Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vijfde zondag van de Veertigdagentijd

33. EEN ROEP OM GERECHTIGHEID

-Vurig verlangen naar gerechtigheid en meer vrede in de wereld. De eisen van gerechtigheid toepassen in ons persoonlijk leven en in het milieu waarin ons leven zich afspeelt. -Het vervullen van de verplichtingen van werk en maatschappij. -De maatschappij van binnenuit heiligen. Deugden die het terrein van de gerechtigheid vergroten en vervolmaken.

33.1 God, schaf mij recht; kom voor mij op... Gij zijt mijn God en mijn sterkte1, bidden we in de introïtus van de Mis. In een groot deel van de mensheid wordt een krachtige roep om meer gerechtigheid gehoord, om «een zekerder vrede in een sfeer van wederzijds respect tussen mensen en tussen volken.»2 Dat verlangen te bouwen aan een rechtvaardiger wereld, waarin meer eerbied zal zijn voor de mens, die door God naar zijn beeld en gelijkenis geschapen werd, is waar het eigenlijk om gaat bij die honger en dorst naar gerechtigheid3 die in elk christenhart te vinden moet zijn.

De hele prediking van Jezus is een schreeuw om gerechtigheid -volstrekte gerechtigheid, zonder afdingen- en barmhartigheid. De Heer zelf veroordeelt de farizeeën die de huizen der weduwen opslokken, terwijl ze voor de schijn lange gebeden verrichten.4 En de apostel Jakobus richt dit zware verwijt tot degenen die zich verrijken middels bedrog en onrechtvaardigheid: Uw rijkdom is verrot... Hoort, het loon dat gij hebt onthouden aan de arbeiders die uw velden hebben gemaaid, roept luid en de kreten van uw oogsters zijn doorgedrongen tot de oren van de Heer der heerscharen.5 

De Kerk dringt er, trouw aan de leer van de Heilige Schrift, bij ons op aan dat wij ons met die roep in de wereld verenigen en omzetten in een gebed tot de hemelse Vader. Tegelijk spoort zij ons aan de eisen der gerechtigheid in ons persoonlijk, beroeps- en maatschappelijk leven toe te passen. Zij vraagt ons diegenen te hulp te snellen -omdat ze zwakker zijn- die hun rechten niet waar kunnen maken. Onvruchtbare klaagzangen horen niet bij de christen. De Heer verlangt, in plaats van nutteloze klaagzangen, dat we Hem eerherstel brengen voor de onrechtvaardigheden die elke dag op de wereld gepleegd worden. Hij wil dat we in actie komen om recht te zetten wat we maar kunnen en het onrecht voorkomen voor zover dat binnen ons bereik ligt, in de omgeving waar ons leven zich afspeelt: de huismoeder in haar woning en met de mensen met wie ze omgaat; de drukker in de drukkerij; de hoogleraar aan de universiteit...

Het laatste en eerste redmiddel om gerechtigheid te vestigen en te verbreiden in alle lagen van de bevolking ligt in het hart van elke mens. Daar zijn alle bestaande onrechtvaardigheden gesmeed en daar ligt de mogelijkheid alle menselijke relaties rechtvaardig te maken. «Door God, Begin en Einde van de mens, te ontkennen of dat te proberen, tast de mens zijn eigen positie en innerlijk evenwicht, die van de samenleving en ook die van de zichtbare schepping, grondig aan.

»Juist in deze samenhang met de zonde beziet de Schrift het geheel van rampen, die de mens in zijn persoonlijk en maatschappelijk leven benauwen.»6 Daarom kunnen wij, katholieken, niet vergeten dat we, als we mensen naar God brengen, bezig zijn een menselijker en rechtvaardiger wereld te maken. Daarnaast dwingt het geloof ons bij de verdediging van de gerechtigheid nooit te wijken voor persoonlijke offers, in het bijzonder naarmate het meer gaat om de grondrechten van de mens: het recht op leven, op werk, op onderwijs en vorming, op eerbiediging van de goede naam... «Voor alle mensen moeten wij het recht handhaven op leven, op het bezitten van het noodzakelijke om een waardig bestaan te leiden, het recht op werken en uitrusten, het recht een levensstaat te kiezen, een gezin te vormen, binnen het huwelijk kinderen ter wereld te brengen en op te voeden, het recht in rust perioden van ziekte en ouderdom door te brengen, het recht deel te nemen aan het culturele leven, het recht zich met medeburgers te verenigen om rechtmatige doelen te verwezenlijken en op de allereerste plaats het recht om in volle vrijheid God te kennen en lief te hebben.»7 

