Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Meditaties over de Heilige Eucharistie (1)

42. EEN GOD IN VERBORGENHEID

-Jezus verbergt zich, opdat ons geloof en onze liefde Hem ontdekken. -De heilige eucharistie vormt ons om. -Christus geeft zich persoonlijk aan ieder van ons.

42.1 Adoro te devote, latens Deitas... U aanbid ik in over­gave, verborgen Godheid, die waarachtig onder deze teke­nen schuilt. U geeft mijn hart zich geheel en al over, U aanschouwend schiet het al te kort.1 Zo begint de hymne die de heilige Thomas van Aquino heeft geschreven voor het feest van Sacramentsdag, en dat zoveel gelovigen heeft geholpen om hun geloof in en liefde voor de eucharistie te overwegen en tot uiting te brengen.

U aanbid ik in overgave, verborgen Godheid... Waarlijk, Gij zijt een verborgen God2, zo had de profeet Jesaja reeds verkondigd. De Schepper van het heelal heeft de sporen van zijn werk nagelaten; het leek alsof Hij op het tweede plan wilde blijven. Maar er kwam een ogenblik in de geschiedenis van de mensheid, waarop God besloot zijn meest innerlijke wezen aan ons te openbaren. Meer nog, in zijn goedheid wilde Hij onder ons wonen, zijn tent opslaan te midden van de mensen; Hij werd mens in de allerreinste schoot van Maria. Hij kwam ter aarde en bleef voor de meeste mensen verborgen, omdat die zich meer zorgen over andere dingen maakten. Enkelen leerden Hem ken­nen, namelijk zij die eenvoudig van hart waren en een waakzame blik ten opzichte van het goddelijke bezaten: Maria, Jozef, de herders, de Drie Wijzen, Anna, Simeon... Laatstgenoemde, reeds een oude man, had heel zijn leven lang de komst van de aangekondigde Messias verwacht, en hij kon dan ook tegenover het Kind Jezus uitroepen: Uw dienaar laat Gij, Heer, nu naar uw woord in vrede gaan; mijn ogen hebben thans uw Heil aanschouwd...3 Konden wij maar hetzelfde zeggen, wanneer wij tot het tabernakel naderen!

En later, tijdens zijn openbare leven, konden velen Jezus niet ontdekken, ondanks de wonderen waarmee Hij zijn goddelijke macht tot uiting bracht. In andere gevallen verbergt dezelfde Heer zich en beveelt Hij degenen die Hij zelf heeft genezen, dat zij hierover niets tegen iemand zeggen. In Getsemani en tijdens zijn lijden leek de godheid voor de ogen van de mensen volkomen verborgen. Aan het kruis, zo wist de heilige Maagd met alle stelligheid, was Hij die te sterven hing Jezus, de mens geworden God. Maar in de ogen van velen stierf Hij als een misdadiger.

In de heilige eucharistie verbergt Jezus zich wederom, in de gedaanten van brood en wijn, opdat ons geloof en onze liefde Hem ontdekken. In ons gebed zeggen wij tot Hem: «Heer, die ons doet delen in het wonder van de eucharistie: wij bidden U, verberg U niet», laat uw gelaat altijd helder voor onze ogen staan, «blijf onder ons wonen», want zonder U heeft ons leven geen zin; «maak dat wij U mogen zien», met ogen die gereinigd zijn in het sacrament van boete en verzoening; «dat wij U mogen aanraken», zoals die vrouw die het waagde de zoom van uw kleed aan te raken en aldus genezen werd; «dat wij U mogen voelen» zonder ooit aan het wonder gewend te willen raken; «dat wij altijd bij U willen zijn», U die de enige plaats bent waar wij volkomen gelukkig zijn; «dat Gij de Koning van ons leven en van onze werken moge zijn», want aan U hebben wij alles gegeven.4

