Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

30 juni. Gedachtenis

59. EERSTE MARTELAREN VAN DE ROMEINSE KERK

Na Jeruzalem en Antiochië was Rome het belangrijkste centrum van de eerste christentijd. Vele christenen kwamen voort uit de joodse kolonie die in Rome bestond; de meesten kwamen echter uit het heidendom voort.

Vandaag worden de christenen herdacht die de eerste kerkvervolging, onder keizer Nero, meemaakten, na de brand van Rome in het jaar 64.

-Voorbeeldig te midden van de wereld. -Houding tegenover tegenwerking. -Apostolaat in alle omstandigheden.

59.1 Het christelijk geloof bereikte al spoedig Rome, het middelpunt van de toenmalige beschaafde wereld; wellicht waren de eerste christenen in de hoofdstad van het Romeinse Rijk bekeerde Joden, die het geloof hadden leren kennen in Jeruzalem zelf of in andere steden van Klein-Azië waar de heilige Paulus het evangelie had verkondigd. Het geloof werd van vriend tot vriend doorgegeven, onder collega's van hetzelfde beroep, onder verwanten... De komst van de heilige Petrus, rond het jaar 43, beteken­de de definitieve versterking van de kleine gemeente van Rome. Via Rome verbreidde de godsdienst zich naar vele plaatsen in het Rijk. De interne vrede die er toen heerste, de verbetering van de verbindingen die het reizen verge­makkelijkte, en de snelle overdracht van ideeën en berich­ten begunstigden de verbreiding van het christendom. De Romeinse wegen die vanuit de hoofdstad de verste uithoe­ken van het Romeinse Rijk bereikten, en de handelsschepen die regelmatig de wateren van de Middellandse Zee doorkruisten, vormden de verspreidingsmiddelen van de nieuwigheid, die het christendom was, over heel de uitgestrekte Romeinse wereld.1

Het is moeilijk het proces te beschrijven van ieder af­zonderlijk die zich tot het christendom bekeerde in het Rome van de eerste eeuw; dat is trouwens ook nu nog zo, want iedere bekering is steeds een wonder van de genade en het persoonlijke antwoord daarop. Van doorslaggevende invloed was ongetwijfeld de christelijke voorbeeldigheid -de bonus odor Christi 2- die zich weerspiegelde in de manier van werken, in de vreugde, de liefde en het begrip voor allen, in een strenge levenswijze en in mense­lijke genegenheid... Het zijn mannen en vrouwen die te midden van hun dagelijkse bezigheden hun geloof ten volle trach­ten te beleven. Ze omvatten alle lagen van de maatschappij: «jong was Daniël; Jozef, een slaaf; Aquila oefende een handwerkvak uit; de purperverkoopster stond aan de overkant van een werkplaats; een ander was gevangenisbewaker; een ander hoofdman, zoals Cornelius; weer een ander was ziek, zoals Timoteüs; nog een ander was een voortvluchtige slaaf, zoals Onesimus; en toch vormde niets van dit alles voor iemand van hen een belemmering, allen schitterden door deugdzaamheid: mannen en vrouwen, jong en oud, slaven en vrije mensen, soldaten en burgers.»3

Van de liefde en de gastvrijheid van de christenen in Rome treffen we een kostbaar getuigenis aan in de Hande­lingen van de Apostelen, namelijk in de beschrijving van de ontvangst die men Paulus bereidde, toen deze als gevan­gene in Rome aankwam. Ook vandaar -vertelt de heilige Lucas- kwamen de broeders, die al van ons gehoord had­den, ons tegemoet tot aan Forum Appii en Tres Tabernae. Toen Paulus hen zag, dankte hij God en schepte nieuwe moed.4 Paulus voelde zich bemoedigd door deze blijken van broederlijke liefde.

De eerste christenen gaven hun beroepsmatige of maatschappelijke bezigheden niet op (sommigen zullen dat wel doen, vanwege een concrete roeping van God, iets meer dan twee eeuwen later) en zij beschouwden zich als een wezenlijk bestanddeel van die wereld, waarvan zij zich zout en licht voelden, door hun leefwijze en woorden: «wat de ziel is voor het lichaam, dat zijn de christenen in de wereld»5, vatte een schrijver uit de eerste tijden samen.

