Achtste week door het jaar. Dinsdag
5. EDELMOEDIGHEID EN ONTHECHTING
-De noodzaak zich werkelijk los te maken van de stoffelijke
goederen om Christus te volgen. -Jezus is oneindig edelmoedig in het belonen
van wie Hem volgt. -Het is altijd de moeite waard Christus te volgen. Het
honderdvoudige hier op aarde en het eeuwig leven bij God in de hemel.
5.1 Na de ontmoeting met de rijke
jongeling die wij gisteren gezien hebben, gaan Jezus en zijn leerlingen verder,
op weg naar Jeruzalem. Het trieste afscheid van deze jongeman die zeer gehecht
was aan zijn bezittingen, en de stevige bewoordingen van Jezus over hen die
door een ongeordende liefde tot de zaken van deze aarde niet in staat zijn Hem
te volgen -Hem niet willen volgen-, bleven allen in het hart gegrift. Nu zij al
weer onderweg zijn, zegt Petrus tot Jezus, misschien om de stilte te verbreken
die na dit voorval ontstaan was: Zie, wij hebben alles
prijsgegeven om U te volgen.1 De heilige
Matteüs vatte meteen de betekenis van deze woorden van Petrus volledig: Wat zullen wij dus krijgen? 2
De heilige Augustinus vermaant ons in zijn commentaar op deze
passage uit het evangelie van vandaag, met de woorden: «Ik vraag jou, christen,
als jou hetzelfde gezegd zou worden als deze rijke: ga en
verkoop -ook jij- alle goederen en je zult een schat
hebben in de hemel, en kom terug om Christus te volgen, zou jij dan ook
bedroefd heengaan, zoals hij?»3
Wij hebben, net als de apostelen, alles achterlaten wat Jezus
vroeg, ieder volgens zijn roeping. Wij letten er welbewust op, elke band te
verbreken die ons verhindert naar Christus toe te rennen en Hem te volgen. Wij
kunnen nu het voornemen hernieuwen, Jezus het middelpunt te laten zijn van ons
bestaan, door ons werkelijk los te maken, met daden, van wat wij bezitten en in
gebruik hebben, opdat wij met de heilige Paulus kunnen zeggen: Om Christus houd ik alles zelfs voor vuilnis, als het erom gaat
Hem te winnen.4 Immers, «Wie de schatten
kent van onze Heer Christus, misprijst alles om hunnentwil en geeft niets meer
om aardse goederen, geld en macht; er is immers niets dat met dat allerhoogste
goed vergeleken kan worden of zelfs kan bestaan in zijn tegenwoordigheid.»5 In vergelijking met Christus is er niets dat enige
waarde heeft.
Wij hebben alles prijsgegeven...
«Wat heb jij prijsgegeven, Petrus? Een scheepje en een net. Hij, daarentegen,
zou mij kunnen antwoorden: Ik heb de hele wereld verzaakt, nu ik niets voor
mijzelf bewaard heb [...] Zij lieten alles in de steek [...] en volgden Hem die
de wereld gemaakt had, en zij geloofden in zijn beloften»6, zoals wij willen doen. Wij kunnen zeggen dat wij
alles prijsgegeven hebben, wanneer niets onze liefde tot Christus in de weg
staat. De Heer eist -wij hebben het bij herhaling overwogen, want het is een
wezenlijk punt voor wie Hem wil volgen- van al zijn leerlingen de deugd van
armoede, ongeacht de tijd waarin zij leven, of de situatie waarin zij zich
bevinden. Hij vraagt ook werkelijke en doelmatige eenvoud in het bezit en
gebruik van de stoffelijke goederen. En dat houdt in, zoals Paulus vi zei: «heel wat edelmoedigheid, talloze vrijwillige
offers en een voortdurende inspanning».7 Daarom
moeten wij leren, deze deugd praktisch te beoefenen in het gewone leven van
alledag: afzien van nutteloze uitgaven door niet toe te geven aan persoonlijke
grillen, de tijd goed benutten, het beoefenen van de deugd van edelmoedigheid
in de zaken van God; evenzo in het steunen van goede doelen, in de zorg voor kleding,
meubilering, huishoudelijke apparaten...
Ook van degenen die, midden in de wereld en in de uitoefening
van hun beroep een bijzondere roeping tot apostolaat hebben ontvangen -zoals die
Twaalf-, kan de Heer een volledige onthechting vragen van bezit, rijkdom, tijd,
familie enzovoort, ten behoeve van een grotere beschikbaarheid in dienst van de
Kerk en van de zielen.