42.2 De tegenwoordigheid is een liefdesbehoefte, en de Meester die de zijnen het hoogste gebod van de liefde had nagelaten, kon zich niet onttrekken aan die karaktereigen­schap van de ware vriendschap: het verlangen samen te zijn. Om dit samenleven met ons te verwezenlijken, in verwachting van de hemel, is Hij in onze tabernakels willen blijven. Zó maakte Hij die krachtige aanbevelingen vóór zijn heengaan mogelijk: Blijft in Mij, zoals Ik in u. Ik noem u geen dienaars meer, maar u heb Ik vrienden genoemd... Blijft in mijn liefde.5 Een diepe vriendschap met Jezus is gegroeid in zoveel communies, waarin Jezus ons kwam bezoeken, en in al die gelegenheden waarin wij Hem kwamen opzoeken in het tabernakel. Daar, verborgen voor onze zintuigen, maar zo duidelijk zichtbaar voor ons geloof, wachtte Hij op ons; aan zijn voeten hebben wij onze beste idealen neergelegd, en bij Hem hebben wij onze zorgen, al wat ons ooit kon benauwen, achtergelaten... De Vriend begrijpt de vriend zeer wel. Daar, in de bron zijn wij de manier van de beoefening der deugden gaan drinken. En wij hebben gezocht, dat zijn sterkte onze sterkte is, dat zijn zicht op de wereld en de mensen het onze is... Konden ook wij ooit maar eens zeggen, zoals sint Paulus: Ik zelf leef niet meer, Christus is het die leeft in mij! 6

De heilige Thomas stelt, dat de deugd van dit sacrament bestaat in het tot stand brengen van een zekere omvorming van de mens in Christus, door de liefde.7 Wij hebben alle­maal de ervaring dat iedereen grotendeels leeft volgens hetgeen hij liefheeft. Mensen met liefde voor hun studie, de sport, hun beroep, zeggen dat deze activiteiten 'hun leven' zijn. Op gelijke wijze leeft een mens die alleen maar zijn eigen belang zoekt voor zichzelf. Als wij Christus lief­hebben en ons met Hem verenigen, zullen wij door Hem en voor Hem leven, met des te meer diepgang, naarmate de liefde dieper en waarachtiger is. Meer nog, de genade vormt ons van binnen uit en vergoddelijkt ons. «Hebt gij de aarde lief? -roept de heilige Augustinus uit-. Dan zult ge aarde zijn. Hebt gij God lief? Wat zal ik zeggen? Dat ge god zult zijn? Ik waag het niet zoiets te zeggen, maar de heilige Schrift zegt het u: Ik was het die sprak: gij zijt goden, zonen van de Allerhoogste gij allen (Ps 81,6).»8

Laten wij de verborgen Jezus in het tabernakel gaan zien, en afstanden worden teniet gedaan, en zelfs de tijd verliest zijn begrenzingen tegenover deze Tegenwoordigheid, die eeuwig leven is, zaad van verrijzenis en voor­proef van het hemelse geluk. Dààr straalt het leven van de christen het leven van Jezus uit: te midden van het werk, in zijn gebruikelijke glimlach, in de wijze waarop hij tegenslagen en leed draagt, weerspiegelt de christen Christus. Hij die in het tabernakel verblijft, toont zich en komt onder de mensen tegenwoordig in het gewone leven van de christen.

«Tabernakels van zilver en goud / die de alomtegenwoordigheid bevat / van Jezus, onze schat, / ons leven, onze kennis. / Ik zegen en aanbid U / met diepe eerbied...»9

Sinds tweeduizend jaar woont Gods Zoon onder de men­sen. «Hij, in wie de Vader onuitsprekelijk welbehagen vindt, in wie de gelukzaligen eeuwigdurend geluk drinken! Het mens geworden Woord is daar, in de Hostie, zoals ten tijde van de apostelen en de menigten van Palestina, met de oneindige volheid van een grote genade die alleen maar alle mensen wil overstromen om hen in Hem om te vormen. Men zou tot dit reddend Woord moeten naderen met het geloof van de eenvoudigen uit het Evangelie, die zich haastten om Christus te ontmoeten om de zoom van zijn kleed aan te raken, en die aldus genezen werden.»10 Zó nemen ook wij ons voor tot Hem te naderen.