Wij kunnen vandaag nagaan of ook wij, zoals die eerste christenen, voorbeeldig zijn, zozeer dat wij daad­werkelijk anderen ertoe bewegen dichter tot Christus te naderen: in soberheid, in onze uitgaven, in de vreugde, in goed afgeleverd werk, in de trouwe vervulling van het gegeven woord, in de wijze waarop wij rechtvaardigheid betrachten ten aanzien van de onderneming, de ondergeschikten en collega's, in de beoefening van de werken van barmhartigheid, door nooit kwaad van iemand te spreken...

59.2 De eerste christenen kwamen soms ernstige hinder­nissen en onbegrip tegen; niet zelden voerden deze hen tot de dood, omwille van het feit dat zij hun geloof in de Meester verdedigden. Vandaag vieren wij het getuigenis van de eerste martelaren van Rome, onmiddellijk na de brand van Rome in het jaar 64.6 Deze ramp ontketende de eerste grote vervolging. Bij de heilige Petrus en Paulus, wier feest we gisteren hebben gevierd, «sloot zich een grote menigte van uitverkorenen aan die door het ondergaan van vele folteringen en martelingen uit afgunst, het beste voorbeeld onder ons vormden»7, zo lezen we in een leven­dig getuigenis van de eerste christelijke geschriften.

De hindernissen en het onbegrip waarop degenen die zich tot het geloof bekeerden stuitten, voerden hen niet altijd tot het martelaarschap, maar wel ervoeren zij heel vaak in hun leven de woorden van de Heilige Geest, zoals die in de Schrift staan opgetekend: Allen die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden.8 Soms kwam deze vijandige houding van de heidenen tegenover de volgelingen van Jezus voort uit het feit, dat zij de jeugdige vurigheid en glans van het christelijk leven niet konden verdragen. In andere gevallen hadden dege­nen die het geloof hadden ontvangen de plicht zich afzij­dig te houden van de traditionele godsdienstige uitingen, die nauw verbonden waren met het openbare leven en bovendien beschouwd werden als uitingen van burgerlijke trouw aan Rome en aan de keizer. Dientengevolge stelden de heidenen die tot het christendom overgingen zich bloot aan het gevaar onbegrip en laster te verduren te krijgen, «omdat zij anders dan de anderen waren.»

Heel waarschijnlijk zal de Heer niet van ons vragen, dat wij ons bloed vergieten, omdat we het christelijk geloof belijden; maar als God dit zou toestaan, dan moeten wij Hem om zijn genade bidden om ons leven te geven als getuigenis van onze liefde tot Hem. We zullen echter wel, in de een of andere vorm, tegenspraak ontmoeten op zeer verschillende manieren, want «het samenzijn met Jezus wil zeker zeggen, dat we zijn kruis tegenkomen. Als wij ons in Gods hand stellen, laat Hij ons regelmatig zorgen, een­zaamheid, tegenstand, laster, smaad en hoongelach onder­gaan, zowel innerlijk als uiterlijk. Dat is omdat Hij ons wil vormen naar zijn beeld en gelijkenis. Hij laat zelfs toe, dat we dwazen genoemd worden en voor gek worden aangezien [...]. Zo beitelt Jezus de zielen van de zijnen zonder na te laten hun innerlijk rust en vreugde te verschaffen.»9

Beschimpingen, misschien het moeten vaststellen, dat er in het beroepsleven deuren voor ons gesloten worden, vrienden of collega's die ons de rug toekeren, woorden van smaad of spot..., als de Heer het toelaat dat die tot ons komen, dan moeten we ze benutten om nog heldhaftiger de liefde te beoefenen juist jegens hen die ons niet achten, misschien wel uit onwetendheid. Een houding die steeds verenigbaar is met een gerechtvaardigde verdediging, wanneer dat nodig is, vooral wanneer men ergernis of schade aan derden dient te voorkomen. Deze situaties zullen ons ten zeerste helpen de eigen zonden en gebre­ken te zuiveren en genoegdoening te brengen voor die van anderen en om tenslotte te groeien in deugdzaamheid en liefde voor de Heer. God wil ons soms reinigen, zoals goud gereinigd wordt in de smeltkroes. «Het vuur reinigt het goud van zijn slakken en maakt het daardoor authentieker en kostbaarder. Hetzelfde doet God met de goede dienstknecht die de wacht houdt en standvastig blijft te midden van tegenspoed.»10

