Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Zevende week. Woensdag

57.     EENHEID EN VERSCHEIDENHEID IN HET      APOSTOLAAT

-Het apostolaat in de Kerk is heel gevarieerd en veelvormig. -De leer van geloof verbreiden onder allen. -Eenheid en pluriformiteit binnen de Kerk. Trouw aan de ontvangen roeping.

57.1 De leerlingen zagen een keer iemand die duivels uitdreef in de naam van de Heer. Zij wisten niet of het iemand was die daarvoor Jezus gekend had, of misschien iemand die door Hem genezen was en op eigen houtje een nieuwe volgeling van Jezus geworden was. De heilige Marcus1 heeft ons de reactie van de apostel Johannes overgeleverd die naar Jezus ging en Hem zei: Meester, we hebben iemand die ons niet volgt, in uw naam duivels zien uitdrijven, en we hebben getracht het hem te beletten, omdat hij geen volgeling van ons was.

De Heer maakt van deze gelegenheid gebruik om een waardevolle les voor alle tijden te geven en zei: Belet het hem niet, want iemand die een wonder doet in mijn Naam, zal niet zo grif ongunstig over Mij spreken. Wie niet tegen ons is, is voor ons. Deze duiveluitdrijver toonde een diep en werkzaam geloof in Jezus. Dat sprak uit zijn daden. Jezus accepteerde hem als een van zijn volgelingen en keurde de rigide en exclusieve mentaliteit met betrekking tot het apostolaat af. Hij leerde ons, dat het apostolaat heel gevarieerd en veelvormig is.

«Er bestaan -verklaart het Tweede Vaticaans Concilie- veel vormen van apostolaat, waardoor de leken kunnen werken aan de opbouw van de Kerk en de wereld kunnen heiligen en haar van de geest van Christus kunnen doordringen.»2 Enige voorwaarde is: zijn met Christus; met zijn Kerk; zijn leer onderrichten; Hem liefhebben met daden. De christengeest moet ons ertoe brengen een open houding na te streven tegenover verschillende vormen van apostolaat, tot het doen van moeite om deze te begrijpen, ook al verschillen zij nog zoveel van onze manier van zijn of denken, tot een oprechte blijdschap over het bestaan ervan, onder andere omdat de oogst groot is, en er maar weinig arbeiders zijn.3 «Verheug je als je ziet, dat anderen werkzaam zijn in prachtige werken van apostolaat. -En vraag God voor hen overvloedige genaden, en dat zij aan deze genaden beantwoorden.

»Vervolg dan je eigen weg, overtuigd dat er voor jou geen andere is.»4 Het is immers voor een christen niet mogelijk te leven vanuit het geloof en tegelijkertijd vanuit een mentaliteit alsof hij de waarheid in pacht heeft, in die zin, dat mensen die niet volgens bepaalde methoden, of procedures, of op bepaalde terreinen van apostolaat werkzaam zijn, niet vanuit het geloof werken. Niemand die met een juiste instelling werkt, loopt op het terrein van de Heer in de weg. Wij zijn allemaal nodig. Het is heel belangrijk een goed begrip te hebben van de eenheid van de Kerk. Christus heeft deze op verschillende wijzen verkondigd. Eenheid «in het geloof en de moraal, in de sacramenten, in de gehoorzaamheid aan de hiërarchie, in de gemeenschappelijke heiligingsmiddelen, en in de grote regels van orde en tucht volgens het bekende gezegde van Augustinus: in necessariis unitas, in dubiis libertas, in omnibus caritas, eenheid waar vereist, vrijheid in kwesties waarover geen vaste mening bestaat, liefde in alles.»5 En deze noodzakelijke eenheid zal nooit een eenvormigheid zijn die een verarming voor de zielen en het apostolaat zou zijn: «in de tuin van de Kerk was, is, en zal zijn een bewonderenswaardige veelheid aan lieflijke bloemen, onderscheiden naar geur, naar grootte, naar vorm en naar kleur».6 Die rijke verscheidenheid brengt grotere eer aan God.

Als wij druk bezig zijn met een apostolisch werk, moeten wij een verleiding die op de loer ligt, omzeilen: zijn tijd verdoen met het evalueren van de apostolische activiteiten van anderen. Wij moeten eerder ons eigen hart peilen dan afhankelijk te zijn van het optreden van anderen en zien of wij alle moeite doen, of wij de talenten rendabel maken die wij van God gekregen hebben ten gunste van de zielen: «Het wonder van Pinksteren is dat alle wegen een goddelijke wijding hebben ontvangen: het mag nooit worden uitgelegd als het monopolie of de exclusieve waardering van één enkele weg ten nadele van de andere.

»Pinksteren is een onbegrensde variatie in talen, methoden, manieren om God te ontmoeten: geen opgelegde eenvormigheid.»7 Vandaar onze vreugde en blijdschap bij het zien dat velen ijverig werken om het koninkrijk van God bekend te maken door verschillende vormen van apostolaat.

57.2 De Leer van Jezus Christus moet alle volken bereiken, maar op veel plaatsen die ooit christelijk waren, moet het evangelie opnieuw gebracht worden. De zending van de Kerk is universeel en richt zich tot personen met geheel verschillende achtergronden, van verschillende culturen en leefwijzen, van heel uiteenlopende leeftijden... Vanaf het begin van de Kerk is het geloof doorgedrongen tot jong en oud, tot machtigen en slaven, tot geletterden en ongeletterden... De apostelen en hun opvolgers behielden een sterke eenheid waar het vereist was maar spanden zich niet in om een overbodige eenvormigheid op te leggen. Er waren heel verschillende wijzen van evangeliseren: Sommige mensen vervulden een zeer belangrijke zending middels hun geschriften ter verdediging van het christendom en haar bestaansrecht, anderen preekten op de marktpleinen. De meerderheid verrichtte een verborgen apostolaat in hun eigen familie, met de buren, hun ambtgenoten of kennissen. Wat alle gedoopten gemeen hadden, was de broederliefde, de eenheid in de leer die zij hadden ontvangen, de sacramenten en de gehoorzaamheid aan de wettig aangestelde herders...