In onze eigen kring moeten we ons afvragen of we ons werk, waarvoor we betaald worden, op volmaakte wijze doen; of we betalen wat we verschuldigd zijn voor bewezen diensten; of we op verantwoorde wijze omgaan met onze rechten en plichten die van invloed kunnen zijn op de inrichting der instellingen waarvan wij deel uitmaken; of we bij het werk de tijd goed gebruiken; of we de goede naam van anderen verdedigen; of we de zwakkeren op de juiste wijze te hulp snellen; of we kritiek die iemands goede naam bekladt, in onze omgeving doen verstommen... Dat is de manier waarop we gerechtigheid liefhebben.

33.2 Onze verplichtingen in ons werk zijn de plaats om de deugd van gerechtigheid te beoefenen. Het 'ieder het zijne geven', waarin deze deugd bestaat, betekent in dit geval doen wat overeengekomen is. De werkgever, degene die over het huispersoneel gaat, de baas, zij zijn verplicht een rechtvaardige beloning te geven aan de mensen die bij hen in dienst zijn, in overeenstemming met de burgerlijke wet, mits die correct is, en met wat hun geweten voorschrijft en dat gaat wel eens verder dan de wetten zelf. Aan de andere kant hebben werknemers de ernstige verplichting op verantwoorde wijze te werken, volgens de regels van hun beroep, door de tijd juist te besteden. Op die wijze is arbeidzaamheid een praktisch blijk van gerechtigheid. «Ik geloof niet in de rechtvaardigheid van luilakken -zegt de heilige Jozefmaria Escrivá-, omdat zij [...] het belangrijkste principe van de billijkheid, de arbeid, veronachtzamen, en soms in ernstige mate.»8 

Hetzelfde principe kan toegepast worden bij studenten en scholieren. Zij hebben de ernstige verplichting te studeren en te leren -dat is hun werk- en hebben anderzijds een verplichting tot gerechtigheid tegenover hun familie en de samenleving die hen financieel ondersteunen: zich voorbereiden op en nu al feitelijk leveren van zinvolle diensten.

De beroepsbezigheden zijn, op een andere manier bezien, het beste vaarwater waarop we doorgaans mogen rekenen, om te helpen de maatschappelijke problemen op te lossen en om een handje te helpen bij het opbouwen van een rechtvaardiger wereld. Een christen zal, in zijn drang de wereld vorm te geven, een voorbeeld zijn in het naleven van rechtmatige burgerlijke wetten, want als ze rechtvaardig zijn, zijn ze door God gewild en vormen ze de basis van de menselijke samenleving. Gewone burgers als de gelovigen zijn, dienen ze een voorbeeld te zijn in het betalen van rechtvaardige belastingen, die ook nodig zijn om de complexe samenleving te laten verwezenlijken waartoe de individuele burger niet in staat zou zijn.

Geeft ieder wat hem toekomt: belasting en rechten aan wie gij belasting en rechten verschuldigd zijt, ontzag en eerbied aan wie ontzag en eerbied toekomen.9 En zij doen het -zegt dezelfde apostel Paulus- niet alleen uit vrees, maar ook vanwege hun goed geweten.10 Dit is het leven van de christenen geweest sinds zij maatschappelijke verplichtingen hadden, zelfs te midden van vervolgingen en onder het heidendom van de wereldlijke overheid. Zoals we van Christus geleerd hebben -schreef de heilige martelaar Justinus in het midden van de tweede eeuw- dienen we ervoor te zorgen onze belastingen en heffingen volledig en snel aan de bevoegde instanties te voldoen.11 