Als wij van doen krijgen met tegenwerking en belemmeringen omdat wij Jezus van nabij volgen, dan moeten wij bijzonder verheugd zijn en dank brengen aan de Heer, die ons waardig keurt een beetje te lijden omwille van Hem, zoals de apostelen gedaan hebben. Zij verlieten het Sanhedrin, verheugd dat zij waardig bevonden waren smaad te lijden omwille van Jezus' Naam.11 De apostelen zullen zich ongetwijfeld de woorden van de Meester herin­nerd hebben, zoals wij die overwegen op dit feest van de heilige martelaren van Rome van de eerste generatie: Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil: Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel. Zo immers hebben ze de profeten vervolgd die vóór u geleefd hebben.12

59.3 Ondanks de grove beschimpingen, de schanddaden, de openlijke vervolgingen, hebben onze eerste broeders in het geloof een doeltreffende bekeringsijver aan de dag gelegd, door Christus bekend te maken, de schat die zij hadden mogen vinden. Méér nog, hun kalme en blijmoedige houding tegenover de tegenwerking en zelfs tegen­over de dood was er de oorzaak van, dat velen de Meester ontmoetten.

Het bloed van de martelaren was het zaad van christe­nen.13 Dezelfde gemeente te Rome ging versterkt verder nadat zoveel mannen, vrouwen en kinderen hun leven hadden gegeven tijdens die hevige vervolging. Jaren later schreef Tertullianus: «Wij zijn pas kort hier en we zitten al op heel de aardbol en in al jullie zaken: de steden, eilan­den, de gemeenten, stadjes, dorpen, het leger, het paleis, de senaat, de rechtbank. Aan jullie hebben we alleen de tempels overgelaten...»14

Als wij in onze eigen omgeving, in de huidige omstandigheden een of andere, misschien kleine tegenslag te ver­werken krijgen, omdat we sterk in het geloof blijven, dan dienen we te begrijpen, dat dit voor allen een grote wel­daad zal zijn. Juist dan moeten we kalm en blijmoedig spreken over het wonder van het geloof, over de onmetelijke gave van de sacramenten, over de schoonheid en de vruchten van de heilige, goed beleefde zuiverheid. We moeten inzien dat we «de winnende zijde» hebben geko­zen in deze strijd van het leven, en ook van dat andere leven dat ons een eindje verderop wacht. Christus nabij zijn: daarmee is niets te vergelijken. Al zouden we niets bezitten en de pijnlijkste ziekten of de meest onbeschaamde lasteringen moeten verdragen, wanneer wij Jezus heb­ben, bezitten we alles! En dat moet men kunnen merken tot in ons uiterlijk gedrag, in het besef en bewustzijn dat wij op elk ogenblik, ook in die omstandigheden, het zout der aarde en het licht van de wereld zijn, zoals de Meester ons gezegd heeft.

Verwijzend naar de wijsgeren van zijn tijd beweerde de heilige Justinus terecht dat «alles wat zij allen aan goeds hebben gezegd, behoort ook ons, christenen, toe, want wij aanbidden en beminnen na God het Woord, dat voorkomt uit dezelfde ongeboren en onuitsprekelijke God; want Hij werd mens, uit liefde voor ons, om ons lijden te delen en ons te genezen.»15

Met de liturgie van de heilige mis bidden wij vandaag: God, Gij hebt de kerk van Rome vanaf haar eerste dagen geheiligd door het bloed van ontelbare martelaren. Wij bidden U dat wij in hun moedige strijd de kracht vinden om stand te houden en ons steeds verheugen in de over­winning door het geloof 16, in deze, onze wereld die wij tot U moeten leiden.

-1. Vgl. J. Orlandis, Historia de la Iglesia, vol. I, bl. 11 vv. -2. 2 Kor 2,15. -3. H. Johannes Chrysostomus, Homiliae in Matthaeum, 43,5. -4. Hnd 28,15. -5. Brief aan Diognetes, 6,1. -6. Vgl. Tacitus, Annales, 15,44. -7. H. Clemens van Rome, Epistula ad Corinthios, 5. -8. 2 Tim 3,12. -9. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 301. -10. H. Hiëronymus Emilianus, Brief, 21-VI-1535. -11. Hnd 5,41. -12. Mt 5,11-12. -13. Vgl. Tertullianus, Apologeticus, 50.
-14.
Ibidem, 37. -15. H. Justinus, Apologia II, 13. -16. Altaarmissaal, Gebed van de mis van de dag.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012