Wij kunnen in allen de leer van Christus uitzaaien en dan met uiterste voorzichtigheid de distels verwijderen die het zaad onvruchtbaar zouden maken. In de apostolische arbeid die de Heer ons aanbevolen heeft sluiten wij, gedoopten, «niemand uit, wij houden geen enkele ziel buiten onze liefde tot Jezus Christus. Daarom -zo luidde de raad van de heilige Jozefmaria Escrivá- moeten jullie een sterke, trouwe en oprechte vriendschap koesteren, dat wil zeggen een christelijke vriendschap, met alle mensen van je werk. Sterker nog, met alle mensen, welke hun persoonlijke omstandigheden ook maar zijn.»8 De gelovige is, uit roeping, een mens die open staat voor de anderen, met de eigenschap begrip te hebben voor mensen die door hun cultuur, leeftijd of karakter heel anders zijn.

Door de omgang met Jezus in het gebed hebben wij een groot hart, waarin mensen van zeer nabij en van veraf passen, zonder een starre mentaliteit die niets met Christus van doen heeft. Laten wij in het gebed nagaan of wij deze verscheidenheid waarmee wij elke dag geconfronteerd worden, eerbiedigen en liefhebben, of wij dat, wat qua smaak, leef- en denkstijl werkelijk anders is dan wij, zien als de rijkdom van de Kerk.

57.3 De Kerk lijkt op een mensenlichaam dat is samengesteld uit heel verschillende, maar tegelijk goed verenigde leden.9 De verscheidenheid is, zonder iets af te doen aan de eenheid, de belangrijkste voorwaarde ervoor.

Wij moeten de Heer de genade vragen om die realiteit te begrijpen en, bij onze taak om het Mystiek Lichaam van Christus op te bouwen, moeten wij ernaar handelen, zonder ooit de eenheid in waarheid en liefde te verliezen. Laten wij tegelijkertijd vragen begrip te hebben voor de verscheidenheid binnen de Kerk -variëteit in spiritualiteit, theologische benadering, pastorale initiatieven...- omdat die verscheidenheid «een werkelijke rijkdom is en een werkelijke volheid in zich draagt; deze is echt katholiek»10 en heeft niets te maken met een vals pluralisme, in de betekenis van «een nevenschikking van volstrekt tegengestelde stellingen.»11

In waarheid en liefde treedt de Heilige Geest handelend op door de verscheidenheid van de wegen tot heiliging te bevorderen. Sommigen ontvangen een heel bepaald charisma, een specifieke roeping. Zij leveren hun bijdrage aan de opbouw van de Kerk met hun trouw aan die bijzondere oproep, door de weg te volgen die de Heer hun heeft aangegeven. Daar verwacht Hij hen en nergens anders.

De eenheid die de Heer verlangt -ut omnes unum sint,12 opdat allen een zijn- legt geen beperkingen op, maar is eerder een stimulans voor de bijzondere persoonlijkheid van iedereen, voor de verscheidenheid van spiritualiteiten en theologische scholen... «Je stond verbaasd, toen je zag dat ik geen bezwaar had tegen het ontbreken van 'eenvormigheid' in het apostolaat, waarin je werkzaam bent. Ik zei je:

»Eenheid en verscheidenheid. - Jullie moeten zo verschillend zijn als de heiligen in de hemel, die allen hun eigen, zeer persoonlijke trekken hebben. - En tegelijkertijd moeten jullie evenzeer op elkaar gelijken als de heiligen, die niet heilig zouden zijn als zij zich niet helemaal gelijkvormig hadden gemaakt aan Christus.»13

De leer van de Heer zet ons niet alleen aan tot respect voor de legitieme verscheidenheid van karakters, smaken, aanpak van vrije kwesties, maar ook tot een aktief koesteren van die verscheidenheid. In alles wat zich niet verzet tegen de leer van de Heer en -daarnaast- de ontvangen roeping of een van beide iets in de weg legt, dient er een volledige vrijheid te bestaan in genegenheden, werk, persoonlijke opvattingen over maatschappij, wetenschap of politiek. Zo moeten wij, gelovigen van deze tijd en van alle tijden verenigd zijn met Christus, in zijn liefde, in zijn leer, ieder trouw aan de gekregen roeping. Wij kunnen onderscheiden en verschillend zijn in al het andere, ieder met zijn eigen persoonlijkheid, zijn eigen pogingen zout en licht te zijn, gloeiende kolen, echte leerlingen van Christus.

-1. Mc 9,38-39. -2. Vaticanum ii, Decr. Apostolicam actuositatem, 16. -3. Vgl. Mt 9,37. -4. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 965. -5. Johannes Paulus ii, Toespraak tot de Spaanse Bisschoppen, 31 oktober 1982. -6. H. Jozefmaria Escrivá, Brief, 9 januari 1935. -7. Idem, De Voor, 226. -8. Idem, Brief, 9 januari 1951. -9. Vgl. 1 Kor 12,13-27. -10. Buitengewone bisschoppensynode 1985, Slotdocument, II,C,2. -11. Ibidem, II,C,2. -12. Joh 17,22. -13. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 947.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 18 mei 2012