5.2 Wij
hebben alles prijsgegeven... Wij hebben heel vaak ervaren, als wij met
nieuwe grootmoedigheid beantwoordden aan de eisen van de christelijke roeping,
dat het daadwerkelijk loslaten van bezit de bevrijding van een aanzienlijke
last met zich brengt: zoals bij een soldaat die, voor hij de strijd aanbindt,
zich ontdoet van zijn last om behendiger te zijn in zijn manoeuvres. Wij proeven
als het ware dan dat wij, in de dienst van God, boven de dingen staan die ons
omgeven. Dan is men geen slaaf meer van die dingen, en geniet de vreugde waarop
de heilige Paulus zinspeelt: wij zijn in de wereld en wij
treuren maar zijn altijd blij; wij zijn berooid en maken velen rijk, haveloos
en de wereld is van ons.8 Het hart van de
christen die zich op die manier ontdaan heeft van egoïsme, wordt makkelijker
vervuld van liefde, en daarmee is alles van hem: alles is
van u, maar gij zijt van Christus en Christus is van God.9
Petrus herinnert Jezus eraan dat zij, anders als de jongeling
die ten slotte heenging, omwille van Hem alles achtergelaten hebben. Simon ziet
niet om, maar lijkt een paar woorden van de Meester nodig te hebben die hen
bevestigt dat zij erop vooruitgegaan zijn, dat het de moeite waard is bij Hem
te zijn, ook al bezitten zij niets. De apostel toont zich heel menselijk, maar
zijn vraag drukt tegelijkertijd het vertrouwen uit dat hem verenigt met de
Heer. Jezus toont zich vol genegenheid tegenover hen die, ondanks al hun
tekortkomingen, Hem trouw volgen. «Jezus zegt: Ieder die
zijn huis, broers of zusters, vader of moeder, vrouw, kinderen of akkers heeft
prijsgegeven om mijn Naam, zal het honderdvoudig terugkrijgen en eeuwig leven
ontvangen. -Vind op aarde eens iemand die zo royaal betaalt.»10 Jezus is niet kleinzielig. Nog geen glas water -een
aalmoes, een dienst, een of andere goede daad- om Christus' wil gegeven zal
zonder beloning blijven.11 Laten wij oprecht
zijn, als wij nagaan hoe wij onthechting en armoede beleven: kunnen wij aan God
bevestigen, dat wij alles hebben achtergelaten?
Als dat zo is, zal Jezus niet nalaten op zijn beurt ons te
bevestigen op onze weg. Wie met alles rekening houdt tot in het allerkleinste,
hoe zou Hij de trouw van dag tot dag uit pure liefde kunnen vergeten? Wie
broden en vissen vermenigvuldigt voor een menigte die Hem enige dagen,
misschien niet met een al te oprechte bedoeling, volgt, zou Hij niet minstens
hetzelfde doen voor hen die alles achtergelaten hebben om Hem te volgen? Als
degenen die achter Hem aangaan, een bijzondere hulp nodig hebben om Hem verder
te volgen, hoe zou Jezus hen dan kunnen vergeten? Wat zou God onze Vader ons
weigeren, wanneer wij vanwege een gemis aan middelen onze toevlucht tot Hem
nemen? «Alleen al omdat zijn zoon, na hem in de steek gelaten te hebben,
terugkomt, bereidt hij een feest; waarmee zal Hij ons dan wel niet verblijden,
als wij zorgen altijd aan zijn zijde te verkeren?»12
De woorden van Jezus verschaften zekerheid aan degenen die
Hem destijds vergezelden op weg naar Jeruzalem. Eveneens zullen al degenen die,
in de loop der eeuwen, zich helemaal aan Hem hebben overgegeven, in het
onderricht van de Heer opnieuw de kracht van het geloof en de overgave vinden.