42.3 U geeft mijn hart zich geheel en al over, U aanschou­wend schiet het al te kort.

Wij mogen ons niet van de wijs laten brengen door de waarneembare schijn. Niet al het bestaande, zelfs niet de geschapen werkelijkheden van deze wereld, zijn zintuiglijk waarneembaar; de zintuigen zijn een bron van kennis, maar tegelijkertijd ook de begrenzing van ons begripsver­mogen. Op haar pelgrimstocht door deze wereld naar de Vader toe, bezit de Kerk in de heilige eucharistie de tweede Persoon van de Allerheiligste Drieëenheid, niet waarneem­baar voor de zintuigen, die de allerheiligste mensheid van Christus heeft aangenomen. Het Woord is vlees geworden11 om onder ons te wonen en ons deelgenoot te maken van zijn godheid. Hij kwam voor heel de wereld en zou mens geworden zijn voor de geringste en minst waardige van de mensen. De heilige Paulus voorproefde deze werkelijkheid met vreugde en sprak: Gods Zoon heeft mij liefgehad en heeft zichzelf voor mij overgeleverd.12 Jezus zou voor mij alleen ter wereld zijn gekomen en geleden hebben. Dàt is de grote werkelijkheid die mijn leven vervult, zo mogen wij allen denken. In het heilsplan was de eucharistie het door God uitgekozen middel van de Voorzienigheid om persoonlijk, op unieke en onherhaalbare wijze, in ieder van ons te verblijven. Met vreugde zingen we in het binnenste van ons hart: Pange, lingua, gloriosi Corporis mysterium... Loof, mijn tong, het glorierijke Lichaam en het kostbare Bloed van de Koning der volkeren, dat voor onze schuld voldoet, uitgegoten als de losprijs.13

Jezus is niet verborgen. Wij zien Hem elke dag, wij ont­vangen Hem, beminnen Hem, bezoeken Hem... Hoe helder en doorschijnend is zijn Tegenwoordigheid, als we Hem beschouwen met een zuivere blik, vervuld van geloof! Laten we er eens aan denken hoe wij te communie gaan, misschien over enkele minuten of enige uren, en bidden we tot God de Vader, onze Vader, dat Hij het geloof en de lief­de van ons hart vermeerdert. Wellicht kan ons daarbij het gebed van de heilige Thomas helpen, waarmee we ons bij andere gelegenheden misschien hebben voorbereid op het ontvangen van Jezus: «Almachtige eeuwige God, ik mag naderen tot het sacrament van uw eniggeboren Zoon, onze Heer Jezus Christus. Ik kom als een zieke tot de genees­heer ten leven, als een onreine tot de bron van barmhartig­heid, als een blinde tot het licht van de eeuwige klaarheid, als een arme en behoeftige tot de Heer van hemel en aarde. Ik doe dan ook een beroep op de overvloed van uw grenzeloze goedheid: wil mijn zwakheid genezen, was al mijn smetten van mij af, maak een einde aan mijn blindheid, verander mijn armoede in rijkdom en bekleed mij in al mijn schamelheid. Goede God, laat mij het Lichaam van uw eniggeboren Zoon, geboren uit de maagd Maria, zó ontvangen, dat ik tot zijn mystiek lichaam mag behoren en één mag zijn met zijn ledematen.»14

-1. Hymne Adoro te devote [Ned. vert. Laus Deo]. -2. Jes 45,15. -3. Lc 2,29-30. -4. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 542. -5. Joh 15,4;9,15. -6. Gal 2,20. -7. Vgl. H. Thomas van Aquino, In Sententiarum libros IV, d12 q2 a2 ad 1. -8. H. Augustinus, Commentaar op de Brief van de H. Johannes aan de Parthen, 2,14.
-9.
Sor Cristina de Arteaga, Sembrad, xcix. -10. M.M. Philipon, Les sacrements dans la vie chrétienne. -11. Joh 1,14. -12. Gal 2,20. -13. Hymne Pange, lingua [Ned. vert. Laus Deo]. -14. H. Thomas van Aquino, Gebed ter voorbereiding tot de mis. Cfr. Altaarmissaal, bl. 1362-1363




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012