Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Eenendertigste week. Zaterdag

27. Een Heer dienen

-Wij behoren God geheel en al toe. -Eenheid van leven. -De bedoelingen rechtzetten.

27.1 In de Oudheid behoorde een slaaf volledig toe aan zijn heer. Zijn werkzaamheden brachten een volledige toewij­ding mee, die hem zo totaal in beslag nam, dat hij deze niet kon verenigen met andere arbeid of een andere mees­ter. Aldus begrijpt men beter de woorden van Jezus, die wij in het evangelie van de heilige Mis lezen1: Geen knecht kan twee heren dienen, want hij zal de een liefhebben en de ander haten, ofwel de een aanhangen en de ander verachten. Gij kunt niet God dienen en de mammon.

Christus volgen betekent, dat we heel ons handelen op Hem moeten richten. We hebben niet een tijdsbestek voor God en een ander voor studie, arbeid, zaken: alles is van God en moet op Hem georiënteerd zijn. Wij behoren de Heer geheel en al toe en tot Hem richten wij onze werkzaamheid, de ontspanning, de zuivere liefde... Wij hebben slechts één leven, dat op God geordend is in alle handelingen waardoor het wordt gevormd. «Spiritualiteit mag nooit verstaan worden als een geheel van vrome en ascetische praktijken, die op enigerlei wijze naast het geheel van rechten en plichten zouden staan, die door de eigen status zijn bepaald; integendeel, juist de omstandigheden moeten, voor zover zij beantwoorden aan Gods wil, op bovennatuurlijke wijze opgenomen en tot leven gebracht worden door een bepaalde wijze van ontwikkeling van het geestelijk leven, die juist in en door die omstandigheden bereikt zal worden.»2

Zoals de draad de kralen van een snoer bijeenhoudt, zo geven ook het verlangen om God lief te hebben en de oprechtheid van bedoelingen eenheid aan al wat wij doen. Door het opdragen van werk behoren de Heer al onze werkzaamheden van de dag, de vreugde en de pijnen toe. Niets blijft buiten de liefde. «In ons gewone gedrag dienen wij te beschikken over een eigenschap welke die van de legendarische koning Midas overtreft: je raakt iets aan, en het verandert in goud. -Wij moeten, uit liefde, het menselijk werk van onze gewone dag veranderen in een werk van God, met een eeuwige reikwijdte.»3

Onze bezigheden van elke dag, de zorg voor de hulpmiddelen die we bij ons werk gebruiken, orde, gemoedsrust tegenover de tegenslagen die zich aandienen, punctueel zijn, de inspanning die de vervulling van onze plicht vergt... dat is de materie die wij moeten veranderen in het goud van de liefde tot God. Alles is op de Heer gericht, want Hij is het die eeuwigheidswaarde verleent aan onze kleinste werken.

Wanneer men een aards schepsel liefheeft, bemint men dat vierentwintig uur per dag; op dezelfde manier vormt de liefde tot Christus de meest innerlijke essentie van ons wezen en al ons handelen. Hij is onze enige Heer, die wij zoeken te dienen te midden van de mensen, door een voorbeeld te zijn in het werk, het zakendoen, in het beleven van de sociale leer van de Kerk op de onderscheiden gebieden van onze werkzaamheid, in de zorg voor het milieu dat een deel is van de goddelijke schepping... Het zou geen zin hebben als iemand die innig met de Heer omgaat, zich niet tegelijkertijd en als een logisch gevolg daarvan, inspant om hartelijk en optimistisch te zijn, stipt in zijn werk, in het streven de tijd te benutten en geen knoeiwerk af te leveren...

27.2 Onze ijver om als kinderen van God te leven wordt voornamelijk verwezenlijkt in het werk, dat we op God moeten richten; in het gezin, door het te maken tot een plaats van vrede en zin tot dienstbaarheid; en in vriendschap, de weg om anderen meer en meer tot de Heer te brengen. Toch moeten we op elk moment van de dag of de nacht deze houding bewaren: met de hulp van de genade trachten mannen en vrouwen uit een stuk te zijn, die niet met alle winden meewaaien of de omgang met de Heer alleen maar beperken tot de momenten waarop ze in de kerk zijn of in gebed verzonken. Op straat, op het werk, tijdens het sporten, in een vereniging, overal zijn wij altijd dezelfden: kinderen van God, die door hun beminnelijkheid hun navolging van Christus in geheel verschillende omstandigheden weerspiegelen: of gij dus eet of drinkt, of wat ge ook doet, doet alles ter ere Gods4, was de raadgeving van de heilige Paulus aan de eerste christenen. En naar aanleiding van dit vers verklaart de heilige Basilius: «Wanneer ge aan tafel plaats neemt, bid dan. Als ge brood eet, doe dat onder dankzegging aan degene die edelmoedig is. Als ge wijn drinkt, denk dan aan degene die u die wijn heeft gegeven tot vreugde en verlichting van ziekten. Wanneer ge u kleedt, dank degene die u die kleding welwillend heeft gegeven. Als ge de hemel en de schoonheid van de sterren bekijkt, werp u dan aan Gods voeten en aanbid Hem die in zijn wijsheid al deze dingen heeft beschikt. Breng evenzo, bij zonsopgang of zonsondergang, wanneer ge slaapt of wakker bent, dank aan God die al deze dingen heeft geschapen en geordend voor uw heil, opdat ge de Schepper kent, bemint en looft.»5 Alle edele werkelijkheden dienen ons naar Hem toe te leiden.