De belofte van Christus overstijgt ruimschoots al het geluk dat de wereld kan
bieden. Hij wil dat wij gelukkig zijn, ook hier op aarde: wie Hem met
edelmoedigheid volgen, verkrijgen, in dit leven al, een vreugde en een vrede
die in ruime mate alle menselijke blijdschap en vertroosting overschrijden. En
aan deze voorproef op de hemel, deze vreugde en vrede, zal de eeuwige
gelukzaligheid toegevoegd worden. «Een tweetal uren maar van dit leven, maar de
beloning is zeer groot. En al was er geen andere beloning dan het vervullen van
wat de Heer ons raadt, dan is er een groot loon gelegen in het zijne Majesteit
navolgen in iets.»13
5.3 «Mensen
en dieren, Heer, -zegt de Psalmist (Vulgaat Ps 35,7)- waarborgt Gij het heil in overeenstemming met de onmetelijke
omvang van uw meelevende goedheid. Als God aan allen, aan goeden en
slechten, aan mensen en dieren, zo'n kostbare gave schenkt, broeders, wat zal
Hij dan wel niet in gedachten hebben voor hen die trouw zijn?»14 Het is de moeite waard de Heer te volgen, Hem elk
moment trouw te wezen, alles omwille van Hem te geven, edelmoedig te zijn
zonder maat. Hij zegt ons, middels de heilige Johannes Chrysostomus: «Het goud,
dat je van plan bent uit te lenen, geef het mij, dan zal ik je meer rente geven
en met groter zekerheid. Het lichaam, dat je van plan bent te laten rekruteren
in de dienst van een ander, laat het door mij aanwerven, want ik ben allen de
baas in soldij en wedde... Zijn liefde is groot. Als je aan Hem wilt lenen, is
Hij bereid het in ontvangst te nemen. Als jij wilt zaaien, verkoopt Hij je het
zaad; als jij wilt bouwen zal Hij je zeggen op zijn grond te bouwen. Waarom
jaag je de zaken van de mensen na? Het zijn toch maar arme bedelaars die niets
kunnen. Ga bij God te rade, die voor kleine dingen grote in de plaats zal
geven.»15
Wij moeten niet vergeten, dat de Heer aan de vergoeding 'vervolgingen'
toevoegt, deze zijn immers voor de leerlingen van Jezus evenzeer een beloning.
De glorie van de christen is, te gelijken op zijn Meester, door een deel van
zijn kruis op te nemen, om met Hem ook aan zijn glorie deel te hebben.16 Als beproevingen, vervolgingen, rampen,
onrechtvaardigheden, hoon..., ons ten deel vallen, moeten wij begrijpen dat wij
deze kunnen omzetten in een goed, een deel van de beloning, want de Heer laat
toe dat wij deelhebben aan zijn kruis, om ons zo meer met Hem te verenigen.
Wie trouw is aan Christus heeft het vooruitzicht van de hemel
voor eeuwig. Hij zal de stem horen van de Heer, die hij hier op aarde heeft
trachten te dienen. Deze stem zal hem zeggen: Kom,
gezegende van mijn Vader, en ontvang het Rijk dat voor u gereed is vanaf de
grondvesting der wereld.17 Het horen van
deze woorden, dit welkom in de eeuwigheid, is al een vergoeding voor alles wat
wij links hebben laten liggen om Christus beter te volgen, of voor het kleine
beetje dat wij omwille van Hem hebben moeten lijden. Aan Jezus hand gaan wij de
hemel binnen.
En zelfs als wij Jezus volgen uit liefde, kan er een moment
komen waarop alles een beetje teveel kost. Dan is het verstandig, langzaam een
schietgebed te zeggen dat ons helpt te denken aan de beloning: het is de moeite
waard, het is geen moeite, het is het waard. Dat zal onze hoop sterken en de
aarzeling over de te volgen weg doen verdwijnen.
Als wij Jezus Christus hebben, zal het ons verder aan niets
ontbreken. Van de heilige Thomas van Aquino wordt verteld, dat de Heer hem op
een dag zei: «Jij hebt goed over Mij geschreven, Thomas, wat wil jij als beloning?»
Thomas antwoordde: «U, Heer, verder niets». Laten wij evenmin iets anders
willen: met Jezus, dichtbij Jezus, leggen wij onze levensweg af, vervuld van
blijdschap.
Moge de heilige Maria voor ons met haar machtige voorspraak
een kordate bereidheid tot onthechting en edelmoedigheid verwerven. Zo zullen
wij, zoals zij dat wist te doen, onze omgeving 'besmetten' met een blij klimaat
van liefde voor de christelijke armoede.
-1. Mc 10,28-31. -2. Mt 19,27. -3. H. Augustinus, Sermo 301 A, 5.
-4. Fil 3,8. -5. Romeinse
Catechismus, IV,11,15. -6. H. Augustinus, Sermo 301 A, 4.
-7. Paulus vi, Enc. Populorum Progressio, 47. -8. 2 Kor
6,10. -9. 1 Kor 3,22-23. -10. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 670. -11. Vgl. Mt 10,42. -12. H.
Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 309. -13. H. Theresia van
Ávila, De weg der volmaaktheid, 2,7.
-14. H. Augustinus, Sermo
255, over het alleluja. -15. H. Johannes
Chrysostomus, Preken over het
Matteüs-evangelie, 76,4. -16. Vgl. Rom 8,17.
-17. Mt 25,34.
|