broden en vissen vermenigvuldigt voor een menigte die Hem een paar dagen volgt, doen voor wie alles hebben achtergelaten om Hem voor altijd te volgen? Als zij daaraan mogelijk ooit behoefte zullen hebben, zullen ze een bijzondere genade ontvangen om voort te gaan; hoe zou Jezus die kunnen weigeren? Hij is een goed betaler.

De Heer vergoedt honderdvoudig alle zaken die we uit liefde voor Hem hebben achtergelaten. Bovendien, wie Jezus zo volgt, wordt niet alleen in dit leven honderd keer rijker, maar zal ook voorbestemd zijn zalig te worden. Uiteindelijk zal hij de stem horen van Jezus die hij in de loop van zijn leven gediend heeft: Kom, gezegende van mijn Vader en ontvang het Rijk dat voor u gereed is.18 Het horen van de welkomstwoorden voor de eeuwigheid zal al voldoende beloning voor zijn edelmoedigheid zijn. Hij zal het Rijk der hemelen binnentreden aan de hand van Jezus en Maria.

-1. Lc 1,39 e.v. -2. Lc 1,31. -3. Joh 2,1 e.v. -4. Mt 10,8. -5. Hnd 20,36. -6. Johannes Paulus ii, Toespraak, 1 juni 1980. -7. H. Gre­gorius de Grote, Homilia 5 in evangelia. -8. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 21. -9. Joh 12,3. -10. Mt 25,40. -11. Vgl. Joh 13,4-17. -11. Vgl. Hnd 10,38. -13. H. Theresia van Avila, De weg der volmaaktheid, 23,3. -14. 1 Kon 17,10 e.v. -15. Mc 12,43. -16. Lc 19,17. -17. Lc 18,28-30. -18. Vgl. Mt 25,34.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012