Tussen de christenplichten belicht het Tweede Vaticaans Concilie ook «het recht en tegelijkertijd de plicht [...] te stemmen om het algemeen welzijn te bevorderen.»12 Geen belang hechten aan het doen gelden van de eigen mening op de verscheidene niveaus waarop we deze maatschappelijke en burgerlijke rechten kunnen uitoefenen, zou een groot gebrek aan gerechtigheid zijn. Dat gebrek kan ernstig zijn als het niet-stemmen de kandidatuur zou begunstigen -of het nu gaat om kamerverkiezingen, de ouderraad op school, de ondernemingsraad...- van mensen wier ideeën haaks staan op de leer van ons geloof. Met des te meer reden zou er van onverantwoordelijkheid en misschien ook van een ernstig gebrek aan gerechtigheid sprake zijn, als er organisaties of personen gesteund worden -op welke manier dan ook- die in hun opvattingen de natuurwet en de menselijke waardigheid niet eerbiedigen (abortus, euthanasie, echtscheiding, vrijheid van onderwijs, bescherming van het gezin... ).

33.3 «De katholiek die in dienstbaarheid politiek actief wil zijn, kan niet, zonder zichzelf tegen te spreken, ideologische systemen aanhangen die -volledig of op wezenlijke punten- afbreuk doen aan zijn geloof of zijn opvatting over de mens. Daarom is het niet toegestaan de ideologie van het marxisme te steunen, met haar atheïstisch materialisme, haar dialectiek van het geweld, en de opvattingen die deze ideologie huldigt over de persoonlijke vrijheid binnen de gemeenschap. Tegelijkertijd ontzegt deze ideologie aan de mens, aan zijn persoonlijke en gemeenschappelijke geschiedenis, elke bovennatuurlijke dimensie. Een katholiek is evenmin aanhanger van het liberalisme, dat de individuele vrijheid buitensporig wil verheffen door elke beperking ervan af te schaffen. Het doel ervan is enkel macht en eigenbelang en het beschouwt maatschappelijke solidariteit als gevolg daarvan als een min of meer automatisch gevolg van het privé-initiatief en niet als doel en eerste oorzaak van de maatschappelijke organisatie.»13 

Laten we vandaag één zijn in ons verlangen naar meer gerechtigheid welke een van de belangrijkste kenmerken is van onze tijd.14 Vragen we de Heer meer rechtvaardigheid en meer vrede, bidden we Hem voor de overheden zoals de Kerk altijd gedaan heeft15, dat zij voorvechters mogen zijn van de gerechtigheid, de vrede, van een grotere eerbied voor de waardigheid van de persoon. Wij van onze kant kunnen het besluit nemen de eisen van het evangelie te vervullen in ons persoonlijk leven, in het gezin, in de wereld waarin we ons dagelijks bewegen en waaraan we deelnemen.

Naast wat tot de strikte betekenis van rechtvaardigheid behoort, zullen we ook die andere blijken van menselijke en goddelijke deugden beoefenen die haar aanvullen en verrijken: trouw, vriendelijkheid, blijdschap... En bovenal, het geloof dat ons de werkelijke waarde van de persoon doet kennen, dat ons met de ander doet omgaan op een wijze die de strikte gerechtigheid overstijgt, omdat we in de anderen kinderen van God zien, dezelfde Christus die ons zegt: wat ge aan de minsten der mijnen hebt gedaan, hebt ge aan mij gedaan.16

-1. Ps 43(42),1-2. -2. Paulus vi, Apost. brief Octogesima adveniens, 14 mei 1971. -3. Vgl. Mt 5,6. -4. Mc 12,40. -5. Jak 5,2.4. -6. Congregatie voor de geloofsleer, Instr. Christelijke vrijheid en bevrijding, 22 maart 1986, 38. -7. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 171. -8. Ibidem, 169. -9. Rom 13,7. -10. Vgl Rom 13,5. -11. H. Justinus, Apologia 1, 7. -12. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 75. -13. Paulus vi, Apost. brief Octogesima adveniens, 14 mei 1970. -14. Vgl. Congregatie voor de geloofsleer, Instr. Over de christelijke vrijheid en bevrijding, 1. -15. Vgl 1 Tim 2,1-2. -16. Vgl Mt 25,40.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012