Als de liefde tot God waarachtig is, zal deze in alle aspecten van het leven haar weerglans hebben. Vandaar dat ook al hebben tijdelijke vraagstukken hun eigen zeggingskracht en bestaat er geen 'katholieke oplossing' voor sociale, politieke en dergelijke problemen, er geen 'neutrale vraagstukken' zijn, waarin de christen geen christen meer zou zijn en als zodanig handelt.6 Daarom vloeit het apostolaat spontaan daarheen, waar zich een leerling van Christus bevindt, want dat is het rechtstreekse gevolg van zijn liefde tot God en tot de mensen.

27.3 De Farizeeën die de Heer aanhoorden, waren belust op geld en trachtten hun liefde voor rijkdom met de liefde tot God te verenigen. Daarom lachten zij Jezus uit. Ook vandaag de dag trachten mensen soms de volledige dienstbaarheid aan God en de onthechting van materiële goederen belachelijk te maken, omdat zij -net zoals de Farizeeën- niet alleen niet bereid zijn die in prak­tijk te brengen, maar omdat ze niet eens kunnen begrijpen dat anderen wel zo edelmoedig kunnen zijn: ze denken wellicht dat er verborgen belangen zijn bij degenen die, midden in de wereld en daarbuiten, Christus tot enige Heer hebben gekozen.7

Jezus legt de onoprechtheid bloot van die ogenschijnlijke goedheid van de Farizeeën: Bij de mensen doet gij uzelf als rechtvaardigen voor, maar God kent uw hart. Waar de mensen naar opzien, is in Gods ogen een gruwel. De Heer wijst hier met een allerkrachtigste term -gruwel- op het gedrag van die mannen zonder eenheid van leven die, onder de schijn van trouwe dienaars van God, zeer ver van Hem af stonden, zoals in hun werken weerspiegeld werd: zij lopen graag in lange gewaden rond, houden ervan zich op de markt te laten groeten en zijn belust op de voornaamste plaatsen in de synagogen en op de ereplaatsen bij de maaltijden. Maar zij slokken de huizen van de weduwen op en verrichten voor de schijn lange gebeden...8 In werkelijkheid hielden zij niet of nauwelijks van God; zij hadden zichzelf lief.

God kent uw hart. Deze woorden van de Heer moeten ons vervullen van troost, en ons er tegelijkertijd toe brengen dikwijls onze bedoelingen bij te stellen om neigingen tot ijdelheid en pronkzucht te verwerpen, zodanig dat ons gehele leven op God gericht wordt. De Heer behagen moet het grote doel van al onze handelingen zijn. Paus Johannes Paulus I, toen nog patriarch van Venetië, heeft dit korte, maar leerrijke verhaaltje geschreven. Voor de buitendeur van de keuken lagen de honden. Meneer Pietersen slachtte een kalf en gooide het slachtafval op de binnenplaats. De honden vraten dat op en zeiden: «Hij is een goede kok, hij kan prima koken».

Even daarna was meneer Pietersen erwten aan het doppen en de uien aan het schillen, en hij wierp het afval de binnenplaats op. De honden stortten zich erop, maar draaiden hun snuit de andere kant op en zeiden: «De kok kan er niets meer van, hij deugt helemaal niet meer».

Maar meneer Pietersen trok zich helemaal niets van dit oordeel aan en zei: «Mijn meester moet mijn maaltijden eten en beoordelen, niet de honden. Als mijn meester tevreden is, ben ik het ook.»9 Als we handelen met ons gelaat naar God gekeerd, mogen wij ons er niet of nauwelijks om bekommeren, dat de mensen het niet begrijpen of kritiek hebben. God moeten wij in de eerste plaats en boven alles dienen. Dan blijkt meteen dat deze liefde, uitgedrukt in werken voor God, tevens de grootste opdracht is die wij ten uitvoer kunnen brengen ten behoeve van onze broeders, de mensen.

Onze heilige Moeder Maria zal ons leren onze dagen en uren zo in te richten, dat ons leven een waarachtig dienstbetoon is aan God. «Raak om mijnentwil toch nooit de bovennatuurlijke visie kwijt. -Zuiver je bedoeling, zoals de koers van een schip op hoge zee aangepast wordt: men kijkt naar de ster, naar Maria. En jij zult de zekerheid hebben altijd de haven te bereiken.»10

-1. Lc 16,13-14. -2. A. del Portillo, Escritos sobre el sacerdocio, Madrid 19764, bl. 113. -3. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 742. -4. 1 Kor 10,31. -5. H. Basilius, Homilia in Julittam martirem. -6. Vgl. I. Celaya, Unidad de vida y plenitud cristiana, Pamplona 1985, bl. 335. -7. Vgl. The Navarre Bible, noot bij Lc 16,13-14 -8. Vgl. Lc 20,45-47. -9. Vgl. A. Luciani, Brieven aan beroemde mensen, bl. 19. -10. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 749.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012